Fiat Scudo - 2008 Handleiding

Fiat Personenwagen Scudo - 2008

Lees hieronder de 📖 handleiding in het Nederlandse voor Fiat Scudo - 2008 (210 pagina's) in de categorie Personenwagen. Deze handleiding was nuttig voor 65 personen en werd door 2 gebruikers gemiddeld met 4.5 sterren beoordeeld

Pagina 1/210
530.02.015 NL
INSTRUCTIEBOEK
FIATSCUDO
Geachte cliënt,
Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat SCUDO.
Wij hebben dit boek samengesteld om u de kwaliteiten van deze auto volledig te laten benutten.
Wij raden u aan alle hoofdstukken door te lezen voordat u voor de eerste keer met de auto gaat rijden. Dit instructieboek bevat
informatie, tips en aanwijzingen die u zullen helpen de technische kwaliteiten van uw Fiat SCUDO volledig te benutten.
Wij raden u aan om de aanwijzingen en tips bij de onderstaande symbolen aandachtig te lezen:
veiligheid van de inzittenden;
conditie van de auto;
bescherming van het milieu.
In de bijgevoegde “Service- en garantiehandleiding” vindt u de extra service van Fiat:
het garantiecertificaat en de bijbehorende voorwaarden
een overzicht van de speciale aanvullende service voor cliënten.
Veel leesplezier en goede reis!
Hoewel in dit instructieboek alle uitvoeringen van de Fiat SCUDO beschreven worden,
dient u zich aan de informatie te houden met betrekking tot de uitrusting, de motoruitvoering
en het model van de auto die u gekocht hebt.
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 1
ABSOLUUT LEZEN!
K
BRANDSTOF TANKEN
Tank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen conform de Europese specificatie EN590.
Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en het vervallen van de garantie
tot gevolg hebben.
MOTOR STARTEN
Controleer of de handrem is aangetrokken; zet de versnellingspook in vrij; trap het koppelingspedaal volledig in, maar
trap het gaspedaal niet in; draai vervolgens de start-/contactsleutel in stand Men wacht tot de waarschuwingslampjes
Y
en
m
doven; draai de start-/contactsleutel in stand Den laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALEN
Onder normale bedrijfsomstandigheden bereikt de katalysator hoge temperaturen. Parkeer daarom niet boven gras,
droge bladeren, dennennaalden of ander brandbaar materiaal: brandgevaar.
BESCHERMING VAN HET MILIEU
De auto is uitgerust met een diagnosesysteem, dat continu controles uitvoert op de componenten die van invloed zijn
op de uitlaatgasemissie zodat overmatige vervuiling van het milieu wordt voorkomen.
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 2
ELEKTRISCHE APPARATUUR
Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die stroom verbruiken (waardoor de accu langzaam kan
ontladen), wendt u dan tot het Fiat Servicenetwerk. Deze kan controleren of de elektrische installatie van de auto
geschikt is voor het extra stroomverbruik.
CODE-card
Bewaar deze op een veilige plaats, maar niet in de auto. Wij raden u aan de elektronische code van de CODE-card altijd
bij u te hebben.
GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD
Goed onderhoud van de auto is de beste manier om de prestaties en de veiligheid van de auto gedurende langere tijd te
garanderen. Daarbij wordt het milieu ontzien en blijven de kosten laag.
IN HET INSTRUCTIEBOEKJE…
… treft u informatie, tips en belangrijke waarschuwingen aan voor het juiste gebruik, de rijveiligheid en het onderhoud
van uw auto. Let in het bijzonder op de symbolen
"
(veiligheid van personen)
#
(milieubehoud) !(conditie van de
auto).
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 3
4
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
DASHBOARD........................................................................ 5
SYMBOLEN ........................................................................... 6
FIAT CODE ........................................................................... 6
DE SLEUTELS ....................................................................... 7
DIEFSTALALARM ................................................................. 10
START-/CONTACTSLOT .................................................... 12
INSTRUMENTENPANEEL ................................................. 13
INSTRUMENTEN ................................................................ 14
DISPLAY................................................................................... 15
ONDERHOUDSMETER...................................................... 16
TRIP COMPUTER................................................................. 17
ZITPLAATSEN VOOR ......................................................... 17
ZITPLAATSEN ACHTER..................................................... 20
OPSTELLING STOELEN ..................................................... 22
HOOFDSTEUNEN .............................................................. 23
STUURWIEL .......................................................................... 24
SPIEGELS ................................................................................ 25
VERWARMING EN VENTILATIE ..................................... 27
AIRCONDITIONING, HANDBEDIEND ....................... 31
KLIMAATREGELING, AUTOMATISCH
MET GESCHEIDEN REGELING........................................ 37
DRIEZONE-AIRCONDITIONING................................... 45
BUITENVERLICHTING ...................................................... 47
RUITEN REINIGEN ............................................................. 50
SNELHEIDSREGELAAR (CRUISE-CONTROL) ............... 54
SNELHEIDSBEGRENZER.................................................... 57
PLAFONDVERLICHTING ................................................. 60
BEDIENINGSKNOPPEN..................................................... 61
BRANDSTOFNOODSCHAKELAAR............................... 64
INTERIEURUITRUSTING.................................................... 65
PORTIEREN .......................................................................... 69
ROLHOES VOOR AFDEKKEN BAGAGERUIMTE....... 73
RUITBEDIENING ................................................................. 74
MOTORKAP .......................................................................... 76
IMPERIAAL/SKIDRAGER ................................................... 77
WIELOPHANGING MET LUCHTVERING.................... 78
AANWIJZINGEN VOOR HET LADEN .......................... 79
KOPLAMPEN ........................................................................ 81
ABS .......................................................................................... 82
ESP ........................................................................................... 84
EOBD ...................................................................................... 87
PARKEERSENSOREN ......................................................... 88
AUTORADIO......................................................................... 89
EXTRA ACCESSOIRES ....................................................... 90
TANKEN MET DE AUTO................................................... 91
BESCHERMING VAN HET MILIEU ................................. 92
D
DA
AS
SH
HB
BO
OA
AR
RD
D
E
EN
N
B
BE
ED
DI
IE
EN
NI
IN
NG
GS
SE
EL
LE
EM
ME
EN
NT
TE
EN
N
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 4
5
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
DASHBOARD
De aanwezigheid en de opstelling van de bedieningsorganen, de instrumenten en de controle-/waarschuwingslampjes kunnen per
uitvoering verschillen.
1. Verstelbare uitstroomopeningen zijkant - 2. Vaste uitstroomopeningen zijkant - 3. Linker hendel: bediening buitenverlichting -
4. Instrumentenpaneel - 5. Rechter hendel: bediening ruitenwissers voor/achter, tripcomputer - 6. Bedieningsknoppen op het dash-
board - 7. Verstelbare luchtroosters midden - 8. Frontairbag passagierszijde (indien aanwezig) - 9. Dashboardkastje - 10. Auto-
radio (indien aanwezig) - 11. Bedieningsknoppen verwarming/ventilatie/airconditioning - 12. Bedieningshendel autoradio (indien
aanwezig) - 13. Frontairbag bestuurderszijde - 14. Hendel stuurwielverstelling
F0P0600m
fig. 1
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 5
6
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
SYMBOLEN
Op of in de nabijheid van enkele onder-
delen van uw auto zijn plaatjes met een
bepaalde kleur aangebracht met daarop
symbolen die uw aandacht vragen en die
voorzorgsmaatregelen aangeven die u in
acht moet nemen, als u met het be-
treffende onderdeel te maken krijgt.
FIAT CODE
Voor een nog betere bescherming tegen
diefstal is de auto uitgerust met een elek-
tronische startblokkering. Het systeem
schakelt automatisch in als de start-/con-
tactsleutel wordt uitgenomen.
In iedere sleutel zit een elektronische
component gemonteerd die bij het star-
ten van de motor een signaal ontvangt
via een speciale antenne die in het start-/
contactslot is ingebouwd. Het signaal
wordt bij het starten omgezet in een
gecodeerd signaal en vervolgens aan de
regeleenheid van het CODE-systeem
gezonden, die, als de code wordt herkend,
het starten van de motor mogelijk maakt.
Bij krachtige stoten kunnen de
elektronische componenten in
de sleutel beschadigd worden.
WERKING
Als u bij het starten van de motor de
sleutel in stand Mdraait, dan stuurt het Fiat
CODE-systeem een code naar de regeleen-
heid van de motor die, als de code wordt
herkend, de blokkering van de functies
opheft.
De code wordt alleen verzonden als de
regeleenheid van het Fiat CODE-systeem
de door de sleutel verzonden code heeft
herkend.
Iedere keer als u de contactsleutel in stand
Szet, schakelt de Fiat CODE de functies
van de elektronische regeleenheid van de
motor uit.
In dat geval raden wij u aan de sleutel in
stand Sen vervolgens in stand Mte draai-
en; als de motor geblokkeerd blijft, probeer
het dan opnieuw met de andere geleverde
sleutels. Als de motor nog niet aanslaat,
wendt u dan tot het Fiat Servicenetwerk.
BELANGRIJK Elke sleutel heeft een eigen
code, die in de regeleenheid van het sys-
teem moet worden opgeslagen. Voor het
opslaan van nieuwe sleutels (maximaal
acht) moet u zich tot het Fiat Service-
netwerk wenden.
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 6
7
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Ga voor het inklappen in de handgreep
als volgt te werk:
houd het knopje Bingedrukt en ver-
plaats de metalen baard A;
laat het knopje Blos en draai de
metalen baard Atotdat hij op de juiste
wijze is ingeklapt en vergrendeld.
DE SLEUTELS
CODE-CARD fig. 2
Bij de auto worden twee sleutels geleverd
en de CODE-card waarop staat aange-
geven:
Ade elektronische code;
Bde mechanische code van de sleutels
die bij de bestelling van duplicaat-
sleutels aan het Fiat Servicenetwerk
moet worden gemeld.
Wij raden u aan de elektronische code van
de CODE-card A-fig. 2 altijd bij u te heb-
ben.
BELANGRIJK Om schade aan de elektro-
nische schakelingen in de sleutels te voor-
komen, mogen de sleutels niet aan directe
zonnestraling worden blootgesteld.
Als de auto wordt verkocht,
moeten alle sleutels en de
CODE-card overhandigd wor-
den aan de nieuwe eigenaar.
fig. 2 F0P0003m
fig. 3 F0P0004m
fig. 3a F0P0321m
SLEUTEL MET
AFSTANDSBEDIENING fig. 3/a
De metalen baard Abevindt zich in de
handgreep en dient voor:
het start-/contactslot;
de sloten van de portieren;
het ont-/vergrendelen van de tank-
dop.
Druk op het knopje Bvoor het uitklap-
pen van de metalen baard.
Druk het knopje B alleen in
als de sleutel ver genoeg van
het lichaam (speciaal de ogen) en van
voorwerpen die snel beschadigen (bij-
voorbeeld kledingstukken) is verwij-
derd. Laat de sleutel nooit onbeheerd
achter om te voorkomen dat anderen,
met name kinderen, de sleutel kun-
nen gebruiken en per ongeluk op de
knop drukken.
ATTENTIE!
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 7
9
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Lege batterijen zijn schadelijk
voor het milieu. Ze moeten
in een daarvoor bestemde
chemobox of afvalbak worden
gedeponeerd. Ze kunnen ook ingeleverd
worden bij het Fiat Servicenetwerk, dat
vervolgens voor de afvoer zorgt.
fig. 5 F0P0007m fig. 6 F0P0008m
Extra afstandsbedieningen
bestellen
Het systeem kan maximaal 8 afstands-
bedieningen herkennen. Als u in de loop
der tijd een nieuwe afstandsbediening
nodig hebt, kunt u zich tot het Fiat Service-
netwerk wenden. Neem dan de CODE-
card, een identiteitsbewijs en het kenteken-
bewijs mee.
Batterij vervangen van de sleutel
met afstandsbediening
Ga voor het vervangen van de batterij als
volgt te werk:
open met behulp van een schroeven-
draaier de twee helften A en B-fig. 6
op het door de pijl fig. 5 aangegeven
punt;
verwijder en vervang de batterij C-fig.
6;
plaats de twee helften weer op elkaar
en controleer of ze goed vastgeklikt zit-
ten.
Afstandsbediening opnieuw
initialiseren
Als de batterij is vervangen of als de accu
(van de auto) losgekoppeld is geweest, dan
moet de afstandsbediening op de volgende
wijze worden geïnitialiseerd:
Wacht ten minste een minuut voordat
de afstandsbediening wordt gebruikt en
houd de afstandsbediening in stand A.
Steek de sleutel met de afstands-
bediening in het contactslot.
Druk binnen tien seconden gedurende
ten minste 5 seconden op een van de
twee knoppen (of ª).
Verwijder de sleutel met de afstands-
bediening uit het contactslot.
Wacht ten minste een minuut voordat
de afstandsbediening wordt gebruikt.
De afstandsbediening werkt nu weer.
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 9
10
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
MECHANISCHE SLEUTEL fig. 7
De metalen baard Azit vast aan de sleutel.
De sleutel dient voor:
het start-/contactslot;
de sloten van de portieren;
het ont-/vergrendelen van de tankdop.
fig. 7 F0P0601m
DIEFSTALALARM
(indien aanwezig)
Als de auto is uitgerust met het diefstal-
alarm, zijn er twee soorten beveiligingen:
omtrekbeveiliging (alarm wordt inge-
schakeld als een voorportier of achter-
deur wordt geopend);
volumetrische beveiliging (alarm wordt
ingeschakeld bij beweging in het inte-
rieur van de auto).
Inschakeling (compleet alarm met
interieur- en omtrekbewaking)
Trek de sleutel uit het contactslot
Verlaat de auto
Druk op de knop (een keer of - voor
dead lock - twee keer)
Het bewakingslampje begint te knipperen.
Inschakeling (alarm alleen met
omtrekbewaking)
Trek de sleutel uit het contactslot
Druk binnen 10 seconden op de knop
fig. 7a en houd de knop ingedrukt tot-
dat het bewakingslampje permanent
gaat branden.
Verlaat de auto.
Druk op de knop (een keer of - voor
dead lock - twee keer)
Het bewakingslampje begint te knipperen.
Alarm uitschakelen
Druk op knop ªom het diefstalalarm uit
te schakelen, waarna het bewakingslampje
dooft.
fig. 7a F0P0062m
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 10
11
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Hieronder worden alle met de sleutel in te schakelen functies samengevat (met en zonder afstandsbediening):
Type sleutel
Mechanische sleutel
Sleutel met afstandsbediening
Knipperen
richtingaanwijzers (alleen met
sleutel met afstandsbediening)
Ontgrendelen
sloten
Sleutel linksom
draaien
(bestuurderszijde
en zijschuifdeur,
indien aanwezig)
Sleutel linksom
draaien
(bestuurderszijde
en zijschuifdeur,
indien aanwezig)
Knop
ª
kort
indrukken
2 x knipperen
Sloten van
buitenaf
vergrendelen
Sleutel rechtsom
draaien
(bestuurderszijde
en zijschuifdeur, in-
dien aanwezig)
Sleutel rechtsom
draaien
(bestuurderszijde
en zijschuifdeur,
indien aanwezig)
Knop
kort
indrukken
1 x knipperen
Dead lock
inschakelen
(indien aanwezig)
Knop
twee keer
indrukken
3 x knipperen
Slot
achterklep
ontgrendelen
(indien aanwezig)
2 x knipperen
BELANGRIJK Het openen van de ruiten is gekoppeld aan het commando voor ontgrendeling van de portieren; het sluiten van de
ruiten is gekoppeld aan het commando voor vergrendeling van de portieren.
Ruiten openen
(indien van
toepassing)
Knop
ª
langer
dan 2 seconden
indrukken
2 x knipperen
Ruiten sluiten
(indien van
toepassing)
Knop
langer dan
2 seconden indruk-
ken
1 x knipperen
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 11
12
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
START-/CONTACTSLOT
De sleutel kan in 4 standen worden
gedraaid fig. 8:
S: motor uit, sleutel uitneembaar,
stuurslot ingeschakeld.
A: enkele elektrische installaties wer-
ken.
M: contact aan. Alle elektrische instal-
laties werken.
D: motor starten
(stand zonder vergrendeling).
STUURSLOT
Inschakelen
Zet de sleutel in stand S, trek de sleutel
uit het start-/contactslot en draai het
stuur totdat het vergrendelt.
Uitschakelen
Draai het stuur iets heen en weer, terwijl
u de sleutel in stand Mdraait.
Als het start-/contactslot is
geforceerd (bijv. bij een
poging tot diefstal) moet u, voordat
u weer met de auto gaat rijden, de
werking van het slot laten controleren
bij het Fiat Servicenetwerk.
ATTENTIE!
Neem altijd de sleutel uit het
contactslot als de auto wordt
verlaten, om onbedoeld gebruik van
de bedieningsknoppen/-hendels te
voorkomen. Vergeet niet de handrem
aan te trekken. Schakel de eerste ver-
snelling in als de auto op een helling
omhoog staat en de achteruit bij een
helling omlaag (gezien vanuit de rij-
richting). Laat kinderen nooit alleen
achter in de auto.
ATTENTIE!
fig. 8 F0P0010m
Verwijder de sleutel nooit uit
het contactslot als de auto
nog in beweging is. Bij de eerste stuur-
uitslag blokkeert het stuur automa-
tisch. Dit geldt in alle gevallen, ook
als de auto gesleept wordt.
ATTENTIE!
Het is streng verboden om
de-/montagewerkzaamheden
uit te voeren, waarvoor wijzigingen in
de stuurinrichting of de stuurkolom
vereist zijn (bijv. bij montage van een
diefstalbeveiliging). Hierdoor kunnen
de prestaties van het systeem, de ga-
rantie en de veiligheid in gevaar wor-
den gebracht en voldoet de auto niet
meer aan de typegoedkeuring.
ATTENTIE!
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 12
13
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
INSTRUMENTENPANEEL
ASnelheidsmeter
BBrandstofmeter met waarschuwings-
lampje brandstofreserve
CKoelvloeistoftemperatuurmeter met
waarschuwingslampje voor te hoge
koelvloeistoftemperatuur
DToerenteller
EMultifunctioneel display
F0P0012m
fig. 9
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 13
15
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Lampjes op het bovenste paneel
Op enkele uitvoeringen kunnen op het
bovenste paneel fig. 12 (boven de bin-
nenspiegel) de volgende lampjes aan-
wezig zijn:
lampje niet omgelegde veiligheidsgordel
(<) (uitvoering met twee zitplaatsen
voor).
lampje uitgeschakelde airbag passa-
gierszijde (
)
fig. 12 F0P0285m
fig. 13
1/2
F0P0353m
LICHTSTERKTEREGELING
INSTRUMENTENPANEEL
Lichtsterkte instrumentenpaneel regelen:
druk op de knop A-fig. 13
DISPLAY
Het display fig. 14 toont door middel van
de betreffende lampjes (raadpleeg het
hoofdstuk “Lampjes en berichten”):
snelheidsbegrenzer/cruise-control;
totaal aantal afgelegde km’s of mijlen;
motorolieniveaumeter;
water in dieselfilter;
voorgloeibougies.
Afhankelijk van de uitvoering, toont het
display de actuele tijd.
Klokje instellen op het display op
het instrumentenpaneel
Om de tijd op het display op het instru-
mentenpaneel in te stellen, moet u de
knop A-fig. 15 als volgt bedienen:
fig. 14 F0P0291m fig. 15
1/2
F0P0292m
als u de knop naar links draait, gaan de
minuten knipperen;
als u de knop naar rechts draait, wordt
de waarde van de minuten verhoogd (als
u de knop naar rechts gedraaid houdt,
lopen de minuten snel door);
als u de knop naar links draait, gaan de
uren knipperen;
als u de knop naar rechts draait, wordt
de waarde van de uren verhoogd (als u
de knop naar rechts gedraaid houdt,
lopen de uren snel door);
als u de knop naar links draait, kiest u
de weergave: 24H of 12H;
als u de knop naar rechts draait, kunt
u de gewenste weergave kiezen;
als u de knop naar links draait, is het
instellen van het klokje beëindigd.
Na ongeveer 30 seconden toont het dis-
play de actuele tijd volgens de uitgevoerde
instellingen, mits u geen andere instellin-
gen hebt uitgevoerd.
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 15
16
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Klokje instellen op het display op
de middenconsole
Enkele uitvoeringen hebben een midden-
console met een display waarop de tijd
wordt aangegeven. Raadpleeg voor het in-
stellen van de tijd de boordcomputer bij
“Tijd en datum instellen.
ONDERHOUDSMETER
Deze geeft informatie over de onder-
houdsintervallen in relatie tot het gebruik
van de auto.
Werking
Als de sleutel in het contactslot wordt
gestoken, dan wordt gedurende enkele
seconden op het display een steeksleutel
weergegeven, als symbool voor de onder-
houdswerkzaamheden; op het display van
de totaalkilometerteller wordt het aantal
kilometers (naar beneden afgerond) aan-
gegeven dat nog kan worden afgelegd tot
de volgende servicebeurt. De onderhouds-
intervallen worden berekend vanaf de laat-
ste reset van de meter.
Het interval wordt bepaald m.b.v. twee
parameters:
afgelegde afstand
verstreken tijd na de laatste service-
beurt.
Interval tot volgende servicebeurt
overschreden.
Nadat de contactsleutel in
stand Mis gedraaid, knippert
gedurende enkele seconden
het steeksleutelsymbool voor
het onderhoud en wordt
aantal kilometers getoond dat na het
verstrijken van het onderhoudsinterval is
afgelegd.
Afstand tot volgende servicebeurt
groter dan 1.000 km
Bijvoorbeeld: er kan nog 4.800 km wor-
den gereden tot de volgende servicebeurt.
Nadat de contactsleutel in stand Mis
gedraaid, toont het display gedurende
enkele seconden de volgende informatie:
De resterende afstand kan
worden beïnvloed door een
tijdfactor op basis van de
wijze waarop de bestuurder
de auto gebruikt.
F0P0354m
F0P0355m
Enkele seconden later nadat de sleutel in stand
Mis gedraaid, wordt het motorolieniveau
aangegeven, vervolgens begint de kilometer-
teller te werken en wordt de totaalkilome-
ter-stand en de dagtellerstand weergegeven.
Afstand tot volgende servicebeurt
kleiner dan 1.000 km
Nadat de contactsleutel in stand Mis
gedraaid, knippert gedurende enkele
seconden het steeksleutelsymbool voor
het onderhoud en wordt het resterende
aantal kilometers getoond: Het steeksleutelsymbool blijft
bij draaiende motor perma-
nent branden totdat het
onderhoud is uitgevoerd.
OLIENIVEAUMETER
Als u de contactsleutel in stand
Mdraait, geeft het instrument, na de
weergave van het aantal kilometers dat
nog kan worden afgelegd tot de volgende
servicebeurt, tijdelijk het olieniveau in het
motorcarter aan. Als het opschrift “OIL
knippert, er een geluidssignaal klinkt en
een bericht verschijnt, dan is het olieniveau
in de motor onvoldoende. Als het
opschrift “OIL –“ knippert, dan is er een
storing in de olieniveausensor.
OIL OK
F0P0356m
Eerste van de twee intervallen bereikt: het
steeksleutelsymbool voor het onderhoud
brandt ook als het interval van twee jaar
is verstreken.
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 16
17
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
De stoffen bekleding van uw
auto is langdurig bestand
tegen slijtage bij een normaal
gebruik van de auto. Hevig
en/of langdurig wrijven met kleding-
accessoires zoals metalen gespen, sier-
knopen en klittenbandsluitingen, moet
echter absoluut worden vermeden om-
dat hierdoor grote druk ontstaat op een
bepaalde plek op de bekleding, waar-
door deze plek kan slijten en de bekle-
ding beschadigd wordt.
Afstand tot de bestemming
Geeft de nog af te leggen afstand aan tot
de ingestelde bestemming als het navigatie-
systeem is ingeschakeld.
Afgelegde afstand
Geeft de afgelegde afstand aan, berekend
vanaf het begin van de rit na de reset-
procedure (gegevens op nul zetten).
Gemiddeld verbruik
Geeft het gemiddelde brandstofverbruik
aan, berekend vanaf het begin van de rit
na de resetprocedure (gegevens op nul
zetten).
Gemiddelde snelheid
Geeft de gemiddelde snelheid aan, bere-
kend vanaf het begin van de rit na de
resetprocedure (gegevens op nul zetten).
TRIPCOMPUTER
Met de tripcomputer kunnen, door her-
haaldelijk op de knop fig. 16 aan het uit-
einde van de hendel te drukken, achter-
eenvolgens de onderstaande gegevens
worden getoond:
actieradius auto, huidig brandstof-
verbruik, afstand tot de bestem-
ming, trip 1 (afgelegde afstand, ge-
middeld brandstofverbruik, gemid-
delde snelheid) en trip 2 (afgelegde
afstand, gemiddeld brandstofver-
bruik, gemiddelde snelheid).
Deze informatie wordt weergegeven
op het display van het CONNECT info-
telematicasysteem.
Op nul zetten (reset): om de gegevens
op nul te zetten; houd langer dan 2
seconden de knop ingedrukt die is afge-
beeld in fig. 16.
Actieradius van de auto
Geeft de geschatte afstand aan die nog kan
worden afgelegd met de brandstof in de
brandstoftank, waarbij er van uit wordt
gegaan dat het rijgedrag niet verandert.
Huidig verbruik
Geeft het gemiddelde brandstofverbruik
aan dat berekend wordt over de laatst ver-
streken seconden van de rit.
fig. 16 F0P0041m
ZITPLAATSEN VOOR
Alle afstellingen mogen uit-
sluitend bij een stilstaande
auto worden uitgevoerd.
ATTENTIE!
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 17
18
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Verstellen in lengterichting fig. 17
Trek de hendel Aomhoog en schuif de
stoel naar voren of naar achteren: als u
rijdt, moeten de armen licht gebogen zijn
en de handen op de rand van het stuur
rusten. Laat de hendel los en controleer
of de stoel goed geblokkeerd is door hem
naar voren en naar achteren te schuiven.
Als u de hendel loslaat, moet
altijd gecontroleerd worden
of de stoel goed geblokkeerd is door
te proberen de stoel naar voren en
naar achteren te schuiven. Als de stoel
niet is geblokkeerd, kan de stoel plot-
seling verschuiven, waardoor u de con-
trole over de auto zou kunnen verlie-
zen.
ATTENTIE!
Voor maximale veiligheid
moet u de rugleuning recht-
op zetten, tegen de leuning aan gaan
zitten en de gordel goed laten aan-
sluiten op borst en bekken.
ATTENTIE!
Neem de stoelen niet uit
elkaar en voer ook geen
onderhouds- en/of reparatiewerk-
zaamheden uit: verkeerd uitge-
voerde werkzaamheden kunnen de
werking van de veiligheidssystemen
in gevaar brengen; wendt u altijd
tot het Fiat Servicenetwerk.
ATTENTIE!
fig. 17 F0P0015m
Bestuurdersstoel in hoogte
verstellen fig. 17-18
Afhankelijk van de uitvoering en het type
is de auto leverbaar met:
een passieve regeling: trek de hendel B
omhoog, voorkom vervolgens dat het
lichaam op de stoel steunt, zodat de
stoel omhoog kan komen.
een actieve regeling: beweeg de hendel
Domhoog of omlaag totdat de
gewenste stand is bereikt.
Verstellen van de rugleuning fig. 17
Verstel de rugleuning met de hendel C.
fig. 18 F0P0322m
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 18
19
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
fig. 18/a F0P0016m
fig. 19
AB
F0P0017m
fig. 20 F0P0018m
fig. 21 F0P0019m
Lendensteunverstelling
(indien aanwezig) fig. 18/a
Bedien de hendel Aom het steunvlak van
de rugleuning aan te passen.
Stoelverwarming
(indien aanwezig) fig. 19
Druk met de contactsleutel in stand M
op de knop Aof B(bestuurderszijde of
passagierszijde) om de functie in of uit te
schakelen. Bij inschakeling gaat het lampje
op de knop branden.
ARMSTEUNEN VOOR
(indien aanwezig) fig. 20-21
Op enkele uitvoeringen zijn tussen de
voorstoelen twee armsteunen geplaatst.
Handel als volgt om de gewenste instel-
ling uit te voeren:
til de armsteun omhoog in stand A;
klap de armsteun helemaal neer in
stand B;
til de armsteun vervolgens omhoog in de
gewenste stand C.
fig. 22 F0P0122m
TWEEZITSBANK VOOR
(indien aanwezig)
De tweezitsbank is vast ingebouwd en
voorzien van driepunts-veiligheidsgordels
met rolautomaat.
Deze bank kan uitgerust zijn met een
uitklapbare klep fig. 22 die als werkblad
gebruikt kan worden. Trek voor het
gebruiken van het werkblad aan de lip.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 19
20
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
NEERKLAPPEN, VERWIJDEREN
EN WEER MONTEREN VAN DE
ACHTERBANK
Voor het verwijderen en
vervolgens weer monteren
van de achterbank, moet de rug-
leuning neergeklapt worden gehou-
den en plat tegen de zitting aan-
liggen, om ieder mogelijk contact
te voorkomen met de scharnier-
mechanismen van de bank zelf.
ATTENTIE!
ZITPLAATSEN
ACHTER
Aparte stoel
Deze kan worden omgeklapt om de toe-
gang tot de zitplaatsen achter te verge-
makkelijken, en kan ook worden verwijderd.
Op enkele uitvoeringen kan de rugleuning
van de stoel voorzien zijn van een steun-
vlak.
Om het te gebruiken, moet u de ont-
grendelhendel A-fig. 23 bedienen en de
rugleuning tot op de zitting begeleiden.
Neerklappen/verwijderen aparte
stoel
Trek de handgreep A-fig. 23 omhoog om
de rugleuning neer te klappen.
Ga voor het verwijderen van de stoel als
volgt te werk:
bedien de handgreep A-fig. 24 en
begeleid de stoel naar voren, zoals in
de figuur is afgebeeld;
til de stoel omhoog zodat de pennen
loskomen uit de verankeringen en
verwijder de stoel, waarbij de rug-
leuning goed neergeklapt moet zijn op
de zitting.
fig. 23 F0P0022m
fig. 24 F0P0023m
Voor het verwijderen en ver-
volgens weer monteren van de
stoel, moet de rugleuning neer-
geklapt worden gehouden en
plat tegen de zitting aanliggen, om
ieder mogelijk contact te voorkomen
met de scharniermechanismen van de
stoel zelf.
TWEEZITSBANK
Afhankelijk van de uitvoering zijn er ver-
schillende soorten:
tweezitsbank met vaste rugleuning;
verwijderbare tweezitsbank met
afzonderlijk neerklapbare rugleuningen;
verwijderbare tweezitsbank met
afzonderlijk verstelbare en tot tafel
omklapbare rugleuningen.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 20
22
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
OPSTELLINGEN VAN
DE ZITPLAATSEN IN
HET INTERIEUR
Afhankelijk van de uitvoering kan de op-
stelling van de zitplaatsen in het interieur
worden gewijzigd m.b.v. de bevestigingen
op de vloer.
In de volgende afbeeldingen staan enkele
opstellingen afhankelijk van het type uit-
voering.
fig. 27 - 4 zitplaatsen F0P0123m
fig. 28 - 5 zitplaatsen F0P0124m
fig. 29 - 6 zitplaatsen F0P0125m
fig. 30 - 7 zitplaatsen F0P0126m
fig. 31 - 8 zitplaatsen F0P0127m
fig. 32 - 9 zitplaatsen F0P0128m
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 22
23
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
HOOFDSTEUN
Omhoog plaatsen:
trek de hoofdsteun omhoog totdat hij
hoorbaar vergrendelt.
Omlaag plaatsen:
druk op de knop A-fig. 33 of A-fig.
34 en duw de hoofdsteun omlaag.
De hoofdsteunen moeten zo
worden ingesteld dat ze het
hoofd ondersteunen en niet de nek.
Alleen in dat geval bieden ze
bescherming.
ATTENTIE!
BELANGRIJK Bij een andere opstelling van
de zitplaatsen:
als de hoofdsteun wordt verwijderd,
bevestig deze dan aan een steun
controleer of de veiligheidsgordels be-
reikbaar blijven en eenvoudig door de
inzittenden kunnen worden omgelegd
inzittenden mogen nooit reizen op een
zitplaats zonder correct afgestelde
hoofdsteun en zonder omgelegde
veiligheidsgordel
ATTENTIE fig. 32/a
Er mag niet worden gereden met een pas-
sagier:
op de derde zitrij als de rugleuning van
de tweede zitrij in de tafelstand is
geplaatst;
op de derde zitrij als de stoel/bank van
de tweede zitrij is ingeklapt;
op de middelste zitplaats als de zitplaats
aan de rechter zijkant is ingeklapt.
fig. 32/a F0P0323m
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 23
24
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
STUUR
Het stuurwiel kan zowel in lengterichting
als in hoogte worden versteld.
Handel als volgt om de gewenste instel-
ling uit te voeren:
ontgrendel de hendel A-fig. 35 door
deze naar voren te drukken (stand 2);
plaats het stuur in de gewenste stand;
vergrendel de hendel Adoor hem naar
het stuur te trekken (stand 1).
fig. 35 F0P0028m
Het stuur mag alleen worden
versteld als de auto stilstaat.
ATTENTIE!
Het is streng verboden om
demontage-/montagewerk-
zaamheden uit te voeren, waarvoor wij-
zigingen in de stuurinrichting of de
stuurkolom vereist zijn (bijv. bij mon-
tage van een diefstalbeveiliging). Hier-
door kunnen de prestaties van het sys-
teem, de garantie en de veiligheid in
gevaar worden gebracht en voldoet de
auto niet meer aan de typegoedkeuring.
ATTENTIE!
fig. 33 F0P0026m
fig. 34 F0P0027m
Voor het optimaal benutten van de hoofd-
steun moet de rugleuning zo zijn ingesteld
dat u rechtop zit en dat uw hoofd zich zo
dicht mogelijk bij de hoofdsteun bevindt.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 24
26
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Inklappen
Indien nodig (bijv. als de breedte van de
spiegel een hindernis vormt in nauwe
doorgangen) kunnen de buitenspiegels
worden ingeklapt door ze van stand
1-fig. 39 in stand 2te zetten.
Tijdens het rijden moeten de
spiegels altijd in stand 1-fig.
39 staan.
Het onderste gedeelte van de
spiegel aan bestuurderszijde
is bol, waardoor de afstandswaar-
neming enigszins wordt beïnvloed.
ATTENTIE!
Ontwaseming/ontdooiing
(indien aanwezig)
De buitenspiegels zijn voorzien van
verwarmingselementen die worden
ingeschakeld als de achterruitverwarming
wordt ingeschakeld (door op de knop
(
)
te drukken.
WAARSCHUWING De functie is tijd-
geschakeld en wordt na enige minuten
automatisch uitgeschakeld.
fig. 39 F0P0032m
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 26
28
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Om de luchtroosters Ben Cte gebruiken,
moet u met de betreffende schuif de lucht-
roosters in de gewenste stand instellen.
BEDIENINGSKNOPPEN fig. 44
Draaiknop A voor de
luchtverdeling
μ
voor lucht uit de luchtroosters in het
midden en aan de zijkanten;
voor luchttoevoer naar de beenruim-
ten en voor een iets lagere tempera-
tuur uit de luchtroosters op het dash-
board (“bilevel”-stand);
voor verwarming bij lage buitentem-
peraturen: maximale luchtopbrengst
naar de beenruimte;
voor verwarming van de beenruimte
en ontwaseming van de voorruit;
-
voor een snelle ontwaseming van de
voorruit.
fig. 44 F0P0036m
fig. 42 F0P0034m
fig. 43 F0P0035m
LUCHTROOSTERS IN HET
MIDDEN EN AAN DE ZIJKANT
fig. 42-43
De luchtroosters zijn verstelbaar in de
door de pijlen aangegeven vier richtingen.
AVast luchtrooster voor de zijruiten.
BVerstelbare luchtroosters aan de zijkant.
CVerstelbare luchtroosters in het midden.
De luchtroosters Azijn niet verstelbaar.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 28
29
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Draaiknop B dient voor
inschakelen en regelen van de
aanjager
0= aanjager uit
1-2-3 = aanjagersnelheid
4
-
p= aanjager op maximale snelheid
Draaiknop C voor regeling van de
luchttemperatuur (menging van
warme/koude lucht)
Rood gebied = warme lucht
Blauw gebied = koude lucht
Knop D voor in-/uitschakeling van
de luchtrecirculatie
Als u op de knop drukt, schakelt de lucht-
recirculatie in.
Als u na inschakeling van de luchtrecircu-
latie opnieuw op de knop drukt, wordt
de luchtrecirculatie uitgeschakeld.
SNELLE VERWARMING VAN
INTERIEUR
Ga voor snel verwarmen als volgt te werk:
draai de knop Cin het rode vlak;
schakel de recirculatie in
(indien uitgeschakeld);
draai de knop Ain stand
;
draai de knop Bin stand 4
-
p
(maximale aanjagersnelheid).
Vervolgens kan een stand gekozen wor-
den waarbij het comfort optimaal blijft.
Druk op de knop Dom de luchtrecircu-
latie uit te schakelen en het beslaan van
de ruiten te voorkomen.
WAARSCHUWING Wacht bij een koude
motor enige minuten totdat de koelvloei-
stof de optimale bedrijfstemperatuur heeft
bereikt.
VENTILATIE VAN HET
INTERIEUR
Ga voor een goede ventilatie in het
interieur als volgt te werk:
draai de knop Cin het blauwe vlak;
schakel de recirculatie uit
(indien ingeschakeld);
draai de knop Ain stand
μ
;
draai de draaiknop Bop de gewenste
snelheid.
VERWARMING VAN HET
INTERIEUR
Ga als volgt te werk:
draai de knop Cin het rode vlak;
draai de knop Ain de gewenste stand;
draai de draaiknop Bop de gewenste
snelheid.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 29
31
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
AIRCONDITIONING,
HANDBEDIEND
(waar voorzien)
BEDIENINGSKNOPPEN fig. 46
Draaiknop A voor de
luchtverdeling
μ
voor lucht uit de luchtroosters in het
midden en aan de zijkanten;
voor luchttoevoer naar de beenruimten
en voor een iets lagere temperatuur
uit de luchtroosters op het dashboard
(“bilevel”-stand);
voor verwarming bij lage buitentem-
peraturen: maximale luchtopbrengst
naar de beenruimte;
voor verwarming van de beenruimte
en ontwaseming van de voorruit;
-
voor een snelle ontwaseming van de
voorruit.
Draaiknop B dient voor
inschakelen en regelen van de
aanjager
0= aanjager uit
1-2-3 = aanjagersnelheid
4
-
p= aanjager op maximale snelheid
RECIRCULATIE INSCHAKELEN
fig. 44
Druk op de knop
Ω
.
Wij raden u aan de recirculatiefunctie in
te schakelen in de file of in tunnels. Hier-
mee wordt voorkomen dat vervuilde lucht
het interieur bereikt. Het is niet raadzaam
dit systeem langdurig te laten werken, om-
dat anders, vooral als u met meerdere
personen in de auto zit, de kans aanzien-
lijk toeneemt dat de ruiten beslaan.
WAARSCHUWING Met de recirculatie-
functie kan, afhankelijk van de gekozen
werking (“verwarmen” of “koelen”) snel-
ler het gewenste resultaat worden bereikt.
Het verdient aanbeveling om de recircu-
latiefunctie in te schakelen op regen-
achtige en koude dagen, om te voor-
komen dat de ruiten beslaan.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 31
32
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Draaiknop C voor regeling van de
luchttemperatuur (menging van
warme/koude lucht)
Rood gebied = warme lucht
Blauw gebied = koude lucht
Knop E voor het in-/uitschakelen
van de airconditioning
Als de knop wordt ingedrukt (led op knop
brandt), wordt de airconditioning inge-
schakeld.
Als u nogmaals op de knop drukt (lampje
op de knop gedoofd), schakelt de aircon-
ditioning uit.
fig. 46 F0P0038m
Knop D voor in-/uitschakeling van
de luchtrecirculatie
Als u op de knop drukt, schakelt de lucht-
recirculatie in.
Als u na inschakeling van de luchtrecircu-
latie opnieuw op de knop drukt, wordt
de luchtrecirculatie uitgeschakeld.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 32
33
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
VENTILATIE VAN HET
INTERIEUR
Ga voor een goede ventilatie in het
interieur als volgt te werk:
draai de knop Cin het blauwe vlak;
schakel de luchtrecirculatie uit door de
knop Din te drukken;
draai de knop Ain stand
μ
;
draai de draaiknop Bop de gewenste
snelheid.
AIRCONDITIONING (koeling)
Ga voor snel koelen als volgt te werk:
draai de knop Cin het blauwe vlak;
schakel de luchtrecirculatie in door de
knop Din te drukken;
draai de knop Ain stand
μ
;
schakel de airconditioning in door de
knop Ein te drukken; het lampje op
de knop Egaat branden;
draai de knop Bin stand 4
-
p
(maximale aanjagersnelheid).
Regeling van de koeling
draai de knop Cnaar rechts voor ver-
hoging van de temperatuur;
schakel de luchtrecirculatie uit door de
knop Din te drukken;
draai de knop Bvoor verlaging van de
aanjagersnelheid.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 33
34
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
VERWARMING VAN HET
INTERIEUR
Ga als volgt te werk:
draai de knop Cin het rode vlak;
draai de knop Aop het gewenste sym-
bool;
draai de draaiknop Bop de gewenste
snelheid;
SNELLE VERWARMING VAN
INTERIEUR
Ga voor snel verwarmen als volgt te werk:
draai de knop Cin het rode vlak;
schakel de luchtrecirculatie in (indien
uitgeschakeld) door de knop Din te
drukken;
draai de knop Ain stand
;
draai de knop Bin stand 4
-
p
(maximale aanjagersnelheid).
Vervolgens kan een stand gekozen wor-
den waarbij het comfort optimaal blijft en
op de knop Dworden gedrukt om de
luchtrecirculatie uit te schakelen.
BELANGRIJK Bij een koude motor moet
enige minuten worden gewacht totdat de
vloeistof van het systeem de optimale
bedrijfstemperatuur heeft bereikt.
SNEL ONTWASEMEN/
ONTDOOIEN VOORRUITEN
(VOORRUIT EN ZIJRUITEN)
Ga als volgt te werk:
draai de knop Cin het rode vlak;
draai de knop Bin stand 4
-
p
(maximale aanjagersnelheid);
draai de knop Ain stand
-
;
schakel de luchtrecirculatie uit (indien
ingeschakeld) door de knop Din te
drukken;
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 34
36
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
ONDERHOUD VAN HET
SYSTEEM
Tijdens de winter moet de airconditioning
ten minste een keer per maand geduren-
de ongeveer 10 minuten worden inge-
schakeld. Laat voor het zomerseizoen de
werking van de airconditioning door het
Fiat Servicenetwerk controleren.
De airconditioning maakt ge-
bruik van het koelmiddel
R134a. Bij lekkage is dit mid-
del niet schadelijk voor het
milieu. Gebruik in geen geval andere
middelen, zoals R12, omdat anders de
componenten van het systeem bescha-
digd kunnen worden.
WAARSCHUWING Met de recirculatie-
functie kan, afhankelijk van de gekozen
werking (“verwarmen” of “koelen”) snel-
ler het gewenste resultaat worden bereikt.
Het verdient aanbeveling om de recircu-
latiefunctie in te schakelen op regenach-
tige en koude dagen, om te voorkomen
dat de ruiten beslaan.
RECIRCULATIE INSCHAKELEN
fig. 46
Druk op de knop
Ω
.
Wij raden u aan de recirculatiefunctie in
te schakelen in de file of in tunnels. Hier-
mee wordt voorkomen dat vervuilde lucht
het interieur bereikt. Het is niet raadzaam
dit systeem langdurig te laten werken, om-
dat anders, vooral als u met meerdere
personen in de auto zit, de kans aanzien-
lijk toeneemt dat de ruiten beslaan.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 36
37
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
AUTOMATISCHE
TWEEZONE-
KLIMAATREGELING
(indien aanwezig)
BESCHRIJVING
De automatische tweezone-klimaatregeling
regelt de temperatuur en de luchtverdeling
in het interieur in twee zones: bestuurders-
en passagierszijde De temperatuurrege-
ling is gebaseerd op de “gevoelstempera-
tuur”: het systeem houdt doorlopend het
comfort in het interieur constant en com-
penseert eventuele wijzigingen van de
externe klimatologische omstandigheden,
waaronder zonnestraling, die gemeten
wordt met een sensor.
De automatisch gecontroleerde parameters
en functies zijn:
luchttemperatuur bij de uitstroomope-
ningen aan bestuurders-/passagierszijde
voor;
luchtverdeling naar de uitstroomope-
ningen aan bestuurders-/passagierszijde
voor;
aanjagersnelheid (traploze regeling van
de luchtstroom);
inschakeling van de compressor (voor
koelen en drogen van de lucht);
luchtrecirculatie.
Deze functies kunnen handmatig worden
gewijzigd, d.w.z. dat u het systeem kunt
regelen door naar wens een of meer func-
ties te selecteren en te wijzigen. Op deze
manier worden de functies die handmatig
zijn gewijzigd niet langer automatisch door
het systeem geregeld. Het systeem grijpt
alleen in om veiligheidsredenen. De hand-
matige instellingen hebben voorrang boven
de automatische instellingen en blijven in
het geheugen opgeslagen totdat de ge-
bruiker de regeling weer overlaat aan
de automatische werking door de knop
AUTO in te drukken, behalve in de ge-
vallen dat het systeem om veiligheids-
redenen ingrijpt. De handmatige instelling
van een functie beïnvloedt de regeling van
de andere automatisch geregelde functies
niet. De luchtopbrengst in het interieur
is onafhankelijk van de snelheid van de auto
omdat de luchtopbrengst elektronisch ge-
regeld wordt door de aanjager. De lucht-
temperatuur in het interieur wordt altijd
automatisch geregeld op basis van de in-
gestelde temperaturen op de displays van
de bestuurder en de passagier voor (be-
halve als het systeem is uitgeschakeld of
in enkele omstandigheden als de com-
pressor is uitgeschakeld).
De volgende parameters en functies
kunnen handmatig worden ingesteld en
gewijzigd:
temperatuur bestuurders-/passagiers-
zijde voor;
aanjagersnelheid
(traploze regeling);
luchtverdeling in zeven standen
(bestuurder/passagier voor);
inschakelen van de compressor;
niet gescheiden/gescheiden regeling;
snelle ontwaseming/ontdooiing;
luchtrecirculatie;
achterruitverwarming.
uitschakelen van het systeem.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 37
38
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
BEDIENINGSKNOPPEN fig. 48
Adrukknop voor in-/uitschakelen airco-
compressor;
Bdrukknop voor inschakelen functie
AUTO (automatische werking);
C
drukknop voor inschakelen functie
(snelle ontdooiing/ontwaseming voor-
ruit en zijruiten voor);
Ddrukknop voor instelling luchtverdeling;
Edrukknop voor in-/uitschakelen lucht-
recirculatie;
GEBRUIK VAN DE
KLIMAATREGELING
Het systeem kan op verschillende manieren
worden ingeschakeld, maar wij raden u aan
te beginnen met het indrukken van een
van de knoppen AUTO en vervolgens de
draaiknoppen te draaien om op het dis-
play de gewenste temperaturen in te stel-
len.
Omdat het systeem het klimaat in twee
zones in het interieur regelt, kunnen de
bestuurder en de passagier voor verschil-
lende temperatuurwaarden instellen. Het
maximaal toegestane verschil is 7°C.
Op deze wijze begint het systeem geheel
automatisch te werken, zodat zo snel mo-
gelijk de ingestelde temperaturen worden
bereikt. Het systeem regelt de tempera-
tuur, de luchthoeveelheid, de luchtverde-
ling in het interieur, de recirculatiefunctie
en het inschakelen van de aircocompres-
sor.
fig. 48 F0P0040m
Fdrukknop voor in-/uitschakelen ach-
terruitverwarming;
Gdrukknop voor verlagen aanjagersnel-
heid;
Hdrukknop voor verhogen aanjager-
snelheid;
Idraaiknop voor regeling interieurtem-
peratuur passagierszijde;
Ldisplay met informatie over aircondi-
tioning;
Mdraaiknop voor regeling interieurtem-
peratuur bestuurderszijde.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 38
40
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
¡
Luchtstroom verdeeld over de lucht-
roosters in de beenruimten voor en
achter (warmere lucht) en de uit-
stroomopeningen in het midden en
aan de zijkant van het dashboard
(koelere lucht). Deze luchtverdeling
is bijzonder nuttig in de gematigde
seizoenen (voor- en najaar) als de zon
schijnt.
¬
Luchtstroom verdeeld over de lucht-
roosters in de beenruimten en de
luchtroosters voor ontdooien/ont-
wasemen van de voorruit en de zij-
ruiten voor. Deze luchtverdeling
zorgt voor een goede verwarming
van het interieur en voorkomt het
eventuele beslaan van de ruiten.
Luchtstroom verdeeld over de lucht-
roosters voor ontwaseming/ont-
dooiing van de voorruit en de lucht-
roosters in het midden en aan de zij-
kant van het dashboard. Deze ver-
deling maakt het mogelijk de lucht
naar de voorruit te sturen als de zon
op de ruit schijnt.
π
Luchtstroom verdeeld over alle lucht-
roosters in de auto.
De luchtverdeling, als deze handmatig is
ingesteld, wordt aangegeven door een
brandend lampje op de geselecteerde
knoppen. Als een gecombineerde functie
is ingesteld en op een knop wordt ge-
drukt, wordt die functie ook ingeschakeld.
Als echter op een knop gedrukt wordt
waarvan de functie reeds ingeschakeld is,
wordt deze functie uitgeschakeld en gaat
de betreffende led uit. Voor het hervat-
ten van de automatische werking van
de luchtverdeling na een handmatige in-
stelling, moet de knop AUTO worden
ingedrukt.
Als de bestuurder de luchtverdeling naar
de voorruit kiest, wordt automatisch ook
aan de passagierszijde de luchtverdeling
naar de voorruit ingesteld. De passagier
kan vervolgens een andere luchtverdeling
kiezen door de betreffende knoppen in
te drukken.
Drukknoppen voor regelen
aanjagersnelheid G - H
Als u de knop Gpindrukt, dan wordt
de aanjagersnelheid verlaagd en daarmee
de hoeveelheid lucht die naar het interieur
wordt gevoerd. Als u de knop Hp
indrukt, dan wordt de aanjagersnelheid
verhoogd en daarmee de hoeveelheid
lucht die naar het interieur wordt gevoerd.
Beide knoppen werken, waarbij het doel
van het systeem blijft om de ingestelde
temperatuur te handhaven.
De aanjagersnelheid wordt weergegeven
door verlichte staafjes in het symbool p
van de aanjager op het display:
maximum aanjagersnelheid = alle staaf-
jes verlicht;
minimum aanjagersnelheid = één staaf-
je verlicht.
De aanjager kan worden uitgeschakeld,
maar alleen als u de aircocompressor hebt
uitgeschakeld met de knop A.
BELANGRIJK Voor het hervatten van de
automatische werking van de aanjager na
een handmatige instelling, moet de knop
AUTO worden ingedrukt.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 40
41
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Knop AUTO
(in-/uitschakelen automatische
werking)
Als u de knop AUTO indrukt, regelt het
systeem automatisch, in de betreffende
zones, de hoeveelheid en de verdeling van
de naar het interieur toegevoerde lucht en
worden alle voorafgaande handmatige in-
stellingen opgeheven. Als er een of meer-
dere handmatige instellingen zijn uitgevoerd
(luchtrecirculatie, luchtverdeling, aanjager-
snelheid of uitschakeling aircocompressor).
BELANGRIJK Als het systeem vanwege
handmatige instellingen de gewenste tem-
peratuur in de verschillende zones niet
meer kan garanderen en handhaven, knip-
pert de ingestelde temperatuur om aan te
geven dat het systeem een probleem heeft
gesignaleerd; na een minuut dooft het op-
schrift AUTO.
Voor het hervatten van de automatische
werking van het systeem na een handma-
tige instelling (een of meerdere), moet de
knop AUTO worden ingedrukt.
Als u bij automatische werking de knop
AUTO opnieuw indrukt, wordt de tem-
peratuur aan bestuurderszijde en aan pas-
sagierszijde voor automatisch gelijkgesteld,
waardoor u in de twee zones dezelfde
temperatuur en luchtverdeling kunt in-
stellen met de draaiknop aan bestuur-
derszijde. Met deze functie kan de tem-
peratuur in het interieur makkelijk gere-
geld worden als alleen de bestuurder in
de auto zit. De gescheiden regeling van
de temperatuur en de luchtverdeling
wordt automatisch hervat, als u nogmaals
de knop AUTO indrukt.
Drukknop in-/uitschakeling
recirculatiefunctie E
De luchtrecirculatie wordt als volgt ge-
regeld:
automatisch ingeschakeld, door een van
de knoppen AUTO in te drukken; het
symbool AUTO op het display brandt.
handmatig ingeschakeld, door de knop
Ein te drukken; het symbool
Ω
ver-
schijnt op het display;
handmatig uitgeschakeld, door de knop
Ein te drukken; het symbool
Ω
op
het display dooft.
BELANGRIJK Met de recirculatiefunctie
kunnen de gewenste omstandigheden
(verwarming of koeling van het interieur)
sneller worden bereikt.
Het is echter niet raadzaam deze functie
handmatig in te schakelen op regenachtige
of koude dagen, omdat dan de ruiten aan
de binnenzijde aanzienlijk sneller kunnen
beslaan, vooral als de airconditioning niet
is ingeschakeld.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 41
42
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Bij lage buitentemperaturen wordt de re-
circulatie uitgeschakeld (met luchttoevoer
van buiten) om het beslaan van de ruiten
te voorkomen.
Bij automatische werking wordt de recir-
culatie automatisch door het systeem ge-
regeld op basis van de externe klimato-
logische omstandigheden.
Drukknop voor in-/uitschakelen
aircocompressor A
Als u de knop A/C indrukt, schakelt de
aircocompressor in en kunnen op het dis-
play de letters A/C worden weergegeven
om de inschakeling te bevestigen. Als u
bij ingeschakelde compressor opnieuw op
de knop A/C drukt, schakelt de airco-
compressor uit en verdwijnen ook de let-
ters van het display om de uitschakeling
te bevestigen. Als u de aircocompressor
uitschakelt, wordt de recirculatie uitge-
schakeld om het eventuele beslaan van de
ruiten te voorkomen. Als het systeem de
ingestelde temperatuur echter niet meer
kan handhaven, gaat de temperatuur knip-
peren en dooft ook het opschrift AUTO.
BELANGRIJK Met uitgeschakelde airco-
compressor is het niet mogelijk lucht in
het interieur te voeren met een tempe-
ratuur die lager is dan de buitentempera-
tuur; bovendien kunnen (in bijzondere
weersomstandigheden) de ruiten zeer snel
beslaan omdat de lucht niet gedroogd kan
worden.
Het uitschakelen van de compressor blijft
ook opgeslagen als de motor wordt uit-
geschakeld. U kunt de automatische re-
geling van de aircocompressor weer in-
schakelen door nogmaals de knop A/C in
te drukken of de knop AUTO.
Als de compressor is uitgeschakeld, kan
de aanjagersnelheid handmatig op nul wor-
den gezet.
Als de compressor is ingeschakeld bij
draaiende motor, kan de aanjagersnelheid
niet lager zijn dan een minimale waarde
(één staafje verlicht).
Bij lage buitentemperaturen
raden wij u aan om de recir-
culatiefunctie niet te gebruiken, om-
dat hierdoor de ruiten sneller kunnen
beslaan.
ATTENTIE!
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 42
46
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
VERWARMING VAN HET
INTERIEUR
Ga als volgt te werk:
draai de knop Ain het rode vlak;
draai de draaiknop Bop de gewenste
snelheid.
SNELLE VERWARMING VAN
INTERIEUR
Ga voor snel verwarmen als volgt te werk:
draai de knop Ain het rode vlak;
schakel de recirculatie in;
draai de knop Bin stand 4p
(maximale aanjagersnelheid).
Vervolgens kan een stand gekozen wor-
den waarbij het comfort optimaal blijft en
de luchtrecirculatie wordt uitgeschakeld.
BELANGRIJK Bij een koude motor moet
enige minuten worden gewacht totdat
de vloeistof van het systeem de optimale
bedrijfstemperatuur heeft bereikt.
fig. 52 F0P0045m
In-/uitschakeling airconditioning
Druk op de knop A-fig. 52 om de air-
conditioning in te schakelen.
Bij inschakeling gaat het lampje B-fig. 52
op de knop zelf en het lampje C-fig. 51
op het schakelaarpaneel gelijktijdig branden.
Druk opnieuw op de knop A-fig. 52 om
de airconditioning uit te schakelen (beide
lampjes doven om de uitschakeling te be-
vestigen).
VENTILATIE VAN HET
INTERIEUR
Ga voor een goede ventilatie in het inte-
rieur als volgt te werk:
draai de knop Ain het blauwe vlak;
schakel de recirculatie uit;
draai de draaiknop Bop de gewenste
snelheid.
AIRCONDITIONING (koeling)
Ga voor snel koelen als volgt te werk:
draai de knop Ain het blauwe vlak;
schakel de recirculatie in;
schakel de airconditioning in door de
knop A-fig. 52 in te drukken; het lamp-
je Bop de knop gaat branden;
draai de knop Bin stand 4p
(maximale aanjagersnelheid).
Regeling van de koeling
draai de knop Ain het blauwe vlak;
schakel de recirculatie uit;
draai de knop Bvoor verlaging van de
aanjagersnelheid.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 46
49
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Follow me home (indien aanwezig)
Met deze functie wordt een bepaalde
periode ingesteld (45 seconden) waarin
de ruimte voor de auto wordt verlicht;
de functie wordt ingeschakeld door bij
contactslot in stand Sof verwijderde
sleutel de linker hendel in de richting van
het dashboard te drukken. Deze functie
wordt ingesteld door de hendel binnen
2 minuten na het uitschakelen van de
motor te bedienen.
Als de auto is uitgerust met automatisch
inschakelende buitenverlichting en dim-
licht, wordt de functie follow me home
automatisch ingeschakeld als een portier
wordt geopend.
SCHEMERSENSOR
(automatische koplampen)
(indien aanwezig)
Deze sensor is in staat om de verschillen
in sterkte van het omgevingslicht waar te
nemen op basis van de ingestelde gevoe-
ligheid: hoe hoger de gevoeligheid, hoe
minder buitenlicht er nodig is om de ver-
lichting in te schakelen.
Inschakelen fig. 58
Draai de draaiknop in stand AUTO: op
deze manier gaan, afhankelijk van de sterk-
te van het omgevingslicht, tegelijkertijd de
buitenverlichting en de dimlichten auto-
matisch branden.
fig. 58 F0P0286m
Uitschakelen fig. 58
Zet de draaiknop terug in stand å; bij uit-
schakeling van de functie verschijnt er een
bericht op het display.
De schemersensor is niet in staat om mist
te signaleren. Daarom moet bij mist de
verlichting handmatig worden ingescha-
keld.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 49
50
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
RUITEN REINIGEN
Met de rechter hendel fig. 59 kunt u de
ruitenwissers/-sproeiers en achterruit-
wisser/-sproeier (indien aanwezig) bedie-
nen.
RUITENWISSERS/SPROEIERS
Deze werken uitsluitend als de contact-
sleutel in stand Mstaat.
De draaiknop van de rechter hendel kan
in vier standen worden gezet:
0ruitenwissers uitgeschakeld;
Iwissen met interval;
1langzaam continu wissen;
2snel continu wissen.
STijdelijk wissen (een slag): als u de
hendel loslaat, springt deze direct
weer in stand 0 en schakelen de rui-
tenwissers automatisch uit.
Als u de hendel iets naar het stuur trekt
(onvergrendelde stand), schakelen de rui-
tensproeiers in, ongeacht de stand van de
draaiknop. Als het dimlicht of grootlicht
brandt, gaan gelijktijdig ook de koplamp-
sproeiers (indien aanwezig) werken. Ver-
volgens voeren de ruitenwissers een cy-
clus van drie slagen uit.
Gebruik de ruitenwisser niet
om lagen sneeuw of ijs van de
voorruit te verwijderen. In die
omstandigheden grijpt, als de
ruitenwissers te zwaar worden belast,
de beveiliging in, die ervoor zorgt dat de
ruitenwissers enkele seconden worden
uitgeschakeld. Als hierna de werking niet
wordt hervat (ook na een herstart van
de auto met de contactsleutel), wendt
u dan tot het Fiat Servicenetwerk.
Om het onderhoud (bijvoorbeeld het rei-
nigen van de voorruit of het vervangen van
de wisserbladen) eenvoudiger uit te kun-
nen voeren, gaan de ruitenwissers in een
verticale stand staan als de hendel naar
beneden wordt bewogen binnen 60 se-
conden nadat de contactsleutel in stand
Sis gezet of is uitgenomen; de ruitenwis-
sers kunnen nu omhoog worden geklapt
voor het vervangen van de rubbers of
voor het reinigen.
BELANGRIJK Om eventuele schade aan
de carrosserie te voorkomen, mogen de
ruitenwissers uitsluitend omhoog worden
geklapt als ze eerst in verticale stand zijn
gezet volgens de hiervoor beschreven pro-
cedure.
fig. 59 F0P0051m
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 50
51
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
De regensensor (indien aanwezig) is een
elektronische voorziening voor de ruiten-
wissers en zorgt ervoor dat de frequen-
tie van de slagen van de ruitenwissers, tij-
dens het wissen met interval, automatisch
wordt aangepast aan de hoeveelheid regen
op de ruit.
De regensensor wordt automatisch inge-
schakeld als u de rechter hendel in stand
AUTO zet en heeft een regelbereik dat
geleidelijk varieert van stilstaande ruiten-
wissers (geen enkele slag) bij een droge
ruit, tot de eerste snelheid (langzaam con-
tinu wissen) bij veel regenval.
Als de regensensor wordt ingeschakeld,
maken de ruitenwissers 1 slag.
REGENSENSOR
(indien aanwezig)
De regensensor bevindt zich achter de
achteruitkijkspiegel, staat in contact met de
voorruit en zorgt ervoor dat de frequen-
tie van de slagen van de ruitenwissers, tij-
dens het wissen met interval, automatisch
wordt aangepast aan de hoeveelheid regen
op de ruit.
WAARSCHUWING Houd de ruit in de
omgeving van de sensor schoon.
Als de regensensor fig. 60 aanwezig is:
0Ruitenwissers uitgeschakeld.
IWissen met interval.
1Langzaam continu wissen.
2Snel continu wissen.
AUTO Inschakeling regensensor (auto-
matische werking). Als de hendel wordt
losgelaten, keert deze terug naar stand 0.
fig. 60 F0P0052m
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 51
52
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
Als de ruitensproeiers worden bediend
bij ingeschakelde regensensor, werkt het
normale reinigingsprogramma. Daarna
hervat de regensensor zijn normale auto-
matische werking.
Zet voor het uitschakelen van de regen-
sensor de hendel van de ruitenwissers in
stand I, 1of 2. Bij uitschakeling van de
functie verschijnt er een melding op het
display.
Voor het inschakelen van de regensensor
moet de hendel in een andere stand wor-
den gezet en daarna in stand AUTO.
De regensensor kan de volgende speciale
omstandigheden die van invloed zijn op
de gevoeligheid van de sensor signaleren
en zichzelf aanpassen:
vuil op het controle-oppervlak (zout-
aanslag, vuil enz.);
waterstrepen veroorzaakt door ver-
sleten wisserrubbers;
verschil tussen dag en nacht (het zicht
wordt ‘s nachts sterker gehinderd door
vocht op de ruit).
Als u de hendel iets naar het stuur trekt
(onvergrendelde stand), schakelen de rui-
tensproeiers in, ongeacht de stand van de
draaiknop. Als het dimlicht of grootlicht
brandt, gaan gelijktijdig ook de koplamp-
sproeiers (indien aanwezig) werken. Ver-
volgens voeren de ruitenwissers een cy-
clus van drie slagen uit.
Schakel de regensensor niet
in als de auto in een was-
tunnel wordt gereinigd.
ATTENTIE!
Voor het reinigen van de
voorruit moet altijd worden
gecontroleerd of het systeem is uitge-
schakeld.
ATTENTIE!
Schakel het systeem niet in
als er ijs op de voorruit zit.
ATTENTIE!
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 52
57
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
fig. 63/b F0P0055m
F0P0338m
F0P0339m
F0P0340m
F0P0341m
F0P0342m
Gekozen functie,
weergave van het
symbool “Snelheids-
begrenzer”.
Functie uitgeschakeld,
laatst geprogram-
meerde snelheid -
OFF (bijvoorbeeld
107 km/h).
Functie ingeschakeld
(bijvoorbeeld bij 107
km/h).
Snelheid van de auto
hoger (bijvoorbeeld
118 km/h),
de ingestelde
snelheid knippert.
Melding van een
storing in
de werking,
OFF - de streepjes
knipperen.
“LIMIT”
SNELHEIDSBEGRENZER
(indien aanwezig)
“Deze bestaat uit een instelmogelijkheid voor
de snelheid die de bestuurder niet wil over-
schrijden”. De instelling is mogelijk bij draai-
ende motor en stilstaande of rijdende auto.
De programmeerbare minimum snelheid is
30 km/h.
De bestuurder kan de snelheid van de auto
met de voet op het gaspedaal regelen. Ech-
ter een weerstandspunt in de gaspedaalslag
geeft aan dat de geprogrammeerde snelheid
is bereikt. Door het gaspedaal voorbij dit
weerstandspunt in te trappen kan de gepro-
grammeerde snelheid worden overschreden.
Om de begrenzer weer te kunnen ge-
bruiken, moet u het gaspedaal geleidelijk
loslaten en langzamer dan de geprogram-
meerde snelheid gaan rijden.
Als de auto is uitgerust zowel met een
snelheidsbegrenzer als met cruise-control
(afhankelijk van het land van kenteken-
registratie en de motoruitvoering), dan
kunnen beide functies niet gelijktijdig in-
geschakeld worden.
De instelling is mogelijk bij draaiende
motor zowel bij een stilstaande als een
rijdende auto.
De begrenzer toont op het instrumen-
tenpaneel informatie over de werking en
de geprogrammeerde snelheid:
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 57
59
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER DASHBOARD EN
BEDIENINGS-
ELEMENTEN
F0P0333m F0P0341m
Geprogrammeerde snelheid
overschrijden
Een lichte druk op het gaspedaal heeft
geen effect om de geprogrammeerde snel-
heid te overschrijden; het gaspedaal moet
hiervoor krachtig tot voorbij het weer-
standspunt worden ingetrapt. De begren-
zer schakelt tijdelijk uit en de geprogram-
meerde snelheid gaat knipperen.
Om de begrenzer weer te kunnen ge-
bruiken moet de snelheid van de auto
worden verlaagd tot onder de gepro-
grammeerde snelheid.
Knipperende snelheidsinstelling
De weergegeven snelheid knippert:
bij overschrijding van het weerstands-
punt in de gaspedaalslag
als de begrenzer een snelheidsverho-
ging niet kan verhinderen door de vorm
van het wegdek of als de auto op een
steile helling rijdt
bij snel accelereren.
Functie uitschakelen
Zet de draaiknop in stand 0of verwijder
de contactsleutel uit het contactslot om
het systeem uit te schakelen. De laatst ge-
programmeerde snelheid blijft opgeslagen.
Storingen in de werking
De geprogrammeerde snelheid wordt ge-
wist en vervangen door drie streepjes.
Wendt u tot het Fiat Servicenetwerk om
het systeem te laten controleren.
Correct gebruik
De begrenzer vormt in geen enkele situatie
een ontheffing voor het negeren van de
wettelijke snelheidslimieten of een ver-
vanging voor de waakzaamheid en ver-
antwoordelijkheid van de bestuurder. Blijf
alert op de vorm van het wegdek en bij
snelle acceleratie.
Voorkom dat de werking van de pedalen
wordt gehinderd:
controleer of de vloermat correct ge-
plaatst is,
– plaats niet meerdere vloermatten op elkaar.
F0P0345m F0P0339m F0P0342m
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 59


Product specificaties

Merk: Fiat
Categorie: Personenwagen
Model: Scudo - 2008

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fiat Scudo - 2008 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden




Handleiding Personenwagen Fiat

Fiat

Fiat Bravo 2006 Handleiding

7 Februari 2022
Fiat

Fiat 500 - 2008 Handleiding

17 Augustus 2022
Fiat

Fiat 500 Abarth Handleiding

16 Augustus 2022
Fiat

Fiat Scudo 2014 Handleiding

1 September 2021
Fiat

Fiat Sedici 2006 Handleiding

1 September 2021
Fiat

Fiat Strada Handleiding

31 Augustus 2021
Fiat

Fiat Sedici 2008 Handleiding

31 Augustus 2021
Fiat

Fiat Strada 2011 Handleiding

31 Augustus 2021
Fiat

Fiat Stilo Handleiding

31 Augustus 2021
Fiat

Fiat Scudo 2012 Handleiding

30 Augustus 2021

Handleiding Personenwagen

Nieuwste handleidingen voor Personenwagen

Kia

Kia Cee-d Handleiding

16 Oktober 2023
Kia

Kia Carens 1 Handleiding

16 Oktober 2023
Kia

Kia Carens II Handleiding

16 Oktober 2023
Audi

Audi A1 Handleiding

5 Oktober 2023
Audi

Audi Q3 Handleiding

5 Oktober 2023
Audi

Audi S3 Handleiding

5 Oktober 2023