Yamaha 40V (2020) Handleiding
Yamaha
Buitenboordmotor
40V (2020)
Lees hieronder de 📖 handleiding in het Nederlandse voor Yamaha 40V (2020) (106 pagina's) in de categorie Buitenboordmotor. Deze handleiding was nuttig voor 17 personen en werd door 2 gebruikers gemiddeld met 4.5 sterren beoordeeld
Pagina 1/106

Lees deze handleiding zorgvuldig alvorens uw bui-
tenboordmotor te gebruiken.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
40V
50H
63B-28199-7N-D0

DMU25053
Lees deze handleiding zorgvuldig alvorens uw buitenboordmotor te
gebruiken. Bewaar deze handleiding aan boord in een waterdichte zak tijdens
het varen. Deze handleiding moet bij de buitenboordmotor blijven wanneer hij
wordt verkocht.

Belangrijke handleidingsinformatie
DMU25108
Aan de eigenaar
Dank u voor het kiezen van een Yamaha bui-
tenboordmotor. Deze gebruikershandleiding
bevat informatie over juiste bediening, on-
derhoud en zorg. Een grondig begrip van
deze eenvoudige instructies zal u helpen om
maximaal plezier uit uw nieuwe Yamaha te
krijgen. Raadpleeg een Yamaha-dealer, in-
dien u vragen over de bediening of onder-
houd van uw buitenboordmotor hebt.
In deze gebruikershandleiding is bijzonder
belangrijke informatie als volgt aangeduid.
: dit is het symbool voor veiligheids-
waarschuwingen. Het wordt gebruikt om u
op mogelijke verwondinggevaren te wijzen.
Volg alle veiligheidsmeldingen achter dit
symbool op om mogelijke verwondingen of
overlijden te voorkomen.
DWM00782
Een WAARSCHUWING wijst op een ge-
vaarlijke situatie die kan leiden tot de
dood of ernstige letsels als ze niet wordt
vermeden.
DCM00702
Een alinea die vooraf wordt gegaan door
OPGELET vermeldt speciale voorzorgs-
maatregelen die moeten worden geno-
men om schade aan de
buitenboordmotor of aan andere eigen-
dommen te voorkomen.
NOTA:
Een NOTA geeft belangrijke informatie om
handelingen gemakkelijker of duidelijker te
maken.
Yamaha zoekt voortdurend vooruitgang in
productontwerp en kwaliteit. Daarom, on-
danks dat deze handleiding de laatste pro-
ductinformatie bevat die verkrijgbaar is ten
tijde van uitgave, kunnen er kleine afwijkin-
gen tussen uw machine en deze handleiding
zijn. Raadpleeg uw Yamaha-dealer, indien u
enige vragen aangaande dit handboek heeft.
Yamaha raadt aan dat u het product correct
gebruikt en de gespecificeerde periodieke in-
specties en onderhoud correct uitvoert vol-
gens de instructies in de
gebruikershandleiding, om een lang leven
van het product te verzekeren. Elke schade,
veroorzaakt door het niet volgen van deze in-
structies, valt niet onder de garantie.
Sommige landen hanteren wetten of regels
die gebruikers verbieden het product mee te
nemen buiten het land van aankoop. Dit kan
het registreren van het product in het land
van bestemming onmogelijk maken. Daar-
naast kan de garantie in sommige gebieden
niet van toepassing zijn. Raadpleeg de dea-
ler waar het product is aangeschaft voor
meer informatie, indien u het product mee
wilt nemen naar een ander land.
Indien het gekochte product reeds was ge-
bruikt, neemt u contact op met uw dichtstbij-
zijnde dealer voor herregistratie en om recht
te krijgen op de aangegeven diensten.
NOTA:
De 40VEO, 40VMHO, 50HETO en de stan-
daardaccessoires worden gebruikt als basis
voor de verklaringen en afbeeldingen in deze
handleiding. Daardoor kunnen sommige on-
derdelen niet op ieder model van toepassing
zijn.

Belangrijke handleidingsinformatie
DMU25123
40V, 50H
GEBRUIKERSHANDLEIDING
©2020 door Yamaha Motor Co., Ltd.
1e Uitgave, november 2019
Alle rechten voorbehouden.
Elke herdruk of onbevoegd gebruik
zonder de schriftelijke toelating van
Yamaha Motor Co., Ltd.
is uitdrukkelijk verboden.
Gedrukt in Japan

Inhoud
Veiligheidsinformatie ...................... 1
Buitenboordmotorveiligheid.............. 1
Propeller .............................................. 1
Draaiende onderdelen......................... 1
Hete onderdelen.................................. 1
Elektrische schokken........................... 1
Trim- en kantelbekrachtiging ............... 1
Motorstopschakelaarkoord .................. 1
Benzine ............................................... 2
Blootstelling aan en morsen van
benzine ............................................ 2
Koolmonoxide...................................... 2
Wijzigingen .......................................... 2
Scheepvaartveiligheid...................... 2
Alcohol en verdovende middelen ........ 2
Zwemvesten ........................................ 2
Mensen in het water ............................ 3
Passagiers........................................... 3
Overladen............................................ 3
Vermijd botsingen................................ 3
Aanvaringen met drijvende of
ondergedompelde objecten ............. 4
Weersomstandigheden ....................... 4
Passagiersopleiding ............................ 4
Scheepvaartveiligheidspublicaties ...... 4
Wetten en voorschriften ...................... 4
Algemene informatie......................... 5
Plaats voor identificatienummers ..... 5
Buitenboordmotorserienummer........... 5
Sleutelnummer .................................... 5
EG-verklaring van
overeenstemming (DoC)............... 5
CE-markering................................... 6
Lees handleidingen en labels........... 7
Waarschuwingslabels ......................... 7
Specificaties en vereisten .............. 10
Technische gegevens .................... 10
Installatievereisten ......................... 11
Bootvermogen (pk)............................ 11
Buitenboordmotor monteren.............. 11
Afstandsbedieningsvereisten ......... 11
Accuvereisten ................................ 12
Technische gegevens van de accu ... 12
Propellerkeuze............................... 12
Neutraal-startbeveiliging ................ 13
Motorolievereisten.......................... 13
Waarom Yamalube............................ 13
Brandstofvereisten ......................... 14
Benzine ............................................. 14
Modderig of zuurrijk water.............. 14
Anti-fouling..................................... 15
Buitenboordmotorafdankings-
vereisten ..................................... 15
Nooduitrusting................................ 15
Componenten.................................. 16
Schematische voorstelling van de
componenten.............................. 16
Brandstoftank .................................... 18
Brandstofleidingkoppelstuk ............... 19
Brandstofmeter.................................. 19
Benzinetankdop................................. 19
Ontluchtingsschroef........................... 19
Afstandsbedieningskast .................... 19
Afstandsbedieningshendel ................ 19
Neutraal vergrendeltrekker................ 20
Neutraal gashendel ........................... 20
Stuurhendel ...................................... 20
Schakelhendel .................................. 20
Gashendel ........................................ 21
Brandstofverbruiksindicator .............. 21
Gashendelfrictieafstelling .................. 21
Noodstopkoord en clip....................... 22
Motorstopknop .................................. 22
Trekchokeknop.................................. 23
Handgreep repeteerstarter ................ 23
Hoofdschakelaar ............................... 23
Stuurfrictieafstelling .......................... 24
Stuurfrictieregelhendel ...................... 24
Trim- en
kantelbekrachtigingsschakelaar op
afstandsbediening of
stuurhendel .................................... 24

Inhoud
Trim- en
kantelbekrachtigingsschakelaar
aan onderkant motorkap ................ 25
Trimtap met anode ............................ 25
Trimstang (kantelpen) ....................... 26
Kantelvergrendelingsmechanisme .... 26
Kantelsteunhendel voor model met
trim- en kantelbekrachtiging........... 26
Kantelsteunstang voor model met
handmatige kantelinrichting ........... 27
Motorkapvergrendelhendel(s)
(draaitype)...................................... 27
Waarschuwingslampje ..................... 27
Instrumenten en
verklikkerlampjes ............................ 29
Verklikkers ..................................... 29
Waarschuwingslampje voor drie
lampjes........................................... 29
Oververhittingwaarschuwingslamp-
je .................................................... 29
Oliepeilwaarschuwingslampje ........... 29
Digitale toerenteller ........................ 29
Toerenteller ....................................... 30
Trimmeter .......................................... 30
Urenmeter ......................................... 30
Oliepeilindicator (digitaal type) .......... 31
Oververhittingwaarschuwingslamp-
je .................................................... 31
Analoge toerenteller ....................... 31
Oliepeillampen (drie
aanduidingslampen 2).................... 31
Analoge trimmeter.......................... 32
Motorcontrolesysteem.................... 33
Waarschuwingssysteem ................ 33
Oververhittingswaarschuwing ........... 33
Oliepeil- en
oliefilterverstoppingwaarschu-
wingssysteem ................................ 34
Installatie..........................................36
Installatie ........................................ 36
De buitenboordmotor monteren ........ 36
Vastklemmen van de
buitenboordmotor ........................... 37
Werking............................................ 39
Eerste gebruik................................ 39
Inlopen van de motor......................... 39
Leer uw boot kennen ......................... 39
Controleert voordat de motor wordt
gestart......................................... 40
Brandstofpeil ..................................... 40
Verwijderen van de motorkap............ 40
Brandstofsysteem.............................. 40
Bedieningselementen ........................ 41
Noodstopkoord .................................. 41
Olie .................................................... 41
Motor ................................................. 41
Gebruik na een lange
opslagperiode ................................ 42
Installeren van de motorkap .............. 42
Trim- en kantelbekrachtigingssy-
steem ............................................. 43
Accu .................................................. 43
Brandstof en motorolie bijvullen..... 44
Vullen van de draagbare
brandstoftank ................................. 44
Een model met manuele starter met
olie vullen ....................................... 45
Olie bijvullen voor modellen met
elektrische starter........................... 45
Werking van de
oliepeilaanduidingslamp................. 47
De motor gebruiken ....................... 48
Brandstof verzenden (draagbare
tank) ............................................... 48
Starten van de motor ......................... 49
Controles na het starten van de
motor........................................... 54
Koelwater .......................................... 54
De motor laten warmdraaien.......... 54
Modellen met chokestarter ................ 54
Modellen met elektrische starter en
Prime Start-modellen (voorinspuit-
startsysteem) ................................. 54

Inhoud
Controles na het warmdraaien van
de motor ...................................... 54
Schakelen.......................................... 54
Stopschakelaars................................ 54
Schakelen ......................................55
De boot stoppen............................. 56
Motor uitschakelen ......................... 57
Procedure.......................................... 57
De buitenboordmotor trimmen ....... 58
Afstelling van de trimhoek bij
modellen met een handbediend
kantelmechanisme ......................... 58
Instellen van de trimhoek (trim- en
kantelbekrachtiging)....................... 59
Boottrim instellen............................... 60
Naar boven en naar beneden
kantelen....................................... 61
Procedure voor het naar boven
kantelen (modellen met
handbediend
kantelmechanisme)........................ 61
Procedure voor omhoog kantelen
(modellen met trim- en
kantelbekrachtiging)....................... 62
Procedure voor het naar beneden
kantelen (Modellen met
handbediend kantelsysteem) ......... 63
Procedure voor omlaag kantelen
(modellen met trim- en
kantelbekrachtiging)....................... 64
Ondiep water ................................. 64
Modellen met trim- en
kantelbekrachtiging ........................ 64
Varen in andere
omstandigheden.......................... 65
Onderhoud ....................................... 67
Vervoeren en opbergen van de
buitenboordmotor........................ 67
Met knevelbouten gemonteerde
modellen ........................................ 67
Opberging van de
buitenboordmotor........................... 68
Procedure.......................................... 68
Smering ............................................. 69
Reiniging van de
buitenboordmotor........................... 69
Controleren van gelakt oppervlak van
buitenboordmotor........................... 70
Periodiek onderhoud...................... 70
Vervangingsonderdelen .................... 70
Zware gebruiksomstandigheden ....... 70
Onderhoudsschema 1 ....................... 72
Onderhoudsschema 2 ....................... 74
Smeren.............................................. 75
Reiniging en afstelling van de
bougie ............................................ 76
Controleren van de brandstoffilter ..... 77
Vrijlooptoerental onderzoeken........... 77
Motorolietank controleren op
aanwezigheid van water ................ 78
Inspecteer bedrading en
aansluitstukken .............................. 78
Propeller controleren ......................... 79
De propeller verwijderen ................... 79
De propeller installeren ..................... 80
Verversen van tandwielolie ............... 81
De brandstoftank reinigen ................. 82
Inspecteren en vervangen van
elektrode(n) .................................... 83
Controleren van de accu (voor
modellen met elektrische starter) ... 84
Aansluiten van de accu ..................... 84
Loskoppelen van de accu.................. 85
Herstellen van defecten.................. 86
Problemen verhelpen..................... 86
Tijdelijke handeling in een
noodgeval ................................... 90
Impact schade ................................... 90
Vervangen van de zekering............... 90
De trim- en kantelbekrachtiging werkt
niet ................................................. 91
De starter werkt niet .......................... 91
Noodstart........................................... 92
De motor werkt niet........................ 93
De koude motor start niet .................. 93

1
Veiligheidsinformatie
DMU33623
Buitenboordmotorveiligheid
Neem deze voorzorgsmaatregelen te allen
tijde in acht.
DMU36502
Propeller
Personen kunnen gewond raken of gedood
worden wanneer ze in contact komen met de
propeller. De propeller kan blijven bewegen
wanneer de motor in neutraal staat, en de
scherpe randen van de propeller kunnen ook
snijwonden veroorzaken terwijl de propeller
stilstaat.
Schakel de motor uit wanneer er zich een
persoon vlakbij de boot in het water be-
vindt.
Houd mensen uit de buurt van de propel-
ler, zelfs wanneer de motor niet draait.
DMU40272
Draaiende onderdelen
Handen, voeten, haar, juwelen, kledingstuk-
ken, zwemvestriempjes enz. kunnen worden
gegrepen door de inwendige draaiende on-
derdelen van de motor, met ernstige verwon-
dingen of de dood tot gevolg.
Verwijder de motorkap nooit als het niet echt
nodig is. Verwijder of installeer de motorkap
nooit terwijl de motor draait.
Laat de motor uitsluitend zonder motorkap
draaien met inachtneming van de specifieke
instructies in de handleiding. Houd uw han-
den, voeten, haar, juwelen, kledingstukken,
zwemvestriempjes enz. uit de buurt van
eventuele blootliggende bewegende onder-
delen.
DMU33641
Hete onderdelen
Tijdens en na de werking zijn bepaalde mo-
toronderdelen heet genoeg om brandwon-
den te veroorzaken. Vermijd iedere
aanraking met onderdelen onder de motor-
kap tot de motor is afgekoeld.
DMU33651
Elektrische schokken
Raak geen elektrische onderdelen aan bij
het starten van de motor of terwijl de motor
draait. Ze kunnen schokken of elektrocutie
veroorzaken.
DMU33662
Trim- en kantelbekrachtiging
Er kunnen lichaamsdelen worden verpletterd
tussen de motor en de klembeugel wanneer
de motor wordt getrimd of gekanteld. Houd li-
chaamsdelen te allen tijde uit deze zone.
Vergewis u ervan dat er zich niemand in
deze zone bevindt alvorens het trim- en kan-
telbekrachtigingsmechanisme te laten wer-
ken.
De trim- en kantelbekrachtigingsschakelaars
werken ook wanneer de hoofdschakelaar op
uit staat. Houd mensen uit de buurt van de
schakelaars tijdens werkzaamheden rond-
om de motor.
Kom nooit onder het staartstuk als het ge-
kanteld is, zelfs niet als de kantelsteunhen-
del vergrendeld is. Als de buitenboordmotor
per ongeluk valt, kunt u ernstig gewond ra-
ken.
DMU33672
Motorstopschakelaarkoord
Bevestig de motorstopschakelaarkoord zo
dat de motor stopt wanneer de gebruiker
overboord valt of de stuurhendel verlaat. Dat
om te voorkomen dat de boot stuurloos ver-
der vaart en mensen achterlaat, of over men-
sen of voorwerpen vaart.
Bevestig de motorstopschakelaarkoord tij-
dens het gebruik van de motor altijd op een

Veiligheidsinformatie
2
veilige plaats aan uw kleding, of aan uw arm
of been. Maak ze niet los om de stuurhendel
te verlaten terwijl de boot vaart. Bevestig de
koord niet aan een kledingstuk dat los zou
kunnen scheuren, en leid de koord niet langs
punten waar ze verstrikt kan raken, zodat ze
haar functie niet langer vervult.
Leid de koord niet langs plaatsen waar de
kans groot is dat er per ongeluk aan wordt
getrokken. Als er aan de koord wordt getrok-
ken tijdens het varen, wordt de motor uitge-
schakeld en kunt u de boot niet meer
besturen. De boot zou snel kunnen vertra-
gen, waardoor passagiers en voorwerpen
voorwaarts worden geslingerd.
DMU33811
Benzine
Benzine en benzinedampen zijn uiterst
brandbaar en explosief. Volg voor het tan-
ken steeds de procedure op pagina 48 om
het risico van brand en explosie zo klein mo-
gelijk te houden.
DMU33821
Blootstelling aan en morsen van
benzine
Mors geen benzine. Als u toch benzine
morst, veeg hem dan onmiddellijk op met
droge doeken. Werp de doeken weg zoals
het hoort.
Mocht er benzine op uw huid terechtkomen,
verwijder die dan onmiddellijk met zeep en
water. Trek andere kleren aan als er benzine
op uw kleren terecht is gekomen.
Raadpleeg onmiddellijk een arts als u benzi-
ne hebt ingeslikt, heel veel benzinedamp
hebt ingeademd of benzine in de ogen hebt
gekregen. Tracht nooit brandstof over te he-
velen door ze aan te zuigen met uw mond.
DMU33901
Koolmonoxide
Dit product stoot uitlaatgassen uit die kool-
monoxide bevatten, een kleur- en geurloos
gas dat hersenschade of de dood van ver-
oorzaken bij inademing. Symptomen van
koolmonoxidevergiftiging zijn onder meer
misselijkheid, duizeligheid en slaperigheid.
Zorg ervoor dat cockpit en cabine altijd goed
geventileerd zijn. Vermijd het blokkeren van
uitlaatopeningen.
DMU33781
Wijzigingen
Tracht geen wijzigingen aan te brengen aan
deze buitenboordmotor. Wijzigingen aan uw
buitenboordmotor kunnen de veiligheid en
betrouwbaarheid aantasten, en de buiten-
boordmotor onveilig of onwettig voor gebruik
maken.
DMU33742
Scheepvaartveiligheid
Dit hoofdstuk bevat enkele van vele belang-
rijke veiligheidsvoorschriften die u dient na te
leven tijdens het varen.
DMU33711
Alcohol en verdovende middelen
Ga nooit uit varen na het drinken van alcohol
of het innemen van verdovende middelen.
Intoxicatie is een van de voornaamste facto-
ren die bijdragen tot dodelijke ongevallen op
het water.
DMU40281
Zwemvesten
Zorg dat u een goedgekeurd zwemvest aan
boord hebt voor elke passagier. Yamaha
raadt u aan altijd een zwemvest te dragen
wanneer u gaat varen. Kinderen en niet-
zwemmers moeten in ieder geval altijd een
zwemvest dragen, en iedereen moet een

Veiligheidsinformatie
3
zwemvest dragen wanneer de vaaromstan-
digheden gevaarlijk zijn of kunnen worden.
DMU33732
Mensen in het water
Kijk altijd zorgvuldig uit voor mensen in het
water, zoals zwemmers, waterskiërs of dui-
kers, telkens wanneer de motor draait. Wan-
neer er zich iemand in het water bevindt
vlakbij de boot, schakelt u in neutraal en legt
u de motor stil.
Blijf uit de buurt van zwemzones. Zwemmers
kunnen moeilijk zichtbaar zijn.
De propeller kan blijven draaien, zelfs wan-
neer de motor in neutraal staat. Schakel de
motor uit wanneer er zich een persoon vlak-
bij de boot in het water bevindt.
DMU33752
Passagiers
Raadpleeg de instructies van uw bootfabri-
kant voor informatie over de aangewezen
passagiersplaatsen in uw boot en vergewis u
ervan dat alle passagiers veilig plaats heb-
ben genomen alvorens te accelereren en
wanneer de motor sneller draait dan met het
stationair toerental. Staan of zitten op niet
aangewezen plaatsen kan ervoor zorgen dat
men overboord wordt geslingerd of in de
boot valt ten gevolge van golven, kielzog of
plotse snelheids- of richtingsveranderingen.
Zelfs wanneer iedereen correct plaats heeft
genomen in de boot, dient u uw passagiers
te waarschuwen wanneer u een ongewoon
manoeuvre dient te maken. Tracht opsprin-
gende golven en kielzog steeds te vermij-
den.
DMU33763
Overladen
De boot mag nooit worden overladen. Kijk op
de bootcapaciteitsplaat of raadpleeg de
bootfabrikant voor het toegestane maxi-
mumgewicht en maximumaantal passagiers.
Zorg ervoor dat het gewicht naar behoren
over de boot is verdeeld in overeenstemming
met de instructies van de bootfabrikant. Het
overladen of verkeerd verdelen van het ge-
wicht over de boot kan de bestuurbaarheid
van de boot in het gedrang brengen en lei-
den tot ongevallen, kapseizen of vollopen.
DMU33773
Vermijd botsingen
Wees voortdurend op de uitkijk voor men-
sen, voorwerpen en andere boten. Wees op
uw hoede voor omstandigheden die de zicht-
baarheid beperken of uw zicht blokkeren.
Stuur defensief met een veilige snelheid en
houd voldoende afstand van mensen, voor-
werpen en andere boten.
Vaar niet op korte afstand achter andere
boten of waterskiërs.
Vermijd scherpe bochten of andere ma-
noeuvres die het anderen moeilijk maken
om u te ontwijken of te voorspellen waar u
heen gaat.
Vermijd gebieden met gezonken voorwer-
pen of ondiep water.
Ken uw grenzen en vermijd agressieve
manoeuvres om het risico op controlever-
lies en botsingen te vermijden en om te
vermijden dat u uit het vaartuig wordt ge-
ZMU06025

Veiligheidsinformatie
4
slingerd.
Reageer tijdig om botsingen te vermijden.
Vergeet niet dat boten geen remmen heb-
ben en dat het afzetten van de motor of het
verminderen van de stuwkracht de wen-
baarheid kunnen verminderen. Als u niet
zeker bent dat u op tijd kunt stoppen om
een voorwerp te ontwijken, geef dan gas
bij en stuur in een andere richting.
DMU48100
Aanvaringen met drijvende of
ondergedompelde objecten
Als de buitenboordmotor een drijvend object
of een obstakel in het water raakt tijdens het
cruisen, kan het volgende gebeuren:
De passagiers en enig loszittend materiaal
of bagage kan mogelijk naar voren worden
gegooid vanwege het plotselinge afrem-
men.
Delen van de buitenboordmotor kunnen
vanwege de botsing mogelijk loskomen en
van de boot af worden gegooid.
De boot of buitenboordmotor kan vanwege
de botsing mogelijk beschadigd raken.
Wanneer u met de boot vaart in een gebied
waar er zich mogelijk drijvende objecten of
obstakels in het water kunnen bevinden,
moet u er zeker van zijn dat u de trimhoek
van de buitenboordmotor afstelt, dat u vaart
mindert dat u de boot voorzichtig bedient.
Voor meer informatie, zie pagina 64.
Als de buitenboordmotor een drijvend object
of obstakel in het water raakt, moet u er ze-
ker van zijn dat zich er geen abnormaliteiten
omtrent de boot en de buitenboordmotor
voordoen. Als er iets abnormaals wordt ge-
constateerd, keert u terug met lage snelheid
terug naar de dichtsbijzijnde haven en laat u
een Yamaha-dealer de buitenboordmotor in-
specteren.
DMU33791
Weersomstandigheden
Zorg dat u op de hoogte bent van het weer-
bericht. Controleer de weersvoorspellingen
alvorens uit te varen. Ga beter niet uit varen
in gevaarlijk weer.
DMU33881
Passagiersopleiding
Zorg ervoor dat ten minste één andere pas-
sagier opgeleid is in het besturen van de
boot in geval van nood.
DMU33891
Scheepvaartveiligheidspublicaties
Informeer u over de scheepvaartveiligheids-
voorschriften. Bijkomende publicaties en in-
formatie kunt u bekomen bij heel wat
scheepvaartorganisaties.
DMU33602
Wetten en voorschriften
Leer de scheepvaartwetten en -reglementen
die gelden op de plaats waar u gaat varen,
en leef deze na. Er gelden verschillende re-
gels naar gelang van de geografische plaats,
maar in wezen zijn ze allemaal gelijk aan de
Internationale Scheepvaartregels.

Algemene informatie
6
DMU38995
CE-markering
Dit label wordt bevestigd op buitenboordmo-
toren die voldoen aan de Europese voor-
schriften.
Buitenboordmotoren met deze “CE”-marke-
ring voldoen aan de richtlijnen van:
2006/42/EC, 94/25/EC - 2003/44/EC,
2014/30/EU, en 2004/108/EC, 2013/53/EU.
1. Positie van het CE-label
1
ZMU06040
Product specificaties
Merk: | Yamaha |
Categorie: | Buitenboordmotor |
Model: | 40V (2020) |
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha 40V (2020) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Buitenboordmotor Yamaha

13 November 2024

13 November 2024

13 November 2024

12 November 2024

12 November 2024

12 November 2024

12 November 2024

18 Juni 2023

17 Juni 2023

15 Juni 2023
Handleiding Buitenboordmotor
- Buitenboordmotor Garmin
- Buitenboordmotor Greenworks
- Buitenboordmotor Honda
- Buitenboordmotor Intex
- Buitenboordmotor Mercury
- Buitenboordmotor Rhino
- Buitenboordmotor Suzuki
- Buitenboordmotor Talamex
- Buitenboordmotor Coleman
- Buitenboordmotor Haswing
- Buitenboordmotor Hidea
- Buitenboordmotor Nimarine
- Buitenboordmotor Sail
- Buitenboordmotor Tohatsu
- Buitenboordmotor Torqeedo
- Buitenboordmotor Neptun
- Buitenboordmotor Nanni
- Buitenboordmotor Evinrude
Nieuwste handleidingen voor Buitenboordmotor

19 November 2024

17 November 2024

17 November 2024

16 November 2024

16 November 2024

18 Augustus 2024

18 Augustus 2024

2 Juni 2024

2 Juni 2024

2 Juni 2024