REMKO CMF85 Handleiding


Lees hieronder de 📖 handleiding in het Nederlandse voor REMKO CMF85 (72 pagina's) in de categorie Diversen klimaatbeheersing. Deze handleiding was nuttig voor 26 personen en werd door 2 gebruikers gemiddeld met 4.5 sterren beoordeeld

Pagina 1/72
REMKO
Handleiding voor de ervaren specialist en
WARMTEPOMP-MANAGER
MULTITALENT / MULTITALENT PLUS
REMKO CMF/CMT 85, 180 EN CMF 180 DUO
Versie NL – C06
Inhoud
Vóór het in bedrijf nemen / gebruik van dit apparaat deze
installatiehandleiding zorgvuldig lezen!
Deze handleiding maakt deel uit van het apparaat en dient steeds in
directe nabijheid van de opstellocatie resp. bij het apparaat
bewaard te worden.
Deze Nederlandse gebruiksaanwijzing is een vertaling van de originele
Duitse handleiding.
Wijzigingen voorbehouden; we aanvaarden geen aansprakelijkheid voor drukfouten
en vergissingen!
Made by REMKO
Veiligheidsinstructies 4
Milieubescherming en recycling 4
Garantie 4
Transport en verpakking 4
Toepasselijk gebruik 4
Functie 5
Verwarmingscurves 6-7
Inbedrijfstelling 8
Menustructuur / Menu-navigatie / Configuratie terminal 9
Menustructuur / Menu-navigatie / Configuratie regelaar 10-46
Installatieselectie / Hydraulische schema's 47-59
Parameterlijst stroomschema regulator 60-61
Aansluitschema voor warmtepomp CMF/CMT 85/180 62
Aansluitschema voor warmtepomp CMF 180 Duo 63
Toewijzing contacten Merlin I/O-printplaat 64-65
Instelling van de DIP-schakelaars /
RESET naar fabrieksinstelling 65
Verhelpen van storingen en service 66-67
Waarden voeler / Karakteristiek 68
Technische gegevens 69
3
REMKO
WARMTEPOMP-MANAGER
MULTITALENT & MULTITALENT PLUS
Veiligheidsinstructies
Garantie
Voorwaarde voor eventuele
aanspraken op garantie is dat
de bij het toestel gevoegde
„Garantieoorkonde” volledig
ingevuld naar REMKO GmbH & Co.
KG door de inkoper of zijn af-nemer
is teruggestuurd en wel direct na de
aankoop c.q. de inbedrijfstelling.
De garantievoorwaarden zijn
opgenomen in de "Algemene
verkoop- en leveringsvoorwaarden".
Daarnaast kunnen alleen tussen
de bij de overeenkomst betrokken
partijen speciale afspraken gemaakt
worden. Neem daarom eerst
contact op met uw rechtstreekse
handelspartner als u speciale
afspraken wilt maken.
Afvoeren van de verpakking
Alle producten worden voor het
transport zorgvuldig verpakt in
milieuvriendelijke materialen. Om
afval tegen te gaan en grondstoffen
te kunnen hergebruiken, levert u het
verpakkingsmateriaal uitsluitend in bij de
daarvoor aangewezen inzamelplaatsen.
Afvoeren van de apparaten en
componenten
De apparaten en
componenten worden uitsluitend
van recyclebare materialen
gemaakt.
Draag bij aan de bescherming van
het milieu, door er voor te zorgen
dat apparaten of componenten
(bijv. batterijen) niet in het
huisvuil komen maar alleen op
milieuvriendelijke wijze volgens de
plaatselijk geldende voorschriften
worden verwerkt, bijv. door een
erkend afvalverwerkingsbedrijf en
recycling of via een inzamelpunt.
Zorg voor het milieu
en recycling
De apparaten worden in een
stevige transportverpakking
geleverd. Controleer de apparaten
direct bij de levering. Noteer
eventuele beschadigingen of
ontbrekende onderdelen op
de pakbon en informeer de
transporteur en uw handelspartner
hierover. Bij klachten achteraf
wordt geen garantie verleend.
Transport en
verpakking
Lees voor u het apparaat voor
de eerst in gebruikt neemt de
gebruiks- handleiding aandachtig
door. Deze bevat nuttige tips,
instructies en waarschuwingen
voor de veiligheid van personen en
goederen . Het niet opvolgen
van de gebruikshandleiding kan
gevaar voor personen, het milieu,
de installatie en tot het verlies van
mogelijke aansprakelijkheid leiden.
Bewaar deze
gebruikshandleiding in de buurt
van het apparaat.
Ombouwwerkzaamheden of
veranderingen aan de door
REMKO geleverde apparaten
zijn niet toegestaan en kunnen
storingen veroorzaken.
De bediening van apparaten
van de apparaten met zichtbare
gebreken of beschadigingen is
verboden.
Reparaties mogen uitsluitend
worden uitgevoerd door
geautoriseerd vakpersoneel;
reinigingswerkzaamheden
kunnen door de gebruiker
uitgevoerd worden.
De apparaten of componenten
mogen niet worden blootgesteld
aan mechanische belastingen,
extreme vochtigheid of directe
zonnestraling.
Toepasselijk gebruik
De apparaten dienen al naar
gelang de uitvoering en uitrusting
uitsluitend te worden toegepast
als airconditioning om het
bedrijfsmedium lucht binnen een
gesloten ruimte op te warmen of af
te koelen.
Ander of verdergaand gebruik geldt
als niet toepasselijk gebruik. Voor
de hieruit voortvloeiende schade
is de fabrikant / leverancier van
de machine niet aansprakelijk. Het
risico wordt uitsluitend door de
gebruiker gedragen.
Bij het toepasselijk gebruik
hoort ook het inachtnemen van
de bedienings- en installatie-
instructies en het nakomen van de
onderhoudsbepalingen.
4
0-10 V - Signal
0 2 2,5 4 5 6,5 8 8,8 10
St. 1
St. 2
St. 3
St. 4
St. 5
St. 6
St. 7
St. 0
Functie
De warmtepompmanager
Multitalent heeft de taak, de
volledige warmtepompinstallatie
inclusief eventuele extra warmte-
generatoren te bedienen en
afgestemd op de behoefte aan te
sturen. De warmtepompmanager
heeft een groot aantal functies en
moet daarom voor de gewenste
functies en vooral voor de
aanwezige verwarmingsinstallaties
geconfigureerd worden. Dit
handboek geeft zowel instructies
voor de installatie als dat er wordt
uitgelegd, wat er eigenlijk achter
de verschillende parameters
voor de configuratie van de
warmtepompmanager steekt. De
volgende functies worden in de
warmtepompmanager afgebeeld:
• Gebruik van warmtepompen
• Weersafhankelijke
verwarmingscircuitregeling van
een direct verwarmingscircuit
en een mengcircuit (bijv.:
vloerverwarming)
• Bereiding warm tapwater
• Koelfunctie
• Zonnepaneelfunctie
• Behoefteafhankelijke
circulatiepompschakeling
• Automatische omschakeling
zomer/wintertijd
• Individueel instelbare daluren
en vakantiestand voor de
verwarmingscircuits en het
warm tapwater
• Cascade modulerende
warmtegeneratoren
• Cascade schakelende
warmtegeneratoren
• Bivalentie-regeling
Regeltechnisch
werkingsprincipe “warmte”
De warmtepompmanager
bepaalt continu de richt-
aanvoertemperatuur door middel
van de buitentemperatuurvoeler en
de geselecteerde verwarmingscurve
en vergelijkt deze met de heersende
systeem-aanvoertemperatuur
(F8-T-combi). Met behulp van het
tijdsverschil en het verschil tussen
de heersende aanvoertemperatuur
en de richttemperatuur berekent
de warmtepompmanager
de modulatiegraad in %.
De modulatiegraad komt overeen
met het richtvermogen in % van het
verwarmingssysteem, bijv. van het
benodigd verwarmingsvermogen op
basis van de momenteel heersende
buitentemperatuur.
De modulatiegraad wordt omgezet
in een 0-10 V-signaal en daarmee
wordt het buitentoestel van de
warmtepomp aangestuurd.
0
20
40
60
80
100
120
012345678910
0-10 V - Signaaluitvoer
Modulatiegraad [%]
Vermogen warmtepompe
0-10 V - Signaal
Stand
0
Stand 1
100
98
80
Modulatiegraad [%]
WP modulerend AAN WP modulerend AAN WP UIT
WP 100% +2e WE, als
Ta < bivalentiepunt
2e WE UIT
TVL-IS < TVL-RICHT
TVL-IS > TVL-RICHT
TVL-IS < TVL-RICHT
TVL-IS > TVL-RICHT+ 2K
min
max
Stand 2
Stand 3
Stand 4
Stand 5
Stand 6
Stand 7
5
REMKO
WARMTEPOMP-MANAGER
MULTITALENT & MULTITALENT PLUS
Verwarmingscurves
De verwarmingscurve dient
om aan het gebouw een
van de buitentemperatuur
afhankelijke, passende richt-
aanvoertemperatuur toe te
kennen. De verwarmingscurves
0,2 tot 0,8 hebben een voetpunt
van 20°C en zijn bedoeld voor
vloer-/wandverwarmingen. De
verwarmingscurves 1 tot 3 hebben
een voetpunt van 27°C en zijn
hiermee geschikt voor radiatoren
(stalen verwarmingselementen).
De verwarmingscurve kan het
best bij buitentemperaturen
onder 5 °C worden ingesteld. De
wijziging in de instellingen van de
verwarmingscurve moet in kleine
stappen en grotere tijdsspannes
worden uitgevoerd (min. 5 tot 6
uur), omdat de installatie na elke
wijziging van de verwarmingscurve
zich eerst op de nieuwe waarden
moet instellen.
Buitentemperatuur in °C
Aanvoer-richttemperatuur in °C
6
Koelfunctie
Voor het gebruik van koelbedrijf
moet de warmtepomp-manager
in de bedrijfsmodus "Koelen"
worden geschakeld (vrijgave van
de koelmodus). Verder moeten
de basisparameters voor het
koelbedrijf op "AAN" worden
ingesteld en minimaal één van
de beide verwarmingscircuits
actief worden geschakeld voor de
koelfunctie. De warmtepomp heeft
via een koelwater-bufferreservoir
een geschikt koudereservoir voor de
verwarmings-/koelcircuits. Deze moet
door een hydraulische koppeling via
een koelwater-bufferreservoir worden
verzorgd (zie hydraulische schema's).
Twee-leidingsysteem (gecombineerd
verwarmings-/koelcircuit)
Er bestaat in principe de
mogelijkheid met één en hetzelfde
circuit te verwarmen of te koelen.
In dat geval moet een geschikt
verdeelsysteem, en voor het
koelbedrijf eveneens een geschikte
individuele ruimteregeling,
aanwezig zijn. Een voorbeeld
hiervan zijn ventilatorconvectoren.
Koeling via een vloerverwarming of
een ander vlakverwarmingssysteem
is mogelijk. Het koeleffect is echter
geringer, omdat geen ontvochtiging
van de ruimtelucht kan en mag
plaatsvinden. In dat geval moet
de koelretour-richttemperatuur
zo hoog worden ingesteld, dat
geen dauwpuntonderschreiding te
verwachten is (zie Specialisten
Koelbedrijf R-RL koelen.
Ruimtetemperatuurafhankelijke
vrijgave van het koelbedrijf:
De ruimtetemperatuurafhankelijke
vrijgave van de koeling is
alleen mogelijk met een digitale
afstandsbediening. Het koelbedrijf
wordt bij overschrijden van de
ingestelde ruimtetemperatuur (zie
Gebruiker Verwarmingscircuit
1/2 T-ruimte koelen) gestart. Komt
de actuele ruimtetemperatuur 2K
onder deze ingestelde waarde,
wordt de koelfunctie gestopt.
Gecombineerde vrijgave:
Worden weersafhankelijke en
ruimtetemperatuurafhankelijke
koeling geactiveerd, moet aan
beide vrijgavevoorwaarden voor
de start van de koelfunctie zijn
voldaan.
Instellen van vermogen van
warmtepomp bij koelbedrijf:
Is de temperatuur bij sensor F17
niet meer dan 2K warmer dan de
koelretour-richttemperatuur, draait
de warmtepomp tijdens koelbedrijf
met een richt-vermogen van 50%
(5V-signaal resp. vermogeninstelling
4). Bij een hoge koellast
schakelt de warmtepomp naar
vermogeninstelling 7 (10V-signaal
resp. maximale vermogen). Hiervoor
moet sensor F17 minimaal 2K
warmer zijn dan de koelretour-
richttemperatuur. Wordt deze later
bereikt, schakelt de warmtepomp
weer terug naar 50% vermogen en
pas weer uit als sensor F17 2K kouder
is geworden dan de koelretour-
richttemperatuur (zie Specialisten
Koelbedrijf T-RL koelen.
Ontstaat een warmwatervraag,
wordt de koeling gedurende de
warmwaterbereiding onderbroken.
Het koelcircuit wordt echter
nog steeds via het koudwater-
bufferreservoir gevoed.
Vier-leidingsysteem (separaat
verwarmingscircuit en separaat koelcircuit)
De warmtepomp heeft o.a. een
uitgang voor het aansluiten van een
koelcirculatiepomp en een uitgang
voor een omschakelklep "Koelen".
Hiermee kan een separaat
koelcircuit worden gerealiseerd.
Met ventilatorconvectoren kan zo
in de zomer uitsluitend voor koeling
worden gezorgd.
Regelalgoritme
De regelsensor voor de koeling is
de retoursensor F17.
Een aanvraag/vrijgave van
de koeling kan altijd alleen
plaatsvinden voor het
verwarmingscircuit waarvoor
koeling is geactiveerd. Dit kan
zowel weersafhankelijk als
ruimtetemperatuurafhankelijk of in
combinatie van beiden regelmodi
plaatsvinden.
Weersafhankelijke vrijgave van
het koelbedrijf:
Het koelbedrijf wordt bij
overschrijden van de ingestelde
buitentemperatuur (zie Gebruiker
Verwarmingscircuit 1/2
T-buiten koelen) gestart. Komt
de actuele buitentemperatuur 1K
onder deze ingestelde waarde,
wordt de koelfunctie gestopt.
Bij de toepassing van vloer-/
wandkoeling moet de
koelretour-richttemperatuur
boven het dauwpunt worden
ingesteld (ca. 15 °C).
! LET OP
Het beste koeleffect bereikt u
met ventilatorconvectoren zie
REMKO leverprogramma KWD-S,
WLT-S en KWK. Met deze
apparaten wordt de ruimtelucht
afgekoeld, in beweging gebracht
en ontvochtigd. Er moet op
worden gelet dat vanwege de
extra ontvochtigingscapaciteit
de buizen van het koelcircuit
waterdampdicht moeten worden
gsoleerd!
OPMERKING
7
REMKO
WARMTEPOMP-MANAGER
MULTITALENT & MULTITALENT PLUS
Inbedrijfstelling
Uitsluitend een door REMKO
bevoegde installateur mag
de warmtepompmanager
inbedrijfstellen en
programmeren.
NOTA BENE
Einde
Installatie
OK
Vanuit de fabriek is installatie 1
voorgeïnstalleerd. Na een reset
van de warmtepompmanager
worden de parameters door
installatie 1 geladen.
Voer voor de eigenlijke
inbedrijfstelling een intensieve
visuele controle uit.
Schakel de stroomvoorziening in.
Het volgende scherm verschijnt
in het display van de Multitalent.
Controleer welk installatieschema
gebruikt is (zie hydraulische
schema's in het handboek bij
de warmtepomp-manager in
appendix)
Als installatieschema 1 geschikt
is, hoeft slechts op de F-toets
naast Einde te worden gedrukt.
Als voor een ander
installatieschema wordt
gekozen, moet de F-toets naast
OK worden ingedrukt om de
installatie te starten.
De configuratie in het
installatiemenu voor de
gekozen hydraulica met de
bijbehorende parameters moet
volledig doorgeprogrammeerd
worden (zie hydraulische
schema's in het handboek bij de
warmtepompmanager).
De installatie moet op de
persoonlijke waarden van de
klant worden afgestemd (bijv.
Verwarmingscurves).
De meegeleverde verkorte
handleiding geeft een overzicht
hoe de belangrijkste waarden
ingesteld moeten worden.
Na de configuratie dient de
installatie opgestart te worden
en dienen de gemeten waarden
in een inbedrijfstellingsprotocol
geregistreerd te worden.
C
B
A
Met de warmtepompmanager
wordt de hele verwarmingsinstallatie
volledig bediend en bestuurd.
De warmtepompmanager wordt door
middel van de bedieningseenheid
bediend. De bedieningseenheid
wordt op het basisapparaat gestoken
geleverd en bevindt zich achter de
klep in de binnenmodule.
Controleer of de instelling van
Min.T-WW WE, blokkerings-
tijd juist is. (zie de aanwijzing
op pag. 35)
NOTA BENE
Tijdens een inbedrijfstelling kan er
slechts één typische voorinstelling
van de warmtepompmanager
geprogrammeerd worden.
Vanwege verschillende
gewoontes van gebruikers
en bouwsubstanties moeten
aparte instellingen eventueel
geoptimaliseerd worden.
Vooral tijdens de eerste
verwarmingsperiode
NOTA BENE
Na een stroomuitval e.d. kan
de eerder geprogrammeerde
configuratie door op de func-
tietoets naast
Einde
te druk-
ken direct weer geactiveerd
worden. Dit geschiedt ook
automatisch na een wachttijd
van 10 minuten.
LET OP
De bedienings- en weergavemo-
dule van de warmtepompmanager
wordt met de volgende toetsen
bediend.
Met draaiknop (A)
kunt u:
- tussen de weergegeven
menupunten bladeren -
instelwaarden wijzigen
Met de Home-knop (B)
komt u altijd weer in het
standaardscherm.
Elke van de vier functie-
toetsen (C) staat voor
een van de vier regels in
het display. Druk op een
van de functietoetsen om
een menupunt of instel-
waarde te selecteren.
Home
8
Menustructuur / Menu-navigatie / Configuratie terminal
Niveau 1Niveau 0
T-buiten
T-combi
Automatisch 1
Ma
Home
08:3030-mrt 09
15.3 °C
36.2 °C
Hoofdmenu
Einde01
Terminal
Regeling
Niveau 2
Terminal
Einde01
Taal Neder
lands
BUS - Code BM Uit
Terminal Aan
Terminal
Einde04
Code wijzigen
Comm. regeling Aan
E81-P min 80
Terminal
Einde07
E81-V min ----
Door het drukken op de
functietoets
van de betreffende
regel komt u direct in de
wijzigingsmodus.
Hier in het voorbeeld is
de situatie gegeven die
van toepassing is als u de
taal van de tekstmeldin-
gen wilt wijzigen. Nadat
de keuze is gemaakt
gebeurt het opslaan via
het indrukken van de
functietoets van de regel
waarbij OK staat.
Omschrijving Beschrijving
Taal De volgende talen kunnen worden gekozen:
Duits, Engels, Frans, Nederlands, Spaans, Italiaans
BUS - Code BM
•UIT: alleen bedieningsfunctie op de warmtepomp zelf.
Verder geen regeling actief. Geen digitale afstandsbediening aanwezig.
00-15: nummer van het verwarmingscircuit waarvoor de digitale afstandsbediening moet worden geactiveerd.
Adres 01 moet altijd worden gebruikt voor verwarmingscircuit 1 (directe verwarmingscircuit) en
Adres 02 moet altijd worden gebruikt voor verwarmingscircuit 2 (mengcircuit).
Terminal
Staat altijd op Aan een kan niet worden gewijzigd. Het bedienings-/weergave-apparaat wordt Terminal
genoemd (BM-T bedieningsmodule-terminal). Er kan altijd slechts één BM-T worden aangesloten op de
regeling, daarom kan hier geen adres worden gegeven.
Code wijzigen
De code van 4 posities voor het wijzigen van parameters in het Specialistenmenu wordt hier
weergegeven en kan worden gewijzigd.
Opmerking: het wijzigen van de code betekent dat de technische support door REMKO niet meer beschikbaar is.
Comm. regeling Staat altijd op Aan een kan niet worden gewijzigd.
E81-P min
E81-V min
Momenteel gebruik
(Bedrijfsmodus)
keuzemogelijkheden:
- Startklaar (standby)
- Koelen
- Automatisch 1
- Automatisch 2
- Zomer
- Verwarmen
- Verlagen
- Service
(beschrijving van de bedrijfs-
modi zie pagina 16)
9
REMKO
WARMTEPOMP-MANAGER
MULTITALENT & MULTITALENT PLUS
Menustructuur / Menu-navigatie / Configuratie regelaar
Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3Niveau 0
T-buiten
T-combi
Automatisch
1
Ma
Home
08:3030-mrt 09
15,3 °C
36,2 °C
Hoofdmenu
Einde01
Terminal
Regeling
Regeling
Einde01
Melding
Gebruiker
Tijdprogramma
Melding
Einde01
Installatie
Warmwater
Verwarmingscircuit 1
Regeling
Einde01
Melding
Gebruiker
Tijdprogramma
Verwarmingscircuit 2
Zonnepaneel /MF
Gebruiker
Einde01
Installatie
Warmwater
Verwarmingscircuit 1
Verwarmingscircuit 2
Regeling
Einde01
Melding
Gebruiker
Tijdprogramma
Tijdprogramma
Einde01
Verwarmingscircuit 1 Prog 1
Verwarmingscircuit 1 Prog 2
Verwarmingscircuit 2 Prog 1
Verwarmingscircuit 2 Prog 2
Warmwater
Circulatieprogramma
WE 1 vrijgave
WE 2 vrijgave
WE 3 vrijgave
WE 4 vrijgave
S-Kick vrijgave
PU Nachtvrijgave
Regeling
Einde04
Tijd-Datum
Service
Specialist
Tijd-Datum
Einde01
Tijd
Datum
Vakantie Start
Vakantie Einde
Zomertijd Start
Zomertijd Einde
Regeling
Einde04
Tijd-Datum
Service
Specialist
Regeling
Einde04
Tijd-Datum
Service
Specialist
Specialist
Einde01
Conguratie
Warmtegenerator
Cascade
Warmtepomp
Koelbedrijf
0-10V I/O
Dekvloer
Warmwater
Verwarmingscircuit 1
Verwarmingscircuit 2
Zonnepaneel /MF
Service
Einde01
Relaistest
Sensortest
Software-nummer
Cascade handbediening
Brander Looptd
Brander Startsg
STB-test
Klantendienst
Reset gebruiker
Reset specialist
Reset tijdprogramma
Momenteel gebruik
(Bedrijfsmodus)
keuzemogelijkheden:
- Startklaar (standby)
- Koelen
- Automatisch 1
- Automatisch 2
- Zomer
- Verwarmen
- Verlagen
- Service
(beschrijving van de bedrijfs-
modi zie pagina 16)
10
Niveau 4
Installatie
Einde01
Bedrijfsmodus
Taal
LCD Contrast
LCD Helderheid
°C/°F
Warmwater
Einde01
1 x Warmwater
T-WW 1 Richt
T-WW 2 Richt
T-WW 3 Richt
Bob-waarde
Circ met WW Prog
Anti-legionella
MELDING
GEBRUIKER
Warmwater
Einde01
T-WW
T-WW U
WW Behoefte
WW Pomp
WW Vrijgave
Circulatiepomp
Verwarmingscircuit 2
Einde01
T-Kamer
T-Aanvoer
Verwarmingscircuit Vrijgave
Verwarmingscircuit Pomp
B-Opwarmtijd
Verwarmingscircuit 1
Einde01
T-Kamer
T-Aanvoer
Verwarmingscircuit Vrijgave
Verwarmingscircuit Pomp
B-Opwarmtijd
Zonnepaneel /MF
Einde01
MF 1
MF 2
T-MF 3
MF 3
MF 4
T-Zonne 1
T-WW
T-WW U
Zonnepaneel Pomp 1
Laden Sp WW
Verwarmingscircuit 1
Einde01
Bedrijfsmodus
T-Kamer Richt 1
T-Kamer Richt 2
T-Kamer Richt 3
T-Verlaging
T-Afwezig
T-Kamer Koelen
T-buiten Koelen
Verwarmingsgrens dag
Verwarmingsgrens nacht
Verwarmingscurve
T-aanv const T
T-aanv const N
Invloed ruimte
Verwarmingscurve Adaptatie
Opwarm Opt
Max Op-tijd
Verlaag Opt
PC Vrijgave
Verwarmingscircuit 2
Einde01
Bedrijfsmodus
T-Kamer Richt 1
T-Kamer Richt 2
T-Kamer Richt 3
T-Verlaging
T-Afwezig
T-Kamer Koelen
T-buiten Koelen
Verwarmingsgrens dag
Verwarmingsgrens nacht
Verwarmingscurve
T-aanv const T
T-aanv const N
Invloed ruimte
Verwarmingscurve Adaptatie
Opwarm Opt
Max Op-tijd
Verlaag Opt
PC Vrijgave
01
Installatie
Einde
T-buiten
T-combi
T-WE
WE Status
T-Retour tot
T-Reservoir 3
Modgraad
Volumestroom
Huidig rendement
Rendement dag
Totaal rendement
Fout
Zie pagina 13
TIJDPROGRAMMA SERVICE
TIJD-DATUM
Tijdprogramma
Einde01
Verwarmingscircuit 1 Prog 1
Verwarmingscircuit 1 Prog 2
Verwarmingscircuit 2 Prog 1
Verwarmingscircuit 2 Prog 2
Warmwater
Circulatieprogramma
WE 1 vrijgave
WE 2 vrijgave
WE 3 vrijgave
WE 4 vrijgave
S-Kick vrijgave
PU Nachtvrijgave
Tijd-Datum
Einde01
Tijd
Datum
Vakantie Start
Vakantie Einde
Zomertijd Start
Zomertijd Einde
Service
Einde01
Relaistest
Sensortest
Software-nummer
Cascade handbediening
Brander Looptd
Brander Startsg
STB-test
Klantendienst
Reset gebruiker
Reset specialist
Reset tijdprogramma
Zie pagina 13 Zie pagina 14
Zie pagina 14
Zie pagina 14
Zie pagina 15
Zie pagina 16
Zie pagina 16-19 Zie pagina 16-19
Zie pagina 20
Zie pagina 21
Zie pagina 22-23
11
REMKO
WARMTEPOMP-MANAGER
MULTITALENT & MULTITALENT PLUS
Niveau 4 - Vervolg
0-10V I/O
Einde01
SPG Curve
Curve 11 U 1
Curve 11 U 2
Curve 11 T 1
Curve 11 T 2
Curve 11 U A
Dekvloer
Einde01
Dekvloer
Dekvloer programma
Warmwater
Einde01
Laadpompblokkering
PPL
T-WE WW
Hysterese WW
WW Naloop
TH Ingang
Thermenfct
Doorladen
Verwarmingscircuit 1
Einde01
HK Functie
Bedrijf HKP
Max T-Aanvoer
Min T-Aanvoer
T-VL Koelen
T-Vorstbeveiliging
T-buiten vertr
Verwarmingscircuit 2
Einde01
HK Functie
Bedrijf HKP
Menger Open
Menger Dicht
Max T-Aanvoer
Min T-Aanvoer
T-VL Koelen
T-Vorstbeveiliging
T-buiten vertr
Curve-afst
Afnameplicht
Zonnepaneel /MF
Einde01
MF 1 Functie
MF 2 Functie
MF 3 Functie
MF 4 Functie
MF 4 Hyst
MF 4 Hyst Uit
Max T-Zonnep
Min T-Zonnep Aan
Min T-Zonnep Uit
T-Zonne Beveil
Retourko Vers
Max T-SP WW
Max T-SP PU
Max T-SP 3
Zonnep Kickduur
Zonne Kickpauze
Zonnep Kickgradiënt
SPECIALIST - Vervolg
Conguratie
Einde01
Terminal
Adres Regeling
BUS-Code 1
BUS-Code 2
eBUS-voeding
Installatieselectie
Type regeling
WE 1 Type
WE Bus
WE 2 Type
WE 2 Buffer
WE 3 Type
WE 4 Type
Type buffer
Koelbedrijf
F 15 Functie
E 1 Functie
E 2 Functie
Voeler
Warmtegenerator
Einde01
Max T-combi
Min T-combi
Min T-WE 2
Hysterese
Hysteresetijd
Seriewisseling
Schakelblokkering
Hyst Brander 2
Gradiënt
Max Verlaging
Dyn Uitschak
WE Koel-Fct
T-WE Koelstart
Cascade
Einde01
WE gevonden
Vermogen/Trap
BUS Scan
min mod cascade
WW-WE
Regelverschil
Vermogen Richt
Rest Blokkeertijd
Max T-WE
WE Dyn Op
WE Dyn Neer
Bijstel Tijd
Modgraad Aan
Modgraad Uit
Min Modgraad
Modgraad WW
WE Serie 1
WE Serie 2
Seriemodus
Seriewisseling
Schakelblokkering
Warmtepomp
Einde01
Koelbedrijf
Einde01
T-RL Koelen
Koelen uit bij WW
Koelen met WP
Max T-RL
Min T-RL WP
Max TA WE
Min TA WP
E1 Functie
E2 Functie
F15 Functie
RL Offset
Min T-WW
Min T-PU WE
Max WE Blokkeertijd
ImpulsWaarde
ImpulsEenheid
Min VolStroom
Zie pagina 25-29
Zie pagina 30-31
Zie pagina 32-34
Zie pagina 34-35
Zie pagina 35
Zie pagina 36
Zie pagina 36
Zie pagina 37-38
Zie pagina 39-41
Zie pagina 39-41
Zie pagina 42-46
12
Niveau 4 - DISPLAY - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
MELDING
Warmwater
Einde01
T-WW
T-WW U
WW Behoefte
WW Pomp
WW Vrijgave
Circulatiepomp
Verwarmingscircuit 2
Einde01
T-Kamer
T-Aanvoer
Verwarmingscircuit Vrijgave
Verwarmingscircuit Pomp
B-Opwarmtijd
Verwarmingscircuit 1
Einde01
T-Kamer
T-Aanvoer
Verwarmingscircuit Vrijgave
Verwarmingscircuit Pomp
B-Opwarmtijd
Zonnepaneel /MF
Einde01
MF 1
MF 2
T-MF 3
MF 3
MF 4
T-Zonne 1
T-WW
T-WW U
Zonnepaneel Pomp 1
Laden Sp WW
Momentele waarden installatie
In het scherm 'Melding' kunnen geen waarden worden gewijzigd.
Er wordt alleen een waarde weergegeven, als de betreffende sensor is aangesloten of als de waarde in de instal-
latie aanwezig is. Als de instelwaarde niet aanwezig is, is deze verborgen of er staan streepjes (----) in het display.
De fabrieksinstellingen kunnen al naar gelang de gekozen installatie variëren.
Installatie
Omschrijving Beschrijving
T-buiten Actuele buitentemperatuur [Voeler 09] (afgeronde waarde).
T-combi
Actuele combinatietemperatuur [voeler 8] en richttemperatuur. Wordt weergegeven na het indrukken
van de betreffende functietoetsen.
De richtwaarde komt overeen met de hoogste vereiste temperatuur van de verbruiker-circuits
(incl. warmwaterbereiding).
T-WE Actuele temperatuur van alle aangesloten warmtegeneratoren [Voeler 08].
WE Status Status van de warmtegenerator (Aan/Uit).
T-Retour tot Actuele retour temperatuur [Voeler 17]
T-Reservoir 3 Actuele temperatuur van reservoir 3/Bufferreservoir onder [Voeler 01]. Wordt bij REMKO niet gebruikt
Modgraad Actuele richt-modulatiegraden.
Fout Foutnummer (00 = geen fout).
01
Installatie
Einde
T-buiten
T-combi
T-WE
WE Status
T-Retour tot
T-Reservoir 3
Modgraad
Volumestroom
Huidig rendement
Rendement dag
Totaal rendement
Fout
Zie pagina 13
Zie pagina 13 Zie pagina 14 Zie pagina 14
Zie pagina 14
Warmwater
Omschrijving Beschrijving
T-WW Heersende warmwatertemperatuur [Sensor 06] en na het indrukken van de betreffende functietoetsen
richtwaarde voor het warmwater.
T-WW U Heersende temperatuur in het bufferreservoir onder [Voeler 12]
WW Behoefte Status verwarmingsbehoefte warmwater (Aan/Uit).
WW Pomp Status warmwater laadpomp (Aan/Uit) of bediend 3-weg-omschakelventiel..
WW Vrijgave Vrijgave van de warmwaterbereiding (Aan/Uit).
Circulatiepomp Status van de circulatiepomp (Aan/Uit).
13
REMKO
WARMTEPOMP-MANAGER
MULTITALENT & MULTITALENT PLUS
Verwarmingscircuit 1/2
Omschrijving Beschrijving
T-Aanvoer Geeft de huidige aanvoertemperatuur [Voeler 05/08] en de richt-aanvoertemperatuur na het indrukken
van de betreffende functietoetsen
Verwarmingscircuit
Vrijgave Verwarmingscircuit in verwarmingsbedrijf (Aan/Uit)
Verwarmingscircuit
Pomp Status van de verwarmingspomp (Aan/Uit)
B-Opwarmtijd Laatste benodigde opwarmtijd bij geactiveerde opwarmoptimalisatie
Zonnepaneel /MF
Omschrijving Beschrijving
MF 1 Status relais MF 1 (Aan/Uit) uitgang A8 - tweede warmtegenerator
MF 2 Status relais MF 2 (Aan/Uit) uitgang A9 - laadpomp binnenmodule
T-MF 3 Actuele temperatuur van Voeler MF 3 [Voeler 13] - wordt bij REMKO niet gebruikt
MF 3 Status relais MF 3 (Aan/Uit) uitgang A10 - 3-weg-omschakelventiel koelen / MP koelen
MF 4 Status van relais MF 4 (Aan/Uit) uitgang A 12 - zonnepaneel-
circulatiepomp
T-Zonne 1 Huidige collectortemperatuur [Voeler 14]
T-WW Huidige warmwatertemperatuur [Voeler 6] en de warmwater-richttemperatuur na het indrukken van de
betreffende functietoetsen
T-WW U Heersende temperatuur in het bufferreservoir onder [Voeler 12] (referentievoeler zonnepaneel)
Zonnepaneel Pomp 1
Status van collectorpomp 1 (Aan/Uit)
Laden Sp WW Status van reservoir-laadpomp 1 (Aan/Uit) Wordt bij REMKO niet gebruikt
Niveau 4 - DISPLAY - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
14
Installatie
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
Soort systeem /
Bedrijfsmodus
Startklaar
Koelen
Automatisch 1+2
Zomer
Verwarmen
Verlagen
Service
Startklaar
Instellen van het soort systeem / de bedrijfsmodus van de installatie
Startklaar (Verwarmen UIT, warmwaterbereiding UIT,
alleen antivriesfunctie).
Koelen (Verwarmen UIT, alleen warmwaterbereiding, activering
van de koelmachines, regeling van de verwarmingscircuits op T-VL
koelen)
Automatisch 1+2 (Verwarmen volgens tijdprogramma 1/2,
WW volgens WW-programma)
Zomer (Verwarmen UIT, WW volgens WW-programma)
Verwarmen (Regeling via T-Kamer Richt)
Verlagen (Regeling via T-Verlaging)
•Service (regeling via Max T-Kamer,
zie specialistenmenu Cascade
De servicemodus wordt na 15 min. automatisch naar
de vorige bedrijfsmodus teruggezet
Taal D/GB/F/NL/E/I Duits Instellen van de taal van de regeling
LCD Contrast 00-06 04 Instellen van de intensiteit van het display
LCD Helderheid 00-30 30 Instellen van de helderheid van de verlichting van het display.
°C/°F Celsius
Fahrenheit Celsius Instellen van de temperatuurseenheid
Samenvatting van de instelwaarden die door de exploitant kunnen worden ingesteld.
Installatie
Einde01
Bedrijfsmodus
Taal
LCD Contrast
LCD Helderheid
°C/°F
Warmwater
Einde01
1 x Warmwater
T-WW 1 Richt
T-WW 2 Richt
T-WW 3 Richt
Bob-waarde
Circ met WW Prog
Anti-legionella
GEBRUIKER
Verwarmingscircuit 1
Einde01
Bedrijfsmodus
T-Kamer Richt 1
T-Kamer Richt 2
T-Kamer Richt 3
T-Verlaging
T-Afwezig
T-Kamer Koelen
T-buiten Koelen
Verwarmingsgrens dag
Verwarmingsgrens nacht
Verwarmingscurve
T-aanv const T
T-aanv const N
Invloed ruimte
Verwarmingscurve Adaptatie
Opwarm Opt
Max Op-tijd
Verlaag Opt
PC Vrijgave
Verwarmingscircuit 2
Einde01
Bedrijfsmodus
T-Kamer Richt 1
T-Kamer Richt 2
T-Kamer Richt 3
T-Verlaging
T-Afwezig
T-Kamer Koelen
T-buiten Koelen
Verwarmingsgrens dag
Verwarmingsgrens nacht
Verwarmingscurve
T-aanv const T
T-aanv const N
Invloed ruimte
Verwarmingscurve Adaptatie
Opwarm Opt
Max Op-tijd
Verlaag Opt
PC Vrijgave
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
Zie pagina 15
Zie pagina 16
Zie pagina 16-19 Zie pagina 16-19
15
REMKO
WARMTEPOMP-MANAGER
MULTITALENT & MULTITALENT PLUS
Warmwater
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
1xWarmwater Aan/Uit Uit
Het reservoir wordt voor een eenmalige belading vrijgegeven
(= AAN) (bijv. om te douchen buiten de warmwater-tijden).
De belading start alleen als de T-WW 1 richttemperatuur
met de schakelhysterese (zie specialistenmenu Warmwater
Hysterese WW) is onderschreden
T-WW 1 Richt 10°C-70°C 50°C Instellen van de gewenste warmwatertemperaturen voor de
1e, 2e en 3e vrijgavetijd van het warmwaterprogramma (zie
tijdprogramma warmwater).
T-WW 2 Richt 10°C-70°C 50°C
T-WW 3 Richt 10°C-70°C 50°C
Bob-waarde 0,0K-70,0K 0,0K
Energiespaarfunctie voor zonnepaneel of vastebrandstofketel
(bedrijf zonder brander).
De brander wordt pas geactiveerd, als de actuele
warmwatertemperatuur met de hier ingestelde waarde +
de schakelhysterese (zie specialistenmenu Warmwater
hysterese WW) onder de ingestelde warmwater richt-
temperatuur is gezakt.
Circ met WW Prog Aan/Uit Uit
Activering van de circulatiepomp.
De circulatiepomp loopt met warmwatervrijgave
(= AAN), het circulatieprogramma (zie tijdprogramma
circulatieprogramma) is functieloos.
Anti-legionella Aan/Uit Uit
Activeren van de anti-legionellafunctie.
Bij elke 20e keer opwarmen c.q. tenminste één keer in de
week (op zaterdag om 1:00 uur) wordt het reservoir tot 65°C
opgewarmd (= AAN).
U heeft de mogelijkheid om bijvoorbeeld via de derde
warmwater-vrijgavetijd een eigen anti-legionellafunctie in te
stellen (zie tijdprogramma warmwater).
Worden voorgelegd aan de activering van anti-legionella
programma moet meestal elektrische verwarming
thermostaat op 65 ° C.
Opmerking:
Afhankelijk van de toepassing en opbouw van de installatie,
moet worden voldaan aan de drinkwaterverordening en
moet deze functie daarom worden geactiveerd.
Verwarmingscircuit 1/2
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
Bedrijfsmodus
----
Startklaar
Koelen
Automatisch 1+2
Zomer
Verwarmen
Verlagen
Service
----
Instellen van de bedrijfsmodus van het betreffende verwarmingscircuit.
! LET OP
Bij installaties zonder afstandsbediening moet de instelling
altijd op “----” worden ingesteld, zodat de modus wordt
overgenomen van niveau 0.
Bij installaties met afstandsbediening wordt hier de met de
afstandsbediening ingestelde modus weergegeven
T-Kamer Richt 1 5,0°C-40,0°C 20,0°C Instellen van de gewenste kamertemperaturen
voor de 1e, 2e en 3e vrijgavetijd van het actieve
verwarmingsprogramma bij bedrijfsmodus automatisch 1/2.
Een andere instelling dan 20 °C veroorzaakt een parallelle
verschuiving van de verwarmingscurve op pagina 6
T-Kamer Richt 2 5,0°C-40,0°C 20,0°C
T-Kamer Richt 3 5,0°C-40,0°C 20,0°C
T-Verlaging 5,0°C-40,0°C 15,0°C
Instellen van de gewenste kamertemperatuur tijdens de
nachtelijke verlaging (tijde tussen de verwarmingstijden, zie
tijdprogramma Verwarmingscircuit 1/2 Prog 1/2)
De instelbare waarden kunnen variëren al naar gelang geselecteerde functie van het verwarmingscircuit.
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
16
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
T-Afwezig 5,0°C-40,0°C 15,0°C
Instellen van de gewenste kamertemperatuur tijdens de
vakantieverlaging (tijd van afwezigheid) (zie Tijd-Datum
Vakantie Start / Einde).
T-Kamer Koelen ----/20,0°C-40,0°C 25,0°C
Instellen van de gewenste kamertemperatuur in Koel-bedrijf
voor het geselecteerde verwarmingscircuit.
Het koelbedrijf wordt geactiveerd als de hier ingestelde tem-
peratuur wordt overschreden en eindigt, als deze tempera-
tuur met 2K wordt onderschreden. Alleen in combinatie met
een afstandsbediening. Met de waarde „----“ is het koelbe-
drijf onafhankelijk van de kamertemperatuur.
Bovendien moet het koelbedrijf altijd door T-buiten Koelen
zijn vrijgegeven.
T-buiten Koelen 0,0°C-40,0°C 20,0°C
Het koelbedrijf wordt vrijgegeven en geactiveerd, als de
buitentemperatuur de hier ingestelde waarde overschrijdt en
eindigt, als deze temperatuur met 1K wordt onderschreden.
Verwarmingsgrens
dag ----/-5,0°C-4 0,0°C
Oudbouw
+15,0°C
nieuwbouw
+12,0°C
laag-energiehuis
+10°C
De functies zijn pas actief nadat het bedrijf HKP in
het Specialistenmenu op de verwarmingsgrens is
geprogrammeerd
Instellen van de verwarmingsgrens.
Als de door de regeling gemeten en gemiddelde
buitentemperatuur de hier ingestelde verwarmingsgrens
overschrijdt, dan wordt de verwarming geblokkeerd, de pompen
gaan uit en de mengers gaan dicht.
De verwarming wordt weer vrijgegeven als de buitentemperatuur
de ingestelde verwarmingsgrens met 1K onderschrijdt.
Verwarmingsgrens dag (werkzaam tijdens de
verwarmingstijden).
Verwarmingsgrens nacht (werkzaam tijdens de verlagingstijden).
Bij----is de verwarmingsgrens gedeactiveerd en de
circulatiepomp wordt na de standaardfunctie geschakeld.
Verwarmingsgrens
nacht ----/-5,0°C-40,0°C
Oudbouw
+15,0°C
nieuwbouw
+12,0°C
laag-energiehuis
+10°C
Verwarmingscurve 0,00-3,00 0,60
De stijlheid van de verwarmingscurve laat zien, met
hoeveel graden de aanvoertemperatuur verandert als de
buitentemperatuur met C stijgt of daalt.
Als bij koude buitentemperaturen de kamertemperatuur te
laag (te hoog) is, dan moet de verwarmingscurve verhoogd
(verlaagd) worden.
Als bij hoge buitentemperaturen de kamertemperatuur te laag
is, moet de kamertemperatuur boven de kamer-richtwaarde
(T-kamer Richt) gecorrigeerd worden (parallelle verschuiving
van de verwarmingscurve).
Bij „0,00“ is alleen de kamerregeling actief.
De wijziging in de verwarmingscurve moet in kleine stappen en
grotere tijdsspannes (min. 5-6 uur) worden uitgevoerd, omdat
de installatie zich eerst op de nieuwe waarden moet instellen.
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
17
REMKO
WARMTEPOMP-MANAGER
MULTITALENT & MULTITALENT PLUS
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
T-aanv const T 10°C-110°C 35,0°C
Deze functie is pas actief nadat de HK-functie op T-aanv
const in het Specialistenmenu is geprogrammeerd
Instellen van de gewenste aanvoertemperatuur, waarmee het
geselecteerde verwarmingscircuit in de verwarmingstijd moet werken
T-aanv const N 10°C-110°C 10,0°C
Deze functie is pas actief nadat de HK-functie op T-aanv
const in het Specialistenmenu is geprogrammeerd
Instellen van de gewenste aanvoertemperatuur, waarmee het
geselecteerde verwarmingscircuit in de verlagingstijd moet werken
Invloed ruimte Uit
00-20 Uit
Deze functie is alleen actief bij de analoge afstandsbediening
(FBR-2)
De temperatuur van de warmtegenerator (WE) wordt
met de hier ingestelde waarde verhoogd, als de gewenste
kamertemperatuur (T-kamer Richt) met 1K wordt onderschreden
(invloed kamersensor)
Verwarmingscurve
Adaptatie Aan/Uit Uit
Automatische regeling van de verwarmingscurve
(Verwarmingscurve-adaptatie).
Startcondities:
Buitentemperatuur<C
BedrijfsmodusisAutomatisch1/2
Duurvandeverlagingsfaseisminimaal6uur
Aan het begin van de verlagingstijd wordt de heersende
kamertemperatuur gemeten. Deze temperatuur wordt in de
volgende 4u als richtwaarde voor de kamerregeling gebruikt. Op
basis van de in deze tijd door de regeling berekende waarden voor
de aanvoer-richttemperatuur en de buitentemperatuur wordt de
verwarmingscurve berekend.
De instelling blijft zolang ingeschakeld tot de adaptatie succesvol
is afgerond en niet werd onderbroken (bijv. doordat een extern
verwarmingscircuit warmwater heeft afgeroepen).
Tijdens de adaptatie zijn de warmwaterbereiding van de regeling
en de opwarmoptimalisatie geblokkeerd.
Opwarm Opt
Uit
T-Kamer
T-buiten
Uit
Automatische vervroeging van het begin van de
verwarmingstijd
(opwarmoptimalisatie).
De verwarming wordt afhankelijk van het weer (T-buiten)
of de actuele kamertemperatuur (T-kamer, alleen als een
analoge afstandsbediening (FBR-2) is aangesloten) zo vroeg
aangezet, dat de woning aan het begin van de ingestelde
verwarmingstijd (zie tijdprogramma Verwarmingscircuit
1/2 Prog 1/2) de ingestelde kamerrichttemperatuur
(T-kamer Richt) net heeft bereikt.
De verwarmingsoptimalisatie vindt alleen dan plaats als de
verlagingstijd van het verwarmingscircuit tenminste 6 uur
bedraagt.
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
18
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
Max Op-tijd 00:00-03:00 02:00
Instellen van de tijd, waarmee er maximaal eerder
met verwarmen moet worden begonnen (maximale
vervroeging).
Verlaag Opt 00:00-03:00 00:00
Automatische optimalisatie van de inschakeltijd van de
warmtepomp aan het einde van de ingestelde verwarmingstijd.
Tijdens de hier ingestelde periode voor het einde van de
verwarmingstijd (alleen bij de laatste verwarmingstijd) (zie
tijdprogramma Verwarmingscircuit 1/2 Prog 1/2) wordt de
warmtepomp niet meer gestart, als deze niet al in bedrijf is. (Zo
wordt het kortstondig opwarmen van de warmtepomp aan het
eind van de verwarmingstijd verhinderd).
PC Vrijgave 0000-9999 0000 Code-nummer voor de vrijgave van de
verwarmingcircuitgegevens via de PC.
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
19
REMKO
WARMTEPOMP-MANAGER
MULTITALENT & MULTITALENT PLUS
Fabrieksinstelling
Omschrijving Dag Tijd Wordt geactiveerd bij bedrijfsmodus
Verwarmingscircuit
1 Prog 1
Ma.-Vr.
Ma.-Zo.
Za.+Zo.
06:00-22:00
06:00-22:00
07:00-23:00
Automatisch 1
Verwarmingscircuit
1 Prog 2
Ma.-Vr.
Ma.-Zo.
Za.+Zo.
06:00-08:00, 16:00-22:00
06:00-08:00, 16:00-22:00
07:00-23:00
Automatisch 2
Verwarmingscircuit
2 Prog 1
Ma.-Vr.
Ma.-Zo.
Za.+Zo.
06:00-22:00
06:00-22:00
07:00-23:00
Automatisch 1
Verwarmingscircuit
2 Prog 2
Ma.-Vr.
Ma.-Zo.
Za.+Zo.
06:00-08:00, 16:00-22:00
06:00-08:00, 16:00-22:00
07:00-23:00
Automatisch 2
Warmwater
Ma.-Vr.
Ma.-Zo.
Za.+Zo.
05:00-21:00
05:00-21:00
06:00-22:00
In alle, behalve Startklaar (standby)
Circulatiepro-
gramma
Ma.-Vr.
Ma.-Zo.
Za.+Zo.
05:00-21:00
05:00-21:00
06:00-22:00
In alle, behalve Startklaar (standby)
WE 1-4 vrijgave
Ma.-Vr.
Ma.-Zo.
Za.+Zo.
00:00-24:00
00:00-24:00
00:00-24:00
De warmtegeneratoren kunnen alleen tijdens
de hier ingestelde vrijgavetijden in bedrijf
worden genomen (voor het gebruik van
een warmtegenerator moet er bovendien
om warmte worden gevraagd door een
verbruiker of een reservoir).
WE1 = Warmtepomp
WE2 = Wordt niet gebruikt
WE3 = Elektrische verwarming of
verwarmingsketel
WE4 = Wordt niet gebruikt
S-Kick vrijgave Ma.-Zo. 07:00-22:00 Vrijgavetijd van de zonnepaneel-kick-functies
(zie specialistenmenu Zonnepaneel MF).
PU Nachtlading Ma.-Zo. 00:00-05:00
Tijdens de hier ingestelde vrijgavetijd zijn
de tweede warmtebronnen geblokkeerd
Het bufferreservoir wordt in deze tijd alleen
met de warmtepomp tot de ingestelde
temperatuur (zie specialistenmenu
Warmtepomp Min T-PU WE)
opgewarmd.
De PU Nachtlading moet niet worden
vrijgegeven gedurende de verwarmings- en
warmwatertijden.
In dit submenu kunnen alle tijdprogramma's worden ingesteld.
Niveau 4 - TIJDPROGRAMMA - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
20
In dit submenu zijn diverse waarden voor de gebruiker snel bereikbaar samengesteld.
Omschrijving Fabrieksinstelling Beschrijving
Tijd
Tijdsweergave van de regeling (De tijd kan alleen via Terminal Tijd worden
aangepast).
Als een regeling van de verwarmingsinstallatie als tijdgever is ingesteld (bepaalt
de tijd van alle regelingen), wordt bij alle andere regelingen van de installatie
de tijdsinvoer geblokkeerd (Er mag slechts maximaal één tijdgever op de BUS
worden ingesteld).
Datum Datumweergave van de regeling (De datum kan alleen via Terminal Datum
worden aangepast).
Tijd master Uit Geen gebruik in REMKO installatie!
Vakantie Start Uit Instellen van de eerste vakantiedag (vanaf deze dag wordt er niet meer
verwarmd).
Vakantie Einde Uit Instellen van de laatste vakantiedag (vanaf deze dag wordt er erug verwarmd).
Zomertijd Start 25 Maart Door de datum in te voeren kan de omschakeling van zomer- naar wintertijd
automatisch worden uitgevoerd.
Zomertijd Einde 25 oktober
Stel de datum in van de dag, voordat de omschakeling plaatsvindt.
De regeling voert de tijdsomschakeling uit op de zondag volgend op deze
datum om 2:00 uur c.q. om 3:00 uur ‚s ochtends.
Niveau 4 - TIJD-DATUM - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
21
REMKO
WARMTEPOMP-MANAGER
MULTITALENT & MULTITALENT PLUS
In dit submenu zijn diverse waarden voor de klantendienst snel bereikbaar samengesteld.
Voor bepaalde functies moet het code-nummer worden ingevoerd.
De relaistest en de sensortest worden automatisch na 1 minuut gereset!
Niveau 4 - SERVICE - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
Sensortest nr.
Voeler nr.
REMKO
Aandui-
ding voeler
Beschrijving
01 Bufferreservoir onder (referentiesensor vastbrandstofketel)
02 FBR-2 - HK1 Kamertemperatuur verwarmingscircuit 1 of analoge afstandsbediening FBR-2
04 Niet in gebruik
05 F5 Aanvoertemperatuur verwarmingscircuit 2 (mengcircuit)
06 F6 Warmwatertemperatuur boven (gebruikswaterbuffer)
07 Niet in gebruik
08 F8 Combinatietemperatuur (gemeenschappelijke aanvoertemperatuursensor)
09 F9 Buitentemperatuur
10 Niet in gebruik
11 F11 Aanvoertemperatuur verwarmingscircuit 1 (direct verwarmingscircuit) of
referentiesensor warmtehoeveelheidsmeter
12 F12 Bufferreservoir onder (referentiesensor voor regeling zonnepaneel)
13 F13 Niet in gebruik
14 F14 Collectortemperatuur zonne-installatie ou vastbrandstofketel
(speciale regelkarakteristiek PT 1000)
15 F15 Status van de schakelingang Signaal: EVU-vrijgave/blokkering
16 Niet in gebruik
17 F17 Retourtemperatuurvoeler voor warmte pomp
22


Product specificaties

Merk: REMKO
Categorie: Diversen klimaatbeheersing
Model: CMF85

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met REMKO CMF85 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden




Handleiding Diversen klimaatbeheersing REMKO

Handleiding Diversen klimaatbeheersing

Nieuwste handleidingen voor Diversen klimaatbeheersing