Fiat Punto 2015 Handleiding

Fiat Personenwagen Punto 2015

Lees hieronder de 📖 handleiding in het Nederlandse voor Fiat Punto 2015 (215 pagina's) in de categorie Personenwagen. Deze handleiding was nuttig voor 48 personen en werd door 2 gebruikers gemiddeld met 4.5 sterren beoordeeld

Pagina 1/215
De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld.
Fiat behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen.
Wendt u voor nadere informatie tot het Fiat Servicenetwerk.
Gedrukt op milieuvriendelijk chloorvrij papier.
NEDERLANDS
GEBRUIK EN ONDERHOUD
FIATPUNTO
COP PUNTO POP NL QUAD 07/03/14 10.58 Pagina 1
Wij, die uw auto hebben bedacht, ontworpen en gebouwd, kennen daarvan werkelijk elk detail en onderdeel.
In de erkende Fiat Service garages vindt u technici die rechtstreeks door ons zijn opgeleid die kwaliteit
en professionaliteit bieden voor alle onderhoudswerkzaamheden.
De Fiat garages staan altijd tot uw beschikking voor het periodieke onderhoud, de seizoenscontroles
en voor praktische adviezen van onze deskundigen.
Met de Originele Fiat-onderdelen behoudt u mettertijd de eigenschappen van betrouwbaarheid,
comfort en prestaties waarom u uw nieuwe auto heeft gekozen.
Vraag altijd om Originele Onderdelen van de componenten die wij gebruiken om onze auto’s te bouwen en
die wij u aanbevelen omdat die het resultaat zijn van ons engagement bij de research en de ontwikkeling
van steeds innovatievere technologieën.
Vertrouw om al deze redenen op Origenele Onderdelen:
de enige die speciaal door Fiat voor uw auto ontworpen zijn.
VEILIGHEID:
REMSYSTEEM
ECOLOGIE: ROETFILTERS,
ONDERHOUD AIRCONDITIONING
COMFORT: WIELOPHANGING
EN RUITENWISSERS
PERFORMANCE: BOUGIES,
INSPUITVENTIELEN EN ACCU'S
LINEACCESSORI:
STANGEN IMPERIAAL, VELGEN
WAAROM KIEZEN VOOR
ORIGINELE ONDERDELEN
COP PUNTO POP NL QUAD 07/03/14 10.58 Pagina 2
KIEZEN VOOR ORIGINELE
ONDERDELEN IS DE
MEEST LOGISCHE KEUZE
PERFORMANCE COMFORT VEILIGHEID MILIEU WAARDENACCESSOIRES
ORIGINELE ONDERDELEN ORIGINELE ONDERDELEN ORIGINELE ONDERDELEN ORIGINELE ONDERDELEN ORIGINELE ONDERDELEN ORIGINELE ONDERDELEN
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina I
HET HERKENNEN VAN
DE ORIGINELE ONDERDELEN
Pollenfilter
Originele
Onderdelen
Schokdemper Remblokken
Originele
Onderdelen
Originele
Onderdelen
Om een Origineel Onderdeel te herkennen, volstaat het te controleren of het onderdeel voorzien
is van onze merklogo’s, die altijd duidelijk zichtbaar zijn op Originele Onderdelen,
van het remsysteem tot de ruitenwissers, van de schokdempers tot het pollenfilter.
Alle Originele Onderdelen worden onderworpen aan strenge controles, zowel in de ontwerp- als fabricatiefase,
door specialisten die uiterst moderne materialen gebruiken om de betrouwbaarheid te testen.
Dat is bedoeld om de prestaties en de veiligheid voor u en uw passagiers te garanderen.
Vraag altijd naar een Origineel Onderdeel en controleer of dit werd toegepast.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina II
Geachte cliënt,
Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Punto.
Wij hebben dit boekje samengesteld om u de kwaliteiten van deze auto volledig te laten benutten.
Wij raden u aan alle hoofdstukken door te lezen voordat u voor de eerste keer met de auto gaat rijden.
Dit instructieboekje bevat informatie, tips en aanwijzingen die u zullen helpen de technische kwaliteiten van uw Fiat volledig te
benutten.
Wij raden u aan de waarschuwingen en tips aandachtig te lezen die worden voorafgegaan door de symbolen:
veiligheid van de inzittenden;
conditie van de auto;
bescherming van het milieu.
In de bijgevoegde “Service- en garantiehandleiding” vindt u de extra service van Fiat:
het garantiecertificaat en de bijbehorende voorwaarden
een overzicht van de speciale aanvullende service voor cliënten.
Veel leesplezier en goede reis!
Hoewel in dit instructieboekje alle uitvoeringen van de Fiat Punto beschreven worden,
dient u zich aan de informatie te houden met betrekking tot de uitrusting,
de motoruitvoering en het model van de auto die u gekocht hebt.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 1
ABSOLUUT LEZEN!
K
BRANDSTOF TANKEN
Benzinemotoren: tank uitsluitend loodvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON die voldoet aan
de Europese specificatie EN228.
Dieselmotoren: tank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen conform de Europese specificatie EN590.
Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en het vervallen van de
garantie tot gevolg hebben.
MOTOR STARTEN
Benzinemotoren: controleer of de handrem is aangetrokken; zet de versnellingspook in vrij; trap het koppelings-
pedaal volledig in, maar trap het gaspedaal niet in; draai vervolgens de contactsleutel in stand AVV en laat de sleutel
los zodra de motor aanslaat.
Dieselmotoren: controleer of de handrem is aangetrokken; zet de versnellingspook in vrij; trap het koppelingspe-
daal volledig in, maar trap het gaspedaal niet in; draai vervolgens de contactsleutel in stand MAR en wacht tot de waar-
schuwingslampjes
Y
en
m
doven; draai de contactsleutel in stand AVV en laat de sleutel los zodra de motor
aanslaat.
PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALEN
Onder normale bedrijfsomstandigheden bereikt de katalysator hoge temperaturen. Parkeer de auto dus niet op gras
of boven droge bladeren, dennennaalden of ander ontvlambaar materiaal: brandgevaar.
BESCHERMING VAN HET MILIEU
De auto is uitgerust met een diagnosesysteem, dat continu controles uitvoert op de componenten die van invloed
zijn op de uitlaatgasemissie zodat overmatige vervuiling van het milieu wordt voorkomen.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 2
ELEKTRISCHE APPARATUUR
Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die stroom verbruiken (waardoor de accu langzaam kan
ontladen), wendt u dan tot het Fiat Servicenetwerk, dat kan controleren of de elektrische installatie van de auto
geschikt is voor het extra stroomverbruik.
CODE-card
Bewaar deze op een veilige plaats, maar niet in de auto. Wij raden u aan de elektronische code van de CODE-card
altijd bij u te hebben.
GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD
Bedenk dat een goed onderhoud van de auto de beste manier is om de prestaties en de veiligheid van de auto
gedurende langere tijd te garanderen. Daarbij wordt ook het milieu ontzien en blijven de exploitatiekosten laag.
IN HET INSTRUCTIEBOEKJE....
…vindt u informatie, tips en belangrijke waarschuwingen voor het juiste gebruik, veilig rijden en het onderhoud van
uw auto. Let vooral op de symbolen
"
(veiligheid van de inzittenden)
#
(bescherming van het milieu) !(conditie
van de auto).
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 3
4
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
DASHBOARD ...................................................................... 5
SYMBOLEN ........................................................................... 6
FIAT CODE ........................................................................... 6
DE SLEUTELS ........................................................................ 8
DIEFSTALALARM ................................................................ 10
START-/CONTACTSLOT ................................................. 12
INSTRUMENTENPANEEL ................................................. 13
INSTRUMENTEN ................................................................ 14
DIGITAAL DISPLAY ............................................................ 16
MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY ..................................... 21
TRIPCOMPUTER ................................................................. 30
ZITPLAATSEN VOOR ........................................................ 32
ZITPLAATSEN ACHTER ................................................... 33
HOOFDSTEUNEN .............................................................. 34
STUURWIEL ......................................................................... 35
SPIEGELS ................................................................................ 35
VERWARMING EN VENTILATIE .................................... 37
HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING ..................... 41
BUITENVERLICHTING ...................................................... 47
RUITEN REINIGEN ............................................................. 49
PLAFONDVERLICHTING ................................................. 51
BEDIENINGSKNOPPEN .................................................... 53
BRANDSTOFNOODSCHAKELING .............................. 55
INTERIEURUITRUSTING ................................................... 56
PORTIEREN .......................................................................... 60
RUITBEDIENING ................................................................. 63
BAGAGERUIMTE ................................................................. 65
MOTORKAP ......................................................................... 68
IMPERIAAL/SKIDRAGER ................................................... 69
KOPLAMPEN ........................................................................ 70
ABS .......................................................................................... 72
ESP-SYSTEEM ........................................................................ 73
EOBD-SYSTEEM ................................................................... 76
ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING
DUALDRIVE .......................................................................... 77
START&STOP-SYSTEEM .................................................... 79
GEAR SHIFT INDICATOR-SYSTEEM ............................. 84
AUTORADIO ....................................................................... 85
INBOUWVOORBEREIDING VOOR DRAAGBAAR
NAVIGATIESYSTEEM ........................................................ 86
EXTRA ACCESSOIRES ....................................................... 86
TANKEN ................................................................................ 88
BESCHERMING VAN HET MILIEU ................................. 89
D
DA
AS
SH
HB
BO
OA
AR
RD
D
E
EN
N
B
BE
ED
DI
IE
EN
NI
IN
NG
G
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 4
DASHBOARD
De aanwezigheid en de opstelling van de bedieningsorganen, de instrumenten en de controle-/waarschuwingslampjes kunnen per
uitvoering verschillen.
1. Verstelbare luchtroosters zijkant – 2. Vaste luchtroosters zijkant – 3. Linker hendel: bediening buitenverlichting – 4. Instrumen-
tenpaneel – 5. Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, tripcomputer – 6. Bedieningsknoppen op het dashboard
7. Verstelbare luchtroosters midden – 8. Vast luchtrooster boven – 9. Frontairbag passagierszijde – 10. Dashboardkastje – 11. Au-
toradio (voor bepaalde uitvoeringen/markten) – 12. Bedieningsknoppen verwarming/ventilatie/airconditioning – 13. Contactslot
14. Frontairbag bestuurderszijde – 15. Hendel stuurwielverstelling – 16. Schakelaarpaneel: mistlampen voor/mistachterlicht/kop -
lampafstelling/digitaal display/multifunctioneel display.
5
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
F0M0606m
fig. 1
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 5
6
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
SYMBOLEN
Op of in de nabijheid van enkele onder-
delen van uw auto zijn plaatjes met een be-
paalde kleur aangebracht, met daarop
symbolen die uw aandacht vragen en die
voorzorgsmaatregelen aangeven die u in
acht moet nemen als u met het be-
treffende onderdeel te maken krijgt.
Onder de motorkap fig. 2 is een plaatje
aangebracht, waarop de betekenis van de
symbolen wordt verklaard.
FIAT CODE
Voor een nog betere bescherming tegen
diefstal is de auto uitgerust met een elek-
tronische startblokkering. Het systeem
schakelt automatisch in als de contact-
sleutel wordt uitgenomen.
In iedere sleutel zit een elektronische
component gemonteerd die bij het star-
ten van de motor een signaal ontvangt via
een speciale antenne die in het start-/con-
tactslot is ingebouwd. Het signaal wordt
bij het starten omgezet in een gecodeerd
signaal en vervolgens aan de regeleenheid
van het CODE-systeem gezonden, die, als
de code wordt herkend, het starten van
de motor mogelijk maakt.
fig. 2 F0M600m
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 6
7
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Draai in dat geval de sleutel in stand
STOP en vervolgens opnieuw in stand
MAR; als de motor geblokkeerd blijft,
probeer het dan opnieuw met de andere
geleverde sleutels. Als de motor nog niet
aanslaat, wendt u dan tot het Fiat Servi-
cenetwerk.
Als het lampje
Y
tijdens het
rijden gaat branden
Als het lampje
Y
gaat branden, be-
tekent dit dat het systeem zichzelf con-
troleert (bijv. bij een vermindering van
de spanning).
Als het lampje
Y
blijft branden, moet
u zich tot het Fiat Servicenetwerk
wenden.
Bij krachtige stoten kunnen
de elektronische componen-
ten in de sleutel beschadigd
worden.
WERKING
Als u bij het starten van de motor de sleu-
tel in stand MAR draait, stuurt het Fiat
CODE-systeem een code naar de rege-
leenheid van de motor die, als de code
wordt herkend, de blokkering van de func-
ties opheft.
De code wordt alleen verzonden als de
regeleenheid van het Fiat CODE-systeem
de door de sleutel verzonden code heeft
herkend.
Door de contactsleutel op STOP te
draaien, schakelt het Fiat CODE-systeem
de functies van de regeleenheid van het
motormanagementsysteem uit.
Als bij het starten de code niet wordt her-
kend, gaat op het instrumentenpaneel het
waarschuwingslampje
Y
branden.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 7
8
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
SLEUTEL MET
AFSTANDSBEDIENING fig. 4
(optional voor bepaalde
uitvoeringen/markten)
De metalen baard Adient voor:
het start-/contactslot;
de sloten van de portieren;
het ver-/ontgrendelen van de tankdop
(voor bepaalde uitvoeringen/markten);
Als u op de knop Bdrukt, wordt de me-
talen baard in-/uitgeklapt. Knop
Ë
dient voor het ontgrendelen van
de portieren en de achterklep.
Knop
Á
dient voor het op afstand ver-
grendelen van de portieren en de baga-
geruimte.
Knop
R
dient voor het openen van de
achterklep.
Als de portieren worden ontgrendeld,
wordt de interieurverlichting een bepaal-
de tijd ingeschakeld.
DE SLEUTELS
CODE CARD fig. 3 (optional voor
bepaalde uitvoeringen/markten)
Bij de auto worden twee sleutels geleverd
en de CODE-card waarop staan aange-
geven:
Ade elektronische code;
Bde mechanische code van de sleutels
die bij aanvraag van duplicaatsleutels
aan het Fiat Servicenetwerk moet
worden overhandigd.
Wij raden u aan de elektronische code
van de CODE-card A-fig. 3 altijd bij u te
hebben.
BELANGRIJK Om schade aan de elektro-
nische schakelingen in de sleutels te voor-
komen, mogen de sleutels niet aan direc-
te zonnestraling worden blootgesteld.
Als de auto wordt verkocht,
moeten alle sleutels en de
CODE-card overhandigd wor-
den aan de nieuwe eigenaar.
fig. 3 F0M0351m
Druk de knop B alleen in als
de sleutel ver genoeg van het
lichaam (speciaal de ogen) en van voor-
werpen die snel beschadigen (bijvoor-
beeld kledingstukken) is verwijderd.
Laat de sleutel nooit onbeheerd achter.
Hiermee voorkomt u dat iemand (dit
geldt in het bijzonder voor kinderen) per
ongeluk op de knop drukt.
ATTENTIE!
fig. 4 F0M0394m
fig.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 8
9
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Informatie van het lampje op het
dashboard
Als de portieren worden vergrendeld, gaat
het bewakingslampje A-fig. 5 ongeveer
3 seconden branden en daarna knipperen
(bewakingsfunctie).
Als u de portieren vergrendelt en een of
meer portieren of de achterklep zijn niet
goed gesloten, dan gaan het lampje en de
richtingaanwijzers snel knipperen.
fig. 5 F0M0607m
fig. 7
fig. 6 F0M0395m
F0M0396m
BATTERIJ VAN DE SLEUTEL
MET AFSTANDSBEDIENING
VERVANGEN fig. 6
Ga voor het vervangen van de batterij als
volgt te werk:
druk op de knop Aen klap de meta-
len baard Buit;
draai de schroef Cin stand
:
m.b.v.
een kleine schroevendraaier;
trek de batterijhouder Dnaar buiten
en vervang de batterij E; let daarbij
goed op de polariteit;
plaats de batterijhouder Din de sleutel
en draai de schroef Cin stand
Á
.
FRONTJE VAN
AFSTANDSBEDIENING
VERVANGEN fig. 7
Volg voor het vervangen van het frontje
van de afstandsbediening de in de figuur
afgebeelde procedure.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 9
10
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
MECHANISCHE SLEUTEL fig. 8
De metalen baard Azit vast aan de sleutel.
De sleutel dient voor:
het start-/contactslot;
de sloten van de portieren;
het ont-/vergrendelen van de tankdop
(voor bepaalde uitvoeringen/markten).
fig. 8 F0M0352m
DIEFSTALALARM
Het diefstalalarm van de auto is opgeno-
men in het Fiat Lineaccessori-programma.
Lege batterijen zijn schadelijk
voor het milieu. Ze moeten in
daarvoor bestemde containers
worden gedeponeerd of kun-
nen ingeleverd worden bij het Fiat Ser-
vicenetwerk. Dit zal vervolgens zorg-
dragen voor de afvoer.
Extra afstandsbedieningen
bestellen
Het systeem kan maximaal 8 afstandsbe-
dieningen herkennen. Als u in de loop der
tijd een nieuwe afstandsbediening nodig
hebt, kunt u zich tot het Fiat Servicenet-
werk wenden. Neem dan de CODE-card,
een identiteitsbewijs en het kentekenbe-
wijs mee.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 10
11
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Hieronder worden alle met de sleutel in te schakelen functies samengevat (met en zonder afstandsbediening):
Type sleutel
Mechanische sleutel
Sleutel met afstandsbediening
Zichtbare signalering
Knipperen
richtingaanwijzers
(alleen met sleutel
met afstandsbediening)
Bewakingslampje
Dead lock
inschakelen
(*)
Knop
Á
twee
keer indrukken
3 x knipperen
Twee x knipperen
en vervolgens
knipperen
bewakingslampje
Ruiten openen
(*)
Knop
Ë
langer
dan 2 seconden
indrukken
2 x knipperen
Uitschakelen
Ruiten sluiten
(*)
Knop
Á
langer
dan 2 seconden
indrukken
1 x knipperen
Bewakingslampje
knippert
Achterklepslot
ontgrendelen
Knop
R
kort
indrukken
2 x knipperen
Bewakingslampje
knippert
Ontgrendelen
sloten
Sleutel linksom
draaien
(bestuurderszijde)
Sleutel linksom
draaien
(bestuurderszijde)
Knop
Ë
kort
indrukken
2 x knipperen
Uitschakelen
Sloten van
buitenaf
vergrendelen
Sleutel rechtsom
draaien
(bestuurderszijde)
Sleutel rechtsom
draaien
(bestuurderszijde)
Knop
Á
kort
indrukken
1 x knipperen
3 Seconden
continu branden
en vervolgens
knipperen
bewakingslampje
(*) Optional voor bepaalde uitvoeringen/markten.
BELANGRIJK Het openen van de ruiten is gekoppeld aan het commando voor ontgrendeling van de portieren; het sluiten van de
ruiten is gekoppeld aan het commando voor vergrendeling van de portieren.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 11
12
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
START-/CONTACTSLOT
De sleutel kan in 3 standen worden gedraaid
fig. 9:
STOP: motor uit, sleutel uitneembaar,
stuurslot ingeschakeld. Enkele elektri-
sche installaties werken (bijv. autoradio,
centrale portiervergrendeling).
MAR: contact aan. Alle elektrische in-
stallaties werken.
AVV: motor starten (stand zonder ver-
grendeling).
Het contactslot is voorzien van een her-
startbeveiliging. Als de motor bij de eer-
ste poging niet aanslaat, moet u de sleu-
tel terugdraaien in stand STOP en
nogmaals starten.
STUURSLOT
Inschakelen
Zet de sleutel in stand STOP, trek de
sleutel uit het start-/contactslot en draai
het stuur totdat het vergrendelt.
Uitschakelen
Draai het stuur iets heen en weer, terwijl
u de sleutel in stand MAR draait.
Als het start-/contactslot is
geforceerd (bijv. bij een po-
ging tot diefstal) moet u, voordat u
weer met de auto gaat rijden, de wer-
king van het slot laten controleren bij
het Fiat Servicenetwerk.
ATTENTIE!
Neem altijd de sleutel uit het
contactslot als de auto
wordt verlaten, om onvoorzichtig ge-
bruik van de bedieningsknoppen te
voorkomen. Vergeet niet de handrem
aan te trekken. Schakel de eerste ver-
snelling in als de auto op een helling
omhoog staat en de achteruit bij een
helling omlaag (gezien vanuit de rij-
richting). Laat kinderen nooit alleen
achter in de auto.
ATTENTIE!
fig. 9 F0M0608m
Verwijder de sleutel nooit uit
het contactslot als de auto
nog in beweging is. Bij de eerste stuur-
uitslag blokkeert het stuur automa-
tisch. Dit geldt in alle gevallen, ook
als de auto gesleept wordt.
ATTENTIE!
Het is streng verboden om
demontage-/montagewerk-
zaamheden uit te voeren, waarvoor
wijzigingen in de stuurinrichting of de
stuurkolom vereist zijn (bijv. bij mon-
tage van een diefstalbeveiliging).
Hierdoor kunnen de prestaties van
het systeem, de garantie en de veilig-
heid in gevaar worden gebracht en
voldoet de auto niet meer aan de
typegoedkeuring.
ATTENTIE!
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 12
13
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
INSTRUMENTENPANEEL
Uitvoeringen met digitaal display
ASnelheidsmeter
BBrandstofmeter met waarschuwings-
lampje brandstofreserve
CKoelvloeistoftemperatuurmeter met
waarschuwingslampje voor te hoge
koelvloeistoftemperatuur
DToerenteller
EDigitaal display
Uitvoeringen met multifunctioneel
display
ASnelheidsmeter
BBrandstofmeter met waarschuwings-
lampje brandstofreserve
CKoelvloeistoftemperatuurmeter met
waarschuwingslampje voor te hoge
koelvloeistoftemperatuur
DToerenteller
EMultifunctioneel display
F0M0535m
fig. 10
F0M0536m
fig. 11
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 13
14
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
INSTRUMENTEN
De achtergrondkleur en de vormgeving
van de instrumenten kunnen per uitvoe-
ring verschillen.
SNELHEIDSMETER fig. 12
Geeft de snelheid van de auto aan.
TOERENTELLER fig. 13
De toerenteller geeft het toerental per mi-
nuut van de motor aan.
BELANGRIJK De regeleenheid van de
elektronische inspuiting blokkeert tijdelijk
de toevoer van brandstof als de motor
met te hoge toerentallen draait, waardoor
het motorvermogen zal afnemen.
Bij stationair draaiende motor kan de toe-
renteller onder bepaalde omstandigheden
een geleidelijke of herhaalde toerentalstij-
ging aangeven.
Dit is een normaal verschijnsel dat kan op-
treden als bijvoorbeeld de airconditioning
of de elektroventilateur wordt ingescha-
keld. In deze gevallen dient een geringe
toerentalstijging voor het behoud van de
lading van de accu.
fig. 12 F0M0405m fig. 13 F0M0406m
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 14
15
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
BRANDSTOFMETER fig. 14
De wijzer geeft de hoeveelheid brandstof
aan die in de tank aanwezig is.
Ebrandstoftank leeg.
Fbrandstoftank vol.
Het waarschuwingslampje Ageeft aan dat
er nog ongeveer 7 liter brandstof aanwe-
zig is.
Rijd niet met een bijna lege brandstoftank:
door een onregelmatige brandstoftoevoer
kan de katalysator beschadigen.
Zie de paragraaf “Tanken”.
BELANGRIJK Als de wijzernaald op de in-
dicatie Estaat en het waarschuwings-
lampje Aknippert, dan is er een storing in
het systeem. Wendt u in dit geval tot het
Fiat Servicenetwerk om het systeem te
laten controleren.
KOELVLOEISTOFTEMPERATUU
RMETER fig. 15
De wijzer geeft de temperatuur aan van
de motorkoelvloeistof, zodra de koel-
vloeistoftemperatuur hoger wordt dan
ongeveer 50 °C.
Bij normaal gebruik van de auto kan de
wijzernaald op verschillende posities in het
bereik staan, afhankelijk van de gebruik-
somstandigheden van de auto.
CLage koelvloeistoftemperatuur.
HHoge koelvloeistoftemperatuur.
Als het waarschuwingslampje Bgaat bran-
den (op enkele uitvoeringen verschijnt
ook een melding op het multifunctionele
display), dan is de koelvloeistoftempera-
tuur te hoog; zet in dat geval de motor uit
en wendt u tot het Fiat Servicenetwerk.
Als de wijzer van de koel-
vloeistoftemperatuurmeter in
het rode gebied komt, zet dan
onmiddellijk de motor uit en
wendt u tot het Fiat Servicenetwerk.
fig. 14 F0M0407m fig. 15 F0M0408m
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 15
16
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
DIGITAAL DISPLAY
BEGINSCHERM fig. 16
Op het beginscherm kan het volgende
worden weergegeven:
AStand koplampverstelling (alleen als
het dimlicht is ingeschakeld).
BTijd (altijd weergegeven, ook bij uit-
genomen contactsleutel en gesloten
voorportieren).
CKilometerteller (weergave kilometer- /
mijltotaalteller) en informatie Trip-
computer.
DWeergave Start&Stop-functie (voor
bepaalde uitvoeringen/markten).
EGear Shift Indicator (schakeladvies)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten).
Opmerking Bij uitgenomen contactsleu-
tel wordt bij het openen van een van de
voorportieren het display verlicht en
wordt enkele seconden de tijd en de ki-
lometer- of mijltotaalteller weergegeven.
BEDIENINGSKNOPPEN fig. 17
+Om het scherm en de keuzemoge-
lijkheden naar boven te doorlopen of
de weergegeven waarde te verhogen.
MENU Kort indrukken voor toegang
ESC tot het menu en/of naar het
volgende scherm te gaan of de
keuze te bevestigen.
Even ingedrukt houden om terug
te keren naar het beginscherm.
Om het scherm en de keuzemogelijk-
heden naar beneden te doorlopen of
de weergegeven waarde te verlagen.
Opmerking Bij de knoppen +en hangt
de werking van het volgende af:
Lichtsterkte interieur auto regelen
– als het beginscherm wordt weergegeven,
dan kunt u hiermee de lichtsterkte van
het instrumentenpaneel, van de autoradio
en van de automatische klimaatregeling
regelen.
Setup-menu
– binnen het menu kunt u het menu naar
boven of beneden doorlopen;
– tijdens het instellen kunt u de waarde
verhogen of verlagen.
fig. 16 F0M0537m fig. 17 F0M0122m
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 16
17
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
SETUP-MENU
Het menu bestaat uit een aantal functies
dat “cyclisch” wordt weergegeven. De
functies kunnen met de knoppen +en
worden gekozen, waarna u keuzemoge-
lijkheden kunt selecteren of instellingen
(setup) kunt uitvoeren.
Het setup-menu kan worden ingeschakeld
door de knop MENU ESC kort in te
drukken.
Door de knoppen +en telkens in te
drukken, kunt u de lijst van het setup-
menu doorlopen.
De werking is vanaf dit moment afhanke-
lijk van het geselecteerde menupunt.
Een menupunt selecteren
– als u de knop MENU ESC kort indrukt,
kunt u in het menu de instelling selecteren
die u wilt wijzigen;
– met de knop +of (door de knop tel-
kens in te drukken) kan de nieuwe instel-
ling worden geselecteerd;
– als u de knop MENU ESC kort indrukt,
kunt u de instelling opslaan en tegelijker-
tijd terugkeren naar het eerder geselec-
teerde menupunt.
“Klokje instellen” selecteren
– druk kort op de knop MENU ESC om
de eerste eenheid (uren) te veranderen;
– met de knop +of (door de knop tel-
kens in te drukken) kan de nieuwe instel-
ling worden geselecteerd;
– als u de knop MENU ESC kort indrukt,
kunt u de instelling opslaan en tegelijker-
tijd verdergaan naar het volgende onder-
deel van het setup-menu (minuten);
– na het instellen van de tijd keert u te-
rug naar het eerder geselecteerde menu-
punt.
Als u de knop MENU ESC even ingedrukt
houdt
– als u zich in het menu bevindt, dan ver-
laat u het setup-menu;
– als u zich in een menu-onderdeel be-
vindt, dan verlaat u dat menu-onderdeel;
– worden alleen de reeds opgeslagen in-
stellingen bewaard (reeds bevestigd door
het indrukken van de knop MENU ESC).
Het setup-menu heeft een tijdregeling; als
het menu na een bepaalde tijd verdwijnt,
worden alleen de door u opgeslagen wij-
zigingen (bevestigd door het kort indruk-
ken van de knop MENU ESC) bewaard.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 17
18
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Om vanuit het beginscherm te kunnen navigeren, moet
u kort op de knop MENU ESC drukken. Druk op de
knop +of om in het menu te navigeren.
Opmerking Als de auto rijdt, is om veiligheidsredenen
alleen een beperkt menu (instelling “SPEEd”) toegan-
kelijk. Als de auto stilstaat is het uitgebreide menu toe-
gankelijk.
F0M1007g
+
+
+
+
+
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 18
19
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Snelheidslimiet (SPEEd) instellen
Met deze functie kan de snelheidslimiet
van de auto (km/h of mph) worden inge-
steld. Als deze limiet wordt overschreden,
wordt de bestuurder gewaarschuwd (zie
hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
Ga voor het instellen van de snelheidsli-
miet als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display verschijnt het opschrift (SPEEd)
en de ingestelde meeteenheid (km/h of
mph);
– druk op de knop +of om de snel-
heidslimiet in te schakelen (On) of uit te
schakelen (OFF);
– als de functie al was ingeschakeld (On),
kan met de knop +of de gewenste snel-
heidslimiet worden ingesteld en worden
bevestigd door het indrukken van de knop
MENU ESC;
Opmerking De waarde kan worden in-
gesteld tussen 30 en 200 km/h of tussen
20 en 125 mph, afhankelijk van de inge-
stelde meeteenheid (zie de paragraaf
“Meeteenheid instellen Unit”). Elke keer
als u de knop +/indrukt, wordt de waar-
de 5 eenheden verhoogd of verlaagd. Als
u de knop +/ingedrukt houdt, lopen de
cijfers automatisch snel door of terug. Als
u dicht bij de gewenste waarde bent, kan
de instelling worden voltooid door de
knop telkens in te drukken.
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
Ga als volgt te werk als u de instelling wilt
annuleren:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert (On);
– druk op de knop ; op het display knip-
pert (Off);
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
Klokje instellen (Hour)
Met deze functie kunt u het klokje instellen.
Ga voor het instellen als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knipperen de “uren”;
– druk op de knop +of om de instel-
ling uit te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knipperen de “minuten”;
– druk op de knop +of om de instel-
ling uit te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
Volumeregeling buzzer (bUZZ)
Met deze functie kan het volume van het
akoestische signaal (buzzer) worden inge-
steld, dat klinkt bij de melding van een sto-
ring/waarschuwing en bij het indrukken
van de knoppen MENU ESC,+en .
Ga voor het instellen van het gewenste
volume als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display verschijnt het opschrift (bUZZ);
– druk op de knop +of om het ge-
wenste volume in te stellen (instelling mo-
gelijk op 8 niveaus).
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 19
20
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Inschakeling/Uitschakeling van
de frontairbag en de zij-airbag
(sidebag) aan passagierszijde
(BAG P)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Met deze functie kan de passagiersairbag
worden in-/uitgeschakeld.
Ga als volgt te werk:
druk op de knop MENU ESC en druk,
nadat op het display het bericht (BAG
P OFF) (voor uitschakeling) of het be-
richt (BAG P On) (voor inschakeling) is
verschenen door het indrukken van de
knop +of , opnieuw op de knop
MENU ESC;
op het display verschijnt het bericht om
de instelling te bevestigen;
selecteer door het indrukken van de
knop +of (YES) (voor bevestiging van
de inschakeling/uitschakeling) of (no)
(om te annuleren);
druk kort op de knop MENU ESC; er
verschijnt een bevestiging van de geko-
zen instelling en er wordt teruggekeerd
naar het menuscherm of, wanneer de
knop even ingedrukt wordt gehouden,
naar het beginscherm zonder op te slaan.
MENU ESC
MENU ESC
MENU ESC
+
+
+
+
F0M1001i
F0M1003i
F0M1002i
F0M1005i
F0M1006i
F0M1002i
F0M1003i
Meeteenheid (Unit) instellen
Met deze functie kunt u de meeteenheid
instellen.
Ga voor het instellen als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display verschijnt het opschrift (Unit)
en de ingestelde meeteenheid (km) of
(mijl);
– druk op de knop +of om de gewens-
te meeteenheid in te stellen.
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 20
22
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
SETUP-MENU fig. 20
Het menu bestaat uit een aantal functies
dat “cyclisch” wordt weergegeven. De
functies kunnen met de knoppen +en
worden gekozen, waarna u keuzemoge-
lijkheden kunt selecteren of instellingen
(setup) kunt uitvoeren. Bij enkele onder-
delen (Klokje en Meeteenheid instellen) is
er een submenu.
Het setup-menu kan worden geactiveerd
door de knop MENU ESC kort in te
drukken.
Door de knop +of telkens in te druk-
ken, kunt u de lijst van het setup-menu
doorlopen.
De werking is afhankelijk van het geselec-
teerde menupunt.
Een menupunt selecteren in het hoofdmenu
zonder submenu:
– als u de knop MENU ESC kort indrukt,
kunt u in het hoofdmenu de instelling se-
lecteren die u wilt wijzigen;
– met de knop +of (door de knop tel-
kens in te drukken) kan de nieuwe instel-
ling worden geselecteerd;
– als u de knop MENU ESC kort indrukt,
kunt u de instelling opslaan en tegelijker-
tijd terugkeren naar het daarvoor gese-
lecteerde menupunt.
“Datum” en “Instellen klokje” selecteren:
– als u de knop MENU ESC kort indrukt,
kunt u de instelling selecteren die u wilt
wijzigen (bijv. uren/minuten of jaar/maand/
dag);
– met de knop +of (door de knop
telkens in te drukken) kan de nieuwe
instelling worden geselecteerd;
– als u de knop MENU ESC kort indrukt,
kunt u de instelling opslaan en tegelijker-
tijd doorgaan naar het volgende menu-
punt. Als dit menupunt het laatste is, dan
wordt teruggekeerd naar het daarvoor
geselecteerde menupunt.
Als u de knop MENU ESC even
ingedrukt houdt:
– als u zich in het hoofdmenu bevindt, dan
verlaat u het setup-menu;
– als u zich op een ander punt in het menu
bevindt (instellen van een onderdeel in een
submenu, in een submenu of instellen van
een onderdeel in het hoofdmenu), dan
keert u terug naar het hoofdmenu;
– worden alleen de reeds opgeslagen in-
stellingen bewaard (reeds bevestigd door
het indrukken van de knop MENU ESC).
Het setup-menu heeft een tijdregeling; als
het menu na een bepaalde tijd verdwijnt,
worden alleen de door u opgeslagen wij-
zigingen (bevestigd door het kort indruk-
ken van de knop MENU ESC) bewaard.
Een menupunt selecteren in het hoofdmenu
met submenu:
– als u de knop MENU ESC kort indrukt,
wordt het eerste menupunt van het sub-
menu weergegeven;
– met de knop +of (door de knop tel-
kens in te drukken) kunt u alle menupun-
ten van het submenu doorlopen;
– als u de knop MENU ESC kort indrukt,
kunt u het menupunt van het submenu se-
lecteren en verschijnt het betreffende in-
stellingenmenu;
– met de knop +of (door de knop tel-
kens in te drukken) kan de nieuwe instel-
ling van dit menupunt in het submenu
worden geselecteerd;
– als u de knop MENU ESC kort indrukt,
kunt u de instelling opslaan en tegelijker-
tijd terugkeren naar het daarvoor gese-
lecteerde menupunt.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 22
23
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Het menu heeft de volgende opties:
– BEEP SNELHEID
CORNERING LIGHTS
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
GEGEVENS TRIP B
– KLOKJE INSTELLEN
– DATUM INSTELLEN
– EERSTE PAGINA
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
– ZIE RADIO
– AUTOCLOSE
– MEETEENHEID
– TAAL
– VOLUME WAARSCHUWINGEN
– VOLUME TOETSEN
– SERVICE
– AIRBAG/BAG PASSAGIER
– DAGVERLICHTING
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
– MENU VERLATEN.
FUNCTIES DISPLAY
Snelheidslimiet (Beep Snelheid)
Met deze functie kan de snelheidslimiet
van de auto (km/h of mph) worden inge-
steld. Als deze limiet wordt overschreden,
wordt de bestuurder gewaarschuwd (zie
hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
Ga voor het instellen van de snelheidsli-
miet als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display verschijnt het opschrift (Beep
Snelh.);
– druk op de knop +of om de snel-
heidslimiet in te schakelen (On) of uit te
schakelen (Off);
– als de functie al was ingeschakeld (On),
kan met de knop +of de gewenste snel-
heidslimiet worden ingesteld en worden
bevestigd door het indrukken van de knop
MENU ESC.
Opmerking De waarde kan worden in-
gesteld tussen 30 en 200 km/h of tussen 20
en 125 mph, afhankelijk van de ingestelde
meeteenheid (zie de paragraaf “Meeteen-
heid instellen” (Meeteenheid) hierna). Elke
keer als u de knop +/indrukt, wordt de
waarde 5 eenheden verhoogd of verlaagd.
Als u de knop +/ingedrukt houdt, lopen
de cijfers automatisch snel door of terug.
Als u dicht bij de juiste waarde bent, stelt
u de exacte waarde in door de knop tel-
kens in te drukken en los te laten.
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
Ga als volgt te werk als u de instelling wilt
annuleren:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert (On);
– druk op de knop ; op het display knip-
pert (Off);
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 23
24
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
CORNERING LIGHTS
(“Cornering lights” in-
/uitschakelen – Mistlampen voor
met Cornering lights-functie)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Met deze functie kunnen de “Cornering
lights” worden in of uitgeschakeld. Ga als
volgt te werk om de lichten in of uit
(ON/OFF) te schakelen:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert “On” of “Off”, afhan-
kelijk van de instelling;
– druk op de knop +of om de keuze uit
te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
Trip B (Gegevens trip B)
Met deze functie kan de weergave van
Trip B (dagteller) worden ingeschakeld
(On) of uitgeschakeld (Off).
Zie voor meer informatie de paragraaf
“Tripcomputer”.
Ga voor het in-/uitschakelen als volgt te
werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert (On) of (Off), afhan-
kelijk van de instelling;
– druk op de knop +of om de keuze uit
te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
Tijd instellen (Klok instellen)
Met deze functie kan het klokje worden
ingesteld m.b.v. twee submenu’s: “Tijd” en
“Formaat”.
Ga voor het verstellen als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display verschijnen de twee submenu’s
“Tijd” en “Formaat”;
– druk op de knop +of om tussen de
submenu’s te navigeren;
– druk na het selecteren van het submenu
dat u wilt wijzigen, kort op de knop
MENU ESC;
als het submenu “Tijd” is gekozen: druk
kort op de knop MENU ESC; op het dis-
play knipperen de “uren”;
– druk op de knop +of om de instel-
ling uit te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knipperen de “minuten”;
– druk op de knop +of om de instel-
ling uit te voeren;
als het submenu “Formaat” is gekozen:
druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert de tijdsaanduiding;
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 24
25
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Datum instellen (Datum instellen)
Met deze functie kan de datum worden
ingesteld (dag – maand – jaar).
Ga voor het instellen als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert de “dag” (dd);
– druk op de knop +of om de instel-
ling uit te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert de “maand” (mm);
– druk op de knop +of om de instel-
ling uit te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert het “jaar” (jjjj);
– druk op de knop +of om de instel-
ling uit te voeren.
Opmerking Elke keer als u de knop +of
indrukt, wordt de waarde een eenheid
verhoogd of verlaagd. Als u de knop in-
gedrukt houdt, lopen de cijfers automa-
tisch snel door of terug. Als u dicht bij de
juiste waarde bent, stelt u de exacte waar-
de in door de knop telkens in te drukken
en los te laten.
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
– druk op de knop +of voor weergave
van de tijd in “24h” of “12h”,
Druk na het uitvoeren van de instelling
kort op de knop MENU ESC om terug
te keren naar het menuscherm of houd de
knop even ingedrukt om terug te keren
naar het beginscherm zonder op te slaan.
– druk nogmaals lang op de knop MENU
ESC om terug te keren naar het begin-
scherm of het hoofdmenu, afhankelijk van
waar u zich in het menu bevindt.
Eerste pagina
(weergave van informatie op het
beginscherm van het display)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Met deze functie kan het type informatie
geselecteerd worden dat in het begin-
scherm moet worden weergegeven.
U kunt kiezen voor weergave van de da-
tum of voor weergave van de turbodruk.
Ga voor het selecteren als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display verschijnt “Eerste pagina”;
– druk nogmaals kort op de knop MENU
ESC; op het display verschijnen de opties
“Datum” en “Info motor”;
– druk op de knop +of om de weerga-
ve te selecteren die u op het beginscherm
van het display wilt hebben;
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
Als u de contactsleutel in stand MAR
draait, wordt op het display, na de start-
controle, de informatie weergegeven die
door middel van de functie “Eerste pagina”
in het menu is ingesteld.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 25
26
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Centrale portiervergrendeling
bij
rijdende auto (Autoclose)
Als deze functie is ingeschakeld (On), wor-
den de portieren automatisch vergrendeld
als de auto sneller rijdt dan 20 km/h.
Ga voor het inschakelen (On) of uitscha-
kelen (Off) van deze functie als volgt te
werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display verschijnt een submenu;
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert (On) of (Off), afhan-
kelijk van de instelling;
– druk op de knop +of om de keuze uit
te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het scherm van het
submenu of houd de knop even ingedrukt
om terug te keren naar het scherm van
het hoofdmenu zonder op te slaan;
– houd de knop MENU ESC nogmaals
even ingedrukt om terug te keren naar het
beginscherm of het hoofdmenu, afhanke-
lijk van waar u zich in het menu bevindt.
Herhaling informatie
audiosysteem (Zie radio)
Met deze functie kan op het display de
informatie over de autoradio worden
weergegeven.
– Radio: frequentie of RDS-bericht van het
geselecteerde radiostation, automatisch
zoeken of AutoSTore inschakelen;
– audio-CD, MP3-CD: nummer van het
muziekstuk;
– CD-wisselaar: CD-nummer en nummer
muziekstuk.
Ga voor het inschakelen (On) of uitscha-
kelen (Off) van de informatie van het au-
diosysteem op het display als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert (On) of (Off), afhan-
kelijk van de instelling;
– druk op de knop +of om de keuze uit
te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
Meeteenheid instellen
(Meeteenheid)
Met deze functie kunnen de meeteenhe-
den worden ingesteld in drie submenu’s:
“Afstand”, “Verbruik” en “Temperatuur”.
Ga voor het instellen van de gewenste
meeteenheid als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display verschijnen de drie submenu’s;
– druk op de knop +of om tussen de
drie submenu’s te navigeren;
– druk na het selecteren van het submenu
dat u wilt wijzigen, kort op de knop
MENU ESC;
als het submenu “Afstand” is gekozen:
druk kort op de knop MENU ESC; op
het display wordt “km” of “mijl” weerge-
geven, afhankelijk van de instelling;
– druk op de knop +of om de keuze uit
te voeren;
als het submenu “Verbruik” is gekozen:
druk kort op de knop MENU ESC; op
het display wordt “km/l”, “l/100km” of
“mpg” weergegeven, afhankelijk van de
instelling;
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 26
27
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Taal instellen (Taal)
U kunt de taal van het display instellen: Ita-
liaans, Duits, Engels, Spaans, Frans, Por-
tugees, Pools en Nederlands.
Ga om de gewenste taal in te stellen als
volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert de ingestelde “taal”;
– druk op de knop +of om de keuze uit
te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
Volumeregeling
waarschuwingszoemer
(Vol. waarschuwingen)
Het volume van het akoestische signaal
(buzzer) dat klinkt voor het melden van
een storing of waarschuwing, kan ingesteld
worden op 8 niveaus.
Ga voor het instellen van het gewenste
volume als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert het “niveau” van het
ingestelde volume;
– druk op de knop +of om de instel-
ling uit te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
Als de meeteenheid afstand is ingesteld op
“km”, kan de meeteenheid verbruik wor-
den ingesteld op ‘’km/l’’ of ‘’l/100 km’’.
Als de meeteenheid afstand is ingesteld op
“mijl”, geeft het display de hoeveelheid
verbruikte brandstof aan in “mpg”.
– druk op de knop +of om de keuze uit
te voeren;
als het submenu “Temperatuur” is geko-
zen: druk kort op de knop MENU ESC;
op het display wordt “°C” of “°F” weer-
gegeven, afhankelijk van de instelling;
– druk op de knop +of om de keuze uit
te voeren;
Druk na het uitvoeren van de instelling
kort op de knop MENU ESC om terug
te keren naar het scherm van het submenu
of houd de knop even ingedrukt om terug
te keren naar het scherm van het hoofd-
menu zonder op te slaan.
– houd de knop MENU ESC nogmaals
even ingedrukt om terug te keren naar het
beginscherm of het hoofdmenu, afhanke-
lijk van waar u zich in het menu bevindt.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 27
28
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Volumeregeling knoppen
(Vol. toetsen)
Het akoestische signaal dat klinkt bij het
indrukken van de knoppen MENU ESC,
+en , kan worden ingesteld op 8 niveaus.
Ga voor het instellen van het gewenste
volume als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert het “niveau” van het
ingestelde volume;
– druk op de knop +of om de instel-
ling uit te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
houd de knop even ingedrukt om terug te
keren naar het beginscherm zonder op te
slaan.
SERVICE
(Geprogrammeerd onderhoud)
Met deze functie kan de informatie over
de kilometerstand of, voor bepaalde ver-
sies/markten, de nog resterende tijd tot
de volgende onderhoudsbeurt van het
voertuig worden weergegeven.
Ga voor het raadplegen van deze infor-
matie als volgt te werk:
– druk kort op de toets MENU ESC: op
het display wordt het interval in kilome-
ters of dagen aangegeven (indien aanwe-
zig), op grond van wat eerder is ingesteld
(zie paragraaf "Meeteenheden");
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het menuscherm of
druk langdurig op de knop om terug te ke-
ren naar het standaardscherm;
BELANGRIJK In het “Geprogrammeerd
Onderhoudsschema” zijn de onder-
houdsbeurten van de auto op vaste inter-
vallen vermeld, zie het hoofdstuk “On-
derhoud en zorg”.
Dit wordt automatisch weergegeven, met
de contactsleutel op MAR, 2000 km
(of het equivalent in mijlen) vóór de on-
derhoudsbeurt of, indien aanwezig, 30 da-
gen vóór de onderhoudsbeurt. Het wordt
ook weergegeven wanneer de sleutel op
MAR wordt gedraaid of, voor bepaalde
versies/markten, om de 200 km (of het
equivalent in mijlen). Onder deze drem-
pel wordt dit bericht met kortere inter-
vallen weergegeven. Op het display wordt
het onderhoudsinterval in kilometers of
mijlen weergegeven, afhankelijk van wat is
ingesteld. Wanneer het onderhoudsinter-
val bijna is vervallen en de sleutel in de
stand MAR wordt gedraaid, verschijnt het
woord "Service" op het display, gevolgd
door het aantal resterende kilometers/mij-
len of het aantal resterende dagen (indien
aanwezig). Neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk om de werkzaamheden
van het "Geprogrammeerd onderhouds-
schema" te laten verrichten en de melding
te resetten.
Wanneer het interval voor de onder-
houdsbeurt is vervallen en daarna voor
ongeveer 1000 km/600 mijl of 30 dagen,
wordt een melding hierover weergegeven.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 28
29
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Inschakeling/Uitschakeling van de
frontairbag aan passagierszijde en
de zij-airbag voor de bescherming
van borstkas/bekken (side bag -
voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Met deze functie kan de passagiersairbag
worden in-/uitgeschakeld.
Ga als volgt te werk:
druk op de knop MENU ESC en druk,
na het verschijnen op het display van
het bericht (Bag pass: Off) (voor uit-
schakelen) of het bericht (Bag pass: On)
(voor inschakelen) door op de knop +
of te drukken, nogmaals op de knop
MENU ESC;
op het display verschijnt het bericht om
de instelling te bevestigen;
selecteer door het indrukken van de
knop +of (Ja) (voor bevestiging van
de inschakeling/uitschakeling) of (Nee)
(om te annuleren);
druk kort op de knop MENU ESC; er
verschijnt een bevestiging van de geko-
zen instelling en er wordt teruggekeerd
naar het menuscherm of, wanneer de
knop even ingedrukt wordt gehouden,
naar het beginscherm zonder op te
slaan.
MENU ESC
MENU ESC
MENU ESC
+
+
+
+
F0M1009i
F0M1011i
F0M1010i
F0M1013i
F0M1014i
F0M1009i
F0M1015i
F0M1016i
F0M1009i
Dagverlichting (D.R.L.)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Met deze functie kunt u de dagverlichting
in- of uitschakelen.
Ga voor het in- of uitschakelen van deze
functie als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display verschijnt een submenu;
– druk kort op de knop MENU ESC; op
het display knippert On of Off, afhankelijk
van de instelling;
– druk op de knop +of om de keuze uit
te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het scherm van het
submenu of houd de knop even ingedrukt
om terug te keren naar het scherm van
het hoofdmenu zonder op te slaan;
– druk nogmaals lang op de knop MENU
ESC om terug te keren naar het begin-
scherm of het hoofdmenu, afhankelijk van
waar u zich in het menu bevindt.
Menu verlaten
Laatste functie waarmee de instellingen uit
het menuscherm worden afgesloten.
Druk kort op de knop MENU ESC om
terug te keren naar het beginscherm zon-
der op te slaan.
Als u de knop indrukt, wordt terugge-
keerd naar het eerste menupunt (Beep
Snelheid).
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 29
30
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
TRIPCOMPUTER
Algemeen
Met de “Tripcomputer” kan, als de con-
tactsleutel in stand MAR staat, op het dis-
play informatie worden weergegeven over
de werking van de auto. Deze functie be-
staat uit “Trip A” en “Trip B” die onaf-
hankelijk van elkaar werken en betrekking
hebben op de hele rit van de auto.
Beide functies kunnen op nul worden
gezet (reset - begin van een nieuwe rit).
“Trip A” geeft informatie over:
– Buitentemperatuur
– Autonomie (actieradius)
– Afgelegde afstand
– Gemiddeld verbruik
– Huidig verbruik
– Gemiddelde snelheid
– Reistijd.
“Trip B”, alleen aanwezig op het multi-
functionele display, geeft informatie over:
– Afgelegde afstand B
– Gemiddeld verbruik B
– Gemiddelde snelheid B
– Reistijd B.
Opmerking De functie “Trip B” kan
worden uitgeschakeld (zie de paragraaf
“Trip B”). De gegevens “Autonomie” en
“Huidig verbruik” kunnen niet op nul wor-
den gezet.
Weergegeven gegevens
Buitentemperatuur
Geeft de buitentemperatuur aan.
Autonomie
Geeft het aantal kilometers aan dat nog ge-
reden kan worden met de brandstof in de
brandstoftank, waarbij ervan uit wordt ge-
gaan dat de rijstijl niet verandert. Op het
display verschijnt de indicatie “- - - -” als:
– de actieradius kleiner is dan 50 km (of
30 mijl)
– de auto langere tijd met draaiende mo-
tor stilstaat.
Afgelegde afstand
Geeft de afstand aan die de auto heeft af-
gelegd vanaf het begin van een nieuwe rit.
Gemiddeld verbruik
Geeft het gemiddelde brandstofverbruik
aan vanaf het begin van een nieuwe rit.
Huidig verbruik
Geeft doorlopend de wijziging in het
brandstofverbruik aan. Als de auto stilstaat
met draaiende motor wordt “- - - -” op
het display weergegeven.
Gemiddelde snelheid
Geeft de gemiddelde snelheid van de au-
to aan op basis van de tijd die verstreken
is vanaf het begin van een nieuwe rit.
Reistijd
Geeft de verstreken tijd aan vanaf het be-
gin van een nieuwe rit.
BELANGRIJK Als er geen informatie is,
verschijnt bij alle functies op de Tripcom-
puter de aanduiding “- - - -” in plaats van
de waarde. Wanneer de normale werking
weer hersteld is, worden de waarden van
de functies weer op normale wijze weer-
gegeven. De waarden die voor de storing
werden weergegeven, worden niet op
nul gezet en er wordt geen nieuwe rit
begonnen.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 30
31
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
fig. 21 F0M0609m
Bedieningsknop TRIP fig. 21
Met de knop TRIP, aan het uiteinde van
de rechter hendel, krijgt u, als de con-
tactsleutel in stand MAR staat, toegang
tot de hiervoor beschreven gegevens en
kunnen de gegevens op nul worden gezet
om een nieuwe rit te beginnen:
– kort indrukken voor weergave van de
verschillende gegevens
– even ingedrukt houden voor het op nul
zetten (reset) en het beginnen van een
nieuwe rit.
Nieuwe rit
Begint als een reset is uitgevoerd:
– “handmatig” door de gebruiker, door
het indrukken van de betreffende knop;
– “automatisch” wanneer de “afgelegde af-
stand” de waarde 3999,9 km of 9999,9 km,
afhankelijk van het geïnstalleerde display,
bereikt of wanneer de “reistijd” de waar-
de 99.59 (99 uur en 59 minuten) bereikt;
– iedere keer als de accu losgekoppeld is
geweest.
BELANGRIJK Als u het systeem op nul zet
terwijl het scherm van “Trip A” wordt
weergegeven, dan worden alleen de ge-
gevens van “Trip A” op nul gezet.
BELANGRIJK Als u het systeem op nul zet
terwijl het scherm van “Trip B” wordt
weergegeven, dan worden alleen de ge-
gevens van “Trip B” op nul gezet.
Procedure voor het begin
van een rit
Voor het op nul zetten (reset) moet u,
met de sleutel in stand MAR, langer dan
2 seconden op de knop TRIP drukken.
Trip verlaten
De functie Trip verlaten: houd de knop
MENU ESC langer dan 2 seconden
ingedrukt.
001-032 PUNTO POP 1ed NL 31/03/14 09:08 Pagina 31
33
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
De stoffen bekleding van uw
auto is langdurig bestand te-
gen slijtage die ontstaat bij
een normaal gebruik van de
auto. Hevig en/of langdurig wrijven met
kledingaccessoires zoals metalen ge-
spen, sierknopen en klittenbandsluitin-
gen, moet echter absoluut worden ver-
meden omdat hierdoor grote druk
ontstaat op een bepaalde plek op de
bekleding, waardoor deze plek kan slij-
ten en de bekleding beschadigd wordt.
Stoelverwarming fig. 24
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Druk met de sleutel in stand MAR op de
knop Fom de functie in of uit te schake-
len. Bij inschakeling gaat het lampje op de
knop branden.
BELANGRIJK De stoelverwarming is aan-
gesloten op een thermostaat die de ver-
warming automatisch uitschakelt als een
bepaalde temperatuur is bereikt.
ZITPLAATSEN ACHTER
Zie voor het neerklappen van de zitplaat-
sen achter de paragraaf “Bagageruimte
vergroten” in dit hoofdstuk.
fig. 24 F0M0058m
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 33
34
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
HOOFDSTEUNEN
VOOR fig. 25
Deze zijn op enkele uitvoeringen in hoog-
te verstelbaar en vergrendelen automatisch
in de gewenste stand.
Instellen:
omhoog verplaatsen: trek de hoofd-
steun omhoog totdat deze hoorbaar
vergrendelt.
omlaag verplaatsen: druk op de knop A
en duw de hoofdsteun omlaag.
Om de hoofdsteunen voor te verwijde-
ren, moet u gelijktijdig de knoppen Aen
Baan de kant van de twee steunen in-
drukken en de hoofdsteunen uittrekken.
ACHTER fig. 26
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Om de hoofdsteun omhoog te plaatsen,
moet u de hoofdsteun uittrekken totdat
hij hoorbaar in de stand (gebruiksstand)
vergrendelt.
Druk om de hoofdsteun in de zitting te
plaatsen op de knop Aen laat de hoofd-
steun in de zitting op de rugleuning zakken.
Om de hoofdsteunen achter te verwijde-
ren, moet u gelijktijdig de knoppen Aen
Baan de zijkant van de twee steunen in-
drukken en de hoofdsteunen uittrekken.
BELANGRIJK Als de zitplaatsen achter ge-
bruikt worden, moeten de hoofdsteunen
altijd volledig zijn uitgetrokken.
fig. 25 F0M0025m fig. 26 F0M0026m
De hoofdsteunen moeten
zo worden ingesteld dat ze
het hoofd ondersteunen en niet de
nek. Alleen in deze positie bieden ze
bescherming.
ATTENTIE!
Voor het optimaal benutten van de hoofd-
steun moet de rugleuning zo zijn ingesteld
dat u rechtop zit en dat uw hoofd zich zo
dicht mogelijk bij de hoofdsteun bevindt.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 34
35
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
SPIEGELS
BINNENSPIEGEL fig. 28
De binnenspiegel is voorzien van een be-
veiligingsmechanisme, waardoor de spie-
gel bij een krachtig contact met een
inzittende losschiet.
STUURWIEL
Het stuurwiel kan zowel in lengterichting
als in hoogte worden versteld (voor
bepaalde uitvoeringen/markten).
Ga voor het verstellen als volgt te werk:
ontgrendel de hendel A-fig. 27 door
deze naar voren te drukken (stand 1);
plaats het stuur in de gewenste stand;
vergrendel de hendel Adoor hem naar
het stuur te trekken (stand 2).
fig. 27 F0M0610m
Het stuur mag alleen worden
versteld als de auto stilstaat.
ATTENTIE!
Het is streng verboden om
demontage-/montagewerk-
zaamheden uit te voeren, waarvoor
wijzigingen in de stuurinrichting of de
stuurkolom vereist zijn (bijv. bij mon-
tage van een diefstalbeveiliging).
Hierdoor kunnen de prestaties van
het systeem, de garantie en de veilig-
heid in gevaar worden gebracht en
voldoet de auto niet meer aan de
typegoedkeuring.
ATTENTIE!
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 35
37
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
fig. 31
F0M0611m
VERWARMING EN VENTILATIE
1. Vast luchtrooster boven – 2. Verstelbare luchtroosters in het midden – 3. Vaste luchtroosters aan zijkant – 4. Verstelbare
luchtroosters aan zijkant – 5. Luchtroosters onder voor zitplaatsen voor – 6. Luchtroosters onder voor zitplaatsen achter.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 37
38
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
BEDIENINGSKNOPPEN fig. 34
Draaiknop A voor regeling
van de luchttemperatuur
(menging van warme/koude lucht)
Rode gebied = warme lucht
Blauwe gebied = koude lucht
Draaiknop B voor het inschakelen/
regelen van de aanjager
p0= aanjager uitgeschakeld
1-2-3 = aanjagersnelheid
4
-
= aanjager op maximale snelheid
fig. 34 F0M0035m
fig. 32 F0M0033m
fig. 33 F0M0655m
VERSTELBARE EN REGELBARE
LUCHTROOSTERS AAN DE
ZIJKANT EN IN HET MIDDEN
fig. 32-33
AVast luchtrooster voor de zijruiten.
BVerstelbare luchtroosters aan de zijkant.
CVerstelbare luchtroosters in het midden.
De luchtroosters Azijn niet verstelbaar.
Om de luchtroosters Ben Cte gebruiken,
moet u met de betreffende schuif de lucht-
roosters in de gewenste stand instellen.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 38
39
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Draaiknop C voor de luchtverdeling
voor lucht uit de luchtroosters in het
midden en aan de zijkanten;
ß
voor luchttoevoer naar de been-
ruimten en voor een iets lagere tem-
peratuur uit de luchtroosters op het
dashboard (“bilevel”-stand);
©
voor verwarming bij lage buitentem-
peraturen: voor maximale luchttoe-
voer naar de beenruimten;
®
voor verwarming van de beenruimten
en ontwaseming van de voorruit;
-
voor een snelle ontwaseming van de
voorruit.
Knop D voor in-/uitschakeling
van de luchtrecirculatie
Als u op de knop drukt (lampje op de knop
brandt), schakelt de luchtrecirculatie in.
Als u op de knop drukt (lampje op de knop
gedoofd), schakelt de luchtrecirculatie uit.
SNELLE VERWARMING
VAN INTERIEUR
Ga voor een snelle verwarming als volgt
te werk:
draai de knop Ain het rode vlak;
schakel de luchtrecirculatie in door de
knop Din te drukken (lampje op de
knop brandt);
draai de knop Cin stand
©
;
draai de knop Bin stand 4
-
(maxi-
male aanjagersnelheid).
Vervolgens kan een stand gekozen wor-
den waarbij het comfort optimaal blijft.
Druk op de knop Dom de luchtrecircu-
latie uit te schakelen (lampje op de knop
gedoofd) en het beslaan van de ruiten te
voorkomen.
BELANGRIJK Bij een koude motor moet
enige minuten worden gewacht totdat
de vloeistof van het systeem de optimale
bedrijfstemperatuur heeft bereikt.
VENTILATIE VAN
HET INTERIEUR
Ga voor een goede ventilatie van het
interieur als volgt te werk:
draai de knop Ain het blauwe vlak;
schakel de luchtrecirculatie uit door de
knop Din te drukken (lampje op de
knop gedoofd);
draai de knop Cin stand
;
draai de knop Bop de gewenste snel-
heid.
VERWARMING VAN
HET INTERIEUR
Ga als volgt te werk:
draai de knop Ain het rode vlak;
draai de knop Cin de gewenste stand;
draai de knop Bop de gewenste snel-
heid.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 39
40
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
SNEL ONTWASEMEN/
ONTDOOIEN VOORRUITEN
(VOORRUIT EN ZIJRUITEN)
Ga als volgt te werk:
draai de knop Ain het rode vlak;
schakel de luchtrecirculatie uit door de
knop Din te drukken (lampje op de
knop gedoofd);
draai de knop Cin stand
-
;
draai de knop Bin stand 4
-
(maxi-
male aanjagersnelheid).
Nadat de ruiten ontwasemd zijn, kan een
stand gekozen worden waarbij het comfort
optimaal blijft.
Beslaan van de ruiten voorkomen
Als het buiten extreem vochtig is en/of bij
regen en/of bij grote verschillen in interi-
eur- en buitentemperatuur, raden wij u de
volgende procedure aan om het beslaan
van de ruiten te voorkomen:
draai de knop Ain het rode vlak;
schakel de luchtrecirculatie uit door de
knop Din te drukken (lampje op de
knop gedoofd);
draai de knop Cin stand
-
met de
mogelijkheid stand
®
in te schakelen
als de ruiten niet beslaan;
draai de knop Bop de 2esnelheid.
ONTWASEMING/
ONTDOOIING ACHTERRUIT
EN BUITENSPIEGELS fig. 35
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Druk op de knop Avoor het inschake-
len van deze functie: als deze functie wordt
ingeschakeld, gaat het lampje op de knop
branden.
De functie is voorzien van een tijdscha-
keling, waardoor de functie na 20 minuten
automatisch wordt uitgeschakeld. U kunt
de functie eerder uitschakelen door nog-
maals de knop Ain te drukken.
BELANGRIJK Plak geen stickers of an-
dere plaatjes op de elektrische weer-
standsdraden aan de binnenzijde van de
achterruit, om beschadiging van de ach-
terruitverwarming te voorkomen.
fig. 35 F0M0036m
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 40
41
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
HANDBEDIENDE
AIRCONDITIONING
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
BEDIENINGSKNOPPEN fig. 36
Draaiknop A voor regeling
van de luchttemperatuur
(menging van warme/koude lucht)
Rode gebied = warme lucht
Blauwe gebied = koude lucht
Draaiknop B voor het inschakelen/
regelen van de aanjager
p0= aanjager uitgeschakeld
1-2-3 = aanjagersnelheid
4
-
= aanjager op maximale snelheid
LUCHTRECIRCULATIE
INSCHAKELEN
Druk op de knop
zodat het lampje
op de knop gaat branden.
Het verdient aanbeveling om de luchtre-
circulatie in te schakelen in de file of in tun-
nels. Hiermee wordt voorkomen dat ver-
vuilde lucht het interieur bereikt. Het is
niet raadzaam dit systeem langdurig te la-
ten werken, omdat anders, vooral als
u met meerdere personen in de auto zit,
de kans aanzienlijk toeneemt dat de ruiten
beslaan.
BELANGRIJK Met de recirculatiefunctie
kunnen, afhankelijk van de werking van het
systeem (“verwarming” of “koeling”), de
gewenste omstandigheden sneller bereikt
worden.
Het is echter niet raadzaam deze functie
in te schakelen op regenachtige of koude
dagen, omdat dan de ruiten aan de bin-
nenzijde aanzienlijk sneller kunnen beslaan.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 41
42
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Draaiknop C voor de luchtverdeling
voor lucht uit de luchtroosters in het
midden en aan de zijkanten;
ß
voor luchttoevoer naar de been-
ruimten en voor een iets lagere tem-
peratuur uit de luchtroosters op het
dashboard (“bilevel”-stand);
Knop D voor in-/uitschakeling
van de luchtrecirculatie
Als u op de knop drukt (lampje op de knop
brandt), schakelt de luchtrecirculatie in.
Als u nogmaals op de knop drukt (lampje
op de knop gedoofd), schakelt de lucht-
recirculatie uit.
Knop E voor het in-/uitschakelen
van de airconditioning
Als u op de knop drukt (lampje op de knop
brandt), schakelt de airconditioning in.
Als u nogmaals op de knop drukt (lampje
op de knop gedoofd), schakelt de aircon-
ditioning uit.
fig. 37 F0M0037m
©
voor verwarming bij lage buitentem-
peraturen: voor maximale luchttoe-
voer naar de beenruimten;
®
voor verwarming van de beenruimten
en ontwaseming van de voorruit;
-
voor een snelle ontwaseming van de
voorruit.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 42
43
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VENTILATIE VAN
HET INTERIEUR
Ga voor een goede ventilatie van het
interieur als volgt te werk:
draai de knop Ain het blauwe vlak;
schakel de luchtrecirculatie uit door de
knop Din te drukken (lampje op de
knop gedoofd);
draai de knop Cin stand
;
draai de knop Bop de gewenste snel-
heid.
AIRCONDITIONING (koeling)
Ga voor een snelle koeling als volgt te
werk:
draai de knop Ain het blauwe vlak;
schakel de luchtrecirculatie in door de
knop Din te drukken (lampje op de
knop brandt);
draai de knop Cin stand
;
schakel de airconditioning in door de
knop Ein te drukken; het lampje op de
knop Egaat branden;
draai de knop Bin stand 4
-
(maxi-
male aanjagersnelheid).
Regeling van de koeling
draai de knop Anaar rechts voor
verhoging van de temperatuur;
schakel de luchtrecirculatie uit door de
knop Din te drukken (lampje op de
knop gedoofd);
draai de knop Bvoor verlaging van de
aanjagersnelheid.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 43
44
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VERWARMING VAN
HET INTERIEUR
Ga als volgt te werk:
draai de knop Ain het rode vlak;
draai de knop Cop het gewenste sym-
bool;
draai de knop Bop de gewenste snel-
heid.
SNELLE VERWARMING
VAN INTERIEUR
Ga voor een snelle verwarming als volgt
te werk:
draai de knop Ain het rode vlak;
schakel de luchtrecirculatie in door de
knop Din te drukken (lampje op de
knop brandt);
draai de knop Cin stand
©
;
draai de knop Bin stand 4
-
(maxi-
male aanjagersnelheid).
Vervolgens kan een stand gekozen wor-
den waarbij het comfort optimaal blijft en
op de knop Dworden gedrukt om de
luchtrecirculatie uit te schakelen (lampje
op de knop gedoofd).
BELANGRIJK Bij een koude motor moet
enige minuten worden gewacht totdat de
vloeistof van het systeem de optimale be-
drijfstemperatuur heeft bereikt.
SNEL ONTWASEMEN/
ONTDOOIEN VOORRUITEN
(VOORRUIT EN ZIJRUITEN)
Ga als volgt te werk:
draai de knop Ain het rode vlak;
draai de knop Bin stand 4
-
(maxi-
male aanjagersnelheid);
draai de knop Cin stand
-
;
schakel de luchtrecirculatie uit door de
knop Din te drukken (lampje op de
knop gedoofd).
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 44
45
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Beslaan van de ruiten voorkomen
Als het buiten extreem vochtig is en/of bij
regen en/of bij grote verschillen in interi-
eur- en buitentemperatuur, raden wij u de
volgende procedure aan om het beslaan
van de ruiten te voorkomen:
draai de knop Ain het rode vlak;
schakel de luchtrecirculatie uit door de
knop Din te drukken (lampje op de
knop gedoofd);
draai de knop Cin stand
-
met de
mogelijkheid stand
®
in te schakelen
als de ruiten niet beslaan;
draai de knop Bop de 2esnelheid.
BELANGRIJK De airconditioning is zeer
bruikbaar om het beslaan van de ruiten
te voorkomen bij een hoge luchtvochtig-
heid, omdat de in het interieur gevoerde
lucht wordt ontvochtigd.
ONTWASEMING/
ONTDOOIING ACHTERRUIT
EN BUITENSPIEGELS fig. 38
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Druk op de knop Avoor het inschake-
len van deze functie: als deze functie wordt
ingeschakeld, gaat het lampje op de knop
branden.
De functie is voorzien van een tijdscha-
keling, waardoor de functie na 20 minuten
automatisch wordt uitgeschakeld. U kunt
de functie eerder uitschakelen door nog-
maals de knop Ain te drukken.
BELANGRIJK Plak geen stickers of an-
dere plaatjes op de elektrische weer-
standsdraden aan de binnenzijde van de
achterruit, om beschadiging van de ach-
terruitverwarming te voorkomen.
fig. 38 F0M0038m
Nadat de ruiten ontwasemd zijn, kan een
stand gekozen worden waarbij het com-
fort optimaal blijft.
BELANGRIJK De airconditioning kan
goed gebruikt worden om de ruiten snel-
ler te ontwasemen, omdat de lucht wordt
ontvochtigd. Stel de bedieningsorganen in
zoals hiervoor beschreven en schakel de
airconditioning in door de knop Ein te
drukken; het lampje op de knop gaat bran-
den.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 45
46
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
ONDERHOUD VAN
HET SYSTEEM
Schakel in de winter de airconditioning
1 keer per maand gedurende 10 minuten
in. Laat voor het zomerseizoen de wer-
king van de airconditioning door het Fiat
Servicenetwerk controleren.
De airconditioning maakt
gebruik van het koelmiddel
R134a. Bij lekkage is dit mid-
del niet schadelijk voor het
milieu. Gebruik in geen geval andere
middelen, zoals R12, omdat anders
de componenten van het systeem
beschadigd kunnen worden.
BELANGRIJK Met de recirculatiefunctie
kunnen, afhankelijk van de werking van het
systeem (“verwarming” of “koeling”), de
gewenste omstandigheden sneller bereikt
worden.
Het is echter niet raadzaam deze functie
in te schakelen op regenachtige of koude
dagen, omdat dan de ruiten aan de bin-
nenzijde aanzienlijk sneller kunnen beslaan.
LUCHTRECIRCULATIE
INSCHAKELEN
Druk op de knop
zodat het lampje
op de knop gaat branden.
Het verdient aanbeveling om de luchtre-
circulatie in te schakelen in de file of in tun-
nels. Hiermee wordt voorkomen dat ver-
vuilde lucht het interieur bereikt. Het is
niet raadzaam dit systeem langdurig te la-
ten werken, omdat anders, vooral als
u met meerdere personen in de auto zit,
de kans aanzienlijk toeneemt dat de ruiten
beslaan.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 46
47
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
BUITENVERLICHTING
Met de linker hendel fig. 39 bedient u de
buitenverlichting.
De buitenverlichting werkt uitsluitend als
de contactsleutel in stand MAR staat.
Als u de buitenverlichting inschakelt, gaat
ook de verlichting van het instrumenten-
paneel en van de bedieningsknoppen op
het dashboard branden.
DAGVERLICHTING (DRL)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Draai, met de contactsleutel in stand MAR
de draaiknop in stand Ozet, wordt auto-
matisch de dagverlichting ingeschakeld; de
andere lampen en de interieurverlichting
blijven uitgeschakeld. De automatische in-
schakeling van de dagverlichting kan wor-
den in- of uitgeschakeld via het menu op
het display (zie de paragraaf “Multifuncti-
oneel display en instelbaar multifunctio-
neel display” in dit hoofdstuk). Als de dag-
verlichting wordt uitgeschakeld, dan wordt
met de draaiknop in stand Ogeen enke-
le verlichting ingeschakeld.
GROOTLICHT
Trek, als de draaiknop reeds in stand
2
staat, de hendel naar het stuurwiel (2eon-
vergrendelde stand).
Op het instrumentenpaneel gaat het con-
trolelampje
1
branden.
Als de hendel opnieuw naar het stuurwiel
wordt getrokken, dooft het grootlicht en
wordt het dimlicht weer ingeschakeld.
GROOTLICHTSIGNAAL
Trek de hendel naar het stuurwiel (1eon-
vergrendelde stand), ongeacht de stand van
de draaiknop. Op het instrumentenpaneel
gaat het controlelampje
1
branden.
PARKEERLICHTEN
Wanneer, met uitgenomen contactsleutel
of in de stand STOP, de ring wordt ge-
draaid van de stand Onaar de stand 6,
gaan de parkeerlichten aan. Op het in-
strumentenpaneel gaat het controlelamp-
je 3branden.
fig. 39 F0M0614m
DIMLICHT/BUITENVERLICHTING
Met de contactsleutel in de stand MAR,
draai de ring naar de stand
2
. Bij inscha-
keling van de dimlichten gaan zowel de
dagverlichting als de dimlichten en de bui-
tenverlichting uit en aan. Op het instru-
mentenpaneel gaat het controlelampje
3
branden.
Wanneer, met de contactsleutel in de
stand MAR, de ring naar voren wordt ge-
draaid van de stand Onaar de stand 6
gaan de buitenverlichting, de kenteken-
verlichting en de D.R.L. dagverlichting (in-
dien aanwezig) aan als ze niet uitgescha-
keld zijn via de menu op de display.
De dagverlichting is een al-
ternatief voor het dimlicht tij-
dens het rijden overdag. Deze dagver-
lichting is in bepaalde landen verplicht
en waar niet verplicht, toegestaan.
ATTENTIE!
De dagverlichting is geen ver-
vanging voor het dimlicht tij-
dens het rijden in tunnels of in het don-
ker. Het gebruik van de dagverlichting
is afhankelijk van de wettelijke voor-
schriften van het land waarin u zich be-
vindt. Houdt u aan de voorschriften.
ATTENTIE!
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 47
48
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
RICHTINGAANWIJZERS fig. 40
Zet de hendel in de vergrendelde stand:
omhoog (stand 1): inschakeling rechter
richtingaanwijzer;
omlaag (stand 2): inschakeling linker
richtingaanwijzer.
Op het instrumentenpaneel knippert het
controlelampje
¥
of
Î
.
De richtingaanwijzers schakelen automa-
tisch uit als de auto weer rechtuit rijdt.
Functie wisselen van rijbaan
Als u bij wisseling van rijstrook kort rich-
ting wilt aangeven, moet u de linker hendel
korter dan een halve seconde in de on-
vergrendelde stand zetten. De richting-
aanwijzer aan de gekozen zijde knippert
5 keer en dooft daarna automatisch.
“FOLLOW ME HOME” SYSTEEM
Met dit systeem kan de ruimte voor de
auto een bepaalde tijd worden verlicht.
Inschakelen
U schakelt deze functie in door de con-
tactsleutel in stand STOP te draaien of
uit te nemen en de linker hendel binnen
2 minuten na het uitzetten van de motor
naar het stuur te trekken.
Telkens als u de hendel bedient, blijft de
verlichting 30 seconden langer branden,
tot een maximum van 210 seconden; hier-
na schakelt de verlichting automatisch uit.
Als de hendel wordt bediend, gaat het con-
trolelampje
3
op het instrumentenpa-
neel branden en verschijnt er een bericht
op het display (zie het hoofdstuk “Lampjes
en berichten”) gedurende de tijd dat de
functie actief blijft. Het lampje gaat bran-
den als de hendel voor het eerst bediend
wordt en blijft branden totdat de functie
automatisch uitschakelt. Telkens als de
hendel wordt bediend, wordt alleen de
inschakeltijd van de verlichting verlengd.
Uitschakelen
Houd de hendel langer dan 2 seconden
naar het stuur getrokken.
MISTLAMPEN VOOR MET
CORNERING LIGHTS-FUNCTIE
Bij ingeschakeld dimlicht en bij een snel-
heid lager dan 40 km/h, wordt bij een gro-
te stuuruitslag of bij inschakeling van de
richtingaanwijzers, een lamp (ingebouwd
in de mistlamp) aan de binnenzijde van de
bocht ingeschakeld om het zichtveld ‘s
nachts te vergroten. De werking kan wor-
den in- of uitgeschakeld via het menu op
het display (zie de paragraaf “Functies dis-
play” in dit hoofdstuk).
fig. 40 F0M0613m
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 48
49
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
RUITEN REINIGEN
Met de rechter hendel fig. 41 kunt u de
ruitenwissers/-sproeiers en achterruit-
wisser/-sproeier bedienen.
RUITENWISSERS/-SPROEIERS
Deze werken uitsluitend als de contact-
sleutel in stand MAR staat.
De draaiknop van de rechter hendel kan
in vier standen worden gezet:
Oruitenwissers uitgeschakeld;
wissen met interval;
langzaam continu wissen;
¥snel continu wissen.
In stand A(onvergrendelde stand) wer-
ken de ruitenwissers, zolang u de hendel
met de hand in deze stand houdt. Als u de
hendel loslaat, springt deze direct weer te-
rug en schakelen de ruitenwissers auto-
matisch uit.
Gebruik de ruitenwissers niet
om opgehoopte sneeuw of ijs
van de voorruit te verwijde-
ren. In die omstandigheden
grijpt, als de ruitenwissers te zwaar
worden belast, de beveiliging in, die er-
voor zorgt dat de ruitenwissers enkele
seconden worden uitgeschakeld. Als
hierna de werking niet wordt hervat
(ook niet als de motor met de con-
tactsleutel opnieuw is gestart), wendt
u dan tot het Fiat Servicenetwerk.
Als de draaiknop in stand staat, wordt
de slag van de ruitenwissers automatisch
aangepast aan de snelheid van de auto.
BELANGRIJK Vervang de wisserbladen
volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk
“Onderhoud en zorg”.
fig. 41 F0M0612m
“Intelligente wis-/wasregeling”
Als u de hendel naar het stuur trekt
(onvergrendelde stand), schakelen de
ruitensproeiers in.
Als u de hendel langer dan een halve se-
conde aangetrokken houdt, dan worden
in een handeling de ruitenwissers en de
ruitensproeiers ingeschakeld.
Als u de hendel loslaat, maken de ruiten-
wissers nog drie slagen.
Na 6 seconden volgt nog een extra reini-
gingsslag.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 49
50
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
ACHTERRUITWISSER/-SPROEIER
fig. 41
Deze werken uitsluitend als de contact-
sleutel in stand MAR staat.
De werking stopt als de hendel wordt los-
gelaten.
Als u de draaiknop van stand Oin stand
'
zet, dan werkt de achterruitwisser als
volgt:
in intervalstand als de ruitenwissers
voor niet zijn ingeschakeld;
synchroon (met de helft van de fre-
quentie van de ruitenwissers voor) als
de ruitenwissers voor zijn ingeschakeld;
continu als de achteruit is ingeschakeld.
Gebruik de achterruitwisser
niet om opgehoopte sneeuw
of ijs van de achterruit te ver-
wijderen. In die omstandighe-
den grijpt, als de achterruitwisser te
zwaar wordt belast, de beveiliging in,
die ervoor zorgt dat de wisser enkele
seconden wordt uitgeschakeld. Als hier-
na de werking niet wordt hervat (ook
niet als de motor met de contactsleu-
tel opnieuw is gestart), wendt u dan tot
het Fiat Servicenetwerk.
Als u bij ingeschakelde ruitenwissers voor
de achteruit inschakelt, gaat automatisch
ook de achterruitwisser continu wissen.
Als u de hendel naar het dashboard duwt
(onvergrendelde stand), schakelt de ach-
terruitsproeier in.
Als u de hendel langer dan een halve se-
conde naar het dashboard geduwd houdt,
schakelt ook de achterruitwisser in.
Als u de hendel loslaat, wordt het intelli-
gente wis-/wasprogramma ingeschakeld,
zoals bij de ruitenwissers voor.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 50
51
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
PLAFONDVERLICHTING
PLAFONDVERLICHTING
VOOR MET KANTELBAAR
LAMPENGLAS
U kunt het lampje in- en uitschakelen door
op de rechter of linker zijde van het lam-
penglas te drukken, zoals is afgebeeld in
fig. 43.
PLAFONDVERLICHTING
VOOR MET SPOTJES
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Met de schakelaar A-fig. 44 kunnen de pla-
fondlampjes worden in- en uitgeschakeld.
Met de schakelaar A-fig. 44 in het mid-
den, worden de lampjes Cen Din-/uit-
geschakeld bij het openen/sluiten van de
voorportieren.
Met de schakelaar A-fig. 44 naar links ge-
drukt, blijven de lampjes Cen Daltijd uit-
geschakeld.
Met de schakelaar A-fig. 44 naar rechts
gedrukt, blijven de lampjes Cen Daltijd
ingeschakeld.
Het inschakelen/doven van de verlichting
gaat geleidelijk.
Met de schakelaar B-fig. 44 bedient u de
spotjes; bij uitgeschakelde plafondverlich-
ting wordt met de schakelaar:
in linker stand, het spotje Cingescha-
keld;
in rechter stand, het spotje Dinge-
schakeld.
fig. 44 F0M0065m
fig. 43 F0M0067m
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 51
52
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Brandduurregeling
van de plafondverlichting
Om het in- en uitstappen vooral in het don-
ker te vergemakkelijken, zijn er 2 brand-
duurregelingen (bepaalde uitvoeringen).
BRANDDUURREGELING BIJ HET INSTAPPEN
De plafondlampjes gaan op de volgende
manier branden:
ongeveer 10 seconden tijdens het ont-
grendelen van de voorportieren;
ongeveer 3 minuten bij het openen van
een portier;
ongeveer 10 seconden bij het vergren-
delen van de portieren.
De werking van de brandduurregeling
wordt onderbroken als de contactsleutel
in stand MAR wordt gedraaid.
BRANDDUURREGELING BIJ HET UITSTAPPEN
Als de contactsleutel uit het start-/
contactslot wordt verwijderd, gaan de
plafondlampjes op de volgende manier
branden:
ongeveer 10 seconden binnen 2 minu-
ten na het uitzetten van de motor;
ongeveer 3 minuten bij het openen van
een portier;
ongeveer 10 seconden bij het sluiten
van een portier.
De brandduurregeling schakelt automatisch
uit als de portieren worden vergrendeld.
BELANGRIJK Controleer voordat u de
auto verlaat of beide schakelaars in de
middelste stand staan. Op deze manier
zullen de lampjes van de plafondverlichting
doven bij het sluiten van de portieren, en
voorkomt u dat de accu ontlaadt.
Als de schakelaar in de rechter stand
is blijven staan, schakelt de verlichting
15 minuten na het uitzetten van de motor
automatisch uit.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 52
53
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
BEDIENINGSKNOPPEN
WAARSCHUWINGSKNIPPERLI
CHTEN fig. 45
Deze worden ingeschakeld als op knop A
wordt gedrukt, ongeacht de stand van de
contactsleutel.
Als het systeem is ingeschakeld, branden
de lampjes
Î
en
¥
op het instrumen-
tenpaneel.
Druk voor uitschakeling nogmaals op de
knop.
Het gebruik van de waarschuwingsknip-
perlichten is afhankelijk van de wetgeving
van het land waarin u zich bevindt. Houdt
u aan de voorschriften.
Noodstop
Bij een noodstop schakelen automatisch
de waarschuwingsknipperlichten in en
gaan gelijktijdig de lampjes
Î
en
¥
op het
instrumentenpaneel branden.
De functie schakelt automatisch uit als de
remvertraging niet meer het karakter van
een noodstop heeft.
Deze functie voldoet aan de huidige wet-
telijke voorschriften.
MISTLAMPEN VOOR fig. 46
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Ze gaan branden als op knop
5
wordt
gedrukt.
Op het instrumentenpaneel gaat het con-
trolelampje
5
branden.
Druk voor uitschakeling nogmaals op de
knop.
Als de mistlampen branden, dan brandt
ook de buiten- en kentekenverlichting, ter-
wijl de dagverlichting gedoofd is, ongeacht
de stand van de draaiknop.
Het gebruik van de mistlampen is afhan-
kelijk van de wetgeving van het land
waarin u zich bevindt. Houdt u aan de
voorschriften.
fig. 45 F0M0616m fig. 46 F0M0070m
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 53
54
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
ACHTERRUITVERWARMING
fig. 49
Druk op de knop Avoor inschakeling. Bij
ingeschakelde achterruitverwarming zorgt
een tijdschakeling ervoor dat de verwar-
ming na ongeveer 20 minuten uitschakelt.
fig. 49 F0M0036m
PARKEERVERLICHTING
Draai met de sleutel in stand STOP of
met uitgenomen sleutel, de draaiknop van
de linker hendel eerst in stand Oen ver-
volgens in stand
6
of
2
.
Op het instrumentenpaneel gaat het con-
trolelampje
3
branden.
ELEKTRISCHE
STUURBEKRACHTIGING
DUALDRIVE fig. 48
Druk op de knop Avoor inschakeling van
de functie “CITY” (zie de paragraaf “Elek-
trische stuurbekrachtiging Dualdrive” in
dit hoofdstuk). Als de functie is ingescha-
keld, dan wordt op het instrumentenpa-
neel het lampje CITY verlicht. Druk nog-
maals op de knop om deze functie uit te
schakelen.
fig. 48 F0M0617m
MISTACHTERLICHT fig. 47
Druk voor inschakelen op knop 4. Het
mistachterlicht werkt alleen als de dimlich-
ten of de mistlampen voor (voor bepaalde
uitvoeringen/markten) zijn ingeschakeld.
Op het instrumentenpaneel gaat het con-
trolelampje 4branden.
Druk voor uitschakeling nogmaals op de
knop of schakel het dimlicht en/of de mist-
lampen voor (voor bepaalde uitvoeringen/
markten) uit.
Het gebruik van het mistachterlicht is af-
hankelijk van de wetgeving van het land
waarin u zich bevindt. Houdt u aan de
voorschriften.
fig. 47 F0M0071m
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 54
55
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Portierontgrendeling
bij een ongeval
Bij een ongeval waarbij de brandstof-
noodschakelaar in werking treedt, worden
de portieren automatisch ontgrendeld zo-
dat het interieur van de auto van buiten-
af bereikt kan worden. Gelijktijdig gaat ook
de plafondverlichting branden. U kunt de
portieren echter altijd van binnenuit ope-
nen met behulp van de daarvoor bestem-
de bedieningshendels.
Als u na het ongeval geen brandstoflek-
kage vindt en de auto kan nog verder rij-
den, herstel dan de werking van de brand-
stofnoodschakeling, volgens de hierna
beschreven procedure.
PORTIERVERGRENDELING
fig. 50
U kunt de centrale portiervergrendeling
inschakelen door de knop Aop de mid-
denconsole in te drukken, onafhankelijk
van de stand van de contactsleutel.
BRANDSTOFNOOD -
SCHAKELING
Deze schakelt in bij een ongeval waardoor:
de toevoer van brandstof wordt ge-
stopt en de motor afslaat;
de portieren automatisch ontgrende-
len;
de interieurverlichting wordt ingescha-
keld.
Als de brandstofnoodschakeling geacti-
veerd is, verschijnt op het display het be-
richt “Brandstoftoevoer afgesloten, zie in-
structieboekje”.
Controleer de auto zorgvuldig op brand-
stoflekkage, bijvoorbeeld in de motor-
ruimte, onder de auto of in de nabijheid
van de brandstoftank.
Draai na een ongeval de contactsleutel
in stand STOP om te voorkomen dat de
accu ontlaadt.
fig. 50 F0M0618m
Als u na een ongeval een
brandstoflucht ruikt of merkt
dat het brandstofsysteem lekt, scha-
kel dan het systeem niet opnieuw in,
zodat brand wordt voorkomen.
ATTENTIE!
BRANDSTOFNOOD-
SCHAKELING
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 55
56
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
fig. 52 F0M0077m
fig. 51 F0M0104m
fig. 53 F0M0078m
INTERIEURUITRUSTING
DASHBOARDKASTJE
fig. 51-52
Trek aan de handgreep A-fig. 51 om het
dashboardkastje te openen.
In het dashboardkastje bevindt zich een
documentenvak A-fig. 52 (voor bepaalde
uitvoeringen/markten).
OPBERGVAKKEN
Het opbergvak A-fig. 53 bevindt zich
in het dashboard, links van het stuurwiel.
Om de juiste werking van de auto te her-
stellen, moeten de volgende handelingen
worden uitgevoerd:
draai de contactsleutel in stand MAR;
schakel de rechter richtingaanwijzer in;
schakel de rechter richtingaanwijzer uit;
schakel de linker richtingaanwijzer in;
schakel de linker richtingaanwijzer uit;
schakel de rechter richtingaanwijzer in;
schakel de rechter richtingaanwijzer uit;
schakel de linker richtingaanwijzer in;
schakel de linker richtingaanwijzer uit;
draai de contactsleutel in stand STOP;
draai de contactsleutel in stand MAR.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 56
57
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
PORTIERVAKKEN fig. 56
In ieder portier bevindt zich een opberg/
documentenvak.
ARMSTEUN VOOR
MET OPBERGVAK
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Tussen de voorstoelen is bij enkele uit-
voeringen een armsteun geplaatst A-fig.
57.
Om de armsteun te gebruiken, moet
u de steun omlaag duwen zoals afgebeeld
in fig. 57.
Als u de knop A-fig. 58 indrukt, kunt
u het bovenste gedeelte van de armsteun
omhoogklappen en het vak Bgebruiken.
Met de hendel Ckunt u de armsteun in
een lagere stand zetten dan de normale
gebruiksstand.
fig. 54 F0M0619m
fig. 55 F0M0080m fig. 57 F0M0225m
fig. 58 F0M0245m
fig. 56 F0M0081m
Het opbergvak B-fig. 54 bevindt zich
in het midden van het dashboard.
Het opbergvak Bkan worden uitgeno-
men voor de eventuele installatie van de
autoradio.
HANDSCHOENENVAK
Het vak A-fig. 55 bevindt zich in de tun-
nelconsole voor de handrem.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 57
58
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
AANSTEKER fig. 62
Deze is in de tunnelconsole geplaatst, voor
de handrem.
Druk voor het inschakelen van de aanste-
ker de knop Ain, als de contactsleutel in
stand MAR staat.
Na ongeveer 15 seconden springt de knop
in de beginstand en is de aansteker klaar
voor gebruik.
BELANGRIJK Controleer altijd of de aan-
steker na het indrukken ook uitschakelt.
fig. 62 F0M0084m
De aansteker wordt erg
heet. Gebruik de aansteker
voorzichtig en voorkom dat hij ge-
bruikt wordt door kinderen: risico op
brand en/of brandwonden.
ATTENTIE!
BEKERHOUDER –
BLIKJESHOUDER fig. 59-60
De bekerhouders – blikjeshouders bevin-
den zich op de tunnelconsole (twee voor
de handrem en één achter).
PASJESHOUDER – CD-HOUDER
fig. 61
Op de tunnelconsole bevinden zich gleu-
ven om telefoonkaarten, CD’Smagneet-
pasjes of tolkaarten in op te bergen.
fig. 59 F0M0082m fig. 61 F0M0083m
fig. 60 F0M0118m
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 58
60
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
PORTIEREN
CENTRALE PORTIERVER-/
ONTGRENDELING
Portiervergrendeling van buitenaf
Druk bij gesloten portieren op de knop
Á
op de afstandsbediening fig. 70 of steek de
metalen baard in het slot van het bestuur-
dersportier en draai de sleutel rechtsom.
Als de portieren zijn vergrendeld, brandt
het lampje op de knop A-fig. 72 één keer.
Alleen als alle portieren gesloten zijn,
wordt de portiervergrendeling ingescha-
keld. Als een of meerdere portieren niet
vergrendeld zijn na het indrukken van de
knop
Á
op de afstandsbediening fig. 70,
gaan de richtingaanwijzers en het lampje
op de knop A-fig. 72 ongeveer 3 secon-
den snel knipperen.
Als een of meerdere portieren niet ver-
grendeld zijn nadat de metalen baard van
de sleutel in het slot van het bestuurder-
sportier is gedraaid, gaat alleen het lamp-
je op de knop A-fig. 72 ongeveer 3 se-
conden snel knipperen. Als de portieren
zijn gesloten en de achterklep open is,
worden de portieren vergrendeld: de rich-
tingaanwijzers (alleen na vergrendeling
door op de knop
Á
fig. 70 te drukken) en
het lampje op de knop A-fig. 72 gaan on-
geveer 3 seconden snel knipperen.
Bij ingeschakelde functie kunt u de sloten
van de andere portieren ontgrendelen
door de knop A-fig. 72 op de midden-
console in te drukken.
Druk twee keer snel achter elkaar op
de knop
Áop de afstandsbediening
fig.
70 voor het inschakelen van het dead
lock-systeem (zie de paragraaf “Dead
lock-systeem”).
Portierontgrendeling van buitenaf
Druk kort op de knop
Ë
fig. 70 voor het
op afstand ontgrendelen van de portie-
ren. Gelijktijdig wordt de plafondverlich-
ting tijdelijk ingeschakeld en knipperen de
fig. 72 F0M0620m
richtingaanwijzers twee keer. Of steek
de metalen baard in het slot van het
bestuurdersportier en draai de sleutel
linksom zoals afgebeeld in fig. 71.
Portierver-/ontgrendeling
vanuit het interieur
Druk op de knop A-fig. 72 om alle por-
tieren te ver-/ontgrendelen. De knop is
voorzien van een lampje dat de status aan-
geeft (portieren ver- of ontgrendeld). Als
de portieren vergrendeld zijn, brandt het
lampje op de knop; als de knop wordt in-
gedrukt, worden alle portieren ontgren-
deld en dooft het lampje. Als de portieren
zijn ontgrendeld, is het lampje gedoofd;
als de knop wordt ingedrukt, worden al-
le portieren vergrendeld. Alleen als alle
portieren goed gesloten zijn, wordt de
portiervergrendeling uitgevoerd.
fig. 71 F0M0410m
fig. 70 F0M0409m
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 60
62
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
NOODPORTIERVERGRENDELING
ACHTER (5-deurs uitvoeringen)
fig. 74
De achterportieren zijn voorzien van een
systeem waarmee ze kunnen worden ver-
grendeld als er geen stroom aanwezig is.
In dat geval moet u:
de contactsleutel in het slot Bsteken;
het slot van stand 2 in stand 1draaien
en het portier sluiten.
Als het systeem is ingeschakeld, kunt u de
achterportieren weer openen met de
handgrepen in de auto.
Bedien het kinderveiligheids-
slot niet als de noodportier-
vergrendeling achter al is ingescha-
keld.
Als beide systemen zijn ingeschakeld:
om het portier weer te kunnen ope-
nen, moet eerst met de handgreep in
de auto de noodportiervergrendeling
achter worden uitgeschakeld en ver-
volgens het portier met de handgreep
aan de buitenzijde worden geopend.
ATTENTIE!
KINDERVEILIGHEIDSSLOT
(5-deursuitvoeringen) fig. 73
Hierdoor kunnen de achterportieren niet
van binnenuit geopend worden.
Het systeem kan alleen bij een geopend
portier worden ingeschakeld.
stand 1– systeem ingeschakeld (portier
vergrendeld);
stand 2– systeem uitgeschakeld (por-
tier kan van binnenuit worden ge-
opend).
Het systeem A-fig. 73 blijft ook inge-
schakeld na het elektrisch ontgrendelen
van de portieren.
Schakel dit systeem altijd in
als u kinderen vervoert.
ATTENTIE!
Controleer nadat u het vei-
ligheidsslot bij beide achter-
portieren hebt ingeschakeld, of het
slot daadwerkelijk is ingeschakeld
door aan de handgreep aan de bin-
nenzijde van de portieren te trekken.
ATTENTIE!
fig. 74 F0M0412m
fig. 73 F0M0411m
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 62
63
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
RUITBEDIENING
ELEKTRISCH BEDIEND
In de armsteun van het portier aan be-
stuurderszijde zijn de twee bedienings-
schakelaars fig. 75 gemonteerd waarmee
u, als de contactsleutel in stand MAR
staat, de zijruiten bedient:
Aopenen/sluiten zijruit linksvoor;
Bopenen/sluiten zijruit rechtsvoor.
Opmerking: door de knop in te drukken
wordt de ruit geopend, door hem uit te
trekken wordt de ruit gesloten.
De automatisch continue werking
van de ruit wordt ingeschakeld als
u langer dan een halve seconde op een van
de bedieningsschakelaars drukt. De be-
weging stopt als de ruit aan het einde van
zijn slag is of als u nogmaals op de scha-
kelaar drukt.
BELANGRIJK Als de anti-letselfunctie bin-
nen 1 minuut 5 keer inschakelt, dan voert
het systeem automatisch de “recovery”
uit (zelfbescherming). Hierbij gaat de ruit
telkens een klein stukje omhoog totdat de
ruit geheel gesloten is.
fig. 75 F0M0136m
Automatische werking
De auto is uitgerust met automatische
ruitbediening omhoog en omlaag aan de
bestuurderszijde.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 63
64
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Initialisatie van de ruitbediening
Als de accu losgekoppeld is geweest of als
een zekering is doorgebrand, moet de wer-
king van het systeem opnieuw ingesteld
worden.
Initialisatieprocedure:
sluit de ruit die geïnitialiseerd moet
worden geheel (handmatig);
houd na het bereiken van de geheel
gesloten stand de schakelaar nog ten
minste 1 seconde ingedrukt.
Onzorgvuldig gebruik van de
elektrische ruitbediening kan
gevaarlijk zijn. Controleer voor en tij-
dens het bedienen van de ruit altijd of
de passagiers niet kunnen worden
verwond door de bewegende ruiten,
hetzij direct door contact met de ruit,
hetzij door voorwerpen die door de
ruit worden meegesleept of geraakt.
Verwijder altijd de sleutel uit het con-
tactslot als u de auto verlaat om te
voorkomen dat een onverwachtse
inschakeling van de elektrische ruit-
bediening gevaar oplevert voor de
achtergebleven passagiers.
ATTENTIE!
HANDBEDIENING ACHTER
(5-deurs uitvoeringen) fig. 76
Open of sluit de ruit met de betreffende
slinger.
fig. 76 F0M0091m
Ga voor het herstellen van de juiste wer-
king van het systeem als volgt te werk:
open de ruiten;
of
draai de contactsleutel in stand STOP
en vervolgens in MAR.
Als er geen storingen zijn, dan werkt de
ruit weer normaal.
BELANGRIJK Als de contactsleutel in
stand STOP staat of is uitgenomen, dan
kunnen de ruiten nog ongeveer 2 minuten
worden bediend. Het systeem wordt ech-
ter onmiddellijk uitgeschakeld als een van
de portieren wordt geopend.
Het systeem voldoet aan de
2000/4/EU-normen en is ge-
richt op de bescherming van de inzit-
tenden wanneer deze ledematen door
de geopende ruit steken.
ATTENTIE!
BELANGRIJK Als bij enkele uitvoeringen
de knop
Ë
op de sleutel met afstandsbe-
diening langer dan 2 seconden wordt in-
gedrukt, worden de ruiten geopend; als de
knop
Á
op de sleutel met afstandsbedie-
ning langer dan 2 seconden wordt inge-
drukt, worden de ruiten gesloten.
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 64
68
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
MOTORKAP
OPENEN
Ga als volgt te werk:
trek de hendel fig. 89 in de richting van
de pijl;
trek aan het hendeltje A-fig. 90, zoals
aangegeven in de afbeelding;
til de motorkap op en trek gelijktijdig de
steunstang D-fig. 91 uit de klem; steek
vervolgens het uiteinde C-fig. 92 van
de stang in de zitting Eop de motorkap.
BELANGRIJK Controleer of de armen van
de ruitenwissers tegen de ruit aanstaan
voordat u de motorkap optilt.
SLUITEN
Ga als volgt te werk:
houd de motorkap met een hand om-
hoog, trek met de andere hand de stang
C-fig. 92 uit de zitting Een plaats de
steunstang terug in de klem D-fig. 91;
fig. 90 F0M605m
fig. 89 F0M0135m
laat de motorkap tot op ongeveer
20 cm van de motorruimte zakken, laat
de motorkap vallen en controleer of de
motorkap goed is gesloten door de mo-
torkap op te tillen. De motorkap mag
niet alleen door de beveiliging vergren-
deld zijn. Druk in dit laatste geval de
motorkap niet dicht, maar til hem op-
nieuw op en herhaal de handeling.
BELANGRIJK Controleer altijd of de mo-
torkap vergrendeld is, om te voorkomen
dat deze tijdens het rijden open gaat.
fig. 91 F0M0413m
fig. 92 F0M0133m
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 68
69
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Om veiligheidsredenen moet
de motorkap tijdens het rij-
den altijd goed gesloten zijn. Con-
troleer daarom altijd of de motorkap
goed vergrendeld is. Als u tijdens het
rijden merkt dat de motorkap niet
goed is vergrendeld, stop dan on-
middellijk en sluit de motorkap op de
juiste wijze.
ATTENTIE!
Als de steunstang verkeerd
geplaatst wordt, kan de mo-
torkap onverwacht dichtvallen.
ATTENTIE!
Voer deze handeling alleen
uit als de auto stilstaat.
ATTENTIE!
IMPERIAAL/SKIDRAGER
3-deursuitvoeringen
De voorste bevestigingspunten bevinden
zich op de punten A-fig. 93.
De achterste bevestigingspunten bevinden
zich op de punten B. Deze worden aan-
gegeven met symbolen (
O
) op de zijrui-
ten achter.
5-deursuitvoeringen
De voorste bevestigingspunten bevinden
zich op de punten A-fig. 93.
De achterste bevestigingspunten bevinden
zich op de punten B. Deze worden aan-
gegeven met een inkeping op het boven-
ste deel van de portierstijl.
BELANGRIJK U dient zich strikt aan de
montagevoorschriften te houden die bij de
set zijn geleverd. De montage moet altijd
door deskundige personen worden uitge-
voerd.
fig. 93 F0M0102m
Controleer na enkele kilome-
ters rijden nogmaals of de be-
vestigingsbouten nog goed vastzitten.
ATTENTIE!
Houdt u zorgvuldig aan de wet-
telijke bepalingen betreffende
de maximale afmetingen.
Verdeel de lading gelijkmatig
en houd tijdens de rit reke-
ning met een verhoogde zijwindge-
voeligheid.
ATTENTIE!
Overschrijd nooit het maxi-
mum draagvermogen (zie het
hoofdstuk “Technische gege-
vens”).
033-069 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.56 Pagina 69
70
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
KOPLAMPEN
KOPLAMPEN AFSTELLEN
Goed afgestelde koplampen zijn belangrijk
voor het comfort en de veiligheid van uzelf
en de overige weggebruikers. Voor opti-
maal zicht en zichtbaarheid moeten de
koplampen op de juiste wijze zijn afgesteld.
Wendt u voor controle of afstelling tot
het Fiat Servicenetwerk.
KOPLAMPVERSTELLING
De stand kan worden geregeld als de con-
tactsleutel in stand MAR staat en de dim-
lichten zijn ingeschakeld. Als de auto is
beladen en achterover helt, schijnt de licht-
bundel meer omhoog. De stand van de
koplampen moet nu worden gecorrigeerd.
Koplampen afstellen fig. 94
De koplampen kunnen worden versteld
met de knoppen Òen Óop het scha-
kelaarpaneel.
Op het display van het instrumentenpa-
neel wordt de stand aangegeven.
Stand 0– een of twee personen op de
voorstoelen.
Stand 1– vijf personen.
Stand 2– vijf personen + bagage.
Stand 3– bestuurder + toegestane maxi-
mum lading volledig in de bagageruimte.
BELANGRIJK Controleer de afstelling van
de koplampen telkens als het gewicht van
de lading wijzigt.
MISTLAMPEN VOOR AFSTELLEN
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Wendt u voor controle of afstelling tot
het Fiat Servicenetwerk.
fig. 94 F0M0103m
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 70
71
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
KOPLAMPEN AANPASSEN AAN
HET BUITENLAND fig. 95-96
De dimlichten zijn afgesteld voor gebruik
in het land waarin de auto is verkocht. In
die landen waarin aan de andere zijde van
de weg wordt gereden, moet om het te-
gemoetkomende verkeer niet te verblin-
den, de vorm van de lichtbundel worden
gewijzigd door het aanbrengen van een
speciaal daarvoor ontwikkelde sticker.
Deze sticker is opgenomen in het Fiat
Lineaccessori-programma en verkrijgbaar
bij het Fiat Servicenetwerk.
De afbeelding heeft betrekking op de
overgang van een land waar links wordt
gereden naar een land waar rechts wordt
gereden.
fig. 95 F0M0657m
fig. 96 F0M0656m
165
69
R 151
50
130
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 71
73
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
ESP-SYSTEEM
(Electronic Stability
Program)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Dit systeem bewaakt de stabiliteit van de
auto als de wielen hun grip verliezen,
waardoor de auto beter op koers blijft.
De werking van het ESP is uitermate nut-
tig als de grip op het wegdek wisselt.
Naast het ESP-, ASR- en Hill Holder-sys-
teem beschikt de auto (voor bepaalde uit-
voeringen/markten) ook over MSR (rege-
ling van het afremmen op de motor tijdens
terugschakelen) en HBA (automatische
remdrukverhoger bij noodstops).
ACTIVERING VAN HET SYSTEEM
Bij activering gaat het lampje
á
op het in-
strumentenpaneel knipperen, om de be-
stuurder er op te wijzen dat de auto de
stabiliteit en de grip dreigt te verliezen.
Als het ABS in werking
treedt, merkt u dat aan een
trilling in het rempedaal. Verlaag de
remdruk niet maar houd het rempe-
daal juist goed ingetrapt; op deze ma-
nier hebt u de kortste remweg in re-
latie tot de conditie van het wegdek.
ATTENTIE!
Storing in EBD
Bij een storing branden de waarschu-
wingslampjes
>
en
x
op het instru-
mentenpaneel en verschijnt er een mel-
ding op het multifunctionele display (voor
bepaalde uitvoeringen/markten) (zie het
hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
In dit geval kunnen bij krachtig remmen
de achterwielen vroegtijdig blokkeren
waardoor de auto kan slippen. Rijd zeer
voorzichtig naar de dichtstbijzijnde werk-
plaats van het Fiat Servicenetwerk om het
systeem te laten controleren.
Als alleen het waarschu-
wingslampje
x
op het in-
strumentenpaneel gaat branden (er
verschijnt ook een melding op het
multifunctionele display – voor be-
paalde uitvoeringen/markten), stop
dan onmiddellijk en wendt u tot het
Fiat Servicenetwerk. Als er vloeistof
lekt uit het hydraulische systeem,
wordt de werking van zowel het con-
ventionele remsysteem als het ABS in
gevaar gebracht.
ATTENTIE!
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 73
74
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
INSCHAKELING
VAN HET SYSTEEM
Het ESP wordt automatisch ingeschakeld
als de motor wordt gestart en kan niet
worden uitgeschakeld.
STORINGSMELDINGEN
Bij een storing in het ESP wordt het sys-
teem automatisch uitgeschakeld en gaat het
lampje
á
op het instrumentenpaneel con-
tinu branden en verschijnt er een melding
op het multifunctionele display (voor be-
paalde uitvoeringen/markten) (zie het
hoofdstuk “Lampjes en berichten”). Bo-
vendien gaat ook het lampje in de knop
ASR OFF branden. Wendt u in dat geval zo
snel mogelijk tot het Fiat Servicenetwerk.
De prestaties van het ESP-
systeem mogen de bestuur-
der er niet toe verleiden onnodige en
onverantwoorde risico’s te nemen. De
rijstijl moet altijd zijn aangepast aan
het wegdek, het zicht en het verkeer.
De verantwoordelijkheid voor de ver-
keersveiligheid ligt altijd en overal bij
de bestuurder.
ATTENTIE!
HILL HOLDER-SYSTEEM
Dit in het ESP geïntegreerde systeem helpt
bij het wegrijden op een helling.
Het systeem schakelt automatisch in als:
op een stijgende helling: de auto stilstaat
op een helling van meer dan 5% met
draaiende motor, ingetrapt rempedaal
en versnellingsbak in vrij of als een
andere versnelling dan de achteruit is
ingeschakeld.
op een dalende helling: de auto stilstaat
op een helling van meer dan 5% met
draaiende motor, ingetrapt rempedaal
en als de achteruit is ingeschakeld.
Tijdens het wegrijden zorgt de regeleen-
heid van het ESP ervoor dat de wielen ge-
remd blijven, totdat het noodzakelijke mo-
torkoppel is bereikt om weg te rijden (of
maximaal 1 seconde), zodat u meer tijd
heeft om uw rechter voet van het rem-
pedaal naar het gaspedaal te verplaatsen.
Als u na 1 seconde niet bent weggereden,
schakelt het systeem automatisch uit en
wordt de remdruk geleidelijk verlaagd.
Tijdens deze fase kunt u een typisch geluid
horen. Dit geluid betekent dat de auto
ieder moment in beweging kan komen.
Storingsmeldingen
Bij een storing in het systeem brandt op het
instrumentenpaneel het waarschuwings-
lampje *bij een digitaal display en het
lampje
á
bij een multifunctioneel display
(voor bepaalde uitvoeringen/markten) (zie
het hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
BELANGRIJK Het Hill Holder-systeem is
geen handrem; verlaat dus nooit de auto
zonder de handrem aan te trekken, de
motor uit te zetten en de eerste versnel-
ling in te schakelen.
Voor een goede werking van
de ESP- en ASR-systemen is
het van groot belang dat de banden
van alle wielen van hetzelfde type
zijn, dat ze in perfecte staat verkeren
en vooral van de aanbevolen maat
zijn.
ATTENTIE!
HYDRAULIC BRAKE ASSIST
(remregeling bij noodstops
geïntegreerd in ESP)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Dit systeem, dat niet kan worden uitge-
schakeld, herkent noodstops (op basis van
de snelheid waarmee het rempedaal
wordt ingetrapt) en verhoogt de druk in
het remcircuit aanzienlijk, waardoor snel-
ler en krachtiger door het systeem wordt
geremd.
De Hydraulic Brake Assist wordt, bij uit-
voeringen die zijn uitgerust met ESP, uit-
geschakeld bij een storing in het ESP
(lampje
á
brandt en er verschijnt een mel-
ding op het multifunctionele display – voor
bepaalde uitvoeringen/markten).
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 74
75
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
MSR-systeem
(regeling van motorremwerking)
Dit systeem, dat geïntegreerd is in het
ASR-systeem, verhoogt bij bruusk terug-
schakelen het motorkoppel, zodat over-
matige vertraging van de aangedreven
wielen wordt voorkomen. Dit heeft voor-
al voordelen op een wegdek met weinig
grip, waarop de stabiliteit van de auto snel
verloren kan gaan.
In-/uitschakeling
van het systeem
fig. 97
Het ASR-systeem schakelt automatisch in
als de motor wordt gestart.
Tijdens het rijden kan de ASR worden uit-
geschakeld en vervolgens weer worden
ingeschakeld door de knop Aop het
schakelaarpaneel op het dashboard in te
drukken fig. 97.
Als het systeem wordt uitgeschakeld, gaat
het lampje op de knop branden en ver-
schijnt er op het multifunctionele display
(voor bepaalde uitvoeringen/markten) een
melding.
Als het ASR-systeem tijdens het rijden
wordt uitgeschakeld, schakelt het auto-
matisch weer in als de auto opnieuw
wordt gestart.
Als u met sneeuwkettingen rijdt, dan kan
het nuttig zijn om het ASR-systeem uit te
schakelen: onder deze omstandigheden le-
vert het doorslaan van de aangedreven
wielen juist meer trekkracht op.
Voor een goede werking van
de ESP- en ASR-systemen is
het van groot belang dat de banden
van alle wielen van hetzelfde type
zijn, dat ze in perfecte staat verkeren
en vooral van de aanbevolen maat
zijn.
ATTENTIE!
fig. 97
ASR
OFF
F0M0109m
ASR-SYSTEEM (Antislip Regulator)
Het ASR-systeem controleert de trek-
kracht van de auto en grijpt automatisch
in als een of beide aangedreven wielen
dreigen door te slippen.
Afhankelijk van de oorzaak van het door-
slippen, worden er twee verschillende
regelsystemen geactiveerd:
als beide aangedreven wielen doorslip-
pen, vermindert de ASR het motor-
vermogen;
als slechts een aangedreven wiel
doorslipt, zorgt het ASR-systeem
ervoor dat het wiel automatisch
wordt afgeremd.
Het ASR-systeem is vooral nuttig onder
de volgende omstandigheden:
doorslippen van het binnenste wiel in
bochten, door verandering van de wiel-
belasting of door te felle acceleratie;
te hoog vermogen naar de wielen,
ook in samenhang met de condities
van het wegdek;
acceleratie op gladde wegen en bij
sneeuw en ijzel;
verlies van grip op natte weggedeel-
ten (aquaplaning).
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 75
77
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
ELEKTRISCHE
STUURBEKRACHTIGING
“DUALDRIVE”
De auto is uitgerust met de elektrische
stuurbekrachtiging “Dualdrive”. De elek-
trische stuurbekrachtiging werkt alleen
als de contactsleutel in stand MAR staat
en de motor draait. Met het systeem kan
de bestuurder de hulpkracht voor het
verdraaien van het stuur aanpassen aan
de rij-omstandigheden. IN-/UITSCHAKELEN
(CITY-functie)
Druk voor het in-/uitschakelen van de
functie op de knop op het schakelaarpa-
neel op het dashboard.
De inschakeling van de functie wordt
aangegeven:
door het opschrift CITY op het in-
strumentenpaneel (bij uitvoeringen met
multifunctioneel display);
door het verlichten van het opschrift
CITY op de knop, nadat deze knop is
ingedrukt fig. 98.
Met ingeschakelde CITY-functie draait
het stuur heel licht, waardoor makkelijker
kan worden geparkeerd: deze instelling
van de stuurbekrachtiging is dus zeer
geschikt voor het rijden in de stad.
Als deze functie is ingeschakeld bij de Sport-
uitvoeringen, kan comfortabeler worden
gereden, omdat de motor veel geleidelijker
op gaspedaalbewegingen reageert tijdens
accelereren/decelereren.
fig. 98 F0M0621m
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 77
78
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STORINGSMELDINGEN
Eventuele storingen in het systeem wor-
den aangegeven door het branden van het
lampje
g
op het instrumentenpaneel (er
verschijnt ook een melding op het multi-
functionele display – voor bepaalde uit-
voeringen/markten) (zie het hoofdstuk
“Lampjes en berichten”).
Bij een storing in het systeem blijft de
auto mechanisch bestuurbaar.
BELANGRIJK In bepaalde omstandighe-
den kan door externe factoren het lamp-
je
g
op het instrumentenpaneel gaan
branden.
In dat geval moet u onmiddellijk de auto
stilzetten, de motor ongeveer 20 seconden
uitzetten en vervolgens de motor weer
starten. Als het lampje
g
blijft branden en
de melding op het multifunctionele display
(voor bepaalde uitvoeringen/ markten) blijft
weergegeven, wendt u dan zo snel moge-
lijk tot het Fiat Servicenetwerk.
BELANGRIJK De benodigde stuurkracht
kan toenemen bij langdurige parkeerma-
noeuvres; dit is een normaal verschijnsel
om oververhitting van de motor voor de
stuurbekrachtiging te voorkomen, in deze
situatie zijn er geen reparaties vereist. Als
u de auto een volgende keer weer gebruikt,
zal de stuurbekrachtiging weer normaal
werken.
Het is streng verboden om
de-/montagewerkzaamheden
uit te voeren, waarvoor wijzigingen in
de stuurinrichting of de stuurkolom
vereist zijn (bijv. bij montage van een
diefstalbeveiliging). Hierdoor kunnen
de prestaties van het systeem, de ga-
rantie en de veiligheid in gevaar wor-
den gebracht en voldoet de auto niet
meer aan de typegoedkeuring.
ATTENTIE!
Zet altijd de motor uit en
verwijder de contactsleutel
uit het contactslot, waardoor het
stuurwiel wordt vergrendeld, voordat
er onderhoudswerkzaamheden wor-
den uitgevoerd, vooral als de auto
met de wielen los van de grond staat.
Als dit niet mogelijk is (als de sleutel
in stand MAR moet staan of de mo-
tor moet draaien), moet de hoofdze-
kering van de elektrische stuurbe-
krachtiging worden verwijderd.
ATTENTIE!
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 78
79
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
fig. 99 F0M0505m
START&STOP-SYSTEEM
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
INLEIDING
Het Start&Stop-systeem zet automatisch
de motor uit als de auto stilstaat en start
de motor zodra de bestuurder weer wil
gaan rijden.
Zo wordt de doelmatigheid van de auto
vergroot door een vermindering van het
brandstofverbruik, de uitstoot van scha-
delijke uitlaatgassen en de akoestische ver-
vuiling. Het systeem schakelt in iedere
keer als de motor wordt gestart.
WERKING
Uitschakelmethode van de motor
Met handgeschakelde
versnellingsbak
Als auto stilstaat, wordt de motor uitge-
zet als de versnellingspook in de vrijstand
staat en het koppelingspedaal is losgelaten.
Met Dualogic versnellingsbak
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
De motor wordt uitgezet als u de auto
stilzet met ingetrapt rempedaal. Als u de
versnellingspook in stand N zet, blijft de-
ze toestand gehandhaafd zonder het rem-
pedaal in te trappen.
Opmerking: De motor wordt uitsluitend
automatisch uitgezet nadat sneller is ge-
reden dan circa 10 km/h om het herhaal-
delijk uitzetten van de motor te voorko-
men wanneer stapvoets wordt gereden.
Het uitzetten van de motor wordt, af-
hankelijk van de uitvoering, aangegeven
door het lampje fig. 99 op het instru-
mentenpaneel.
Startmethode van de motor
Met handgeschakelde
versnellingsbak
Trap het koppelingspedaal in om de mo-
tor weer te starten.
Met Dualogic versnellingsbak
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Als de versnellingspook in stand N staat,
moet de pook in een willekeurige rijstand
worden geplaatst of anders het rempedaal
worden losgelaten of de versnellingspook
in stand (+), (–) of R worden gezet.
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 79
81
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
fig. 102 F0M0508m
OMSTANDIGHEDEN VOOR HET
HERSTARTEN VAN DE MOTOR
Vanwege comforteisen, beperking van de
uitstoot en om veiligheidsredenen kan de
motor weer automatisch worden gestart,
zonder ingrijpen van de bestuurder, onder
de volgende omstandigheden:
onvoldoende opgeladen accu;
beperkte onderdruk in het remsysteem
(bijvoorbeeld na herhaaldelijk intrappen
van het rempedaal);
auto in beweging (bijvoorbeeld wan-
neer bergafwaarts wordt gereden);
door het Start&Stop-systeem langer
dan ongeveer 3 minuten uitgezette mo-
tor.
bij automatische airconditioning, zolang
nog niet een comfortabele temperatuur
in het interieur is bereikt of als de
MAX-DEF-functie is ingeschakeld.
Met een ingeschakelde versnelling kan de
motor alleen automatisch worden gestart
als het koppelingspedaal geheel wordt in-
getrapt. Via een melding op het instru-
mentenpaneel en het branden van het
lampje fig. 99 op het instrumentenpaneel
(indien aanwezig) wordt de bestuurder
verzocht deze handeling uit te voeren.
Opmerking: Als het koppelingspedaal
niet wordt ingetrapt na 3 minuten na het
uitzetten van de motor, is een herstart van
de motor alleen mogelijk met behulp van
de contactsleutel.
Opmerking: Als de motor ongewenst is
afgeslagen, bijvoorbeeld wanneer het kop-
pelingspedaal te snel is losgelaten bij een in-
geschakelde versnelling, en het Start&Stop-
systeem is ingeschakeld, dan kan de mo-
tor gestart worden door het koppelings-
pedaal helemaal in te trappen of door de
versnellingspook in de vrijstand te zetten.
VEILIGHEIDSINSTELLINGEN
Als de motor is uitgezet door het
Start&Stop-systeem en de bestuurder
maakt de eigen veiligheidsgordel los en
opent het bestuurders- of passagierspor-
tier, dan kan de motor daarna alleen wor-
den gestart m.b.v. de contactsleutel.
De bestuurder wordt op deze situatie ge-
attendeerd door een geluidssignaal, een
melding op het display en, voor bepaalde
uitvoeringen/markten, het knipperen van
symbool het lampje fig. 99 op het instru-
mentenpaneel.
“ENERGY SAVING”-FUNCTIE
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Als na een automatische start van de mo-
tor de bestuurder 3 minuten geen enkele
actie onderneemt, dan zet het Start&Stop-
systeem de motor definitief uit om brand-
stof te besparen. In dat geval kan de mo-
tor alleen gestart worden met de
contactsleutel.
Opmerking: Het is in alle gevallen mo-
gelijk de motor draaiend te houden door
het Start&Stop-systeem uit te schakelen.
STORINGEN
Bij een storing schakelt het Start&Stop-
systeem uit. De storing wordt aan de be-
stuurder getoond door het branden van
het lampje A-fig. 102 en, indien aanwe-
zig, het verschijnen van een melding en een
symbool Bop het instrumentenpaneel.
Wendt u in dat geval tot het Fiat Service-
netwerk.
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 81
82
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
PERIODES DAT DE AUTO NIET
GEBRUIKT WORDT fig. 103
Als de auto enige tijd niet gebruikt wordt
(of als de accu vervangen wordt) is het
noodzakelijk om de elektrische voeding van
de accu af te koppelen; om dit soort werk-
zaamheden, uiterst voorzichtig, uit te voe-
ren, gaat u als volgt te werk: druk op de
knop A-fig. 103 om de stekker Blos te
maken van de sensor Cvoor bewaking van
de accustatus (deze laatste zit op de min-
pool van de accu zelf).
NOODSTART fig. 104
(met Start&Stop-systeem zonder
secundaire minpool)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Als een noodstart wordt uitgevoerd met
een hulpaccu mag de minkabel (–) vanaf de
hulpaccu nooit met de minpool A-fig. 104
van de accu van de auto worden verbon-
den, maar moet de minkabel op een mas-
sapunt op de motor of de versnellingsbak
worden aangesloten.
Wendt u voor het vervangen
van de accu altijd tot het Fi-
at Servicenetwerk. Vervang de accu
door een accu van hetzelfde type
(HEAVY DUTY) en met dezelfde spe-
cificaties.
ATTENTIE!
fig. 103 F0M0623m fig. 104 F0M0658m
BELANGRIJK Nadat de contactslot naar
STOP is gedraaid en het bestuurderspor-
tier is gesloten, minstens een minuut wach-
ten voordat u de elektrische voeding van
de accu loskoppelt en vervolgens weer aan-
sluit.
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 82
83
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
fig. 105 F0M0511m
BELANGRIJKE TIPS
Controleer voordat u de mo-
torkap opent of de motor is
uitgeschakeld en de contactsleutel in
stand OFF staat. Houdt u aan hetgeen
beschreven staat op het etiket op de
fronttraverse fig. 105. Het is raadzaam
de contactsleutel uit te nemen als er
in de auto nog inzittenden zijn. Als de
auto wordt verlaten moet de contact-
sleutel altijd worden uitgenomen of in
stand OFF worden gedraaid. Tijdens
het tanken moet de motor uitgezet
zijn en de sleutel in stand OFF staan.
ATTENTIE!
Bij auto’s met automatisch
bediende versnellingsbak, is
het raadzaam om, als de motor auto-
matisch is uitgezet op een helling, de
motor opnieuw te starten door de ver-
snellingspook in stand (+) of (-) te zet-
ten zonder het rempedaal los te laten.
Bij auto’s met Dualogic versnellings-
bak en, indien aanwezig, Hill Holder-
systeem, moet u, als de motor auto-
matisch is uitgezet op een helling, de
motor opnieuw starten door de ver-
snellingspook in stand (+) of (–) te zet-
ten zonder het rempedaal los te laten,
zodat het Hill Holder-systeem be-
schikbaar is, dat alleen actief is bij een
draaiende motor.
ATTENTIE!
Als u het interieur in de auto
wilt blijven koelen, dan moet
u het Start&Stop-systeem uitschake-
len, zodat de airconditioning continu
kan blijven werken.
ATTENTIE!
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 83
84
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
fig. 108 F0M0512m
GEAR SHIFT
INDICATOR
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Het “GSI”-systeem (Gear Shift Indicator)
geeft een schakeladvies aan de bestuurder
m.b.v. een indicatie op het instrumenten-
paneel (zie fig. 108).
De GSI (indien aanwezig) adviseert de be-
stuurder naar een andere versnelling te
schakelen om brandstof te besparen.
Voor een zuinige rijstijl wordt daarom
aangeraden de adviezen van de Gear Shift
Indicator op te volgen.
Als op het display de icoon SHIFT UP (
N
SHIFT) verschijnt, dan adviseert de GSI
om naar een hogere versnelling op te
schakelen, terwijl als op het display wordt
weergeven SHIFT DOWN (
O
SHIFT),
dan adviseert de GSI om terug te schake-
len naar een lagere versnelling.
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 84
85
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
AUTORADIO
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Raadpleeg voor de werking van de auto-
radio met CD- of MP3 CD-speler (voor be-
paalde uitvoeringen/markten) het supple-
ment dat bij dit instructieboekje is geleverd.
INBOUWVOORBEREIDING
AUTORADIO
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Het pakket bestaat uit:
kabels voor voeding van de autoradio;
kabels voor voeding van de luidspre-
kers voor en achter;
kabel voor voeding van de antenne;
2 tweeter luidsprekers in de voorpor-
tieren met elk een piekvermogen van
30 W;
2 mid-woofer luidsprekers in de voor-
portieren,
met een diameter van
165 mm en met elk een piekvermo-
gen van 40 W;
2 full-range luidsprekers in de achter-
portieren of de zijpanelen achter, met
een diameter van 130 mm en met elk
een piekvermogen van 40 W;
antennekabel voor radio.
Autoradio inbouwen
De autoradio moet worden ingebouwd
op de plek van het opbergvak in het mid-
den. De voedingskabels liggen achter dit
opbergvak.
Verwijder het vak door op de aangegeven
punten bij de borgingen te drukken.
fig. 109 F0M0626m
Laat de aansluiting op de in-
bouwvoorbereiding in de
auto uitsluitend door het Fiat Ser-
vicenetwerk uitvoeren. Zo bent u ver-
zekerd van het beste resultaat en
wordt voorkomen dat de rijveiligheid
in gevaar wordt gebracht.
ATTENTIE!
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 85
87
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
RADIOZENDAPPARATUUR
EN MOBIELE TELEFOONS
Radiozendapparaten (mobiele telefoons,
27 mc en dergelijke) mogen alleen in de
auto worden gebruikt met een aparte an-
tenne aan de buitenkant van de auto.
BELANGRIJK Het gebruik van dergelijke
apparaten in de auto (zonder buitenan-
tenne) kan niet alleen schadelijk zijn voor
de gezondheid van de inzittenden, maar
kan ook storingen in de elektrische sys-
temen van de auto veroorzaken. Hierdoor
wordt de veiligheid in gevaar gebracht.
Bovendien wordt de zend- en ontvangst-
kwaliteit aanzienlijk beperkt door de iso-
lerende eigenschappen van de carrosserie.
Houdt u bij het gebruik van mobiele tele-
foons (GSM, GPRS, UMTS) met het offi-
ciële EU-keurmerk, strikt aan de instruc-
ties die door de fabrikant van de mobiele
telefoon zijn bijgeleverd.
Let op bij de montage van
spoilers, lichtmetalen velgen
en niet standaard wieldoppen: ze
kunnen de ventilatie van de remmen
verminderen en daarmee hun doel-
matigheid tijdens krachtig en veel-
vuldig remmen; bijvoorbeeld tijdens
een lange afdaling. Controleer bo-
vendien of de slag van de pedalen niet
beperkt wordt (door matten enz.).
ATTENTIE!
ELEKTRISCHE/ELEKTRONISCHE
SYSTEMEN MONTEREN
De elektrische/elektronische systemen die
na aankoop van de auto en binnen de af-
tersales-service worden gemonteerd,
moeten voorzien zijn van het merkteken:
Fiat Auto S.p.A. autoriseert de montage
van zend-/ontvangstapparatuur op voor-
waarde dat de montagewerkzaamheden
op de juiste wijze bij een gespecialiseerd
bedrijf worden uitgevoerd, waarbij de aan-
wijzingen van de fabrikant in acht moeten
worden genomen.
BELANGRIJK Als door de montage van
systemen de kenmerken van de auto wor-
den gewijzigd, kan het kentekenbewijs
worden ingenomen door de bevoegde in-
stanties en eventueel de garantie komen
te vervallen bij defecten die veroorzaakt
zijn door de bovengenoemde modificatie
of op defecten die direct of indirect daar-
van het gevolg zijn.
Fiat Auto S.p.A. is op geen enkele wijze
aansprakelijk voor schade die het gevolg
is van de installatie van accessoires die niet
door Fiat Auto S.p.A. zijn geleverd of aan-
bevolen en/of die niet conform de gele-
verde instructies zijn geïnstalleerd.
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 87
88
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
TANKEN
BENZINEMOTOREN
Tank uitsluitend loodvrije benzine.
Om vergissingen te voorkomen is de dia-
meter van de vulpijp van de tank kleiner,
zodat het vulpistool voor loodhoudende
benzine er niet in past. Het octaangetal van
de benzine moet ten minste 95 RON zijn.
BELANGRIJK Een beschadigde katalysa-
tor laat schadelijke stoffen in het uitlaat-
gas achter, waardoor het milieu wordt
vervuild.
BELANGRIJK Tank met de auto nooit,
niet in noodgevallen en ook niet een klein
beetje, loodhoudende benzine. U zou de
katalysator onherstelbaar beschadigen.
DIESELMOTOREN
Bij lage buitentemperaturen kan de vloei-
baarheid van de dieselbrandstof verminde-
ren door de vorming van paraffine, waar-
door het dieselfilter verstopt kan raken.
Om dit probleem te voorkomen wordt er,
afhankelijk van het seizoen, dieselbrandstof
geleverd die speciaal voor de zomer, voor
de winter en voor zeer lage temperaturen
(bergachtige gebieden) is ontwikkeld.
Als dieselbrandstof wordt getankt die niet
toereikend is voor de gebruikstempera-
tuur, raden wij aan de dieselbrandstof te
mengen met het vorstbeveiligingsmiddel
TUTELA DIESEL ART in de verhouding die
in de gebruiksaanwijzing van het middel is
aangegeven. Doe eerst het middel in de
tank en voeg daarna de dieselbrandstof toe.
Als de auto lange tijd wordt gebruikt/stil -
staat in bergachtige/koude gebieden, is het
raadzaam dieselbrandstof te tanken die ter
plaatse beschikbaar is.
In dat geval is het bovendien raadzaam een
hoeveelheid brandstof in de tank te hou-
den die groter is dan 50% van de nuttige
inhoud.
Tank bij auto’s met dieselmo-
tor uitsluitend dieselbrandstof
voor motorvoertuigen die vol-
doet aan de Europese speci-
ficatie EN590. Het gebruik van ande-
re producten of mengsels kan de motor
onherstelbaar beschadigen en het ver-
vallen van de garantie tot gevolg heb-
ben. Mocht u onverhoopt een ander ty-
pe brandstof tanken, dan mag de
motor niet worden gestart en moet de
brandstoftank worden afgetapt. Ook
als de motor slechts kort heeft ge-
draaid, moet naast de brandstoftank,
ook alle brandstof uit het gehele brand-
stofcircuit worden afgetapt.
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 88
89
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
TANKDOP fig. 111
Om te tanken moet u het klepje Aope-
nen en vervolgens de dop Blosdraaien.
De tankdop is voorzien van een koord C
dat aan het klepje vastzit, om verlies van
de dop te voorkomen.
Op enkele uitvoeringen is de tankdop B
voorzien van een slot. De tankdop kan
worden bereikt door het tankklepje Ate
openen. Draai vervolgens de contactsleu-
tel in het slot van de dop linksom en draai
de dop los.
Door de hermetische afsluiting van de
tank kan de druk in de tank iets verhoogd
zijn. Het is daarom normaal als u bij het
losdraaien van de tankdop een sissend
geluid hoort.
Plaats tijdens het tanken de dop in de uit-
sparing op het tankklepje, zoals is afge-
beeld in fig. 111.
fig. 111 F0M0138m
Kom niet dicht bij de vul-
opening met open vuur of
een brandende sigaret: brandgevaar.
Houd uw hoofd ook niet dicht bij de
vulopening om te voorkomen dat
u schadelijke dampen inademt.
ATTENTIE!
Tankinhoud
Om te zorgen dat de tank volledig gevuld
wordt, moet u twee keer bijvullen nadat
het vulpistool voor de eerste keer afslaat.
Vul niet nog een keer bij om storingen in
het brandstofsysteem te voorkomen.
BESCHERMING
VAN HET MILIEU
De emissiereductiesystemen voor benzi-
nemotoren zijn:
driewegkatalysator (katalysator);
lambdasondes;
benzinedamp-opvangsysteem.
Laat de motor nooit, ook niet tijdens test-
werkzaamheden, met losgenomen bou-
giekabels draaien.
De emissiereductiesystemen voor diesel-
motoren zijn:
oxidatiekatalysator;
uitlaatgasrecirculatie-systeem (EGR);
roetfilter (DPF) (voor bepaalde uitvoe-
ringen/markten).
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 89
90
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Onder normale bedrijfsom-
standigheden bereikt de ka-
talysator hoge temperaturen. Parkeer
daarom niet boven brandbare mate-
rialen (gras, droge bladeren, dennen-
naalden enz.): brandgevaar.
ATTENTIE!
DPF-ROETFILTER
(DIESEL PARTICULATE FILTER)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Het DPF-roetfilter (Diesel Particulate Fil-
ter) is een mechanisch filter in het uitlaat-
systeem dat de partikels in het uitlaatgas
van dieselmotoren opvangt.
Het roetfilter vangt bijna de totale hoe-
veelheid roetdeeltjes op, waardoor vol-
daan wordt aan de huidige/toekomstige
wettelijke normen.
Tijdens het normale gebruik van de auto
registreert de inspuitregeleenheid een aan-
tal gegevens met betrekking tot het ge-
bruik (gebruiksduur, type traject, bereik-
te temperatuur enz.) en berekent de
hoeveelheid verzameld roet in het filter.
Omdat het filter de roetdeeltjes verza-
melt, moet het periodiek worden gere-
genereerd (schoongemaakt) door de roet-
deeltjes te verbranden.
De regeneratieprocedure wordt geregeld
door de regeleenheid van de motor op ba-
sis van de hoeveelheid opgevangen roet-
deeltjes en de bedrijfsomstandigheden van
de auto.
Tijdens de regeneratie kan het volgende
worden waargenomen: een beperkte toe-
rentalverhoging, inschakeling van de elek-
troventilateur, een beperkte toename van
de rook uit de uitlaat en een hogere tem-
peratuur bij de uitlaat. Dit zijn geen sto-
ringen en deze situatie heeft geen invloed
op het milieu of het gedrag van de auto.
Als de bijbehorende melding op het dis-
play verschijnt, zie dan het hoofdstuk
“Lampjes en berichten”.
Onder normale bedrijfsom-
standigheden bereikt het
roetfilter (DPF) (voor bepaalde uit-
voeringen/markten) hoge temperatu-
ren. Parkeer daarom niet boven brand-
bare materialen (gras, droge bladeren,
dennennaalden enz.): brandgevaar.
ATTENTIE!
070-090 PUNTO POP 1ed NL 25/03/14 16:31 Pagina 90
91
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
VEILIGHEIDSGORDELS ..................................................... 92
SBR-SYSTEEM......................................................................... 93
GORDELSPANNERS ........................................................... 94
KINDEREN VEILIG VERVOEREN .................................... 97
MONTAGEVOORBEREIDING VOOR
“ISOFIX UNIVERSEEL”-KINDERZITJE ........................... 101
FRONTAIRBAGS ................................................................. 103
ZIJ-AIRBAGS .......................................................................... 106
V
VE
EI
IL
LI
IG
GH
HE
EI
ID
D
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 91
92
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
Als de auto op een steile helling staat, kan
de rolautomaat blokkeren; dit is een nor-
maal verschijnsel. Bovendien blokkeert de
oprolautomaat als u de gordel snel uittrekt.
Hij blokkeert ook bij hard remmen, bot-
singen en bij hoge snelheden in bochten.
De achterbank is voorzien van driepunts-
veiligheidsgordels met rolautomaat.
De veiligheidsgordels voor de achterste
zitplaatsen moeten gedragen worden vol-
gens het schema weergegeven in fig. 2
(met veiligheidsgordel voor de middelste
zitplaats) of volgens het schema weerge-
geven in fig. 3 (achterbank met twee zit-
plaatsen, voor bepaalde versies/markten).
VEILIGHEIDSGORDELS
GEBRUIK VAN DE
VEILIGHEIDSGORDELS fig. 1
Ga goed rechtop zitten, steun tegen de
rugleuning en leg dan de gordel om.
Trek de gordel uit en maak de gordel vast
door de gesp Ain de sluiting Bte druk-
ken, totdat hij hoorbaar blokkeert.
Als tijdens het uittrekken van de gordel de
rolautomaat blokkeert, laat dan de gor-
del een stukje teruglopen en trek de gor-
del vervolgens weer geleidelijk uit.
Druk, om de gordel los te maken, op de
knop C. Begeleid de gordel tijdens het te-
ruglopen, zodat wordt voorkomen dat de
gordelband draait.
Via de oprolautomaat wordt de lengte
van de gordel automatisch aangepast aan
het postuur van de drager en wordt toch
voldoende bewegingsvrijheid geboden.
fig. 1 F0M0040m
fig. 3 F0M0502m
fig. 2 F0M0041m
Druk tijdens het rijden niet
op de knop C-fig. 1.
ATTENTIE!
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 92
BELANGRIJK Als de rugleuning goed is
vergrendeld, dan is de “rode band” naast
de hendels fig. 4 voor het neerklappen
van de rugleuning, niet meer zichtbaar. Als
de “rode band” zichtbaar is, is de rugleu-
ning niet goed vergrendeld. Als de rug-
leuning in de normale gebruiksstand wordt
gezet, controleer dan of de rugleuning
hoorbaar vergrendelt.
BELANGRIJK Plaats de veiligheidsgordels
op de juiste wijze terug als de achterbank
weer in de normale gebruiksstand wordt
gezet, zodat ze altijd direct klaar voor
gebruik zijn.
93
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
fig. 4 F0M0042m
Bedenk dat achterpassagiers
die geen gordel dragen, tij-
dens een ernstig ongeval niet alleen
zelf aan gevaar worden blootgesteld
maar ook gevaar opleveren voor de
inzittenden voor.
ATTENTIE!
Controleer of de rugleuning
aan beide zijden goed ver-
grendeld is om te voorkomen dat in
geval van bruusk remmen, de rugleu-
ning naar voren klapt en de passa-
giers verwondt.
ATTENTIE!
SBR-SYSTEEM
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
De auto is uitgerust met het SBR-systeem
(Seat Belt Reminder), dat bestaat uit een
akoestisch waarschuwingssysteem dat, sa-
men met het knipperende lampje
<
op
het instrumentenpaneel, de bestuurder
en de passagier voor
(voor bepaalde uit-
voeringen/markten)
waarschuwt als de
veiligheidsgordel niet is omgelegd.
Wendt u tot het Fiat Servicenetwerk om
het systeem permanent uit te schakelen.
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 93
GORDELSPANNERS
Voor een nog effectievere bescherming
zijn de veiligheidsgordels voor van de au-
to voorzien van gordelspanners. Dit sys-
teem trekt bij een heftige botsing de gor-
del enige centimeters aan. Op deze wijze
worden de inzittenden veel beter op hun
plaats gehouden en wordt de voorwaart-
se beweging beperkt.
Het blokkeren van de veiligheidsgordels
geeft aan dat de gordelspanner in werking
is geweest; de gordel wordt niet meer
opgerold, ook niet als hij wordt begeleid.
BELANGRIJK Voor een maximale be-
scherming door de gordelspanner moet
de veiligheidsgordel zo worden omgelegd
dat hij goed aansluit op borst en bekken.
Tijdens de werking van de gordelspanner
kan er een beetje rook ontsnappen. De-
ze rook is niet schadelijk en duidt niet op
brand.
De gordelspanner behoeft geen enkel on-
derhoud of smering.
Elke verandering van de oorspronkelijke
staat zal de doelmatigheid verminderen.
Als de gordelspanner door extreme na-
tuurlijke omstandigheden (overstromin-
gen, vloedgolven) met water en modder in
contact is geweest, dan moet de spanner
worden vervangen.
TREKKRACHTBEGRENZERS
Om de bescherming van de inzittenden bij
een ongeval te vergroten, zijn de oprol-
automaten van de gordels voor voorzien
van trekkrachtbegrenzers die tijdens een
frontale aanrijding de piekbelasting op de
borst en schouders beperken.
94
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
De gordelspanner werkt
slechts eenmaal. Als de gor-
delspanners hebben gewerkt, moet
u zich tot het Fiat Servicenetwerk
wenden om ze te laten vervangen.
ATTENTIE!
Reparaties die schokken, tril-
lingen of plaatselijke verhit-
tingen (hoger dan 100°C ge-
durende maximaal 6 uur) met
zich mee brengen in het gebied van de
gordelspanner kunnen tot beschadiging
of inwerkingtreding leiden. Wend u tot
het Fiat Servicenetwerk wanneer er re-
paraties op dergelijke onderdelen
plaats moeten vinden.
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 94
ALGEMENE OPMERKINGEN
OVER HET GEBRUIK
VAN VEILIGHEIDSGORDELS
De bestuurder is verplicht zich te houden
aan de wettelijke voorschriften met be-
trekking tot het verplichte gebruik van de
veiligheidsgordels (en de inzittenden erop
attent te maken). Leg de veiligheidsgordel
altijd om voordat u vertrekt.
Ook vrouwen die in verwachting zijn moe-
ten een gordel dragen: ook voor hen (zo-
wel voor de aanstaande moeder als het
kind) is de kans op letsel bij een ernstig on-
geval kleiner als ze een gordel dragen.
Uiteraard moeten zwangere vrouwen het
onderste deel van de gordel meer naar be-
neden omleggen, zodat de gordel onder
de buik langs loopt fig. 5.
95
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
fig. 5 F0M0043m fig. 6 F0M0044m fig. 7 F0M0045m
De gordelband mag nooit
gedraaid zijn. Het diagonale
gordelgedeelte moet via het midden
van de schouder schuin over de borst
liggen. Het horizontale gordelgedeel-
te moet over het bekken fig. 6 en niet
over de buik liggen. Gebruik geen
voorwerpen (wasknijpers, klemmen
enz.) die een goed aansluiten van de
gordel op het lichaam verhinderen.
ATTENTIE!
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 95
HOE U DE
VEILIGHEIDSGORDELS IN
OPTIMALE STAAT HOUDT
Voor het juiste onderhoud van de veilig-
heidsgordels moeten de volgende aanwij-
zingen zorgvuldig worden opgevolgd:
zorg dat de gordel goed uitgetrokken
en niet gedraaid is; controleer ook of
de oprolautomaat zonder haperingen
werkt;
vervang de gordels na een ongeval, ook
al zijn ze ogenschijnlijk niet beschadigd.
Vervang de gordels ook als de gordel-
spanners in werking zijn geweest;
u kunt de gordels met de hand wassen
met water en een neutrale zeep. Spoel
ze uit en laat ze in de schaduw drogen.
Gebruik geen bijtende, blekende of kleu-
rende middelen. Vermijd het gebruik
van alle chemische producten die het
weefsel van de gordel kunnen aantasten;
voorkom dat vocht in de oprolauto-
maat komt: de werking van de oprol-
automaten is alleen gegarandeerd, als
ze niet nat zijn geweest;
vervang de gordels bij tekenen van
slijtage of beschadigingen.
96
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
Voor maximale veiligheid
moet u de rugleuning recht-
op zetten, tegen de leuning aan gaan
zitten en de gordel goed laten aan-
sluiten op borst en bekken. Draag al-
tijd veiligheidsgordels zowel voor als
achter in de auto! Rijden zonder vei-
ligheidsgordels vergroot het risico op
ernstig letsel of dodelijke afloop bij
een ongeval.
ATTENTIE!
Het is streng verboden
onderdelen van de veilig-
heidsgordels of gordelspanners te de-
monteren of open te maken. Werk-
zaamheden aan de veiligheidsgordels
en gordelspanners moeten worden
uitgevoerd door gekwalificeerd per-
soneel. Wendt u altijd tot het Fiat
Servicenetwerk.
ATTENTIE!
Als de gordel aan een zware
belasting wordt blootgesteld
(bijvoorbeeld tijdens een ongeval),
dan moet de gordel samen met de
verankeringen, bevestigingspunten en
de gordelspanners worden vervangen.
Ook als de schade niet zichtbaar is,
dan kan de gordel toch verzwakt zijn.
ATTENTIE!
Iedere gordel dient slechts ter
bescherming van een enkel
persoon: gebruik de gordel niet voor
een kind dat bij een volwassene op
schoot zit, waarbij de gordel beiden
zou moeten beschermen. Er mag geen
enkel voorwerp tussen de gordel en
het lichaam van de inzittende worden
geplaatst.
ATTENTIE!
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 96
Voor optimale bescherming bij een onge-
val moeten alle inzittenden zittend reizen
en beschermd worden door goedgekeur-
de veiligheidssystemen.
Dit geldt met name voor kinderen.
Dit is een wettelijk voorschrift volgens
richtlijn 2003/20/EU in alle lidstaten van de
Europese Unie.
Het hoofd van kleine kinderen is in ver-
houding met de rest van het lichaam gro-
ter en zwaarder dan dat van volwassenen,
terwijl spieren en botstructuur nog niet
volledig zijn ontwikkeld. Daarom moeten
kleine kinderen door andere systemen be-
schermd worden dan door de veiligheids-
gordels. De resultaten van het onderzoek
over de optimale bescherming van kleine
kinderen zijn opgenomen in de Europese
ECE/R44-voorschriften die wettelijk ver-
plicht zijn. De systemen zijn onderver-
deeld in vijf groepen:
Groep 0 gewicht tot aan 10 kg
Groep 0+ gewicht tot aan 13 kg
Groep 1 gewicht: 9-18 kg
Groep 2 gewicht: 15-25 kg
Groep 3 gewicht: 22-36 kg
Zoals u ziet is er een gedeeltelijke over-
lapping tussen de groepen; daarom zijn in
de handel systemen verkrijgbaar die ge-
schikt zijn voor verschillende gewichts-
groepen.
Alle systemen moeten zijn voorzien van
de typegoedkeuring en van een goed vast-
gehecht plaatje met het controlemerk, dat
absoluut niet mag worden verwijderd.
97
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
KINDEREN VEILIG VERVOEREN
Kinderen met een lengte van meer dan
1,50 m worden, met betrekking tot de vei-
ligheidssystemen, gelijkgesteld met vol-
wassenen en moeten dan ook normaal de
veiligheidsgordels omleggen.
In het Fiat Lineaccessori-programma zijn
kinderzitjes opgenomen voor elke ge-
wichtsgroep. Wij raden u deze kinderzit-
jes aan omdat ze speciaal ontworpen zijn
voor de Fiat-modellen.
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 97
98
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
GROEP 0 en 0+
Baby’s tot 13 kg moeten in wiegjes wor-
den vervoerd die achterstevoren zijn ge-
plaatst, waardoor het achterhoofd wordt
gesteund en bij plotseling remmen de nek
niet wordt belast.
Het wiegje moet op zijn plaats worden ge-
houden door de veiligheidsgordel fig. 8 en
het kind moet op zijn beurt worden be-
schermd door de gordel van het wiegje
zelf.
Monteer absoluut geen kin-
derzitje achterstevoren op
de passagiersstoel voor als de airbag
aan passagierszijde is ingeschakeld.
Als bij een ongeval de airbag in wer-
king treedt (opblaast), kan dit ernstig
letsel en zelfs de dood tot gevolg heb-
ben, ongeacht de zwaarte van het
ongeluk. Wij raden u aan kinderen al-
tijd in een kinderzitje op de zitplaat-
sen achter te vervoeren, omdat die
plaatsen bij een ongeval de meeste
bescherming bieden.
ATTENTIE!
ZEER GEVAARLIJK Als het
absoluut noodzakelijk is een
kind op de passagiersstoel
voor te vervoeren, in een
kinderzitje dat achterstevo-
ren is geplaatst, moeten de
airbags aan passagierszijde worden
uitgeschakeld (frontairbag en zij-air-
bag voor de bescherming van borst-
kas/bekken (sidebag), indien aanwe-
zig) in het setup-menu. Controleer
direct of de airbags daadwerkelijk zijn
uitgeschakeld: het waarschuwings-
lampje
op het instrumentenpaneel
moet continu branden. Bovendien
moet de stoel zo ver mogelijk naar
achteren zijn geschoven om te voor-
komen dat het kinderzitje eventueel
in aanraking komt met het dash-
board.
ATTENTIE!
fig. 8 F0M0046m
De afbeeldingen dienen al-
leen ter illustratie van de be-
vestiging. Houdt u voor de montage
van het kinderzitje aan de instructies.
De fabrikant is verplicht deze in-
structies bij te leveren.
ATTENTIE!
fig. 9 F0M0504m
GRUPPO 1
Kinderen met een gewicht tussen 9 en 18
kg moeten met het gezicht naar voren
worden vervoerd.
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 98
99
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
fig. 10 F0M0048m
GROEP 2
Kinderen met een gewicht tussen 15 en
25 kg kunnen direct door de veiligheids-
gordels van de auto worden beschermd
fig. 10. Kinderen moeten zo in de kin-
derzitjes worden geplaatst, dat het diago-
nale gordelgedeelte schuin over de borst
en niet langs de nek moet liggen. Het ho-
rizontale gordelgedeelte moet over het
bekken en niet over de buik van het kind
liggen.
De afbeelding dient alleen
ter illustratie van de monta-
ge. Houdt u voor de montage van het
kinderzitje aan de instructies. De fa-
brikant is verplicht deze instructies bij
te leveren.
ATTENTIE!
Er bestaan kinderzitjes die
geschikt zijn voor de ge-
wichtsgroepen 0 en 1. Deze kinder-
zitjes kunnen worden bevestigd aan
de veiligheidsgordels achter en heb-
ben zelf gordels om het kind te be-
schermen. Vanwege het gewicht kan
het gevaarlijk zijn als ze verkeerd wor-
den gemonteerd (bijvoorbeeld als een
kussen tussen het kinderzitje en de
veiligheidsgordels van de auto wordt
geplaatst). Houdt u voor de montage
strikt aan de bijgeleverde instructies.
ATTENTIE!
GROEP 3
Voor kinderen met een gewicht tussen 22
en 36 kg bestaan er verhogingen die het
correcte gebruik van de veiligheidsgordel
mogelijk maken.
In fig. 11 wordt een voorbeeld gegeven
van de juiste positie van het kind op de
achterbank.
Kinderen die langer zijn dan 1,50 m kun-
nen net zoals volwassenen de veiligheids-
gordels omleggen.
fig. 11 F0M0049m
De afbeelding dient alleen
ter illustratie van de bevesti-
ging. Houdt u voor de montage van
het kinderzitje aan de instructies. De
fabrikant is verplicht deze instructies
bij te leveren.
ATTENTIE!
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 99
GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN
DE UNIVERSELE KINDERZITJES
De auto voldoet aan de nieuwe Europese 2000/3/EU-richtlijnen voor de montage van
kinderzitjes op de verschillende plaatsen in de auto. Zie de volgende tabel:
Hieronder zijn de richtlijnen voor
een veilig vervoer van kinderen
aangegeven:
1) Plaats het kinderzitje bij voorkeur op
een van de zitplaatsen achter omdat de-
ze plaatsen bij een ongeval de meeste be-
scherming bieden.
2) Als de airbag aan passagierszijde bui-
ten werking wordt gesteld, moet altijd ge-
controleerd worden of het betreffende ge-
le lampje op het instrumentenpaneel
continu brandt.
3) Houdt u bij de montage van het kin-
derzitje strikt aan de instructies. De fa-
brikant is verplicht deze instructies bij te
leveren. Bewaar de instructies samen met
het instructieboekje in de auto. Monteer
geen gebruikte kinderzitjes waarvan de ge-
bruiksaanwijzingen ontbreken.
4) Controleer of de gordels goed zijn
vastgemaakt door aan de gordelband te
trekken.
5) Ieder veiligheidssysteem is bedoeld
voor slechts één kind: vervoer nooit twee
kinderen in een systeem.
6) Controleer altijd of de gordel niet
langs de nek van het kind loopt.
7) Zorg er tijdens de rit voor dat het kind
geen afwijkende houding aanneemt of de
gordels losmaakt.
100
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
Groep Gewicht Passagier Passagier Passagier
voor achter achter in
het midden ()
Groep 0, 0+ tot 13 kg U ()U *
Groep 1 9-18 kg U ()U *
Groep 2 15-25 kg U ()U *
Groep 3 22-36 kg U ()U *
Legenda:
U = geschikt voor “Universele” kinderzitjes overeenkomstig de Europese ECE/R44-
voorschriften voor de aangegeven “groepen”.
() bij auto’s met een passagiersstoel zonder hoogteverstelling, moet de rugleuning
volledig rechtop staan.
* Op de middelste zitplaats achter kan geen enkel type kinderzitje worden gemonteerd.
() Voor bepaalde uitvoeringen/markten.
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 100
8) Vervoer kinderen nooit in uw armen,
ook geen pasgeboren kinderen. Niemand
is sterk genoeg om ze bij een ongeval vast
te houden.
9) Na een ongeval moet het zitje door
een nieuw exemplaar worden vervangen.
101
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
Monteer absoluut geen kin-
derzitje achterstevoren op
de passagiersstoel voor als de airbag
aan passagierszijde is ingeschakeld.
Als bij een ongeval de airbag in wer-
king treedt (opblaast), kan dit ernstig
letsel en zelfs de dood tot gevolg heb-
ben, ongeacht de zwaarte van het on-
geluk. Wij raden u aan kinderen altijd
in een geschikt kinderzitje op de zit-
plaatsen achter te vervoeren, omdat
die plaatsen bij een ongeval de mees-
te bescherming bieden.
ATTENTIE!
MONTAGEVOORBEREIDING
VOOR “ISOFIX
UNIVERSEEL”-
KINDERZITJE
De auto is voorbereid op de montage van
“Isofix Universeel”-kinderzitjes; een nieuw
gestandaardiseerd Europees systeem voor
het vervoeren van kinderen. In fig. 12 is
een voorbeeld gegeven van het kinderzit-
je. Het Isofix Universeel-kinderzitje is er
voor drie gewichtsgroepen: 1.
Vanwege het verschillende bevestigings-
systeem, moet het kinderzitje aan de daar-
voor bestemde onderste metalen beugels
A-fig. 13 worden bevestigd. Deze bevin-
den zich tussen de rugleuning en zitting
achter. Bevestig daarna de bovenste gor-
del (bij het kinderzitje geleverd) aan de
beugel B-fig. 14 aan de achterkant van de
zitplaats. Er kan ook een mengvorm wor-
den gekozen, een traditioneel kinderzitje
en een “Isofix Universeel”-kinderzitje.
Bedenk dat bij Isofix Universeel-kinder-
zitjes, alle zitjes gebruikt kunnen worden
die goedgekeurd zijn volgens de ECE
R44/03-richtlijn “Isofix Universeel”.
fig. 12 F0M0253m
In het Fiat Lineaccessori-programma zijn
een “Isofix Universeel” “Duo Plus”- en
een “G 0/1”-kinderzitje beschikbaar.
Zie voor meer informatie over de mon-
tage en/of het gebruik van het kinderzit-
je, het “Instructieboekje” dat bij het kin-
derzitje wordt geleverd.
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 101
103
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
FRONTAIRBAGS
De auto is uitgerust met frontairbags, aan
bestuurders- en passagierszijde, en een
knie-airbag aan bestuurderszijde (voor be-
paalde uitvoeringen/markten).
De frontairbags (bestuurder en passagier)
en de knie-airbag aan bestuurderszijde
(voor bepaalde uitvoeringen/markten) be-
schermen de inzittenden voor bij middel-
zware en zware frontale botsingen, door
het opblazen van een luchtkussen tussen
de inzittende en het stuurwiel of het dash-
board.
Als de airbags niet worden geactiveerd
bij andere soorten botsingen (zijdelings,
van achter, over de kop slaan enz.), be-
tekent dit niet dat het systeem niet goed
functioneert.
Bij een frontale botsing zorgt een regel-
eenheid ervoor, indien nodig, dat het kus-
sen wordt opgeblazen. Het kussen blaast
onmiddellijk op, waardoor het lichaam van
de inzittenden voor wordt opgevangen en
de kans op letsel beperkt wordt. Direct
daarna loopt het kussen weer leeg.
De frontairbags (bestuurder en passagier)
en de knie-airbag aan bestuurderszijde
(voor bepaalde uitvoeringen/markten) zijn
geen vervanging voor de veiligheidsgor-
dels, maar een aanvulling.
Draag dus altijd veiligheidsgordels. Bo-
vendien is het dragen van veiligheidsgor-
dels wettelijk verplicht in Europa (en in de
meeste landen daarbuiten).
Als de frontairbags volledig opgeblazen zijn,
vullen zij het grootste deel van de ruimte
tussen het stuurwiel en de bestuurder en
het dashboard en de voorpassagier.
Bij een ongeval kan een inzittende die geen
veiligheidsgordel heeft omgelegd, in con-
tact komen met een airbag die nog niet
volledig opgeblazen is. Hierdoor wordt
de inzittende minder door de airbag
beschermd.
Het is mogelijk dat de frontairbags in de
volgende gevallen niet worden geactiveerd:
bij frontale botsingen, met een ander
deel van de auto dan het front, tegen
makkelijk vervormbare objecten (bijv.
als het voorspatbord tegen de vangrail
komt of tegen grindhopen);
als de auto onder andere auto’s of vei-
ligheidsvoorzieningen schuift (bijvoor-
beeld onder vrachtwagens of de vang-
rail); omdat geen enkele aanvullende
bescherming wordt geboden op de vei-
ligheidsgordels. Als de airbags in deze
gevallen niet geactiveerd worden, be-
tekent dit niet dat het systeem niet
goed functioneert.
Plaats geen stickers of ande-
re objecten op het stuurwiel,
op het deksel van de airbag aan pas-
sagierszijde of op de zijkant van de
hemelbekleding. Plaats geen voor-
werpen op het dashboard aan de pas-
sagierszijde (bijv. een mobiele tele-
foon), omdat deze het correct openen
van de airbag aan passagierszijde
kunnen hinderen en de inzittenden
ernstig kunnen verwonden.
ATTENTIE!
Bij lichte aanrijdingen (waarbij de be-
scherming door de veiligheidsgordel vol-
doende is) worden de airbags niet geacti-
veerd. Daarom is het gebruik van de
veiligheidsgordels absoluut noodzakelijk,
want de gordel houdt de inzittende bij een
zijdelingse botsing in de juiste positie en
voorkomt dat de inzittende uit de auto
wordt geslingerd bij zware botsingen.
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 103
104
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
ZEER GEVAARLIJK: Plaats
NOOIT een kinderzitje tegen
de rijrichting in op de passa-
giersstoel van auto's met een
actieve passagiersairbag. Bij
een ongeval, hoe klein ook,
kan de airbag ernstig letsel en zelfs de
dood van de baby tot gevolg hebben.
Daarom moet de passagiersairbag altijd
uitgeschakeld worden als een kinderzit-
je tegen de rijrichting in gemonteerd
wordt op de voorste passagiersstoel. Bo-
vendien moet de passagiersstoel zo ver
mogelijk naar achteren zijn geschoven
om te voorkomen dat het kinderzitje
eventueel in aanraking komt met het
dashboard. Schakel de passagiersairbag
onmiddellijk weer in als het kinderzitje
is verwijderd.
ATTENTIE!
fig. 16 F0M0053m
fig. 15 F0M0627m
FRONTAIRBAG AAN
BESTUURDERSZIJDE fig. 15
Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen
dat in een daarvoor bestemde ruimte in
het midden van het stuurwiel is geplaatst.
FRONTAIRBAG AAN
PASSAGIERSZIJDE fig. 16
Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen
met een groter volume dan dat aan be-
stuurderszijde. Het kussen is in een daar-
voor bestemde ruimte in het dashboard
geplaatst.
Houd u ALTIJD aan de aanwijzingen die
vermeld zijn op het etiket op beide kan-
ten van de zonneklep.
Frontairbag passagier en
kinderzitjes
As cadeirinhas para crianças
montadas no sentido oposto
ao sentido de marcha não devem ser
instaladas nos bancos anteriores na
presença de air bag do passageiro ac-
tivo. A activação do air bag, em ca-
so de colisão, pode produzir lesões
mortais na criança transportada, in-
dependentemente da gravidade da
colisão.
ATTENTIE!
fig. 16a F0U0126m
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 104
105
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
Frontairbag passagier en kinderzitje: WAARSCHUWING
IRISCHIO DI FERITE GRAVI O MORTALI. I seggiolini bambino che si montano nel verso opposto a quello di marcia non vanno installati sui sedili anteriori in presenza di air bag passeggero attivo.
GB DEATH OR SERIOUS INJURY CAN OCCUR.
NEVER use a rearward facing child restraint on a seat protected by an ACTIVE AIRBAG in front of it, DEATH or SERIOUS INJURY to the CHILD can occur
FRISQUE DE MORT OU DE BLESSURES GRAVES. NE PAS positionner le siège pour enfant tourné vers l’arrière, en cas d’air bag passager actif.
DNichtbeachtung kann TOD oder SCHWERE VERLETZUNGEN zur Folge haben.
Rückwärts gerichtete Kinderrückhaltesysteme (Babyschale) dürfen nicht in Verbindung mit aktiviertem Beifahrerairbag auf dem Beifahrersitz verwendet warden
NL DIT KAN DODELIJK ZIJN OF ERNSTIGE ONGELUKKEN VEROORZAKEN. Plaats het kinderstoeltje niet ruggelings op de voorstoel wanneer er een airbag aanwezig is.
EPUEDE OCACIONAR MUERTE O HERIDAS GRAVES. NO ubicar el asiento para niños en sentido inverso al de marcha en el asiento delantero si hubiese airbag activo lado pasegero.
PL MOŹE GROZIĆ ŚMIERCIA LUB CIEŹKIMI OBRAŹENIAMI.
NIE WOLNO umieszczać foletika dzieciecego tylem do kierunku jazdy na przednim siedzeniu w przypadku zainstalowanej aktywnej poduszki powietrznej pasażera.
TR ÖLÜM VEYA AĞIR ŞEKİLDE YARALANMAYA SEBEP OLABİLİR. Yolcu airbaği aktif halde iken çocuk koltuğunu araç gidiş yönüne ters biçimde yerleştirmeyin.
DK FARE FOR DØDELIGE KVÆSTELSER OG LIVSTRUENDE SKADER. Placer aldrig en bagudvendt barnestol på passagerersædet, hvis passager-airbagen er indstillet til at være aktiv (on).
EST TAGAJÄRJEKS VÕIVAD OLLA TÕSISED KEHAVIGASTUSED VÕI SURM. Turvapadja olemasolu korral ärge asetage lapse turvaistet sõidusuunaga vastassuunas.
FIN KUOLEMANVAARA TAI VAKAVIEN VAMMOJEN UHKA. Älä aseta lasten turvaistuinta niin, että lapsi on selkä menosuuntaan, kun matkustajan airbag on käytössä.
PRISCO DE MORTE OU FERIMENTOS GRAVES. Não posicionar o banco para crianças numa posição contrária ao sentido de marcha quando o airbag de passageiro estiver activo.
LT GALI IŠTIKTI MIRTIS ARBA GALITE RIMTAI SUSIŽEISTI. Nedėkite vaiko sėdynės atgręžtos nugara į priekinį automobilio stiklą ten, kur yra veikiant keleivio oro pagalvė.
SKAN VARA LIVSHOTANDE ELLER LEDA TILL ALLVARLIGA SKADOR. Placera aldrig en bakåtvänd barnstol i framsätet då passagerarsidans krockkudde är aktiv.
HHALÁSOS VAGY SÚLYOS BALESET KÖVETKEZHET BE. Ne helyezzük a gyermekülést a menetiránnyal szembe, ha az utas oldalán légzsák működik.
LV VAR IZRAISĪT NĀVI VAI NOPIETNAS TRAUMAS. Nenovietot mazuļa sēdekli pretēji braukšanas virzienam, ja pasažiera pusē ir uzstādīts gaisa spilvens.
CZ HROZÍ NEBEZPEČÍ VÁŽNÉHO UBLÍŽENÍ NA ZDRAVÍ NEBO DOKONCE SMRTI. Neumísťujte dětskou sedačku do opačné polohy vůči směru jízdy v případě aktivního airbagu spolujezdce.
SLO LAHKO PRIDE DO SMRTI ALI HUDIH POŠKODB. Otroškega avtomobilskega sedeža ne nameščajte v obratni smeri vožnje, če ima vozilo vgrajene zračne blazine za potnike.
RO SE POATE PRODUCE DECESUL SAU LEZIUNI GRAVE. Nu aşezaţi scaunul de maşină pentru bebeluşi în poziţie contrară direcţiei de mers atunci când airbag-ul pasagerului este activat.
GR ΜΠΟΡEI ΝΑ ΠΡΟΚΛΗΘΟΥΝ ΘΑΝΑΤΟΣ Ή ΣΟΒΑΡΑ ΤΡΑΥΜΑΤΑ.
Μην τοποθετείτε το καρεκλάκι αυτοκινήτου για παιδιά σε αντίθετη προς την φορά πορείας θέση σε περίπτωση που υπάρχει αερόσακος εν ενεργεία στη θέση συνεπιβάτη.
BG ИМА ОПАСНОСТ ОТ СМЪРТ И СЕРИОЗНИ НАРАНЯВАНИЯ.
Не поставяйте столчето за пренасяне на бебета в положение обратно на посоката на движение, при положение активно на въздушната възглавница за пътуване.
SK MÔŽE NASTAŤ SMRŤ ALEBO VÁŽNE ZRANENIA. Nedávajte autosedačku pre deti do polohy proti chodu vozidla, keď je aktívny airbag spolujazdca.
RUS ТРАВМЫ И ЛЕТАЛЬНЫЙ ИСХОД. Детское кресло, устанавливающееся против направления движения, нельзя монтировать на месте переднего пассажира, если последнее
оборудовано активной подушкой безопасности.
HR OPASNOST OD TEŠKIH ILI SMRTONOSNIH OZLJEDA.
Sjedala za djecu koja se montiraju u smjeru suprotnom od vožnje ne smiju se instalirati na prednja sjedala ako postoji aktivni zračni jastuk suvozača.
AS
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 105
107
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
BELANGRIJK De frontairbags en/of zij-air-
bags kunnen ook worden geactiveerd bij
krachtige stoten aan de onderzijde van de
carrosserie, bijvoorbeeld bij zware bot-
singen tegen drempels of stoepranden of
obstakels op het wegdek of als de auto te-
recht komt in grote gaten of verzakkingen
in het wegdek.
BELANGRIJK Als de airbags in werking
treden, ontsnapt een beetje rook. Deze
rook is niet schadelijk en duidt niet op
brand; bovendien kan het oppervlak van
het opgeblazen kussen en het interieur van
de auto bedekt zijn met een laagje poeder:
dit poeder kan de huid en de ogen irrite-
ren. Als u hiermee in aanraking bent ge-
komen, moet u zich met neutrale zeep en
water wassen.
BELANGRIJK Na een ongeval waarbij een
of meerdere veiligheidssystemen zijn geac-
tiveerd, dient u contact op te nemen met
het Fiat Servicenetwerk om de geactiveer-
de systemen te laten vervangen en de wer-
king van het systeem te laten controleren.
Alle controlewerkzaamheden, reparaties
en vervanging van de airbag moeten door
het Fiat Servicenetwerk worden uitge-
voerd.
Aan het einde van de lange levensduur van
uw auto, moet u contact opnemen met
het Fiat Servicenetwerk om het systeem
buiten werking te laten stellen. Bovendien
moet bij verkoop van de auto de nieuwe
eigenaar op de hoogte gesteld worden van
het gebruik en de instructies, en moet hij
het instructieboekje ontvangen.
BELANGRIJK Het in werking treden van
de gordelspanners, de frontairbags en de
zij-airbags voor wordt door de elektro-
nische regeleenheid bepaald, afhankelijk
van het type ongeval. Als een van deze on-
derdelen niet wordt geactiveerd, dan hoeft
dit niet op een storing in het systeem te
duiden.
HEADBAGS (WINDOWBAGS)
fig. 18
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
De headbag is een “gordijn”-systeem en
bevindt zich aan de rechter- en aan de lin-
kerzijde in de hemelbekleding aan de zij-
kant en is afgedekt met een afwerklijst.
De headbags bieden bescherming aan het
hoofd van de inzittenden voor en achter
tijdens een zijdelingse botsing, dankzij het
grote effectieve oppervlak van de kussens.
BELANGRIJK De inzittende wordt bij een
zijdelingse botsing optimaal door het sys-
teem beschermd als hij/zij in de juiste po-
sitie in de stoel zit. Hierdoor kunnen
de zij-airbags op de juiste wijze worden
opgeblazen.
fig. 18 F0M0141m
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 107
108
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
Steun niet met het hoofd, de
armen of de ellebogen tegen
het portier, de ruiten of in het gebied
van de headbag (Window Bag) om
verwondingen tijdens het opblazen te
voorkomen.
ATTENTIE!
Steek nooit het hoofd, de
armen of de ellebogen uit
het raam.
ATTENTIE!
ALGEMENE OPMERKINGEN
Als u de contactsleutel in
stand MAR draait en het
lampje ¬gaat niet branden of blijft
branden tijdens het rijden (op het
multifunctionele display verschijnt
ook een bericht – indien aanwezig),
dan is er mogelijk een storing in de
veiligheidssystemen; in dat geval kun-
nen de airbags of gordelspanners niet
geactiveerd worden bij een ongeval
of, in een zeer beperkt aantal geval-
len, niet op de juiste wijze geactiveerd
worden. Voordat u verder rijdt, dient
u contact op te nemen met het Fiat
Servicenetwerk om het systeem direct
te laten controleren.
ATTENTIE!
Bedek de rugleuning van
de stoelen voor en achter
niet met hoezen of kleden die niet
zijn voorbereid op het gebruik met
sidebags.
ATTENTIE!
091-110 PUNTO POP 1ed NL 03/04/14 15:15 Pagina 108
115
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
fig. 2 F0M0503m
Om op de juiste wijze te
schakelen, moet u het kop-
pelingspedaal geheel intrappen.
Daarom mag er niets onder het pe-
daal liggen dat dit kan verhinderen:
let erop dat eventuele vloermatten
niet zijn dubbelgevouwen en zo de
slag van de pedalen beperken.
ATTENTIE!
Laat na het schakelen de ver-
snellingspook los. Door het
rijden met een hand aan de
versnellingspook wordt op
het schakelmechanisme in de versnel-
lingsbak een geringe kracht uitgeoe-
fend, waardoor onnodige slijtage kan
ontstaan.
Imperiaal/skidrager
Verwijder de imperiaal of skidrager als u
deze niet gebruikt. Ze verminderen de ae-
rodynamica van de auto, waardoor het
brandstofverbruik toeneemt. Gebruik
voor het vervoer van volumineuze voor-
werpen bij voorkeur een aanhanger.
Stroomverbruikers
Gebruik elektrische accessoires uitsluitend
als u ze nodig hebt. De achterruitverwar-
ming, de verstralers, de ruitenwissers en
de aanjager van het ventilatie-/verwar-
mingssysteem vragen veel stroom, waar-
door het brandstofverbruik toeneemt (tot
aan 25% in stadsverkeer).
Airconditioning
De airconditioning gebruikt zeer veel
energie, waardoor het brandstofverbruik
sterk toeneemt (tot gemiddeld 20%): ge-
bruik wanneer de buitentemperatuur het
toelaat, bij voorkeur de functies van het
ventilatiesysteem.
Aerodynamische accessoires
Het gebruik van niet goedgekeurde aero-
dynamische accessoires kan de aerodyna-
mica negatief beïnvloeden, waardoor het
brandstofverbruik zal toenemen.
BRANDSTOFBESPARING
Hierna volgen enkele nuttige tips, waar-
door het brandstofverbruik zo laag mo-
gelijk blijft en de uitstoot van schadelijke
uitlaatgassen zoveel mogelijk beperkt
wordt.
ALGEMENE OPMERKINGEN
Onderhoud van de auto
Zorg voor een goed onderhoud van de
auto door de controles en afstellingen die
in het “Geprogrammeerd Onderhouds-
schema” staan vermeld, te laten uitvoeren.
Banden
Controleer regelmatig, ten minste een
keer per maand, de spanning van de ban-
den: als de spanning te laag is, wordt de
weerstand groter en neemt het verbruik
toe.
Overbodige bagage
Rijd niet met een overbeladen bagage-
ruimte. Het gewicht van de auto (vooral
in stadsverkeer) en de wieluitlijning heb-
ben grote invloed op het brandstofver-
bruik en de stabiliteit.
111-120 PUNTO POP 1ed NL 07/10/13 13.58 Pagina 115


Product specificaties

Merk: Fiat
Categorie: Personenwagen
Model: Punto 2015

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fiat Punto 2015 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden




Handleiding Personenwagen Fiat

Fiat

Fiat Bravo 2006 Handleiding

7 Februari 2022
Fiat

Fiat 500 - 2008 Handleiding

17 Augustus 2022
Fiat

Fiat 500 Abarth Handleiding

16 Augustus 2022
Fiat

Fiat Scudo 2014 Handleiding

1 September 2021
Fiat

Fiat Sedici 2006 Handleiding

1 September 2021
Fiat

Fiat Strada Handleiding

31 Augustus 2021
Fiat

Fiat Sedici 2008 Handleiding

31 Augustus 2021
Fiat

Fiat Strada 2011 Handleiding

31 Augustus 2021
Fiat

Fiat Stilo Handleiding

31 Augustus 2021
Fiat

Fiat Scudo 2012 Handleiding

30 Augustus 2021

Handleiding Personenwagen

Nieuwste handleidingen voor Personenwagen

Kia

Kia Cee-d Handleiding

16 Oktober 2023
Kia

Kia Carens 1 Handleiding

16 Oktober 2023
Kia

Kia Carens II Handleiding

16 Oktober 2023
Audi

Audi A1 Handleiding

5 Oktober 2023
Audi

Audi Q3 Handleiding

5 Oktober 2023
Audi

Audi S3 Handleiding

5 Oktober 2023