Olympus E-M5 Handleiding
Olympus
Digitale camera
E-M5
Lees hieronder de 📖 handleiding in het Nederlandse voor Olympus E-M5 (132 pagina's) in de categorie Digitale camera. Deze handleiding was nuttig voor 106 personen en werd door 2 gebruikers gemiddeld met 4.5 sterren beoordeeld
Pagina 1/132

Basisgids
Snelle taakindex
Inhoudsopgave
1. Basisfotografi e/vaak gebruikte
opties
2. Andere opnameopties
3. Gebruik van de fl itser
4. Films opnemen en bekijken
5. Weergaveopties
6. Beelden verzenden en ontvangen
7. OLYMPUS Viewer 2 gebruiken
8. Beelden printen
9. Camera-instellingen
10. De camera-instellingen aanpassen
11. Informatie
12. VEILIGHEIDSMAATREGELEN
Systeemschema
Index
Bedankt voor uw aankoop van een Olympus digitale camera. Voordat u uw nieuwe camera in
gebruik gaat nemen, leest u eerst deze instructies grondig door om optimaal van uw camera te
kunnen genieten en een lange levensduur te verzekeren. Bewaar deze handleiding op een veilige
plaats, zodat u later nog iets kunt opzoeken.
Voordat u belangrijke opnamen gaat maken, doet u er goed aan eerst enkele proefopnamen te
maken teneinde u met de camera vertrouwd te maken.
De afbeeldingen van het scherm en de camera zijn tijdens de ontwikkeling van het toestel
vervaardigd en kunnen op kleine punten afwijken van het toestel dat u in handen hebt.
De inhoud van deze handleiding is gebaseerd op fi rmwareversie 1.0 voor deze camera. Als er
aanvullingen op en/of wijzigingen van functies hebben plaatsgevonden vanwege een fi rmware-update
voor de camera, kan de inhoud afwijken. Kijk voor de meest actuele informatie op de Olympus-website.
Instructie-
handleiding
DIGITALE CAMERA
Registreer uw product op www.olympus.eu/register-product en ontvang extra voordelen van Olympus!

2
NL
Indicaties die in deze handleiding gebruikt worden
In deze handleiding worden overal de volgende symbolen toegepast.
# Let op
Belangrijke informatie over factoren die tot storingen of problemen
bij de bediening kunnen leiden. Daaronder ook waarschuwingen
voor handelingen die u absoluut dient te voorkomen.
$ Opmerkingen Aandachtspunten bij het gebruik van de camera.
% Tips Handige informatie en tips voor een optimaal gebruik van uw
camera.
gVerwijzingen naar pagina's met details of relevante informatie.
■ Deze mededeling heeft betrekking op de meegeleverde fl itser en is vooral
bedoeld voor gebruikers in Noord-Amerika.
Information for Your Safety
IMPORTANT SAFETY
INSTRUCTIONS
When using your photographic equipment, basic safety precautions should always be
followed, including the following:
• Read and understand all instructions before using.
• Close supervision is necessary when any fl ash is used by or near children. Do not leave
fl ash unattended while in use.
• Care must be taken as burns can occur from touching hot parts.
• Do not operate if the fl ash has been dropped or damaged - until it has been examined by
qualifi ed service personnel.
• Let fl ash cool completely before putting away.
• To reduce the risk of electric shock, do not immerse this fl ash in water or other liquids.
• To reduce the risk of electric shock, do not disassemble this fl ash, but take it to qualifi ed
service personnel when service or repair work is required. Incorrect reassembly can
cause electric shock when the fl ash is used subsequently.
• The use of an accessory attachment not recommended by the manufacturer may cause
a risk of fi re, electric shock, or injury to persons.
SAVE THESE INSTRUCTIONS

3
NL
Het uitpakken van de doos
Bij de camera worden de volgende onderdelen meegeleverd.
Als er een onderdeel ontbreekt of beschadigd is, neemt u contact op met de dealer
waarbij u de camera hebt gekocht.
Camera
• Flitsertas
• Computersoftware
CD-ROM
• Handleiding
• Garantiekaart
Bescherm-
kap van de
camera
Camerariem USB-kabeltje
CB-USB6
AV-kabel
(mono)
CB-AVC3
Flits
FL-LM2
Lithium-ionbatterij
BLN-1
Lithium-
ionlaadapparaat
BCN-1
Camerariem bevestigen
1
Breng de camerariem aan in de
richting van de pijlen.
2
Trek de camerariem tenslotte strak
om er zeker van te zijn dat deze
goed vastzit.
3
2
1
4
• Maak het andere uiteinde van de camerariem op dezelfde manier vast aan het andere
bevestigingsoog.

4
NL
Basisgids Voorbereidingen voor het fotograferen
1
De batterij opladen.
Indicator voor laadtoestand
Bezig met
opladen Licht oranje op
Opladen
voltooid Off
Oplaadfout Knippert
oranje
(Laadtijd: tot ca. 4 uur)
# Let op
1
2
3Stopcontact
Lithium-
ionbatterij
(BLN-1)
Indicator voor
laadtoestand
Lichtnetkabeltje
Richtings-
teken
Lithium-
ionlaadapparaat
(BCN-1)
• Koppel het laadapparaat los wanneer de batterij volledig is opgeladen.
2
De batterij plaatsen.
2
1
3
Richtingsteken
Klepje van het
batterijcompartiment
Vergrendelknop
van het batterij-
compartiment
3
Het klepje van het batterijcompartiment sluiten.
De batterij verwijderen
Schakel de camera uit voor u het klepje van
het batterijcompartiment opent of sluit.
Om de batterij te verwijderen, duwt u eerst de
batterijvergrendelknop in de richting van de pijl,
waarna u de batterij kunt uitnemen.
# Let op
• Neem contact op met een geautoriseerde verdeler of servicedienst als u de batterij niet
kunt verwijderen. Gebruik geen geweld.
$ Opmerkingen
• Wij raden u aan een reservebatterij bij de hand te houden voor als u langer door wilt gaan
met fotograferen en de gebruikte batterij leeg raakt.
De batterij opladen en plaatsen

5
NL
Voorbereidingen voor het fotograferen
Basisgids
1
Het kaartje plaatsen.
• Open het klepje van de kaartsleuf.
• Schuif het kaartje zover in de kaartsleuf
totdat het op zijn plaats vastklikt.
g “Info over het kaartje“ (Blz. 103)
# Let op
• Schakel de camera uit voor u het kaartje
plaatst of verwijdert.
2
3
1
Kaartsleuf
2
Sluit het klepje van de kaartsleuf.
• Sluit het klepje tot u een klik hoort.
# Let op
• Zorg ervoor dat het klepje van de kaartsleuf is gesloten voor u de camera gebruikt.
Geheugenkaartje verwijderen
Druk zachtjes op het geplaatste kaartje en het
springt eruit. Neem de kaart eruit.
# Let op
• Verwijder de batterij of het kaartje niet terwijl de
schrijfaanduiding (Blz. 31) wordt weergegeven.
Eye-Fi-kaartjes
• Gebruik het Eye-Fi-kaartje overeenkomstig de wetten en voorschriften van het land
waar de camera wordt gebruikt.
• Verwijder het Eye-Fi-kaartje uit de camera of selecteer [Off] voor [Eye-Fi] (Blz. 93).
in het vliegtuig en op andere plaatsen waar het gebruik ervan is verboden.
• Eye-Fi-kaartjes kunnen heet worden tijdens het gebruik.
• De batterij kan meer worden belast wanneer Eye-Fi-kaartjes worden gebruikt.
• De camera reageert mogelijk trager wanneer Eye-Fi-kaartjes worden gebruikt.
Kaartjes plaatsen en verwijderen

6
NL
Basisgids Voorbereidingen voor het fotograferen
Een lens op de camera bevestigen
1
Bevestig een lens op de camera.
12
Achterkap van de lens 2
1
• Houd de rode koppelingsmarkering op de lens tegenover de rode markering op
de camera en steek de lens in het camerahuis.
• Draai de lens in de richting van de pijl tot u een klik hoort.
# Let op
• Controleer of de camera uitgeschakeld is.
• Druk de lensontgrendelknop niet in.
• Raak geen inwendige onderdelen van de camera aan.
2
Verwijder het lenskapje.
2
1
1
Lenzen met een UNLOCK-schakelaar gebruiken
Intrekbare lenzen met een UNLOCK-schakelaar
kunnen niet worden gebruikt wanneer deze
ingetrokken zijn.
Draai de zoomring in de richting van de pijl (1)
om de lens naar buiten te laten komen (2).
Om de lens op te bergen, draait u de zoomring in
de richting van de pijl (4) terwijl u de UNLOCK-
schakelaar (3) verschuift.
4
1
2
3
De lens uit de camera verwijderen
Terwijl u de lensontgrendelknop ingedrukt houdt,
draait u de lens in de richting van de pijl.
g “Verwisselbare lenzen“ (Blz. 104)
2
1
Lensontgrendelknop

7
NL
Voorbereidingen voor het fotograferen
Basisgids
1
Verwijder de contactafdekking van de fl itser en bevestig de fl itser op de
camera.
• Schuif de fl itser volledig in tot deze tegen de achterzijde van de schoen komt en
goed op zijn plaats zit.
21
ONTGRENDEL-schakelaar
2
Om de fl itser te gebruiken, klapt u de
fl itserkop omhoog.
• Klap de fl itserkop neer wanneer u de fl itser
niet gebruikt.
De fl itser verwijderen
Druk op de ONTGRENDEL-schakelaar terwijl u de
fl itser verwijdert.
2
1
ONTGRENDEL-schakelaar
De fl itser bevestigen

8
NL
Basisgids Voorbereidingen voor het fotograferen
Camera inschakelen
1
Draai de ON/OFF-schakelaar naar de stand ON om de camera aan
te zetten.
• Wanneer de camera is ingeschakeld, wordt de monitor ingeschakeld.
• Om de camera uit te zetten, draait u de ON/OFF-schakelaar naar OFF.
2
Stel de functieknop in op A.
Zoeker (Blz. 30)
De zoeker wordt
ingeschakeld en
de monitor schakelt
automatisch uit
wanneer u uw oog
tegen de zoeker houdt.
250 F5.6 ee
01:02:03
1023
ISO-A
200
ISO-A
200
Monitor
Het superbedienings-
paneel (Blz. 31)
wordt weergegeven.
250250 F5.6
Normal
i
2012.05.01 12:30
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:02:0301:02:03
10231023
De scherpstelling van de zoeker aanpassen
Kijk door de zoeker en draai de regelaar tot de
weergave is scherpgesteld.
De monitor gebruiken
U kunt de hoek van de monitor aanpassen.
1
2

9
NL
Voorbereidingen voor het fotograferen
Basisgids
Informatie over datum en tijd worden samen met de beelden opgeslagen op het
kaartje. De bestandsnaam is ook inbegrepen bij de informatie over datum en tijd.
Zorg ervoor dat u de juiste datum en tijd instelt voor u de camera gebruikt.
1
Geef de menu's weer.
• Druk op de MENU-knop om de menu's weer te geven.
MENU-knop
j
4:3
D
1
2
Shooting Menu 1
Card Setup
Reset/Myset
Picture Mode
Image Aspect
Back Set
Digital Tele-converter Off
2
Selecteer [X] op het tabblad [d] (instellingen).
• Selecteer met FG de optie [d] en druk daarna
op I.
• Selecteer [X] en druk op I.
--.--.-- --:--X
W
j
±0
k
±0
2
1
Setup Menu
English
5sec
c
/
#
Menu Display
Firmware
Rec View
Back Set
Tabblad [d]
3
Stel de datum en tijd in.
• Gebruik HI om items te selecteren.
• Gebruik FG om het geselecteerde item
te wijzigen.
• Gebruik FG om het datumformaat te selecteren.
X
2012
YMD Time
Cancel
Y/M/D
De tijd wordt weergegeven
in 24-uursformaat.
4
Sla de instellingen op en verlaat het menu.
• Druk op Q om de cameraklok in te stellen en terug te keren naar het hoofdmenu.
• Druk op de MENU-knop om de menu's te verlaten.
Datum en tijd instellen

10
NL
Basisgids Namen van onderdelen en functies
Namen van onderdelen
Camera
1
2
3
5
6
4
8
7
g
f
e
d
5h
i
c
9
b
a
0
j
l
m
o
n
k
Verwijder wanneer u de HLD-6
batterijhouder gebruikt.
1 Hoofdregelaar* (o) ........Blz. 16, 57 – 59
2 Ontspanknop ............ Blz. 13, 14, 44, 96
3 Knop R
(videobeelden) .... Blz. 13, 15, 67, 69, 93
4 Fn2-knop .........................Blz. 25, 69, 93
5 Oogje voor de riem ........................Blz. 3
6 Subregelaar* (r) ...........Blz. 16, 57 – 59
7 Markering voor lenskoppeling ........Blz. 6
8 Lensvatting (verwijder de beschermkap
voor de lens wordt bevestigd)
9 Stereomicrofoon ....................Blz. 68, 73
0 Flitsschoendekseltje
a Dioptrieregelaar .............................Blz. 8
b Functieknop .............................Blz. 8, 12
c Zelfontspanner-LED/
AF-verlichting ...............................Blz. 56
d Klepje over de connector
e Luidspreker
f Lensontgrendelknop ......................Blz. 6
g Lensvergrendelingspen
h Multiconnector .................Blz. 74, 78, 82
i HDMI-microconnector (type D) ....Blz. 74
j Statiefaansluiting
k PBH-deksel
l Klepje van het
batterijcompartiment ......................Blz. 4
m Vergrendelknop van het
batterijcompartiment ......................Blz. 4
n Klepje van de kaartsleuf ................Blz. 5
o Kaartsleuf.......................................Blz. 5
* In deze handleiding geven de
pictogrammen o en r bewerkingen
aan die worden uitgevoerd met de
functieknop en de subregelaar.

11
NL
Namen van onderdelen en functies
Basisgids
2
4
1
5
6
7
9
8
0
e
a
b
d
c
3
1 Accessoirepoort ...........................Blz. 76
2 Zoeker......................................Blz. 8, 30
3 Oogsensor
4 Oogdop
5 Monitor
(Aanraakscherm) .............Blz. 27, 31, 32
6 Flitserschoen
7 u (LV)-knop ........................Blz. 15, 92
8 q (weergave)-knop ..............Blz. 16, 69
9 Fn1-knop ...............................Blz. 69, 93
0 MENU-knop ................................Blz. 26
a INFO (informatiedisplay) knop
........................................Blz. 39 – 41, 69
b Q-knop ...........................Blz. 23, 24, 26
c Pendelknop (FGHI)
d ON/OFF-schakelaar .....................Blz. 8
e D (wissen)-knop ....................Blz. 17, 69

12
NL
Basisgids Basisfuncties
Bedieningselementen op de camera
Functieknop
Gebruik de functieknop om de stand Fotograferen te selecteren. Nadat u de stand
Fotograferen hebt gekozen, gebruikt u de ontspanknop om foto's te maken en de
knop R om fi lms op te nemen.
■ Programma's voor
gemakkelijk fotograferen
AiAUTO (Blz. 21)
ART Kunstfi lter (Blz. 18)
SCN Motiefprogramma (Blz. 19)
• Als u de functieknop draait of
de camera uitschakelt in de
programma's voor gemakkelijk
fotograferen, worden functies
waarbij instellingen zijn
gewijzigd teruggezet naar de
standaardinstellingen af fabriek.
■ Geavanceerde programma's
PProgrammagestuurd
fotograferen (Blz. 57)
ADiafragmavoorkeuze (Blz. 57)
SSluitertijdvoorkeuze (Blz. 58)
MHandmatig fotograferen
(Blz. 58)
• De instellingen die in de
geavanceerde programma's zijn
uitgevoerd, worden ook behouden
als de camera wordt uitgeschakeld.
■ Filmstand
nFilm (Blz. 67)
Fotozone
Filmzone
Pictogram van de stand
Indicator
% Tips
De camera-instellingen resetten. g “Standaard- of aangepaste instellingen herstellen“ (Blz. 42)

13
NL
Basisfuncties
Basisgids
De ontspanknop en knop R
Gebruik de ontspanknop om foto's te maken en de knop R om fi lms op te nemen.
Ontspanknop R-knop
Stand Foto's: ontspanknop Films: knop R
P
Het diafragma en de sluitertijd worden
automatisch aangepast om de
optimale resultaten te verkrijgen.
De camera past de instellingen
automatisch aan en neemt een fi lm op.
AU regelt het diafragma.
SU regelt de sluitertijd.
MU regelt het diafragma en de
sluitertijd.
AEen volautomatische stand waarbij de camera automatisch de instellingen
optimaliseert voor de huidige scène.
ART Selecteer een kunstfi lter.
SCN Selecteer een scène.
n
Foto's worden opgenomen met de
instellingen die werden geselecteerd
in [n Mode].
Maak fi lms met behulp van sluitertijd-
en diafragma-effecten en speciale
fi lmeffecten.
■ Foto's maken tijdens het opnemen van fi lms
• Om een foto te nemen tijdens het opnemen van fi lms, drukt u op de ontspanknop. Druk
op de knop R om de opname te stoppen. Er worden drie bestanden opgenomen op de
geheugenkaart: de fi lmbeelden die vooraf gaan aan de foto, de foto zelf en de fi lmbeelden
die volgen op de foto.
• Tijdens het fi lmen kan slechts één foto per keer worden genomen; de zelfontspanner en
de fl itser kunnen niet worden gebruikt.
# Let op
• De resolutie en de kwaliteit van foto's staan los van de fi lmgrootte.
• De autofocus en meting die worden gebruikt in de fi lmstand kunnen verschillen van deze
die worden gebruikt voor het nemen van foto's.
• De knop R kan in de volgende situaties niet worden gebruikt om fi lms op te nemen:
ontspanknop half ingedrukt/tijdens bulb- of tijdfotografi e/repeterende opnamen/
PANORAMA/3D/meervoudige belichting, enz. (fotograferen stopt ook).

14
NL
Basisgids Basisfuncties
Foto's maken/fi lms opnemen
1
Kadreer een foto in de zoeker.
De monitor wordt uitgeschakeld en het scherm in de zoeker gaat aan.
• Let op dat uw vingers of de camerariem niet in de weg zitten van de lens.
Horizontale stand Verticale stand
Zoeker
250 F5.6
Sluitertijd
Diafragmawaarde
250 F5.6 ee
01:02:03
1023
ISO-A
200
ISO-A
200
2
Stel scherp.
• Druk zacht op de ontspanknop tot in de eerste positie (druk de ontspanknop half in).
Druk de
ontspanknop
half in.
250 F5.6 ee
01:02:03
1023
ISO-A
200
ISO-A
200
AF-teken Autofocusveld
• Het AF-teken (( of n) wordt weergegeven en de scherpstelling wordt vergrendeld.
(Lenzen die Hi-Speed Imager AF ondersteunen*
nLenzen met andere Four Thirds-lensvattingen
* Bezoek onze website voor meer informatie.
• De door de camera automatisch gekozen combinatie van sluitertijd en
diafragmawaarde verschijnt.
• Als de scherpstelindicator knippert, is het onderwerp niet scherpgesteld. (Blz. 98)
De ontspanknop half en helemaal indrukken
De ontspanknop heeft twee posities. De ontspanknop licht indrukken tot aan de eerste
positie en deze daar vasthouden heet “de ontspanknop half indrukken“; de ontspanknop
volledig indrukken tot
aan de tweede positie
heet “de ontspanknop
helemaal indrukken“.
Half indrukken
Helemaal
indrukken

15
NL
Basisfuncties
Basisgids
3
Laat de ontspanknop los.
Foto's maken
Druk de ontspanknop helemaal in (tot aan de aanslag).
• Het sluitergeluid klinkt en de foto wordt gemaakt.
Films opnemen
Laat de ontspanknop los en druk op de knop R om de
opname te starten.
Druk nogmaals op de knop R om de opname te stoppen.
00:02:18
n
Onderwerpen kadreren op de monitor
Druk op de knop u om het onderwerp op de monitor weer te geven.
Druk opnieuw op de knop u om terug te keren naar het originele beeld.
$ Opmerkingen
• De camera kan zo worden ingesteld, dat hij automatisch of handmatig
omschakelt tussen weergave in de zoeker en op de monitor. Houd de
knop u ingedrukt tot het automatische omschakelmenu verschijnt en
selecteer een optie met FG. Door op de knop u te drukken, wordt
omgeschakeld tussen weergave op de monitor en in de zoeker.
• Als ongeveer een minuut lang geen bediening plaatsvindt, schakelt de camera naar de
“sluimerstand“ (stand-by) om de monitor uit te schakelen en alle acties te annuleren.
De camera wordt weer geactiveerd zodra u een van de knoppen indrukt (ontspanknop,
q-knop, enz.). De camera schakelt automatisch uit als hij gedurende 4 uur in de
sluimerstand heeft gestaan. Zet de camera opnieuw aan voor u hem gebruikt.
• De automatische weergaveselectie is niet beschikbaar in de volgende gevallen.
3D-fotografi e/tijdens live bulbfotografi e
# Let op
• Als de camera gedurende een lange periode wordt gebruikt, zal de temperatuur van
het beeldopneemelement toenemen en kan er ruis en gekleurde beeldwaas worden
weergegeven in beelden opgenomen met een hoge ISO-gevoeligheid. Kies in dat geval
een lagere ISO-gevoeligheid of schakel de camera gedurende een korte periode uit.
% Tips
De tijd wijzigen voordat de camera in sluimerstand gaat. g [Sleep] (Blz. 88)/
Een weergavestijl voor de zoeker kiezen. g [Built-in EVF Style] (Blz. 92)
u-knop

16
NL
Basisgids Basisfuncties
Weergeven/Wissen
Beelden bekijken
Enkelbeeldweergave
• Druk op de knop q om de recentste foto of fi lm weer te geven.
• Gebruik de subregelaar of pendelknop om andere foto’s te
bekijken.
Subregelaar Pendelknop
Geeft het
vorige beeld
weer
Geeft het
volgende
beeld weer
2012.05.01 12:30 20
100-0020
L
N
Stilstaand beeld
2012.05.01 12:30 4
100-0004
WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
P
HD
Film
Gezoomd weergeven
Draai de hoofdregelaar naar a om
in enkelbeeldweergave op een foto in
te zoomen, of naar G om het beeld
schermvullend weer te geven.
2x
Indexweergave/kalenderweergave
• Wanneer het beeld schermvullend wordt weergegeven, draait u de hoofdregelaar naar G
om thumbnails weer te geven. Als u meerdere keren aan de regelaar draait, komt u in de
kalenderweergave.
• Draai de hoofdregelaar naar a om terug te keren naar schermvullende weergave.
2012.05.01 12:30 21
Indexweergave
2012.5
Sun Mon Tue Wed Thu Fri Sat
29 30 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31
29 30 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31
Kalenderweergave
Filmweergave
Selecteer een fi lm en druk op Q om het weergavemenu
weer te geven. Selecteer [Movie Play] en druk op Q om
het afspelen te starten. Druk op MENU om het afspelen
van de fi lm te onderbreken. m
Movie
Back
Movie Play
Erase
Set

17
NL
Basisfuncties
Basisgids
Volume
Het volume kan worden aangepast door op F of G te
drukken tijdens enkelbeeldweergave en fi lmweergave.
00:00:02/00:00:14
Beelden wissen
Geef een beeld weer dat u wilt wissen en druk op D. Selecteer [Yes] en druk op Q.
U kunt ook meerdere beelden selecteren om ze te wissen.
D-knop
Erase
Back
Yes
No
Set
Beelden beveiligen
U kunt beelden beveiligen tegen toevallige verwijdering.
Roep een beeld op dat u wilt beveiligen en druk op de
knop Fn2; het pictogram 0 (beveiligen) verschijnt op het
beeld. Druk nogmaals op de knop Fn2 om de beveiliging
te verwijderen.
U kunt ook meerdere geselecteerde beelden beveiligen.
# Let op
• Bij het formatteren van het geheugenkaartje worden alle
beelden gewist, ook de beveiligde beelden.
2012.05.01 12:30 20
100-0020
L
N
4:3

18
NL
Basisgids Basisfuncties
1
Draai de functieknop naar ART.
• Een menu met kunstfi lters wordt weergegeven.
Selecteer een fi lter met FG.
• Druk op Q of druk de ontspanknop half in om
het gemarkeerde item te selecteren en het
kunstfi ltermenu te verlaten.
ART 1
1
7
Pop Art
Exit Set
Soorten kunstfi lters
jPop Art sDiorama
kSoft Focus tCross Process
lPale&Light Color uGentle Sepia
mLight Tone vDramatic Tone
nGrainy Film YKey Line
oPin Hole uART BKT (ART-bracketing)
2
Maak een opname.
• Om een andere instelling te kiezen, drukt u op Q om het kunstfi ltermenu weer te geven.
ART-bracketing
Telkens wanneer de sluiter wordt ontspannen, maakt de camera kopieën voor alle
kunstfi lters. Gebruik de optie [v] om fi lters te kiezen.
Kunsteffecten
Kunstfi lters kunnen worden gewijzigd en effecten kunnen worden toegevoegd. Door in het
kunstfi ltermenu op I te drukken worden bijkomende opties weergegeven.
Filters aanpassen
Optie I is de originele fi lter, terwijl de opties II en volgende effecten toevoegen die de
originele fi lter aanpassen.
Effecten toevoegen*
Soft focus, pin-hole, frames, white edges, starlight
* De beschikbare effecten zijn afhankelijk van de geselecteerde fi lter.
# Let op
• Als [RAW] momenteel geselecteerd is voor de beeldkwaliteit, wordt de beeldkwaliteit
automatisch ingesteld op [YN+RAW]. De kunstfi lter wordt alleen toegepast op de JPEG-
kopie.
• Afhankelijk van het onderwerp kunnen toonovergangen gekarteld zijn, kan het effect
minder goed merkbaar zijn of kan het beeld “korreliger“ worden.
• Bepaalde effecten zijn mogelijk niet zichtbaar in live view of tijdens het opnemen van fi lms.
• De weergave is afhankelijk van de gebruikte fi lters, effecten of instellingen voor de
fi lmkwaliteit.
Kunstfi lters gebruiken

19
NL
Basisfuncties
Basisgids
Opnemen met een motiefprogramma
1
Draai de functieknop naar SCN.
• Een motiefmenu wordt weergegeven. Selecteer een
scène met FG.
• Druk op Q of druk de ontspanknop half in om de
gemarkeerde optie te selecteren en het motiefmenu
te verlaten.
SCN 1 Portrait
Exit Set
Soorten motiefprogramma's
OPortrait rNature Macro
Pe-Portrait QCandle
LLandscape RSunset
KLandscape+Portrait TDocuments
J
Sport sPanorama (Blz. 60)
GNight Scene
(
Fireworks
UNight+Portrait gBeach & Snow
G
Children fn Fisheye Effect
H
High Key wn Wide-angle
I
Low Key mn Macro
qDIS Mode T3D Photo (Blz. 61)
J
Macro
2
Maak een opname.
• Om een andere instelling te kiezen, drukt u op Q om het motiefmenu weer te geven.
# Let op
• In de modus [e-Portrait] worden twee beelden opgenomen: een ongewijzigd beeld en een
tweede beeld waarop de [e-Portrait]-effecten werden toegepast. Het ongewijzigde beeld wordt
opgenomen met de momenteel voor de beeldkwaliteit geselecteerde optie, de gewijzigde
kopie wordt opgenomen met een beeldkwaliteit JPEG (X-kwaliteit (2560 × 1920)).
• [n Fisheye Effect], [n Wide-angle] en [n Macro] zijn bedoeld voor gebruik met
optionele voorzetlenzen.
• Films kunnen niet worden opgenomen in de stand [e-Portrait], [Panorama] of [3D Photo].

20
NL
Basisgids Basisfuncties
Filmstand gebruiken (n)
De fi lmstand (n) kan worden gebruikt om fi lms met speciale effecten te maken.
1
Draai de functieknop naar n.
2
Druk op G of I.
GMulti Echo Pas een nabeeldeffect toe. Nabeelden verschijnen achter
bewegende voorwerpen.
IOne Shot Echo
Een nabeeld verschijnt gedurende een korte tijd nadat u op de knop
hebt gedrukt. Het nabeeld zal na een tijdje automatisch verdwijnen.
• Filmeffecten worden weergegeven op de monitor.
• Door opnieuw op de knop te drukken wanneer [Multi Echo] geselecteerd is, wordt het
effect geannuleerd. Als [One shot Echo] geselecteerd is, wordt het effect bijgewerkt
telkens wanneer de knop wordt ingedrukt.
3
Druk de ontspanknop in om een opname te starten.
• Druk op G of I om fi lmeffecten tijdens de opname in of uit te schakelen.
# Let op
• De beeldsnelheid daalt licht tijdens de opname.
• De 2 effecten kunnen niet tegelijkertijd worden toegepast.
• Gebruik een geheugenkaartje met een SD speed class 6 of beter. Een fi lmopname kan
onverwachts stoppen wanneer een trager kaartje wordt gebruikt.
• Door een foto te nemen tijdens een fi lmopname wordt het effect geannuleerd; het effect
verschijnt niet in de foto.

21
NL
Basisfuncties
Basisgids
Opnameopties
Livegidsen gebruiken
Livegidsen zijn beschikbaar in de stand iAUTO (A). Terwijl iAUTO in een
volautomatische stand staat, kunt u met behulp van livegidsen diverse geavanceerde
fototechnieken oproepen.
Change Color Saturation
Cancel
Gidsitem
Q
0
Clear & Vivid
Flat & Muted
Cancel Set
Niveaubalk/selectie
1
Stel de functieknop in op A.
2
Nadat u op Q hebt gedrukt om de livegids weer te geven, gebruikt
u de FG-knoppen op de pendelknop om een item te markeren en
drukt u op Q om dit te selecteren.
3
Gebruik FG op de pendelknop om het niveau te kiezen.
• Wanneer [Shooting Tips] geselecteerd is, markeert u een item en drukt u op Q
om een beschrijving te bekijken.
• Druk de ontspanknop half in om een selectie te maken.
• Het effect van het geselecteerde niveau is zichtbaar op het display. Als [Blur
Background] of [Express Motions] geselecteerd is, keert het display terug naar de
normale weergave, maar het geselecteerde effect is zichtbaar in de uiteindelijke foto.
4
Maak een opname.
• Druk de ontspanknop in om een opname te maken.
• Om de livegids te annuleren, drukt u op de MENU-knop.
# Let op
• Als [RAW] momenteel geselecteerd is voor de beeldkwaliteit, wordt de beeldkwaliteit
automatisch ingesteld op [YN+RAW].
• De livegidsinstellingen worden niet toegepast op de RAW-kopie.
• Het is mogelijk dat beelden er korrelig uitzien bij sommige instelniveaus van de livegids.
• Wijzigingen aan de instelniveaus van de livegids zijn mogelijk niet zichtbaar op de monitor.
• De beeldsnelheid daalt wanneer [Blurred Motion] is geselecteerd.
• De fl itser kan niet worden gebruikt met de livegids.
• Wanneer u wijzigingen doorvoert aan de livegidsopties, worden vorige wijzigingen
geannuleerd.
• Wanneer u livegidsinstellingen doorvoert die de beperkingen van de belichtingsmeters
van de camera overschrijden, kan dit leiden tot over- of onderbelichte beelden.

22
NL
Basisgids Basisfuncties
Het superbedieningspaneel gebruiken
Op het superbedieningspaneel vindt u de opnameopties en hun status. Het LV
superbedieningspaneel wordt weergegeven wanneer de monitor wordt gebruikt om
foto's te kadreren.
Superbedieningspaneel
Recommended ISO
AEL/ AFL
250250 F5.6
+
2.0
+
2.0
P3838
Super Fine
Off
mall
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
+RAW+RAW
4:3
2
3
4
5
16
7
8
9
a 0cdfe b
Instellingen die kunnen worden aangepast met behulp van het
superbedieningspaneel
1 Momenteel geselecteerde optie
2 ISO-gevoeligheid .........................Blz. 55
3 Repeterende opnamen/
zelfontspanner .............................Blz. 56
4 Flitser ...........................................Blz. 65
5 Flitssterkteregelaar ......................Blz. 66
6 Witbalans .....................................Blz. 50
Witbalanscorrectie .......................Blz. 50
7 Beeldeffecten ...............................Blz. 52
8 Scherpte N .................................Blz. 53
Contrast J ..................................Blz. 53
Verzadiging T ............................Blz. 53
Gradatie z..................................Blz. 53
Z&W-fi lter x................................Blz. 53
Fototint y ...................................Blz. 53
9 Kleurruimte ..................................Blz. 90
0 Toewijzing van knoppen...............Blz. 93
a Gezichtsprioriteit ....................Blz. 46, 86
b Lichtmeetstand ............................Blz. 48
c Breedte-hoogteverhouding ..........Blz. 55
d Beeldkwaliteit ...............................Blz. 54
e AF-modus ....................................Blz. 43
AF-kader ......................................Blz. 44
f Beeldstabilisator ..........................Blz. 49
# Let op
• Niet weergegeven in de video-opnamestand.

23
NL
Basisfuncties
Basisgids
Foto's kadreren in de zoeker
Wanneer de zoeker wordt gebruikt om foto's te kadreren, wordt het superbedieningspaneel
op de monitor weergegeven. U kunt het paneel verbergen of weergeven door op de knop
INFO te drukken.
1
Druk op Q.
2
Markeer items met FGHI of
de hoofdregelaar en gebruik de
subregelaar om een optie te kiezen.
250250 F5.6
Normal
i
Recommended ISO
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:02:0301:02:03
10231023
Cursor
• Om een optie uit een menu te kiezen, markeert u het item en drukt u op Q.
Foto's kadreren op de monitor
Wanneer foto's op de monitor worden gekadreerd, kunnen instellingen worden
aangepast met de live control (Blz. 24) of met het LV superbedieningspaneel. Voordat
u het LV superbedieningspaneel gebruikt, selecteert u [On] voor [KControl Settings]
(Blz. 87) > [Live SCP].
1
Druk op Q.
• De live control wordt weergegeven. WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
AUTOAUTO
L
F
IS OFFIS OFF
4:3
j
WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
P
WB Auto
AUTOAUTO
HD
2
Druk op de INFO-knop om het LV
superbedieningspaneel weer te geven.
250250 F5.6
Normal
i
WB
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:02:0301:02:03
10231023
+
2.0
+
2.0
3
Gebruik FGHI om het gewenste item
te markeren en gebruik de regelaar om
een optie te kiezen.
• Om een optie uit een menu te kiezen, markeert
u het item en drukt u op Q.
250250 F5.6
Normal
i
Recommended ISO
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:02:0301:02:03
10231023
+
2.0
+
2.0
Cursor

24
NL
Basisgids Basisfuncties
Live control gebruiken
De live control wordt gebruikt om instellingen aan te passen wanneer foto's op de
monitor worden gekadreerd. De effecten kunnen worden bekeken op de monitor. In
andere modi dan P/S/A/M/n, dient u de instellingen aan te passen in het custom
menu (Blz. 86) voordat u de live control gebruikt.
WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
AUTOAUTO
L
F
IS OFFIS OFF
4:3
j
WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
P
WB Auto
AUTOAUTO
HD
Functies
Instellingen
Beschikbare instellingen
Beeldstabilisator ................................Blz. 49
Beeldeffecten .....................................Blz. 52
Motiefprogramma ..............................Blz. 19
Kunstfi lterstand ..................................Blz. 18
Stand n ............................................Blz. 67
Witbalans ...........................................Blz. 50
Repeterende opnamen/
zelfontspanner .............................Blz. 56
Breedte-hoogteverhouding ................Blz. 55
Beeldkwaliteit.....................................Blz. 54
Flitser .................................................Blz. 65
Flitssterkteregelaar ............................Blz. 66
Lichtmeetstand ..................................Blz. 48
AF-modus ..........................................Blz. 43
ISO-gevoeligheid ...............................Blz. 55
Gezichtsprioriteit ................................Blz. 46
Filmgeluidsopname ...........................Blz. 67
1
Druk op Q om live controle weer te geven.
• Om live control te verbergen, drukt u nogmaals op Q.
2
Markeer items met FG,
gebruik daarna HI of de
subregelaar om een optie te
markeren en druk op Q
.
• De geselecteerde instellingen
worden automatisch van kracht
als er gedurende ongeveer
8 seconden geen handeling
wordt uitgevoerd.
WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
AUTOAUTO
L
F
IS OFFIS OFF
4:3
j
WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
P
WB Auto
AUTOAUTO
HD
Cursor
Toont de
geselecteerde
functienaam
Cursor
Pendelknop
Pendel-
knop
# Let op
• Sommige items zijn niet beschikbaar in sommige fotografeerstanden.
% Tips
Meer informatie over het weergeven of verbergen van live control. g [KControl Settings]
(Blz. 87)

25
NL
Basisfuncties
Basisgids
De multifunctionele knop gebruiken
Wanneer u foto's in de zoeker kadreert, kunt u instellingen snel aanpassen met
de multifunctionele knop. In de standaardinstellingen is knop Fn2 de rol van
multifunctionele knop toebedeeld.
Een functie kiezen
1
Houd de Fn2-knop ingedrukt en draai de regelaar.
• De menu’s worden weergegeven.
2
Blijf aan de regelaar draaien om de gewenste functie te kiezen.
• Laat de knop los wanneer de gewenste functie is geselecteerd.
Multifunctionele opties gebruiken
Druk op de Fn2-knop. Er verschijnt een dialoogvenster om opties te selecteren.
[a] toegewezen aan Fn2-knop
Andere optie toegewezen aan Fn2-knop
Zoom-AF
Zoomkader-AFOpnamescherm
Fn2
Fn2
250 F5.6 ee
01:02:03
1023
ISO-A
200
ISO-A
200 250 F5.6 ee
01:02:03
1023
ISO-A
200
ISO-A
200 250 F5.6 ee
01:02:03
1023
ISO-A
200
ISO-A
200
Houd Q/Fn2
ingedrukt
Opties voor lichte en
schaduwpartijen
250 F5.6 ee
01:02:03
1023
ISO-A
200
ISO-A
200
SHADOW
HI LIGHT
P
4:3
Opties voor breedte-
hoogteverhouding
AUTOAUTO
P
WB Auto
AUTOAUTO
Opties voor witbalans
Fn2
Functie Hoofdregelaar (o)Subregelaar (r)
Lichte en schaduwpartijen (Blz. 47) Verlagen Stijgen
Witbalans Selecteer een optie
a (Zoomkader-AF/zoom-AF) (Blz. 45) Zoomkader-AF: belichtingscorrectie
Zoom-AF: in- of uitzoomen
Breedte-hoogteverhouding (Blz. 55) Selecteer een optie

26
NL
Basisgids Basisfuncties
1
Druk op de MENU-knop om de menu's weer te geven.
Menu's
j
4:3
D
1
Shooting Menu 1
Card Setup
Reset/Myset
Picture Mode
Image Aspect
Back Set
2
Digital Tele-converter Off
Druk op Q om
uw instelling te
bevestigen
Bedienings-
aanwijzingen
Druk op de knop MENU
om één scherm terug
te keren
Tabblad
WVoorafgaande en
basisopnameopties
XGeavanceerde opnameopties
qWeergave- en herwerkingsopties
cCustom-menu
#Accessoirepoortmenu*
dCamera-instellingen
(bijv. datum en taal)
* Niet weergegeven met
de standaardinstellingen.
2
Gebruik FG om een tabblad te selecteren en druk op Q.
3
Selecteer een item met FG en druk daarna op Q om opties weer
te geven voor het geselecteerde item.
1
Off
w
0.0
oj/Y
2
Back
Shooting Menu 2
Image Stabilizer
Bracketing
Multiple Exposure
#
RC Mode Off
Off
Set
De huidige instelling verschijnt op het schermFunctie
Q
1
Off
w
0.0
Back
Shooting Menu 2
Image Stabilizer
Bracketing
Multiple Exposure
#
RC Mode
j/Y
Off
Off
Set
2
Y
12s
o
Y
2
s
T
S
4
Gebruik FG om een optie te markeren en druk op Q om te selecteren.
• Druk meerdere keren op de knop MENU om het menu te verlaten.
$ Opmerkingen
• Raadpleeg “Menulijst“ (Blz. 111) voor meer informatie over de functies die u met het menu
kunt instellen.
• Een gids wordt gedurende ongeveer 2 seconden weergegeven nadat u een optie hebt
geselecteerd. Druk op de knop INFO om gidsen weer te geven of te verbergen.
% Tips
• De camera-instellingen kunnen worden afgestemd op uw opnamestijl: gebruik de custom-
menu's om de camera-instellingen aan te passen aan uw eigen doelstellingen of smaak.
g “De camera-instellingen aanpassen“ (Blz. 86)
• Apparaten op de accessoirepoort gebruiken: De instellingen voor de EVF- en OLYMPUS
PENPAL-accessoires zijn toegankelijk via het accessoirepoortmenu. Dit menu wordt
standaard niet weergegeven; u dient het menu weer te geven voor u verder gaat.
g “De camera-instellingen aanpassen“ (Blz. 86)
De menu's gebruiken

27
NL
Basisfuncties
Basisgids
Gebruik het aanraakscherm tijdens weergave of wanneer u foto’s op de monitor
kadreert. U kunt het aanraakscherm ook gebruiken om instellingen aan te passen
in de superbedienings- en LV superbedieningspanelen.
Livegidsen
Het aanraakscherm kan samen met de livegidsen
worden gebruikt.
1
Raak het tabblad aan en beweeg uw vinger
naar links om de livegidsen weer te geven.
• Tik om items te selecteren.
2
Gebruik uw vinger om de schuifbalken te
verplaatsen.
• Druk op de knop MENU om de weergave van
de livegidsen te verlaten.
Tabblad
250250 F5.6 01:02:0301:02:03
3838
L
N
ISO-A
200
HD
Stand Fotograferen
U kunt scherpstellen en opnemen door op de monitor
te tikken.
Tik op om de instellingen voor het aanraakscherm
te doorlopen.
ISO
200
250250 F5.6
P
0.00.0 01:02:0301:02:03
3030
L
N
HD
Bediening van het aanraakscherm
uitgeschakeld.
Tik op een onderwerp om scherp te stellen
en automatisch de sluiter te ontspannen.
Tik om een scherpstelkader weer te geven
en stel scherp op het onderwerp in het
geselecteerde gebied. U kunt het aanraakscherm
gebruiken om de positie en de grootte van het
scherpstelkader te kiezen. Foto's kunnen worden
genomen door op de ontspanknop te drukken.
Voorbeeld van uw onderwerp bekijken ( )
1
Tik op het onderwerp in het display.
• Er verschijnt een AF-kader.
• Gebruik de schuifbalk om de grootte van het kader
te kiezen.
1414
1010
7
7
5x
5x
ISO
200
250250 F5.6
P
0.00.0
2
Tik daarna op E om in te zoomen op het
onderwerp in het scherpstelkader.
• Gebruik uw vinger om in het display te schuiven.
1x
Het aanraakscherm gebruiken

28
NL
Basisgids Basisfuncties
Weergavestand
Gebruik het aanraakscherm om beelden te doorlopen of in en uit te zoomen.
Schermvullende weergave
Bijkomende beelden bekijken
• Schuif uw vinger naar links om latere kaders weer te
geven, naar rechts om vroegere kaders weer te geven.
• Houd uw vingers op de rand van het scherm om
voortdurend achteruit of vooruit door de foto's te
schuiven.
Weergavezoom
• Schuif de balk omhoog of omlaag om in of uit te zoomen.
• Gebruik uw vinger om in het display te schuiven
wanneer de foto is ingezoomd.
• Tik op F om de indexweergave weer te geven. Voor
de kalenderweergave tikt u op F tot de kalender
wordt weergegeven.
Index-/kalenderweergave
Pagina vooruit/pagina achteruit
• Schuif uw vinger omhoog om de volgende pagina te
bekijken, omlaag om de vorige pagina te bekijken.
• Gebruik t of u om het aantal beelden te kiezen
dat wordt weergegeven.
• Voor enkelbeeldweergave tikt u op u tot het huidige
beeld schermvullend wordt weergegeven.
2012.05.01 12:30
Beelden bekijken
• Tik op een beeld om het beeld schermvullend weer te geven.
Instellingen aanpassen
U kunt instellingen aanpassen in de superbedienings- en LV superbedieningspanelen.
1
Geef het superbedieningspaneel weer.
• Druk op Q om de cursor weer te geven.
250250 F5.6
Normal
i
Recommended ISO
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:02:0301:02:03
10231023
+
2.0
+
2.0

29
NL
Basisfuncties
Basisgids
2
Tik op het gewenste item.
• Het item wordt gemarkeerd.
250250 F5.6
Normal
i
WB Auto
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:02:0301:02:03
10231023
+
2.0
+
2.0
3
Draai aan de regelaar om een optie te kiezen.
# Let op
• In de volgende situaties is bediening met het aanraakscherm niet mogelijk.
Filmopname/panorama/3D/e-portrait/meervoudige belichting/tijdens bulb- of
tijdopnamen/het dialoogvenster voor de witbalans met één knop/wanneer knoppen
of regelaars worden gebruikt
• In de stand zelfontspanner kan de timer worden gestart door op het display te tikken.
Tik nogmaals om de timer te stoppen.
• Raak het display niet aan met uw vingernagels of een scherp voorwerp.
• Een handschoen of monitorafdekking kan de bediening van het aanraakscherm hinderen.
% Tips
Het aanraakscherm uitschakelen. g [Touch Screen Settings] (Blz. 93)

30
NL
Basisgids Op de monitor weergegeven informatie
Stand
Foto's kadreren in de zoeker
AEL
MY1
250 F5.6 +2.0+2.0 Hi +7
Sh
-
3
Hi +7
Sh
-
3ee
ISO-A
200
ISO-A
200
01:02:03
1023
PBH
AEL
MY1
250 F5.6 +2.0+2.0 Hi +7
Sh
-
3
Hi +7
Sh
-
3ee
ISO-A
200
ISO-A
200
01:02:03
1023
PBH
f e
1 2 3 4
c b a 0 9 7 68 5d
1 Batterijcontrole
7 Aan: Klaar voor gebruik
8 Aan: Batterij bijna leeg
9 Knippert (rood): Opladen nodig
2 Stand fotograferen ..........Blz. 12, 57 – 61
3 Myset ...........................................Blz. 42
4 Beschikbare opnametijd
5 Aantal stilstaande beelden dat
kan worden opgeslagen ............Blz. 110
6 ISO-gevoeligheid .........................Blz. 55
7 Witbalans .....................................Blz. 50
8 Lichte en schaduwpartijen ...........Blz. 47
9 Boven: Flitssterkteregelaar........Blz. 66
Onder: Belichtingscorrectie-
indicator.........................Blz. 47
0 Belichtingscorrectiewaarde ..........Blz. 47
a Diafragmawaarde .................Blz. 57 – 58
b Sluitertijd ...............................Blz. 57 – 58
c AE-Lock u ................................Blz. 48
d AF-teken ......................................Blz. 14
e Flitser ...........................................Blz. 65
(knippert: bezig met opladen)
f PBH (weergegeven wanneer
de camera stroom ontvangt
van de reservebatterijhouder) ......Blz. 92
U kunt het monitorbeeld omschakelen met de knop INFO.
g “Op de monitor weergegeven informatie kiezen“ (Blz. 39)
Kies de weergavestijl van de zoeker. g [Built-in EVF Style] (Blz. 92)
Op de monitor weergegeven informatie

31
NL
Op de monitor weergegeven informatie
Basisgids
Foto's kadreren op de monitor
250250 F5.6
ISO
400
L
N
1
ISIS
4:3
S-AFS-AF
AEL
FP RC
BKT
+
2.0
+
2.0
P
+7+7
01:02:0301:02:03
10231023
45 mm45 mm
-3-3
j
RR
+
2.0
+
2.0
HD
N
1
3
j
FPS
w
x
y
z
A
B
v
u
t
1
f
g
h
i
j
k
l
e
d
32 654 87 90 a
qsponr m
cb
C
1 Schrijfaanduiding ...........................Blz. 5
2 Super FP-fl itser s .....................Blz. 66
3 RC-stand......................................Blz. 97
4 Auto bracketing t ....................Blz. 63
5 Meervoudige belichting a .........Blz. 62
6 Hoge beeldsnelheid .....................Blz. 92
7 Digitale teleconverter ...................Blz. 64
8 Gezichtsprioriteit I ...............Blz. 46, 86
9 Filmgeluid ....................................Blz. 68
0 Waarschuwing interne
temperatuur m .................Blz. 101
a Brandpuntsafstand.....................Blz. 104
b Flitser ...........................................Blz. 65
(knippert: bezig met opladen)
c AF-teken ......................................Blz. 14
d Beeldstabilisator ..........................Blz. 49
e Kunstfi lter .....................................Blz. 18
Motiefprogramma.........................Blz. 19
Beeldeffecten ...............................Blz. 52
f Witbalans .....................................Blz. 50
g Repeterende opnamen/
zelfontspanner .............................Blz. 56
h Breedte-hoogteverhouding ..........Blz. 55
i Beeldkwaliteit
(stilstaande beelden) ...................Blz. 54
j Beeldkwaliteit (fi lms) ....................Blz. 55
k Beschikbare opnametijd
l Aantal stilstaande beelden dat
kan worden opgeslagen ............Blz. 110
m Lichte en schaduwpartijen ...........Blz. 47
n Boven: Flitssterkteregelaar........Blz. 66
Onder: Belichtingscorrectie-
indicator.........................Blz. 47
o Belichtingscorrectiewaarde ..........Blz. 47
p Diafragmawaarde .................Blz. 57 – 58
q Sluitertijd ...............................Blz. 57 – 58
r Histogram ..............................Blz. 39, 40
s AE-Lock u ................................Blz. 48
t Fotografeerstand ............Blz. 12, 57 – 61
u Myset ...........................................Blz. 42
v Aanraakschermstand ...................Blz. 27
w Flitssterkteregelaar ......................Blz. 66
x ISO-gevoeligheid .........................Blz. 55
y AF-stand ......................................Blz. 43
z Lichtmeetstand ............................Blz. 48
A Flitserfunctie ................................Blz. 65
B Batterijcontrole
7 Aan (groen): klaar voor gebruik
8 Aan (groen): Batterij bijna leeg
9 Knippert (rood): Opladen nodig
C Livegids intrekken ..................Blz. 21, 27
U kunt het monitorbeeld omschakelen met de knop INFO.
g “Op de monitor weergegeven informatie kiezen“ (Blz. 39)

32
NL
Basisgids Op de monitor weergegeven informatie
Weergave
Vereenvoudigde weergave
2012.05.01 12:30 15
100-0015
×10×10
4:3
L
N
3D3D
SD
c
7
8
2
13456
90ab
Volledige weergave
F5.6F5.6
+1.0+1.0
G+4G+4A+4A+4
AdobeAdobe
NaturalNatural
ISO 400ISO 400
250250
+2.0+2.0 45mm45mm
1/84608×3456
×10×10
4:3
L
N
3D3D
2012.05.01 12:30 15
100-0015
WB
AUTO
P
SD
l
i
j
k
m
o
n
h
g
pqrst
ed f
1 Batterijcontrole .......................Blz. 30, 31
2 Eye-Fi-upload klaar......................Blz. 93
3 Printreservering
Aantal prints .................................Blz. 81
4 Geluid opnemen ..........................Blz. 68
5 Beveiligen ....................................Blz. 17
6 Beeld geselecteerd
7 Bestandsnummer.........................Blz. 91
8 Beeldnummer
9 Opslagapparaat .........................Blz. 103
0 Beeldkwaliteit ...............................Blz. 54
a Breedte-hoogteverhouding ....Blz. 55, 72
b 3D-beeld ......................................Blz. 61
c Datum en tijd..................................Blz. 9
d Breedte-hoogteverhouding ..........Blz. 55
e AF-kader ......................................Blz. 44
f Stand Fotograferen .........Blz. 12, 57 – 61
g Belichtingscorrectie......................Blz. 47
h Sluitertijd ...............................Blz. 57 – 58
i Diafragmawaarde .................Blz. 57 – 58
j Brandpuntsafstand.....................Blz. 104
k Flitssterkteregelaar ......................Blz. 66
l Witbalanscorrectie .......................Blz. 50
m Kleurruimte ..................................Blz. 90
n Beeldeffecten ...............................Blz. 52
o Compressiefactor.........................Blz. 54
p Aantal pixels ................................Blz. 54
q ISO-gevoeligheid .........................Blz. 55
r Witbalans .....................................Blz. 50
s Lichtmeetstand ............................Blz. 48
t Histogram ..............................Blz. 39, 40
U kunt het monitorbeeld omschakelen met de knop INFO.
g “Informatie weergeven tijdens afspelen“ (Blz. 40)

33
NL
Snelle taakindex
Stand g
Foto's maken met automatische
instellingen iAUTO (A)12
Eenvoudige fotografi e met speciale
effecten Kunstfi lter (ART)18
Een breedte-hoogteverhouding kiezen Breedte-hoogteverhouding 55
Instellingen snel aanpassen aan het
motief Scène (SCN)19
Eenvoudig professioneel fotograferen Livegids 21
Foto's maken zodat de witte tinten witter
worden en de zwarte tinten donkerder Belichtingscorrectie 47
Foto's maken met een onscherpe
achtergrond
Livegids 21
Diafragmavoorkeuze 57
Foto's maken die het bewegende
onderwerp stoppen of een gevoel
van beweging geven
Livegids 21
Sluitertijdvoorkeuze 58
Foto's maken met de juiste kleur Witbalans 50
Witbalans met één knop 51
Foto's verwerken overeenkomstig het
onderwerp/Monotint-foto's maken
Beeldeffect 52
Kunstfi lter (ART)18
Scherpstellen/scherpstellen op één
gebied
Aanraakscherm 27
Autofocusveld 44
Zoomkader-AF/zoom-AF 45
Wanneer de camera niet kan
scherpstellen op uw onderwerp
Aanraakscherm 27
Scherpstelvergrendeling 44
Scherpstellen op een klein punt in het
beeld/scherpstelling controleren voor
het fotograferen
Zoomkader-AF/zoom-AF 45
Foto's opnieuw kadreren na het
scherpstellen
Scherpstelvergrendeling 44
C-AF+TR (AF Tracking) 43
De pieptoon uitschakelen 8 (Piepgeluid) 88
De fl itser uitschakelen/foto's maken
zonder fl itser
Flits 65
ISO/DIS Mode 55/19
Camerabewegingen beperken
Beeldstabilisator 49
Anti-Shock 89
Zelfontspanner 56
Afstandsbedieningskabel 106
Foto's maken van een onderwerp
met tegenlicht
Gebruik van de fl itser 65
Gradation (Picture Mode) 52
Vuurwerk fotograferen Bulb-/tijdfotografi e 59
Scène (SCN)19
Beeldruis verminderen (marmering) Noise Reduct. 89
Snelle taakindex

34
NL
Snelle taakindex
34
NL
Snelle taakindex
Snelle taakindex
Foto's maken zonder te witte wittinten
of te donkere zwarttinten
Gradation (Picture Mode) 52
Histogram/
Belichtingscorrectie 39/47
Lichte en schaduwpartijen 47
De monitor optimaliseren/
de monitorschakering aanpassen
Helderheid van monitor
aanpassen 85
Live View Boost 88
Ingesteld effect controleren voor u een
foto maakt
Preview-functie 58
Test Picture 94
Foto's maken terwijl u nagaat of de
camera waterpas staat
Level Gauge
(G/Info Settings) 39
Fotograferen met doelbewuste
compositie
Displayed Grid
(G/Info Settings) 87
Inzoomen op foto's om de scherpstelling
te controleren Auto q (Rec View) 85
Zelfportretten Zelfontspanner 56
Repeterende opnamen Repeterende opnamen 56
Gebruiksduur van de batterijen verlengen Sleep 88
Het aantal foto's dat gemaakt kan
worden, verhogen Beeldkwaliteit 54
Weergave/herwerken g
Beelden bekijken op een televisie Weergave op een televisie 74
Diashows met achtergrondmuziek
bekijken Diashow 71
Schaduwpartijen lichter maken Shadow Adj (JPEG Edit) 72
Rode ogen verhelpen Redeye Fix (JPEG Edit) 72
Eenvoudig printen Direct printen 82
Commerciële prints Een printorder aanmaken 81
Foto's eenvoudig delen OLYMPUS PENPAL 76
Camera-instellingen g
Standaardinstellingen herstellen Reset 42
Instellingen opslaan Myset 42
Taal voor de monitor wijzigen W85

35
NL
Inhoudsopgave
35
NL
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Basisgids 4
Voorbereidingen voor het
fotograferen ..................................4
De batterij opladen en plaatsen ...4
Kaartjes plaatsen en
verwijderen ..............................5
Een lens op de camera
bevestigen ...............................6
De fl itser bevestigen ...................7
Camera inschakelen ...................8
Datum en tijd instellen ................9
Namen van onderdelen
en functies ..................................10
Namen van onderdelen ............10
Camera 10
Basisfuncties ..............................12
Bedieningselementen
op de camera ........................12
Functieknop 12
De ontspanknop en knop R 13
Foto's maken/fi lms opnemen ....14
Weergeven/Wissen ..................16
Beelden bekijken 16
Volume 17
Beelden wissen 17
Beelden beveiligen 17
Kunstfi lters gebruiken ...............18
Opnemen met een
motiefprogramma ..................19
Filmstand gebruiken (n) ..........20
Livegidsen gebruiken 21
Opnameopties ............................21
Het superbedieningspaneel
gebruiken 22
Live control gebruiken 24
De multifunctionele knop
gebruiken 25
De menu's gebruiken ................26
Het aanraakscherm gebruiken ...27
Livegidsen 27
Stand Fotograferen 27
Weergavestand 28
Instellingen aanpassen 28
Stand ........................................30
Op de monitor weergegeven
informatie ....................................30
Weergave .................................32
Snelle taakindex 33
Basisfotografi e/vaak
gebruikte opties 39
Op de monitor weergegeven
informatie kiezen ........................39
Een bedieningspaneel kiezen
voor live bekijken .......................39
Informatie weergeven tijdens
afspelen ....................................... 40
Andere toepassingen voor
de knop INFO ............................. 41
Standaard- of aangepaste
instellingen herstellen ...............42
Reset-instellingen gebruiken ....42
Myset opslaan ..........................42
Myset gebruiken .......................42
Een scherpstelstand
selecteren (AF-stand) .................43
Een scherpstelkader
selecteren (AF-kader) .................44
Scherpstelvergrendeling ........... 44
Autofocusveld snel selecteren ...44
Snel omschakelen tussen
AF en MF...............................44
Zoomkader-AF/zoom-AF ............45
Inhoudsopgave

36
NL
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Gezichtsprioriteit-AF/
pupilherkenning-AF ...................46
Foto's maken met
gezichtsprioriteit ....................46
De belichting regelen
(belichtingscorrectie) ................. 47
De helderheid wijzigen van
overbelichte en onderbelichte
delen ............................................47
Kiezen hoe de camera de
helderheid meet (meting) ...........48
Belichtingsvergrendeling
(AE-lock) ......................................48
Camerabewegingen beperken
(beeldstabilisator) ......................49
Kleur aanpassen (witbalans) .....50
Witbalanscorrectie ....................50
Witbalans met één knop ...........51
Verwerkingsopties
(beeldeffecten) ............................ 52
Kwaliteit van de opname
(beeldkwaliteit) ...........................54
De beeldkwaliteit instellen ........54
De beeldverhouding instellen ...55
ISO-gevoeligheid ........................55
Repeterende opnamen/
de zelfontspanner gebruiken ....56
Andere opnameopties 57
“Richten en fotograferen“
(stand P) .....................................57
Het diafragma instellen
(diafragmavoorkeuzestand A) ... 57
De sluitertijd instellen
(sluitertijdvoorkeuzestand S) ...58
Het diafragma en de sluitertijd
instellen (handmatige
stand M) ......................................58
Kiezen wanneer de belichting
wordt beëindigd (bulb-/
tijdfotografi e)..........................59
Panorama's fotograferen ...........60
Foto's maken voor een
panorama ..............................60
3D-fotografi e ...............................61
Meerdere belichtingen
opnemen in één beeld
(meervoudige belichting) ...........62
Variërende instellingen bij
een reeks foto's (bracketing) ....63
Digitale zoom (digitale
teleconverter) ..............................64
Gebruik van de fl itser 65
Een fl itser gebruiken
(fl itserfotografi e) ........................65
Uitgangsvermogen van de fl its
aanpassen (regelen van de
fl itssterke) ...................................66
Een externe fl itser gebruiken
die werd ontworpen voor
gebruik met deze camera ..........66
Andere externe fl itsers ..............66
Films opnemen en bekijken 67
De instellingen voor
fi lmopnamen wijzigen ................67
Effecten toevoegen
aan een fi lm ...........................67
Opties voor fi lmgeluid (geluid
opnemen met fi lms) ...............68
Films bekijken .............................68
Weergaveopties 69
Enkelbeeldweergave ..................69
Alle beveiligingen annuleren .....70
Alle beelden wissen ...................70
Draaien ........................................70
Diashow .......................................71

37
NL
Inhoudsopgave
Foto's bewerken .........................72
Beeldoverlapping .......................73
Audio-opname ............................73
Camerabeelden weergeven
op een televisie ...........................74
Beelden verzenden
en ontvangen 76
Beelden verzenden .....................76
Beelden ontvangen/een
host toevoegen ...........................76
Het adresboek bewerken ...........77
Albums aanmaken ......................77
OLYMPUS Viewer 2
gebruiken 78
Windows ...................................78
Macintosh .................................79
Foto's naar een computer
kopiëren zonder
OLYMPUS Viewer 2 ....................79
Beelden printen 81
Printreservering (DPOF) ............81
Een printorder aanmaken .........81
Alle of geselecteerde foto's uit
het printorder verwijderen......81
Direct printen (PictBridge) .........82
Eenvoudig printen.....................83
Printen volgens de specifi catie
van de klant ...........................83
Camera-instellingen 85
Setup-menu .................................85
X (Datum/tijd instellen) ............85
W (Taal voor de monitor
wijzigen) ................................85
i (Helderheid van monitor
aanpassen)............................85
Rec View ..................................85
c/# Menu Display ..................85
Firmware...................................85
De camera-instellingen
aanpassen 86
Voor u de custom-/
accessoirepoortmenu's
gebruikt..................................86
Custom-menuopties ...................86
R AF/MF ..................................86
S Button/Dial ...........................86
T Release/j .........................87
U Disp/8/PC ..........................87
V Exp/p/ISO ..........................88
W #Custom .............................89
X K/Color/WB ....................... 89
Y Record/Erase .......................90
Z Movie ...................................92
b Ingebouwde EVF .................92
k K Utility ..............................92
AEL/AFL ................................93
Button Function .....................93
Opties van het
accessoirepoortmenu ................95
A OLYMPUS PENPAL Share ...95
B
OLYMPUS PENPAL Album ...
95
C Electronic Viewfi nder ...........95
Films opnemen met de
ontspanknop ............................... 96
Een foto nemen als de
fi lmopname eindigt ................96
Flitserfotografi e met draadloze
afstandsbediening ......................97

38
NL
Inhoudsopgave
38
NL
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Informatie 98
Fotografeertips en -informatie ...98
Foutcodes .................................100
Reinigen en opbergen
van de camera ..........................102
Reinigen van de camera.........102
Opslag ....................................102
Reinigen en controleren van
het beeldopneemelement ....102
Pixel mapping – Controleren
van de beeldbewerkings-
functies ................................102
Info over het kaartje .................103
Toepasbare
geheugenkaartjes ................ 103
Het geheugenkaartje
formatteren ..........................103
Batterij en laadapparaat ...........104
Een optionele lichtnetadapter
gebruiken ..................................104
Uw laadapparaat in het
buitenland gebruiken ...............104
Verwisselbare lenzen ...............104
M.ZUIKO DIGITAL
lensspecifi caties ..................105
Belangrijkste accessoires .......106
Lensvattingsadapter ...............106
Afstandsbedieningskabel
(RM-UC1) ............................106
Voorzetlenzen .........................106
Macro-armlamp (MAL–1)........107
Microfoonset (SEMA–1) .........107
Reservebatterijhouder
(HLD-6)................................107
Waarschuwingsindicatie
belichting ..................................107
Beschikbare fl itsstanden in de
diverse fotografeerstanden .....108
Flitsersynchronisatie
en sluitertijd ..............................109
Fotograferen met een
externe fl itser ............................109
Beeldkwaliteit en bestandsgrootte/
het aantal foto's dat kan worden
opgeslagen ................................. 110
Menulijst .................................... 111
Technische gegevens .............. 115
Flits ......................................... 117
Batterij/laadapparaat .............. 117
VEILIGHEIDSMAAT-
REGELEN 118
VEILIGHEIDSMAAT-
REGELEN .................................. 118
Systeemschema 126
Index 128

39
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
1
Gebruik de INFO-knop om fotoinformatie of bedieningspanelen weer te geven om
opnameopties te kiezen.
Op de monitor weergegeven informatie kiezen
Druk op de knop INFO om de informatie te kiezen die tijdens het fotograferen wordt
weergegeven.
Foto's kadreren in de zoeker
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
Superbedieningspaneel
250250 F5.6
Normal
i
2012.05.01 12:30
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:02:0301:02:03
10231023
Waterpasweergave
250250 F5.6
P
0.00.0
ISO
200
Indicatoren verborgen
Foto's kadreren op de monitor
Weergave van overbelichte
en onderbelichte delen*
Histogramweergave
Alleen beeldWaterpasweergave
Informatiedisplay aan
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
L
N
01:02:0301:02:03
3838
250250 F5.6
P
0.00.0
ISO
200
HD
L
N
01:02:0301:02:03
3838
250250 F5.6
P
0.00.0
ISO
200
HD
L
N
01:02:0301:02:03
3838
250250 F5.6
P
0.00.0
ISO
200
HD
250250 F5.6
P
0.00.0
ISO
200
INFO
INFO
INFO
INFO
* U kunt een compositieraster weergeven of kiezen welk soort raster wordt weergegeven
met [G/Info Settings] > [LV-Info]. (Blz. 87)
Een bedieningspaneel kiezen voor live bekijken
Opnameopties kunnen worden weergegeven door op Q te drukken. U kunt de beschikbare
weergavetypes kiezen met de optie [KControl Settings] in de custom-menu's (Blz. 87).
Motiefmenu*1
250250 F5.6
P3636
Super Fine
Off
mall
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
+RAW+RAW
4:3
Metering
AEL/AFL
Superbedieningspaneel*2
WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
AUTOAUTO
L
F
IS OFFIS OFF
4:3
j
WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
P
WB Auto
AUTOAUTO
HD
Live control*2
INFO
INFO INFOINFO
Kunstfi ltermenu*1
ART 1
1
7
Pop Art
Exit Set
SCN 1 Portrait
Exit Set
*1 ART of SCN
*2 Weergegeven als [On] is geselecteerd in de [KControl Settings menu] (Blz. 87).
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties

40
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Informatie weergeven tijdens afspelen
De knop INFO kan worden gebruikt om de informatie te kiezen die tijdens het afspelen
wordt weergegeven.
Volledige weergave
(Blz. 32)
Vereenvoudigde
weergave (Blz. 32)
Weergave van overbelichte
en onderbelichte delen*
Lichtbakweergave
*
Histogramweergave
*
Alleen beeld
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
2012.05.01 12:30 15
100-0015
4:3
L
N
×10×10
F5.6F5.6
±0.0±0.0
G±10G±10A±10A±10
AdobeAdobe
NaturalNatural
ISO 400ISO 400
250250
+2.0+2.0 45mm45mm
1/84032×3024
×10×10
4:3
L
N
2012.05.01 12:30 15
100-0015
WB
AUTO
P
1615
15
Shadow Highlight
2012.05.01 12:30 15
×10×10
INFOINFO
* Weergegeven wanneer [On] is geselecteerd voor [G/Info Settings] > [q Info]. (Blz. 87)
Histogramweergave
Een histogram weergeven waarop de verdeling van de helderheid in het beeld wordt
getoond. De horizontale as toont de helderheid en de verticale as het aantal pixels bij elke
helderheid in het beeld. Delen boven de bovengrens worden rood weergegeven, delen onder
de ondergrens worden blauw weergegeven, en het deel dat met spotmeting werd gemeten,
wordt groen weergegeven.
Weergave van overbelichte en onderbelichte delen
Delen boven de bovengrens voor de helderheid van het beeld worden rood weergegeven,
delen onder de ondergrens blauw. [Histogram Settings] (Blz. 88)
Lichtbakweergave
Twee beelden naast elkaar vergelijken. Druk op Q om het beeld te selecteren aan de
andere kant van de monitor.
• Het basisbeeld wordt rechts weergegeven. Gebruik HI of subregelaar om een beeld te
markeren en druk op Q om het naar links te verplaatsen. Het beeld dat u wilt vergelijken
met het beeld links, kan rechts worden geselecteerd. Om een ander basisbeeld te kiezen,
markeert u het rechterbeeld en drukt u op Q.
• Druk op Fn1 om op de beelden in te zoomen. Draai aan de hoofdregelaar om een
zoomverhouding te kiezen. Wanneer op beelden is ingezoomd, gebruikt u FGHI
om te schuiven en de subregelaar om het beeld te selecteren.
2x2x53 54
2x
Fn1 Fn1 Fn1

41
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Andere toepassingen voor de knop INFO
Witbalans met één knop
Selecteer [
P
] of [
Q
] voor witbalans met één knop.
Kleurtemperatuur
Selecteer [CWB] om de kleurtemperatuur te kiezen. (Blz. 50)
Weergavezoom
Druk op de knop INFO om de zoomverhouding voor
de zoomkaderweergave te kiezen.
2x
Lichte en schaduwpartijen
Overbelichte en onderbelichte delen kunnen worden aangepast met het scherm voor
belichtingscorrectie. (Blz. 47)
Brandpuntsafstand
Selecteer IS-modus en kies een brandpuntsafstand voor beeldstabilisatie. (Blz. 49)
Help
Help wordt automatisch gedurende twee seconden
weergegeven nadat een item werd geselecteerd. Om
de help uit te schakelen, drukt u op de knop INFO.
Druk nogmaals op de knop INFO om de help weer in
te schakelen.
j
4:3
D
1
2
Shooting Menu 1
Card Setup
Reset/Myset
Picture Mode
Image Aspect
Back
Delete all pictures in the
memory card or format
the memory card.
Set
Digital Tele-converter Off
Handmatige fl itscorrectie
U kunt in de fl itsermodus het uitgangsvermogen van de fl itser selecteren bij de opties
voor handmatig fl itserniveau. (Blz. 65).
Handmatige belichtingscorrectie voor de vergrote weergave
Druk op de INFO-knop om te zien hoe de geselecteerde sluitertijd en diafragma de
belichting beïnvloeden wanneer u op uw onderwerp in stand M (uitgezonderd BULB/
TIME) hebt ingezoomd. Instellingen kunnen worden aangepast met de pendelknop of
regelaar. (Blz. 45)
Gezichtsprioriteit AF/AF-kaderstand
Druk op de INFO-knop in het scherm voor AF-kaderselectie om de richtingstoetsen te
gebruiken om de gezichtsprioriteit of AF-kaderstand te gebruiken. (Blz. 44).

42
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Standaard- of aangepaste instellingen herstellen
De camera-instellingen kunnen probleemloos worden hersteld naar een van de drie
voorgeprogrammeerde instellingen.
Reset: Standaardinstellingen herstellen.
Myset: Voorgeselecteerde instellingen herstellen voor de stand P, A, S of M. De
fotografeerstand wijzigt niet. Tot vier reeksen voorgeselecteerde instellingen
kunnen worden opgeslagen.
Snel Myset: Opgeslagen instellingen worden van kracht wanneer de knop Fn1 of R wordt
ingedrukt. De fotografeerstand wordt aangepast aan de preset-instellingen.
Reset-instellingen gebruiken
1
Selecteer [Reset/Myset] in het
fotografeermenu W (Blz. 111).
2
Selecteer [Reset] en druk op Q.
• Markeer [Reset] en druk op I om het resettype te
kiezen. Om alle instellingen behalve de tijd en de
datum te resetten, markeert u [Full] en drukt u op Q.
g “Menulijst“ (Blz. 111)
3
Selecteer [Yes] en druk op Q.
Reset/Myset
Reset
Myset1
Myset2
Myset3
Myset4 Set
Set
Set
Set
Basic
Back Set
Myset opslaan
1
Pas de instellingen aan om ze op te slaan.
2
Selecteer [Reset/Myset] in het fotografeermenu W (Blz. 111).
3
Selecteer de gewenste bestemming ([Myset1]–[Myset4]) en druk op I.
• [Set] verschijnt naast de bestemmingen ([Myset1]–[Myset4]) waarin reeds instellingen zijn
opgeslagen. Door [Set] nogmaals te selecteren, overschrijft u de vastgelegde instelling.
• Selecteer [Reset] om het vastleggen te annuleren.
4
Selecteer [Set] en druk op Q.
g “Menulijst“ (Blz. 111)
Myset gebruiken
1
Selecteer [Reset/Myset] in het
fotografeermenu W (Blz. 111).
2
Selecteer de gewenste instellingen ([Myset1]–
[Myset4]) en druk op Q.
3
Selecteer [Set] en druk op Q.
Reset/Myset
Reset
Myset1
Myset2
Myset3
Myset4 Set
Set
Set
Set
Basic
Back Set

43
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Een scherpstelstand selecteren (AF-stand)
Selecteer een scherpstelmethode (scherpstelstand).
1
Geef het superbedieningspaneel of live control
weer en selecteer het item AF-modus.
2
Gebruik de subregelaar om een instelling te
kiezen.
• De geselecteerde AF-stand wordt weergegeven op
de monitor.
250250 F5.6
40804080
Normal
i
AF Mode
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:01:0701:01:07
S-AF (één keer
scherpstellen)
De camera stelt één keer scherp wanneer de ontspanknop
half ingedrukt wordt. Zodra de camera heeft scherpgesteld,
hoort u een pieptoon en lichten het AF-bevestigingsteken en
het autofocusteken op. Deze methode is geschikt voor het
fotograferen van niet of nauwelijks bewegende onderwerpen.
C-AF
(continu
scherpstellen)
De camera herhaalt het scherpstellen terwijl de ontspanknop half
ingedrukt blijft. Wanneer er op het onderwerp is scherpgesteld,
licht het AF-bevestigingsteken op op de monitor en de pieptoon
weerklinkt wanneer de scherpstelling de eerste en tweede keer
wordt vergrendeld. Ook al beweegt het onderwerp of verandert u de
compositie van de foto, de camera blijft bezig met scherpstellen.
• Four Thirds-lenzen stellen scherp met [S-AF].
MF (handmatig
scherpstellen)
Met deze functie kunt u handmatig
scherpstellen op elk onderwerp.
[MF Assist] (Blz. 86): de
scherpstelring kan worden gebruikt
voor vergrote weergave.
[Focus Ring] (Blz. 86): kies de )
(close up)-richting.
)Dichtbij
Scherpstelring
S-AF+MF (De
standen S-AF en MF
gelijktijdig gebruiken)
Na de ontspanknop half te hebben ingedrukt om scherp te
stellen in de stand [S-AF], kunt u de scherpstelring gebruiken
om de scherpstelling handmatig bij te regelen.
C-AF+TR
(AF tracking)
Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen; de camera
volgt het onderwerp en blijft erop scherpstellen zolang de
ontspanknop in deze positie wordt gehouden.
• Het AF-kader wordt rood weergegeven als de camera het
onderwerp niet langer kan volgen. Laat de ontspanknop los,
kadreer het onderwerp opnieuw en druk de ontspanknop half in.
• Four Thirds-lenzen stellen scherp met [S-AF].
% Tips
• De opties [Rls Priority S] (Blz. 87) en [Rls Priority C] (Blz. 87) kunnen worden gebruikt
om in te stellen of de sluiter kan worden ontspannen wanneer de camera niet kan
scherpstellen.
$ Opmerkingen
• “Onderwerpen waarop de camera moeilijk kan scherpstellen“ (Blz. 98)

44
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Een scherpstelkader selecteren (AF-kader)
Gebruik FGHI om AF-kaders te selecteren.
• De stand “Alle doelen“ wordt hersteld wanneer u de cursor van het scherm weg verplaatst.
• U kunt kiezen uit de volgende drie doeltypes. Druk op de knop INFO en gebruik FG.
All Targets Single Target Group Target
De camera kiest
automatisch uit alle
mogelijke scherpsteldoelen.
Selecteer het
scherpsteldoel
handmatig.
De camera kiest
automatisch uit de doelen
in de geselecteerde groep.
Scherpstelvergrendeling
Wanneer de camera niet kan scherpstellen op het gekozen onderwerp, selecteert u de stand
single target en gebruikt u de scherpstelvergrendeling om scherp te stellen op een ander
onderwerp dat zich ongeveer op dezelfde afstand bevindt.
1
In de stand [S-AF] plaatst u het AF-kader over het onderwerp en drukt
u de ontspanknop half in.
• Zorg ervoor dat het AF-bevestigingsteken oplicht.
• De scherpstelling vergrendelt terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt.
2
Terwijl u de ontspanknop half ingedrukt houdt, past u de compositie
van de foto aan, waarna u de ontspanknop helemaal indrukt.
• Wijzig de afstand tussen de camera en het onderwerp niet terwijl u de sluiterknop half
ingedrukt houdt.
Autofocusveld snel selecteren
U kunt het geselecteerde AF-kader met de knoppen Fn1/Fn2 of R opslaan zodat u het snel
opnieuw kunt oproepen.
• Selecteer het AF-kader met [P Set Home] (Blz. 86).
• Ken [P Home] toe aan de knop met behulp van de optie [Button Function] (Blz. 86).
Snel omschakelen tussen AF en MF
Met de knop Fn1/Fn2 of R kunt u [MF] omschakelen.
• Ken de functie [MF] toe aan de knop met behulp van de optie [Button Function] (Blz. 86).

45
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Zoomkader-AF/zoom-AF
U kunt ook inzoomen op een deel van het beeld op de monitor en scherpstellen. Door
een hoge zoomverhouding te kiezen, kunt u de automatische scherpstelling gebruiken
om scherp te stellen op een kleiner gebied dan hetgeen normaal door het AF-kader
wordt aangegeven. U kunt het scherpsteldoel ook nauwkeuriger positioneren.
L
N
01:02:0301:02:03
3030
250250 F5.6 0.00.0
ISO
200
HD
Opnamescherm
L
N
01:02:0301:02:03
3030
250250 F5.6 0.00.0
ISO
200
HD
Zoomkader-AF Zoom-AF
a
a
a
a
a
a
Q
Q
/
/
a
a(Ingedrukt houden)
1
Voordat u verder gaat, gebruikt u [Button Function] (Blz. 86) om [a] aan
een knop toe te wijzen.
2
Druk op de knop a om het zoomkader weer te geven.
• Wanneer de camera werd scherpgesteld
met automatisch scherpstellen net
voor de knop werd ingedrukt, wordt het
zoomkader weergegeven in de huidige
scherpstelpositie.
• Positioneer het zoomkader met FGHI.
• Druk op de knop INFO en gebruik FG
om de zoomverhouding te selecteren. Vergelijking tussen
AF- en zoomkaders
14x
10x
7x
5x
3
Druk nogmaals op de knop U om in te zoomen op het zoomkader.
• Positioneer het zoomkader met FGHI.
• Draai aan de regelaar om de zoomverhouding te kiezen.
4
Druk de ontspanknop half in om de autofocus te starten.
• De zoom wordt geannuleerd.
• Als [mode2] is geselecteerd voor [LV Close Up Mode] (Blz. 88), zal een druk op de
ontspanknop de zoom niet annuleren en stelt de camera voortdurend scherp als u de
ontspanknop half indrukt.
# Let op
• De zoom is alleen op de monitor zichtbaar en heeft geen invloed op de resulterende foto's.

46
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Gezichtsprioriteit-AF/pupilherkenning-AF
De camera detecteert gezichten en past de scherpstelling en digitale ESP aan.
Foto's maken met gezichtsprioriteit
1
Geef het superbedieningspaneel of live control
weer en selecteer het item gezichtsprioriteit.
2
Gebruik de subregelaar om een instelling te
kiezen.
250250 F5.6
Normal
I Face Priority
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
40804080
01:01:0701:01:07
JGezichtsprioriteit uit Gezichtsprioriteit uit.
IGezichtsprioriteit aan Gezichtsprioriteit aan.
KGezichts- en
oogprioriteit aan
Het automatisch scherpstelsysteem selecteert
de pupil van het oog dat zich het dichtst bij de
camera bevindt voor gezichtsprioriteit-AF.
LGezichts- en rechter
oogprioriteit aan
Het automatisch scherpstelsysteem selecteert de
pupil van het rechteroog voor gezichtsprioriteit-AF.
MGezichts- en linker
oogprioriteit aan
Het automatisch scherpstelsysteem selecteert de
pupil van het linkeroog voor gezichtsprioriteit-AF.
3
Richt de camera op het onderwerp.
• Als een gezicht wordt herkend, wordt dit aangegeven
met een wit kader.
L
N
01:02:0301:02:03
10231023
250250 F5.6
P
ii
0.00.0
ISO
200
HD
4
Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen.
• Wanneer de camera scherpstelt op het gezicht in
het witte kader, wordt het kader groen.
• Als de camera de ogen van het onderwerp kan
detecteren, wordt een groen kader weergegeven
rond het geselecteerde oog. (pupilherkenning-AF)
L
N
01:02:0301:02:03
10231023
250250 F5.6
P
ii
0.00.0
ISO
200
HD
5
Druk de ontspanknop helemaal in om een opname te maken.
# Let op
• Gezichtsprioriteit wordt alleen toegepast op de eerste opname van elke reeks repeterende
opnamen.
• Afhankelijk van het onderwerp is het mogelijk dat de camera het gezicht niet correct detecteert.
• In andere lichtmeetmethodes dan [p (digitale ESP-meting)], meet de camera de
belichting voor de geselecteerde positie.
$ Opmerkingen
• Gezichtsprioriteit is ook beschikbaar in [MF]. Gezichten die door de camera worden
herkend, worden aangeduid door witte kaders.

47
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
De belichting regelen (belichtingscorrectie)
Draai de subregelaar om de belichtingscorrectie te kiezen. Kies positieve (“+“) waarden
om beelden helderder te maken en negatieve (“–“) waarden om beelden donkerder te
maken. De belichting kan worden aangepast tussen ±3 EV.
Negatief (–) Geen compensatie (0) Positief (+)
% Tips
Het interval van de belichtingsaanpassing wijzigen. g [EV Step] (Blz. 88)/
De richting van de regelaar wijzigen. g [Dial Direction] (Blz. 87)/
Als [Button Function] (Blz. 86) wordt gebruikt om [F] (belichtingscorrectie) aan een knop toe
te wijzen, kunt u de belichtingscorrectie aanpassen nadat u [F] hebt ingedrukt.
# Let op
• Belichtingscorrectie is niet mogelijk in de stand A, M of SCN.
De helderheid wijzigen van overbelichte en onderbelichte
delen
Voordat u begint te fotograferen, gebruikt u [Button
Function] (Blz. 86) om [F] (belichtingscorrectie) aan
een knop toe te wijzen. Druk op F en vervolgens op de
knop INFO om de opties voor belichtingscorrectie weer
te geven. Gebruik HI om de belichtingscorrectie aan te
passen. Pas de belichting naar onder aan om schaduwen
donkerder te maken en naar boven om lichte partijen
helderder te maken.
250250 F5.6
ISO
200
L
N
1
ISIS
P
01:02:0301:02:03
12341234
j
HD
00
+
2.0
+
2.0
Belichtings-
correctie
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
00
+1+1
00

48
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Kiezen hoe de camera de helderheid meet (meting)
U kunt kiezen hoe de camera de helderheid van het onderwerp meet.
1
Geef het superbedieningspaneel of live control
weer en selecteer het item meting.
2
Gebruik de subregelaar om een instelling te
kiezen.
250250 F5.6
40804080
Normal
i
Metering
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:01:0701:01:07
pDigitale
ESP-meting
De camera meet de belichting in 324 delen van het kader
en optimaliseert de belichting voor de huidige scène of
(als een andere optie dan [OFF] is geselecteerd voor
[I Face Priority]) het onderwerp van het portret. Deze
methode wordt aanbevolen voor normaal fotograferen.
H
Lichtmeting met
nadruk op het
centrum
Deze meetmethode berekent het gemiddelde
van de lichtniveaus van het onderwerp en de
achtergrond, maar het centrum van het beeld
telt hier zwaarder mee.
ISpotmeting
Kies deze optie om een klein gebied te meten
(ongeveer 2% van het kader) en richt hierbij
de camera op het object dat u wilt meten. De
belichting wordt aangepast op basis van de
helderheid van het gemeten punt.
IHI
Spotmeting –
bij veel lichte
partijen
Verhoogt de belichting van de spotmeting. Zorgt ervoor
dat lichte onderwerpen licht worden weergegeven.
ISH
Spotmeting –
bij veel
schaduwpartijen
Verlaagt de belichting van de spotmeting. Zorgt ervoor dat
donkere onderwerpen donker worden weergegeven.
3
Druk de ontspanknop half in.
• Normaal begint de camera te meten wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt
en wordt de scherpstelling vergrendeld zolang de ontspanknop in deze positie wordt
gehouden.
Belichtingsvergrendeling (AE-lock)
Druk op Fn1 om alleen de belichting vast te houden.
De belichtingsvergrendeling kan worden gebruikt wanneer
u de scherpstelling en de belichting afzonderlijk wilt
instellen terwijl u foto's opnieuw kadreert, of wanneer
u een reeks foto's met dezelfde belichting wilt maken.
• [Button Function] kan worden gebruikt om de belichting en
scherpstelgeheugen aan andere knoppen toe te wijzen.
250250 F5.6
L
N
01:02:0301:02:03
3838
P
AEL
0.00.0
ISO
400
HD
AE-lock
De belichting wordt vergrendeld en een pictogram B wordt weergegeven wanneer
de knop één keer wordt ingedrukt. Druk op de ontspanknop om een foto te maken.
• Druk nogmaals op de knop om AE-lock te annuleren.
% Tips
AE-lock activeren met een ingestelde lichtmeetmethode. g [AEL Metering] (Blz. 88)

49
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Camerabewegingen beperken (beeldstabilisator)
U kunt de camerabeweging beperken die zich kan voordoen als u foto's maakt
wanneer er weinig licht is of wanneer u fotografeert bij een hoge vergroting.
1
Geef het superbedieningspaneel of live control
weer en selecteer het item beeldstabilisator.
250250 F5.6
40804080
Normal
i
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:01:0701:01:07
Image Stabilizer
2
Gebruik de subregelaar om een instelling te
kiezen.
JIS Off Beeldstabilisator is uitgeschakeld.
eAuto Beeldstabilisator is ingeschakeld.
fVertical IS
De beeldstabilisatiefunctie wordt enkel toegepast op verticale
(Y) camerabewegingen. Gebruik deze functie wanneer u de
camera horizontaal pant.
gHorizontal IS
De beeldstabilisatiefunctie wordt enkel toegepast op horizontale
(Z) camerabewegingen. Gebruik deze functie wanneer u de
camera horizontaal pant met de camera in portretoriëntatie.
Een brandpuntsafstand kiezen (behalve voor Micro Four Thirds-/Four Thirds-lenzen)
Gebruik informatie over de brandpuntsafstand om camerabewegingen te verminderen bij het
maken van foto's met andere lenzen dan Micro Four Thirds-lenzen of Four Thirds-lenzen.
1
Selecteer het item beeldstabilisator in het
superbedieningspaneel of live control en
druk op de knop INFO.
2
Selecteer met HI een brandpuntsafstand
en druk op Q.
• Kies een brandpuntsafstand tussen 8 mm en 1.000 mm.
• Kies de waarde die het dichtst aansluit bij de waarde
die op de lens gedrukt staat.
L
F
4:3
j
P
WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
mmmm5050
HD
Auto
# Let op
• De beeldstabilisator kan te grote camerabewegingen of camerabewegingen die optreden
wanneer de sluitertijd op de langste tijd is ingesteld, niet corrigeren. In dergelijke gevallen
dient u een statief te gebruiken.
• Als u een statief gebruikt, dient u [Image Stabilizer] in te stellen op [OFF].
• Als u een lens met een beeldstabilisatiefunctie gebruikt, schakelt u de
beeldstabilisatiefunctie van de lens of van de camera uit.
• U hoort eventueel een werkingsgeluid of trilling als de beeldstabilisator wordt ingeschakeld.
% Tips
Als u de ontspanknop half indrukt, wordt de beeldstabilisatie ingeschakeld. g [Half Way
Rls With IS] (Blz. 87)

50
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Kleur aanpassen (witbalans)
De witbalans (WB) zorgt ervoor dat witte objecten in beelden opgenomen door de camera
er ook wit uitzien. In de meeste omstandigheden is [AUTO] geschikt, maar u kunt ook
andere waarden selecteren op basis van de lichtbron wanneer u met [AUTO] niet de
gewenste resultaten bereikt of u een bepaalde kleurtoon wilt oproepen in uw beelden.
1
Geef het superbedieningspaneel of live control
weer en selecteer de witbalans.
250250 F5.6
40804080
Normal
i
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:01:0701:01:07
WB
2
Gebruik de subregelaar om een instelling te kiezen.
WB-stand Kleurtemperatuur Lichtomstandigheden
Witbalans
automatisch
instellen
WB
AUTO kGebruik deze stand bij normaal
fotograferen.
Vooraf
ingestelde
witbalans
55.300K
Voor buitenopnamen op een heldere
dag, of voor meer rode tinten bij een
zonsondergang, of voor meer kleuren
bij vuurwerk
N7.500K Voor buitenopnamen in de schaduw
op een heldere dag
O 6.000K Voor het fotograferen buiten op een
bewolkte dag
1 3.000K Voor fotograferen bij gloeilamplicht
>4.000K Voor onderwerpen die door TL-licht
worden verlicht
UkVoor onderwaterfotografi e
n5.500K Voor fl itsopnamen
Witbalans
met één knop
(Blz. 51)
P/QDe bij one-touch
WB ingestelde
kleurtemperatuur.
Wanneer het kiezen van de
kleurtemperatuur moeilijk is
Custom-
witbalans CWB 2.000K – 14.000K
Nadat u op de INFO-knop hebt
gedrukt, gebruikt u de knoppen HI
om een kleurtemperatuur te selecteren
en drukt u vervolgens op Q.
Witbalanscorrectie
Hiermee kunt u de instelling van Auto WB en Preset WB bijregelen.
1
Selecteer [WB] op het tabblad X van het c Custom-menu (Blz. 86).
2
Selecteer de optie die u wilt aanpassen en druk op I.
3
Selecteer een schuifbalk met HI en gebruik FG om de waarde in te
stellen.

51
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
De witbalans bijregelen in de richting A (amber/blauw)
Hogere waarden geven een “warmere“ (meer roodachtige)
tint, terwijl lagere waarden een “koelere“ (meer
blauwachtige) tint geven.
De witbalans bijregelen in de richting G (groen/magenta)
Hogere waarden geven een groenere tint, terwijl lagere
waarden een meer purperachtige tint geven.
+2
A
-
5
G
WB Preview
Back
Auto
Set
4
Druk op Q om de instellingen op te slaan en af te sluiten.
% Tips
• Om een testfoto weer te geven die werd gemaakt met de geselecteerde waarde voor
de witbalans, drukt u op de knop R.
• Alle instellingen van de witbalans in één keer aanpassen. g [All >]: (Blz. 89)
Witbalans met één knop
Meet de witbalans door een blad papier of een ander wit object te kadreren bij de
belichting die u zult gebruiken voor de uiteindelijke foto. Dit is handig als u een
onderwerp niet alleen bij natuurlijk licht fotografeert, maar ook bij andere lichtbronnen
met verschillende kleurtemperaturen.
1
Selecteer [P] of [Q] (witbalans met één kop 1 of 2) en druk op de
knop INFO.
2
Maak een foto van een stuk kleurloos papier (wit of grijs).
• Kadreer het object zodat dit de monitor vult en er geen schaduwen op zichtbaar zijn.
• Het scherm voor one-touch witbalans verschijnt.
3
Selecteer [Yes] en druk op Q.
• De nieuwe waarde wordt opgeslagen als een voorgeprogrammeerde witbalansoptie.
• De nieuwe waarde blijft opgeslagen tot de witbalans met één knop opnieuw wordt
gemeten. De vastgelegde witbalans blijft bewaard als u de camera uitschakelt.
% Tips
Als het onderwerp te licht, te donker of zichtbaar gekleurd is, wordt de melding “WB NG
Retry“ weergegeven en wordt er geen waarde opgemeten. Corrigeer het probleem en
herhaal de procedure vanaf stap 1.

52
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Verwerkingsopties (beeldeffecten)
Selecteer een beeldeffect en voer individuele aanpassingen uit voor contrast, scherpte
en andere parameters. Wijzigingen aan elk beeldeffect worden afzonderlijk opgeslagen.
1
Selecteer [Picture Mode] in het
fotografeermenu W (Blz. 111).
2
Selecteer een optie met FG en druk op Q.
j
4:3
D
1
2
Shooting Menu 1
Card Setup
Reset/Myset
Picture Mode
Image Aspect
Back Set
Digital Tele-converter Off
Beeldeffecten
hi-Enhance Voor indrukwekkende resultaten in overeenstemming met het
motief.
iVivid Voor levendige kleuren.
jNatural Voor natuurlijke kleuren.
ZMuted Voor afgevlakte tinten.
aPortrait Voor mooie huidtinten.
Monotone Voor zwart/wit-tinten.
Custom Selecteer één beeldeffect, stel de parameters in en leg de
instelling vast.
jPop Art
Kies een kunstfi lter en selecteer het gewenste effect.
kSoft Focus
lPale&Light Color
mLight Tone
nGrainy Film
oPin Hole
sDiorama
tCross Process
uGentle Sepia
vDramatic Tone
YKey Line

53
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
3
Druk op I om de instellingen weer te geven voor de geselecteerde optie.
hi-aJK
Contrast Het verschil tussen lichte en donkere
partijen
Sharpness De beeldscherpte
Saturation De kleurdiepte van het beeld k
Gradation De tint aanpassen (gradatie).
Auto
Deelt het beeld op in kleinere
gebieden en bepaalt voor elke
gebied afzonderlijk de helderheid.
Dit werkt goed bij beelden waarin
gebieden met een hoog contrast
voorkomen zodat de lichte partijen
te helder, en de donkere partijen te
donker zouden worden.
Normal Gebruik de stand [Normal] bij
normaal fotograferen.
High Key Gradatie bij een helder onderwerp.
Low Key Gradatie bij een donker onderwerp.
Effect
(i-Enhance)
Voor het instellen van de mate waarin
het effect wordt toegepast. kk
B&W Filter
(Monotone)
Voor zwart/wit-foto's. De fi lterkleur
wordt lichter en de complementaire
kleur wordt donkerder.
kk
N:Neutral Hiermee creëert u een normale
zwart/wit-foto.
Ye:Yellow
Geeft mooi doortekende witte
wolken tegen een helderblauwe
lucht weer.
Or:Orange Accentueert de kleuren in blauwe
luchten en zonsondergangen lichtjes.
R:Red
Accentueert in sterke mate kleuren
in blauwe luchten en de helderheid
van karmozijnrood gebladerte.
G:Green
Accentueert in sterke mate kleuren in
rode lippen en groene bladeren.
Pict. Tone
(Monotone) Kleurt zwart/wit-beelden.
kk
N:Neutral Hiermee creëert u een normale
zwart/wit-foto.
S:Sepia Sepia
B:Blue Blauw
P:Purple Purper
G:Green Groen
# Let op
• Veranderingen van het contrast hebben alleen effect bij de instelling [Normal].

54
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Kwaliteit van de opname (beeldkwaliteit)
Selecteer een beeldkwaliteit voor foto's en fi lms volgens het vooropgestelde doel,
bijvoorbeeld herwerken op een computer of weergeven op het web.
De beeldkwaliteit instellen
1
Geef de live control weer en markeer de huidige
optie voor de beeldkwaliteit van foto's of fi lms.
• De beeldkwaliteit voor foto's kan ook worden
aangepast op het superbedieningspaneel.
2
Gebruik de subregelaar om een instelling
te kiezen.
LF
4:3
j
P
WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
IS OFFIS OFF
RAWRAW
LNMNSN
3838
HD
4608x3456
Beeldkwaliteit
Beeldkwaliteit (stilstaande beelden)
Maak uw keuze uit RAW- en JPEG-modi (YF, YN, XN en WN). Kies een RAW+JPEG-
optie om zowel een RAW- als een JPEG-beeld op te slaan bij elke opname. De JPEG-
standen zijn een combinatie van resolutie (Y, X en W) en compressiefactor (SF, F, N en B).
De beschikbare opties kunnen worden geselecteerd met de optie [K Set] (Blz. 90) in de
custom-menu's.
Resolutie Compressiefactor
Applicatie
Naam Aantal pixels SF
(SuperFijn)
F
(Fijn)
N
(Normaal)
B
(Basis)
Y (groot) 4608×3456* YSF YF* YN* YB
Afhankelijk van
het gewenste
printformaat
X (middel)
3200×2400
XSF XFXN* XB
2560×1920*
1920×1440
1600×1200
W (klein)
1280×960*
WSF WFWN* WB
Voor kleine
afdrukken en
gebruik op
websites
1024×768
640×480
* Standaard.
• De grootte van [X] en [W] beelden kan worden geselecteerd met de optie [Pixel Count]
(Blz. 90) in de custom-menu's.
RAW-beeldgegevens
Dit type (extensie “.ORF“) slaat onverwerkte beeldgegevens op voor latere verwerking.
RAW-beeldgegevens kunnen niet worden weergegeven met andere camera's of software,
en RAW-beelden kunnen niet worden geselecteerd om ze te printen. JPEG-kopieën van
RAW-beelden kunnen met deze camera worden gemaakt. g “Foto's bewerken“ (Blz. 72)

55
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
Beeldkwaliteiten (videobeelden)
Beeldkwaliteit Aantal pixels Beeldsnelheid Bestands formaat Applicatie
Full HD Fine 1920×1080 59,94i
*2
MPEG-4
AVC/H.264*1
Weergeven op
tv's en andere
apparaten
Full HD Normal 1920×1080 59,94i *2
HD Fine 1280×720 59,94p *2
HD Normal 1280×720 59,94p *2
HD 1280×720 Ca. 30 fps*3 Motion JPEG*4
Voor weergave of
bewerking op een
computer.
SD 640×480
• Afhankelijk van het type van het gebruikte kaartje kan de opname eindigen voor de
maximale lengte is bereikt.
*1 Individuele fi lms kunnen maximaal 29 minuten lang zijn.
*2 Beeldsensorweergave ongeveer 30 fps.
*3 De beeldsnelheid kan dalen wanneer een kunstfi lter wordt gebruikt.
*4 Bestanden kunnen tot 2 GB groot zijn.
De beeldverhouding instellen
U kunt de breedte-hoogteverhouding (verhouding tussen horizontaal en verticaal) wijzigen
als u foto's maakt met behulp van live bekijken. Afhankelijk van uw voorkeur kunt u de
breedte-hoogteverhouding instellen op [4:3] (standaard), [16:9], [3:2], [1:1] of [3:4].
1
Geef het superbedieningspaneel of live control weer en selecteer het
item breedte-hoogteverhouding.
2
Gebruik de subregelaar om een instelling te kiezen.
# Let op
• JPEG-beelden worden bijgesneden naargelang de geselecteerde breedte-
hoogteverhouding; RAW-beelden daarentegen worden niet bijgesneden, maar worden
opgeslagen met informatie over de geselecteerde breedte-hoogteverhouding.
• Wanneer RAW-beelden worden weergegeven, wordt de geselecteerde breedte-
hoogteverhouding weergegeven.
% Tips
Meer informatie over het bijsnijden van bestaande foto's of het wijzigen van de breedte-
hoogteverhouding ervan, vindt u bij “Foto's bewerken“ (Blz. 72)
ISO-gevoeligheid
Door de ISO-gevoeligheid te verhogen, treedt er meer ruis (korrel) op in het beeld
maar kunt u foto's nemen bij weinig ligt. De aanbevolen instelling in de meeste situaties
is [AUTO]. Deze instelling start bij ISO 200 – een waarde voor een evenwichtige
verhouding tussen ruis en dynamisch bereik – en past vervolgens de ISO-gevoeligheid
aan afhankelijk van de opnameomstandigheden.
1
Geef het superbedieningspaneel of live control weer en selecteer het
item ISO-gevoeligheid.
2
Gebruik de subregelaar om een instelling te kiezen.
AUTO
De gevoeligheid wordt automatisch ingesteld aan de hand van de
opnameomstandigheden.
200 – 25600 De gevoeligheid wordt ingesteld op de geselecteerde waarde.

56
NL
Basisfotografi e/vaak gebruikte opties
1
% Tips
De standaard en maximale ISO-gevoeligheid kiezen. g [ISO-Auto Set] (Blz. 88)/
De ISO-stapverhoging kiezen. g [ISO Step] (Blz. 88)/
Een automatische ISO-gevoeligheid gebruiken in stand M. g [ISO-Auto] (Blz. 89)
Repeterende opnamen/de zelfontspanner gebruiken
Blijf de ontspanknop helemaal indrukken om een reeks foto’s te maken. U kunt ook
foto’s maken met behulp van de zelfontspanner.
1
Geef het superbedieningspaneel of live control weer en selecteer [o].
2
Gebruik de subregelaar om een instelling te kiezen.
oEnkelbeeld-
opnamen
Telkens als u de ontspanknop indrukt, maakt de camera één
foto (in de stand Fotograferen).
Tj H fps
Zolang de ontspanknop helemaal wordt ingedrukt, worden
foto's genomen aan een snelheid van 9 frames per seconde
(fps). De scherpstelling, belichting en witbalans worden
vergrendeld op de waardes van de eerste opname in elke
reeks ([S-AF], [MF]).
Sj L fps
Zolang de ontspanknop helemaal wordt ingedrukt, worden
foto's genomen aan een snelheid van 4 frames per seconde
(fps). De scherpstelling en belichting worden vastgesteld
volgens de geselecteerde opties voor [AF Mode] (Blz. 86)
en [AEL/AFL] (Blz. 86).
Y12s Zelfontspanner
12 SEC
Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en helemaal
om de timer te starten. De zelfontspanner-LED brandt eerst
ongeveer 10 seconden continu, begint dan ongeveer 2
seconden lang te knipperen, en daarna wordt de foto gemaakt.
Y2s Zelfontspanner
2 SEC
Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en helemaal
om de timer te starten. De zelfontspanner-LED knippert
ongeveer 2 seconden, en daarna wordt de foto gemaakt.
$ Opmerkingen
• Om de timer te stoppen voordat een foto wordt genomen, drukt u op Q of G of I of de
knop MENU.
# Let op
• Het bevestigingsscherm is niet beschikbaar tijdens repeterende opnamen met een
beeldsnelheid onder 5 fps. Bij snelheden van 5 fps of meer wordt de laatst genomen foto
weergegeven tijdens het fotograferen.
• Als tijdens repeterende opnamen de batterijspanningsindicator begint te knipperen, stopt de
camera met fotograferen en begint de gemaakte foto's op te slaan op het geheugenkaartje.
Als batterijvoeding te laag is, kan de camera misschien niet alle foto's opslaan.
• De weergavekwaliteit kan dalen tijdens repeterende opnamen. Filtereffecten worden niet
weergegeven op het display.
• Bij fotograferen met de zelfontspanner kunt u de camera het beste op een statief zetten.
• Als u voor de camera gaat staan om de ontspanknop half in te drukken bij het gebruik van
de zelfontspanner, is het mogelijk dat de foto onscherp is.

57
NL
Andere opnameopties
2
2
“Richten en fotograferen“ (stand P)
In de stand P past de camera automatisch de sluitertijd en het diafragma aan op basis
van de helderheid van het onderwerp. Stel de functieknop in op P.
Foto's kadreren in de zoeker Foto's kadreren op de monitor
250250 F5.6 01:02:0301:02:03
3838
L
N
P
0.00.0
ISO-A
200
HD
Stand Fotograferen
(%: programma-aanpassing) AF-teken
Sluitertijd Diafragmawaarde
250 F5.6 ee
01:02:03
1023
+2.0+2.0
ISO-A
200
ISO-A
200
Sluitertijd Diafragmawaarde
AF-teken
Stand Fotograferen
(%: programma-aanpassing)
• De sluitertijd en het diafragma die door de camera werden geselecteerd,
worden weergegeven.
• Draai de hoofdregelaar voor een programma-aanpassing.
• Draai de subregelaar om de belichtingscorrectie te kiezen.
# Let op
• De aanduidingen voor de sluitertijd en het diafragma knipperen als de camera geen
optimale belichting kan verkrijgen. Zie “Waarschuwingsindicatie belichting“ (Blz. 107).
Programma-aanpassing (%)
In de standen P en ART kunt u het diafragma en de sluitertijd aanpassen zonder de
belichtingscorrectie te wijzigen. Een pictogram “s“ verschijnt naast de fotografeerstand
wanneer programma-aanpassing van toepassing is. Om de programma-aanpassing te
annuleren, draait u de functieknop tot “s“ niet langer wordt weergegeven.
# Let op
• Bij gebruik van een fl itser is er geen programma-aanpassing mogelijk.
% Tips
De aan de regelaar toegewezen rol wijzigen. g [Dial Function] (Blz. 87)
Het diafragma instellen (diafragmavoorkeuzestand A)
In de stand A stelt u het diafragma in en past de camera automatisch de sluitertijd aan
voor een optimale belichting. Nadat u de functieknop naar A hebt gedraaid, draait u
aan de hoofdregelaar om het diafragma te kiezen.
Andere opnameopties

58
NL
Andere opnameopties
2
• Draai de subregelaar om de belichtingscorrectie
te kiezen.
• Een groter diafragma (lager f-nummer) vermindert
de scherptediepte (het gebied voor of achter het
scherpstelpunt waarop is scherpgesteld), waardoor
de achtergrond waziger wordt weergegeven. Een
kleiner diafragma (hoger f-nummer) verhoogt de
scherptediepte.
Diafragmawaarde
250250 F5.6 01:02:0301:02:03
3838
L
N
A
+0.0+0.0
ISO
400
HD
Preview-functie
U kunt de scherptediepte bekijken (de zone achter en voor het onderwerp waarop is
scherpgesteld). De camera stopt het diafragma op de geselecteerde waarde wanneer
u op de knop drukt waaraan [Preview] werd toegewezen. [Button Function] (Blz. 93)
% Tips
De aan de regelaar toegewezen rol veranderen. [Dial Function] (Blz. 87)
De sluitertijd instellen (sluitertijdvoorkeuzestand S)
In de stand S stelt u de sluitertijd in en past de camera automatisch het diafragma
aan voor een optimale belichting. Nadat u de functieknop naar S hebt gedraaid, draait
u aan de hoofdregelaar om de sluitertijd te kiezen.
• Draai de subregelaar om de belichtingscorrectie
te kiezen.
• Een korte sluitertijd kan een snelle actie “bevriezen“
zonder bewegingsonscherpte. Door een langere
sluitertijd wordt een opgenomen snelle actie onscherp.
Deze onscherpte roept het gevoel van een dynamische
beweging op.
Sluitertijd
250250 F5.6 01:02:0301:02:03
3838
L
N
S
+0.0+0.0
ISO
400
HD
% Tips
De aan de regelaar toegewezen rol veranderen. [Dial Function] (Blz. 87)
Het diafragma en de sluitertijd instellen (handmatige stand M)
In de stand M stelt u zowel het diafragma als de sluitertijd in. Bij sluitertijd BULB blijft
de sluiter open zolang de ontspanknop wordt ingedrukt. Nadat u de functieknop naar
M hebt gedraaid, draait u aan de hoofdregelaar om het diafragma te kiezen en aan de
subregelaar om de sluitertijd te kiezen.
• De sluitertijd kan worden ingesteld op waarden tussen 1/4.000 en 60 sec. of op
[BULB] of [LIVE TIME].
# Let op
• Belichtingscorrectie is niet mogelijk in de stand M.

59
NL
Andere opnameopties
2
Kiezen wanneer de belichting wordt beëindigd (bulb-/tijdfotografi e)
Gebruik deze functie voor nachtlandschappen en vuurwerk. De sluitertijden van [BULB]
en [LIVE TIME] zijn beschikbaar in de modus M.
Bulbfotografi e (BULB): De sluiter blijft open terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt.
De belichting eindigt wanneer de ontspanknop wordt
losgelaten.
Tijdfotografi e (TIME): De belichting begint wanneer de ontspanknop helemaal
wordt ingedrukt. Om de belichting te beëindigen, drukt
u de ontspanknop nogmaals helemaal in.
De voortgang op de monitor bekijken
Om de voortgang van de belichting tijdens het fotograferen te bekijken, kiest u een
weergave-interval voor [Live BULB] (Blz. 89) of [Live TIME] (Blz. 89). Dit maakt het
gemakkelijker om te kiezen wanneer de belichting moet eindigen. Als [Live TIME] is
geselecteerd, kan de weergave worden ververst door de ontspanknop half in te drukken
tijdens tijdfotografi e.
% Tips
De aan de regelaar toegewezen rol wijzigen. g [Dial Function] (Blz. 87)
Om tijdopnamen automatisch te beëindigen na een specifi eke tijdsduur. g [BULB/TIME
Timer] (Blz. 89)/
Om de scherpstelling te vergrendelen tijdens fotograferen met handmatig
scherpstellen. g [BULB/TIME Focusing] (Blz. 86)
# Let op
• De ISO-gevoeligheid kan worden ingesteld op waarden tussen ISO 200 en 1600 voor live
bulb- en live tijdfotografi e.
• Om onscherpte van de camera te vermijden bij erg lange sluitertijden, plaatst u de camera
op een statief en gebruikt u een afstandsbedieningskabel (Blz.106).
• De volgende functies zijn niet beschikbaar bij erg lange sluitertijden:
Repeterende opnamen/opnamen met de zelfontspanner/AE-bracketing/
beeldstabilisator/fl itser-bracketing/meervoudige belichting
* Een andere optie dan [Off] is geselecteerd voor [Live BULB] of [Live TIME].
Ruis in foto's
Tijdens het fotograferen met een lange sluitertijd kan er ruis op het scherm verschijnen.
Deze verschijnselen kunnen optreden als in delen van het beeldopneemelement
die normaliter niet aan licht worden blootgesteld, kleine elektrische stromen worden
opgewekt die de temperatuur in het beeldopneemelement of in de elektronica van het
beeldopneemelement doen stijgen. Dit kan ook gebeuren als u met een hoge ISO-waarde
fotografeert bij extreem hoge omgevingstemperaturen. Om deze ruis te reduceren,
activeert de camera de ruisonderdrukking. [Noise Reduct.] (Blz. 89)

60
NL
Andere opnameopties
2
Panorama's fotograferen
Als u de bijgeleverde computersoftware hebt geïnstalleerd, kunt u de software
gebruiken om beelden samen te voegen tot een panorama. Beelden worden op de
monitor gekadreerd. g “OLYMPUS Viewer 2 gebruiken“ (Blz. 78)
Foto's maken voor een panorama
1
Draai de functieknop naar SCN.
2
Selecteer [Panorama] en druk op Q.
3
Kies een panrichting met FGHI.
4
Maak een foto en gebruik hierbij de hulplijnen
om de foto te kadreren.
• De scherpstelling, belichting en andere instellingen worden
vergrendeld op de waardes van de eerste opname.
250250 F5.6 38
M
ISO
200
5
Maak de resterende foto's en zorg ervoor dat de hulplijnen telkens
overlappen met de voorgaande foto.
[ 2 ]
250250 F5.6 38
M
ISO
200
[ 3 ]
Exit Exit
• Een panorama kan tot 10 beelden bevatten. Na de tiende opname wordt
een waarschuwingsteken (g) weergegeven.
6
Druk na de laatste opname op Q om de reeks te beëindigen.
# Let op
• Tijdens de panoramaopnamen wordt de opname die voor de positie-uitlijning werd
gemaakt, niet weergegeven. Maak de compositie zo dat de overlappende beelden elkaar
binnen de frames overlappen en gebruik daarbij de frames of andere weergavetekens in
de beelden als leidraad.
$ Opmerkingen
• Door op Q te drukken voordat u de eerste opname hebt gemaakt, komt u terug in het
keuzemenu van het motiefprogramma. Door midden in de opnamen op Q te drukken,
stopt de reeks panoramaopnamen en kunt u met de volgende verder gaan.

61
NL
Andere opnameopties
2
3D-fotografi e
3D-foto's nemen. De resultaten kunnen worden weergegeven op toestellen
die 3D-weergave ondersteunen. Beelden worden op de monitor gekadreerd.
De cameramonitor kan niet worden gebruikt om beelden in 3D weer te geven.
1
Draai de functieknop naar SCN.
2
Selecteer [3D Photo] en druk op Q.
• Het onderwerp wordt weergegeven op de monitor.
3
Druk op de ontspanknop om de eerste foto te
maken en houd de ontspanknop in deze stand.
• De scherpstelling en de belichting worden vergrendeld
op de waarden voor de eerste opname.
• Als u een 3D-lens gebruikt, wordt het fotograferen
beëindigd de eerste maal u op de ontspanknop drukt.
Cancel
Line up the image.
4
Verplaats de camera horizontaal zonder hem te draaien, tot de eerste
opname boven uw onderwerp staat. De camera maakt de tweede
opname automatisch.
• Pas de scherpstelling of de zoom niet aan.
• Als de camera de tweede opname niet automatisch maakt, of als u de ontspanknop
loslaat voor de tweede opname werd gemaakt, drukt u de ontspanknop helemaal in.
5
De twee beelden worden automatisch gecombineerd.
• Als de camera de melding [3D photo was not created.] toont, neemt u de foto
opnieuw. De twee opnamen worden in afzonderlijke bestanden opgeslagen.
# Let op
• De kwaliteit van de weergave op de monitor daalt lichtjes.
• Als u de zoom aanpast nadat de eerste foto werd gemaakt, wordt de eerste foto geannuleerd.
• De camera stelt alleen scherp op het onderwerp in het middelste scherpstelpunt.
• De resolutie ligt vast op 1920 × 1080.
• De beeldgrootte is vastgesteld op 1824 × 1024 SF wanneer een 3D-lens wordt gebruikt.
• Handmatige scherpstellenzen kunnen niet worden gebruikt.
• Afhankelijk van de lens en de camera-instellingen is het 3D-effect mogelijk niet zichtbaar.
• De camera gaat tijdens 3D-fotografi e niet naar de sluimerstand.
• RAW-fotografi e is niet beschikbaar.
• De beelddekking is niet 100%.
$ Opmerkingen
• Om de foto na de eerste opname opnieuw te maken, drukt u op D. Druk op Q om de
eerste opname op te slaan en af te sluiten zonder een 3D-beeld op te nemen.

62
NL
Andere opnameopties
2
Meerdere belichtingen opnemen in één beeld
(meervoudige belichting)
Maak meerdere opnamen in één beeld met de momenteel voor de beeldkwaliteit
geselecteerde optie.
1
Selecteer [Multiple Exposure] in het fotografeermenu X (Blz. 111).
2
Pas de instellingen aan.
Frame Selecteer [2f].
Auto Gain
Bij de instelling [On] wordt de helderheid
van elk beeld ingesteld op 1/2 en worden
de beelden op elkaar geplaatst. Bij de
instelling [Off] worden de beelden op
elkaar geplaatst met de oorspronkelijke
helderheid van elk beeld.
Overlay
Bij de instelling [On] kunt u bovenop
een RAW-beeld dat op een kaartje
is opgeslagen, verschillende foto's
plaatsen en als een afzonderlijk beeld
opslaan. Er wordt één foto gemaakt.
• a wordt op de monitor weergegeven terwijl
meervoudige belichting van toepassing is.
3
Maak foto's.
• a wordt groen weergegeven wanneer de opname start.
• Druk op D om de laatste opname te verwijderen.
• De vorige opname wordt boven het beeld geplaatst dat
u door de lens ziet als referentie voor het kadreren van
de volgende opname.
250 F5.6
ISO
400
L
N
0.00.0 01:02:0301:02:03
3838
P
HD
% Tips
• 3 of meer beelden overlappen: selecteer RAW voor [K] (Blz. 54) en gebruik de
optie [Overlay] om de opname met meervoudige belichting te herhalen.
• Meer informatie over het overlappen van RAW-beelden: g “Beeldoverlapping“ (Blz. 73)
# Let op
• De camera gaat niet naar de sluimerstand terwijl meervoudige belichting van toepassing is.
• Foto's die met andere camera's werden gemaakt, kunnen niet worden opgenomen in een
meervoudige belichting.
• Als [Overlay] ingesteld is op [On], worden de beelden die worden weergegeven als een RAW-
beeld wordt geselecteerd, ontwikkeld met de instellingen op het ogenblik van de opname.
• Om de fotografeerfuncties in te stellen, dient u eerst de functie meervoudige belichting te
annuleren. Bepaalde functies kunnen niet worden ingesteld.
• Meervoudige belichting wordt in de volgende situaties automatisch geannuleerd vanaf de
eerste foto.
De camera wordt uitgeschakeld/U drukt op de knop q/U drukt op de knop MENU/
De fotografeerstand is ingesteld op een andere stand dan P, A, S, M/De batterij heeft
geen vermogen meer/Er is een kabel aangesloten op de camera
• Wanneer een RAW-beeld geselecteerd is met [Overlay], wordt het JPEG-beeld
weergegeven voor het beeld dat opgenomen is in JPEG+RAW.
• Wanneer u meerdere foto's maakt met de functie bracketing, wordt voorrang gegeven aan
opnamen met meervoudige belichting. Terwijl het overlay-beeld wordt opgeslagen, wordt
de functie bracketing teruggezet in de standaard fabrieksinstellingen.
Multiple Exposure
Frame
Auto Gain
Overlay Off
Off
Off
Set
Back

63
NL
Andere opnameopties
2
Variërende instellingen bij een reeks foto's (bracketing)
Met “bracketing“ wordt bedoeld dat diverse instellingen automatisch voor een reeks
opnamen of een reeks beelden worden gevarieerd rond de huidige waarde.
1
Selecteer [Bracketing] in het fotografeermenu X
(Blz. 111).
Off
w
0.0
oj/Y
1
2
Back
Shooting Menu 2
Image Stabilizer
Bracketing
Multiple Exposure
#
RC Mode Off
Off
Set
2
Kies een bracketingtype
• 0 wordt weergegeven op de monitor.
AE BKT
WB BKT
FL BKT
ISO BKT
ART BKT
--
--
--
--
A-- G--
Bracketing
Back Set
AE BKT (AE bracketing)
De camera varieert de belichting tussen 0.3 EV, 0.7 EV of 1.0 EV bij drie verschillende
opnames. Bij enkelbeeldopnamen wordt er één opname gemaakt telkens wanneer de
ontspanknop helemaal wordt ingedrukt, maar bij repeterende opnamen blijft de camera
opnamen maken in deze volgorde terwijl de ontspanknop helemaal is ingedrukt: geen
wijziging, negatief, positief. Aantal opnamen: 2, 3, 5 of 7
• De 0-indicator wordt groen tijdens bracketing.
• De camera past de belichting aan door het diafragma en
de sluitertijd (stand P), de sluitertijd (stand A en M) of het
diafragma (stand S) te wijzigen.
• De camera past bracketing toe op de huidige geselecteerde
waarde voor belichtingscorrectie.
• De grootte van de bracketingverhoging wijzigt naargelang
de waarde ingesteld voor [EV Step]. (Blz. 88)
AE BKT
WB BKT
FL BKT
ISO BKT
ART BKT
--
--
--
--
A-- G--
2f 0.7EV
2f 0.3EV
2f 1.0EV
3f 0.3EV
3f 0.7EV
3f 1.0EV
Off
Bracketing
Back Set
WB BKT (WB-bracketing)
Op basis van één opname worden automatisch drie beelden met verschillende witbalans
(aangepast in de opgegeven kleurrichtingen) gemaakt. Hierbij wordt gestart vanaf de huidige
geselecteerde waarde voor de witbalans.
• De witbalans kan worden gewijzigd met 2, 4 of 6 stappen op
de assen A – B (amber – blauw) en G – M (groen – magenta).
• De camera past bracketing toe op de huidige geselecteerde
waarde voor witbalanscorrectie.
• Als er onvoldoende ruimte is op het kaartje voor het
geselecteerde aantal beelden, worden geen opnames
gemaakt tijdens WB-bracketing.
A-B G-M
WB BKT
3f 4Step 3f 4Step
Back Set
FL BKT (FL-bracketing)
De camera varieert het fl itserniveau bij drie verschillende opnames (geen aanpassing bij de
eerste opname, negatief bij de tweede en positief bij de derde). Bij enkelbeeldopnamen wordt
er één opname gemaakt telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt; bij repeterende
opnamen worden alle opnamen gemaakt terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt.

64
NL
Andere opnameopties
2
• De 0-indicator wordt groen tijdens bracketing.
• De grootte van de bracketingverhoging wijzigt naargelang
de waarde ingesteld voor [EV Step]. (Blz. 88)
AE BKT
WB BKT
FL BKT
ISO BKT
ART BKT
--
--
--
--
A-- G--
3f 0.7EV
3f 0.3EV
3f 1.0EV
Off
Bracketing
Back Set
ISO BKT (ISO-bracketing)
De camera varieert de gevoeligheid tussen 0.3 EV, 0.7 EV of 1.0 EV bij drie verschillende
opnames (geen aanpassing bij de eerste opname, negatief bij de tweede en positief bij
de derde). Hierbij wordt bracketing toegepast op de huidige gevoeligheidsinstelling (of als
automatische gevoeligheid geselecteerd is, op de optimale gevoeligheidsinstelling) terwijl de
sluitertijd en het diafragma vergrendeld blijven. Bij enkelbeeldopnamen wordt er één opname
gemaakt telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt; bij repeterende opnamen worden
alle opnamen gemaakt terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt.
• De grootte van de bracketingverhoging wijzigt niet
naargelang de waarde ingesteld voor [ISO Step]. (Blz. 88)
• Bracketing wordt uitgevoerd, ongeacht de bovengrens die
werd ingesteld met [ISO-Auto Set]. (Blz. 88)
AE BKT
WB BKT
FL BKT
ISO BKT
ART BKT
--
--
--
--
A-- G--
3f 0.7EV
3f 0.3EV
3f 1.0EV
Off
Bracketing
Back Set
ART BKT (ART-bracketing)
Telkens wanneer de sluiter wordt ontspannen, legt de camera meerdere beelden vast,
telkens met een verschillende kunstfi lterinstelling. U kunt kunstfi lter-bracketing voor elk
beeldeffect afzonderlijk in- of uitschakelen.
• De opname kan enige tijd in beslag nemen.
• ART BKT kan niet worden gecombineerd met WB BKT
of ISO BKT.
ART BKT
Pop Art
Light Tone
Off
Off
Off
Off
Off
Pin Hole
Diorama
Off
OffSoft Focus
Pale&Light Color
Grainy Film
Back Set
Off
On
Digitale zoom (digitale teleconverter)
De digitale teleconverter wordt gebruikt om in te zoomen voorbij de huidige
zoomverhouding. De camera slaat de middelste uitsnede op. De zoom wordt met
ongeveer 2× vergroot.
1
Selecteer [On] voor [Digital Tele-converter] in het fotografeermenu W
(Blz. 111).
2
De weergave in de monitor wordt met een factor twee vergroot.
• Het onderwerp wordt vastgelegd zoals het op de monitor verschijnt.
# Let op
• Digitale zoom is niet beschikbaar bij meerdere belichtingen of wanneer T, s, f, w
of m is geselecteerd in de stand SCN.
• Wanneer een RAW-beeld wordt weergegeven, wordt het gedeelte dat op de monitor
zichtbaar is, weergegeven in een kader.

65
NL
Gebruik van de fl itser
3
3
De ingebouwde fl itser kan handmatig naar wens worden ingesteld. De ingebouwde
fl itser kan in heel wat verschillende opnameomstandigheden worden gebruikt.
Een fl itser gebruiken (fl itserfotografi e)
1
Bevestig de fl itser en klap de fl itserkop
omhoog.
• g “De fl itser bevestigen“ (Blz. 7)
2
Geef het superbedieningspaneel of live
control weer en markeer de fl itserfunctie.
3
Gebruik de subregelaar om een instelling te kiezen.
• De beschikbare opties en de volgorde waarin deze worden weergegeven variëren
naargelang de fotografeerstand. g “Beschikbare fl itsstanden in de diverse
fotografeerstanden“ (Blz. 108)
AUTO Autofl itsen Bij weinig licht of tegenlicht ontsteekt de fl itser
automatisch.
#Invulfl itsen De fl itser ontsteekt altijd, ongeacht de
lichtomstandigheden.
$Flitser uit De fl itser ontsteekt niet.
!/#!
Flitsen met onderdrukken
van rode ogen
Met deze functie kunt u rode ogen vermijden.
In de standen S en M zal de fl itser altijd fl itsen.
#SLOW Trage synchronisatie
(1e sluitergordijn)
Trage sluitertijden worden gebruikt om een
slecht verlichte achtergrond op te lichten.
!SLOW
Trage synchronisatie
(1e sluitergordijn)/fl itsen
met onderdrukken van
rode ogen
Combineert een trage synchronisatie met
onderdrukken van rode ogen.
#SLOW2/
2nd Curtain
Trage synchronisatie
(2e sluitergordijn)
De fl itser ontsteekt net
voordat de sluiter dichtgaat
om lichtsporen te creëren
achter bewegende
lichtbronnen.
#FULL,
#1/4 enz. Handmatig
Voor gebruikers die de voorkeur geven aan
handmatige bediening. Als u op de knop
INFO drukt, kunt u de functieknop gebruiken
om het fl itserniveau aan te passen.
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
# Let op
• Bij [!/#!(fl itsen met onderdrukken van rode ogen)] duurt het na de inleidende
fl itsen ongeveer 1 seconde voordat de sluiter ontspant. Beweeg de camera niet zolang de
opname niet is voltooid.
• [!/#! (fl itsen met onderdrukken van rode ogen)] werkt mogelijk niet effi ciënt bij
bepaalde opnameomstandigheden.
• Als de fl its ontsteekt, is de sluitertijd ingesteld op 1/250 sec. of korter. Als u met de invulfl itsen
een onderwerp tegen een lichte achtergrond fotografeert, kan de achtergrond overbelicht zijn.
Gebruik van de fl itser

66
NL
Gebruik van de fl itser
3
Uitgangsvermogen van de fl its aanpassen (regelen
van de fl itssterke)
Het uitgangsvermogen van de fl itser kan worden aangepast als u vindt dat uw onderwerp
overbelicht is, of onderbelicht hoewel de belichting in de rest van het beeld in orde is.
1
Geef het superbedieningspaneel of live control
weer en selecteer het item fl itssterkteregeling.
2
Gebruik de subregelaar om een instelling
te kiezen.
ISO
AUTO
ISOISOISO
AUTOAUTOAUTO
P
RR
S-AFS-AF
00
OFFOFF
0.0
% Tips
Informatie over fl itser-bracketing: g “FL BKT (FL-bracketing)“ (Blz. 63)
# Let op
• Dit werkt niet als de externe fl itser is ingesteld op MANUAL.
• Als u de fl itssterkte op de externe fl itser hebt ingesteld, wordt dit gecombineerd met
de fl itssterkte-instelling van de camera.
• Als u [w+F] hebt ingesteld op [On], wordt de fl itssterktewaarde opgeteld bij de
belichtingscorrectiewaarde. (Blz. 89)
Een externe fl itser gebruiken die werd ontworpen voor
gebruik met deze camera
Optionele externe fl itsers die werden ontworpen om te gebruiken met deze camera
ondersteunen een brede waaier aan opties voor fl itserfotografi e, waaronder
automatische fl itsregeling, Super FP en draadloze fl itsbediening (Blz. 97).
Andere externe fl itsers
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het bevestigen van een externe
fl itser die niet werd ontworpen voor gebruik met deze camera op de fl itserschoen van
de camera:
• Als u een verouderde fl itser bevestigt die een stroom van meer dan 24 V doorgeeft aan
het contactpunt van de fl itserschoen van de camera, zal dit de camera beschadigen.
• Als u een fl itser aansluit op de camera met contactpunten die niet beantwoorden aan de
Olympus-specifi caties, kan dit de camera eveneens beschadigen.
• Gebruik dergelijke fl itsers alleen met de camera in de fotografeerstand M bij sluitertijden
langer dan 1/180 sec. en bij een andere ISO-instelling dan [AUTO].
• De fl itsregeling kan alleen worden uitgevoerd door de fl itser handmatig in te stellen op de
ISO-gevoeligheid en de diafragmawaarde die geselecteerd zijn met de camera. De helderheid
van de fl itser kan worden geregeld door de ISO-gevoeligheid of het diafragma aan te passen.
• Gebruik een fl itser met een verlichtingshoek die geschikt is voor de lens. De verlichtingshoek
wordt meestal uitgedrukt in equivalente brandpuntsafstanden van een kleinbeeldcamera.

67
NL
Films opnemen en bekijken
4
4
Gebruik de knop R om HD-fi lms (High Defi nition) op te nemen met geluid. In de
fi lmstand kunt u fi lms opnemen die gebruik maken van de beschikbare effecten in de
standen A en M.
De instellingen voor fi lmopnamen wijzigen
Effecten toevoegen aan een fi lm
1
Nadat u de stand n heeft geselecteerd, geeft
u live control (Blz. 24) weer en gebruikt u FG
om de opnamestand te markeren.
2
Selecteer een stand met HI en druk op Q.
PP
PP
WB
AUTO
WBWBWB
AUTOAUTOAUTO
nPPAASSMM
IS OFFIS OFF
PP
ISO
AUTO
ISOISOISO
AUTOAUTOAUTO
S-AFS-AF
HD
Program Auto
PDe optimale diafragmawaarde wordt automatisch ingesteld
overeenkomstig de helderheid van het onderwerp.
A
De weergave van de achtergrond wordt gewijzigd door de instelling
van het diafragma. Gebruik de functieknop of subregelaar om het
diafragma te kiezen.
S
De sluitertijd is van invloed op het uitzicht van het onderwerp.
Gebruik de functieknop of subregelaar om de sluitertijd te selecteren.
De sluitertijd kan worden ingesteld op waarden tussen 1/30 sec. en
1/4.000 sec.
M
U regelt het diafragma en de sluitertijd. Gebruik de subregelaar om
het diafragma te kiezen en de functieknop om de sluitertijd te kiezen.
De sluitertijd kan worden ingesteld op waarden tussen 1/30 sec. en
1/4.000 sec. De gevoeligheid kan handmatig worden ingesteld op
waarden tussen ISO 200 en 3200; een automatische regeling van
de ISO-gevoeligheid is niet voorzien.
ART1 – ART11 Films kunnen worden opgenomen met effecten uit de kunstfi lterstand.
g “Kunstfi lters gebruiken“ (Blz. 18)
# Let op
• Als u een fi lm opneemt, kunt u de instellingen voor belichtingscorrectie, diafragmawaarde
en sluitertijd niet wijzigen.
• Als [Image Stabilizer] geactiveerd is tijdens het opnemen van een fi lm, wordt het
opgenomen beeld lichtjes vergroot. Zelfs als [Vertical IS] of [Horizontal IS] geselecteerd is,
wordt de instelling voor [Auto] toegepast.
• Stabilisatie is niet mogelijk als de camerabeweging te groot is.
• Als u een lens met een beeldstabilisatiefunctie gebruikt, schakelt u de
beeldstabilisatiefunctie van de lens of van de camera uit.
• Als de binnenzijde van de camera warm wordt, wordt de opname automatisch gestopt om
de camera te beschermen.
• Bij sommige kunstfi lters is de werking van [C-AF] beperkt.
• Kaartjes met een SD speed class van 6 of hoger worden aanbevolen om fi lms op te nemen.
Films opnemen en bekijken

68
NL
Films opnemen en bekijken
4
Opties voor fi lmgeluid (geluid opnemen met fi lms)
1
Geef live control weer (Blz. 24) en selecteer
Film R met FG.
2
Schakel AAN/UIT met HI en druk op Q.
ONON
RR
n
RR
OFFOFF ONON
Movie
R
On
RR
K
# Let op
• Als u geluid in een fi lm opneemt, kan het geluid van de lensactivering en van de
camerawerking worden opgenomen. Indien gewenst kunnen deze geluiden onderdrukt
worden door op te nemen met [AF Mode] ingesteld op [S-AF] of door het aantal keren dat
u op de knoppen drukt te beperken.
• In de stand [ART7] (Diorama) worden geen geluiden opgenomen.
Films bekijken
1
Geef een fi lm weer in de enkelbeeldweergave
en druk op Q.
2
Selecteer [Movie Play] met FG en druk op Q
om het afspelen te starten.
• De volgende handelingen kunnen worden uitgevoerd
tijdens het afspelen van een fi lm:
m
Movie
Back
Movie Play
Erase
Set
Q
Het afspelen pauzeren of hervatten.
• Terwijl het afspelen gepauzeerd is, drukt
u op F om het eerste beeld weer te
geven en op G om het laatste beeld
weer te geven. Druk op H I om één
beeld door te spoelen of terug te spoelen.
Houd deze knop ingedrukt om continu
terug of door te spoelen.
00:00:02/00:00:14
Verstreken tijd/
totale opnametijd
H/IEen fi lm doorspoelen of terugspoelen.
F/GHet volume aanpassen.
# Let op
• Het is aan te bevelen de meegeleverde computersoftware te gebruiken om fi lms op een
computer weer te geven. Voor u de software voor het eerst start, dient u de camera aan te
sluiten op de computer.
% Tips
Films opnemen met de ontspanknop: g “Films opnemen met de ontspanknop“ (Blz. 96)/
Windgeluid verminderen. g [Wind Noise Reduction] (Blz. 92)/
Een opnameniveau kiezen. g [Recording Volume] (Blz. 92)

69
NL
Weergaveopties
5
5
Enkelbeeldweergave
Druk op de knop q om foto's schermvullend weer te geven. Druk de ontspanknop
half in om naar de opnamestand terug te keren.
Indexweergave/kalenderweergave
2012.05.01 12:30 20
4 beelden
2012.05.01 12:30 20
100-0020
L
N
Enkelbeeld-
weergave
2012.5
Sun Mon Tue Wed Thu Fri Sat
29 30 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31
29 30 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31
Kalender-
weergave
9–100 beelden
2012.05.01 12:30 20
2012.05.01 12:30 20
Indexweergave
q/Q
q
p
q
p
q
Alleen items waarvoor [On] is geselecteerd, worden weergegeven. [G/Info Settings] (Blz. 87)
Weergavezoom (gezoomd weergeven)
2x
14
x
p
q
2× zoom
gezoomd weergeven
2012.05.01 12:30 20
100-0020
L
N
Enkelbeeld-
weergave
p
q14× zoom
Subregelaar (r) Volgende (s)/vorige (t)
Hoofdregelaar (o) Inzoomen (p)/uitzoomen (q)
R (Film) Selecteer foto (geselecteerde foto's zijn gemarkeerd met v; druk
nogmaals om de selectie op te heffen)
Fn1 Foto bekijken met zoomkader (Blz. 70)
Fn2 Foto beveiligen (Blz. 17)
INFO Enkelbeeldweergave: fotoinformatie bekijken (Blz. 40)
Gezoomd weergeven: kies handeling
DFoto wissen (Blz. 17)
QMenu's bekijken (in kalenderweergave druk u op deze knop om terug
te keren naar enkelbeeldweergave)
Pendelknop
(FGHI)
Enkelbeeldweergave: volgende (I)/vorige (H)/weergavevolume (FG)
Gezoomd weergeven: verschuif beeld
Index/kalenderweergave: markeer beeld
Weergaveopties

70
NL
Weergaveopties
5
Het zoomkader gebruiken
Het zoomkader kan worden gebruikt om op beelden in te zoomen.
2x20
Zoomkader
2012.05.01 12:30 20
100-0020
L
N
Enkelbeeld-
weergave
20
2x
Andere beelden bekijken
(gezoomd bladeren)
2x
Verschuiven
Gezoomd weergeven
INFO
INFO/
Fn1
INFO/
Fn1
Fn1
Fn1
Pendelknop
(FGHI)
Het zoomkader positioneren. Tijdens gezoomd bladeren gebruikt u HI
om andere foto's te bekijken met de huidige zoomverhouding.
Fn1 of INFO Kies tussen zoomkader, zoom verschuiven en gezoomd bladeren.
Alle beveiligingen annuleren
Met deze functie kunt de beveiliging van meerdere beelden in één keer annuleren.
1
Selecteer [Reset Protect] in het menu q (weergave) (Blz. 111).
2
Selecteer [Yes] en druk op Q.
Alle beelden wissen
Alle beelden op de geheugenkaart wissen.
1
Selecteer [Card Setup] in het fotografeermenu W (Blz. 111).
2
Selecteer [All Erase] en druk op Q.
• De optie [Format] (Blz. 103) kan worden gebruikt om niet-beeldgegevens te verwijderen.
3
Selecteer [Yes] en druk op Q.
Draaien
Instellen of foto's al dan niet worden gedraaid.
1
Geef de foto weer en druk op Q.
2
Selecteer [Rotate] en druk op Q.
3
Druk op F om het beeld linksom te draaien, G om het beeld rechtsom
te draaien; het beeld draait telkens wanneer u op de knop drukt.
• Druk op Q om de instellingen op te slaan en af te sluiten.
• Het gedraaide beeld wordt opgeslagen met de huidige oriëntatie.
• Films, 3D-foto's en beveiligde beelden kunnen niet worden gedraaid.
% Tips
Als [On] is geselecteerd voor [R] (Blz. 111) in het menu q (weergave), worden de beelden
tijdens de weergave in de nieuwe oriëntatie weergegeven.

71
NL
Weergaveopties
5
Diashow
Hierbij worden de beelden die op het kaartje zijn opgeslagen, één voor één weergegeven.
1
Druk op Q tijdens de weergave en selecteer de
optie diashow.
JPEG
m
R
<
Rotate
JPEG Edit
Back Set
2
Pas de instellingen aan.
Start De diashow starten. Beelden worden in volgorde weergegeven,
te starten bij het huidige beeld.
BGM BGM (4 types) instellen of BGM instellen op [Off].
Effect * Kies de overgang tussen de beelden.
Slide Stel het type diashow in dat u wilt uitvoeren.
Slide Interval Instellen hoe lang elke dia wordt weergegeven (2 tot 10 seconden).
Movie Interval Selecteer [Full] om volledige fi lmclips op te nemen in de diashow en
[Short] om alleen het inleidende deel van elke clip weer te geven.
* Het enige effect dat voor fi lms beschikbaar is, is [Fade].
3
Selecteer [Start] en druk op Q.
• De diashow start.
• Druk op Q om de diashow te stoppen.
Volume
Druk op FG tijdens de diashow om het algemene volume van de luidspreker van
de camera aan te passen. Druk op HI om de balans aan te passen tussen de
achtergrondmuziek en het opgenomen geluid van foto's of fi lms.

72
NL
Weergaveopties
5
Foto's bewerken
Een gemaakte foto kunt u bewerken en opslaan als een nieuwe foto.
1
Geef het te bewerken beeld weer en druk op Q.
• Als het beeld een RAW-beeld is, wordt [RAW Data Edit] weergegeven, en als het
beeld een JPEG-beeld is, wordt [JPEG Edit] weergegeven. Als het beeld werd
opgenomen in RAW+JPEG-indeling, wordt de kopie die wordt bewerkt, bepaald
door uw keuze bij de optie [Edit].
2
Selecteer [RAW Data Edit] of [JPEG Edit] en druk op Q.
RAW Data
Edit
Een JPEG-kopie maken van een RAW-beeld. De JPEG-kopie
wordt verwerkt met de instellingen die momenteel in de camera zijn
opgeslagen. Pas de camera-instellingen aan voor u deze optie kiest.
JPEG Edit
Kies uit de volgende opties:
[Shadow Adj]: Maakt de schaduwpartijen lichter.
[Redeye Fix]: Voor het corrigeren van rode ogen op fl itsopnamen.
[P]: Gebruik de functieknop om de
grootte van de uitsnede te kiezen en
FGHI om de uitsnede te positioneren.
O
Set
[Aspect]: Wijzigt de breedte-hoogteverhouding van beelden van
4:3 (standaard) naar [3:2], [16:9], [1:1] of [3:4]. Nadat u de breedte-
hoogteverhouding heeft gewijzigd, gebruikt u de pendelknop om de
positie van de uitsnede op te geven.
[Black & White]: Hiermee maakt u een beeld zwart/wit.
[Sepia]: Voor beelden in sepia-tinten.
[Saturation]: Voor het instellen van de kleurdiepte. De kleurverzadiging
aanpassen terwijl u de foto op het scherm bekijkt.
[Q]: Om de foto te converteren naar 1280 × 960, 640 × 480 of
320 × 240. Beelden met een andere breedte-hoogteverhouding dan
4:3 (standaard) worden geconverteerd naar de beeldbestandsgrootte
die hierbij het dichtst aanleunt.
[e-Portrait]: De huid ziet er zachter en glanzender uit. Als
gezichtsherkenning niet goed werkt, kunt u, afhankelijk van het beeld,
eventueel niet corrigeren.
# Let op
• Films en 3D-foto's kunnen niet worden bewerkt.
• Het is mogelijk dat de rode-ogen-correctie bij sommige foto's niet werkt.
• In de volgende gevallen kunt u een JPEG-beeld niet bewerken:
Als het beeld is opgeslagen in het bestandstype RAW, als een beeld op een pc is
bewerkt, als er onvoldoende ruimte is op de geheugenkaart, als de foto met een andere
camera is gemaakt.
• Bij het wijzigen van het aantal pixels ([Q]) kunt u nooit een groter aantal pixels kiezen
dan dat van de originele opname.
• [P] en [Aspect] kunt u enkel gebruiken om beelden met een breedte-hoogteverhouding
4:3 (standaard) te bewerken.

73
NL
Weergaveopties
5
Beeldoverlapping
U kunt tot 3 RAW-beelden die met de camera werden gemaakt, op elkaar plaatsen en
als een afzonderlijk beeld opslaan. Het beeld wordt opgeslagen met de beeldkwaliteit
die ingesteld is op het ogenblik waarop het beeld wordt opgeslagen. (Als [RAW]
geselecteerd is, wordt de kopie opgeslagen in het formaat [YN+RAW].)
1
Druk tijdens de weergave van een RAW-beeld op Q en selecteer
[Image Overlay].
2
Selecteer het aantal beelden in de overlapping en druk op de Q.
3
Gebruik FGHI om de RAW-beelden
te kiezen die zullen worden gebruikt in de
overlapping en druk op Q om deze te selecteren.
• Wanneer u het aantal beelden dat opgegeven is
in stap 2 hebt geselecteerd, wordt de overlapping
weergegeven.
RAW RAW RAW
RAW
RAW RAW RAW
Image Overlay
Back Set
4
Pas de verhoging aan.
• Gebruik HI om een beeld te selecteren en FG om
de verhoging aan te passen.
• De verhoging kan worden aangepast binnen het bereik
0.1 – 2.0. Controleer de resultaten op de monitor.
Image Overlay
Back Set
×1.5×1.5×0.3 ×0.5
5
Druk op Q. Een dialoogvenster voor bevestiging wordt weergegeven;
selecteer [Yes] en druk op Q.
% Tips
Om 4 of meer beelden te overlappen, slaat u het op elkaar geplaatste beeld op als een
RAW-bestand en gebruikt u herhaaldelijk [Image Overlay].
Audio-opname
U kunt een audio-opname (tot 30 sec. lang) toevoegen aan de huidige foto.
1
Geef het beeld weer waaraan u een audio-
opname wilt toevoegen en druk op Q.
• Audio-opname is niet mogelijk bij beveiligde beelden.
• Audio-opname is ook beschikbaar in het weergavemenu.
2
Selecteer [R] en druk op Q.
• Selecteer [No] om te annuleren zonder een opname
toe te voegen.
JPEG
m
R
<
Rotate
JPEG Edit
Back Set
3
Selecteer [R Start] en druk op Q om de
opname te starten.
4
Druk op Q om de opname te beëindigen.
• Beelden met een audio-opname worden gemarkeerd
met het pictogram H.
• Om een opname te wissen, selecteer u [Erase] in stap 2.
R
R
Start
No
Erase
Back Set

74
NL
Weergaveopties
5
Camerabeelden weergeven op een televisie
Gebruik de bijgeleverde AV-kabel om opgenomen beelden op uw televisie weer te
geven. Sluit de camera aan op een HD tv met een HDMI-kabel (verkrijgbaar in de
handel) om beelden van hoge kwaliteit op een televisiescherm te bekijken.
AV-kabel (meegeleverd)
(Sluit de kabel aan op de video-ingang (geel)
en de audio-ingang (wit) van de televisie.)
HDMI-kabel (afzonderlijk verkocht: CB-HD1)
(Aansluiten op de HDMI-connector op de
televisie.)
Multiconnector
HDMI-
microconnector
(type D)
Type A
1
Gebruik de kabel om de camera op de tv aan te sluiten.
• Pas de instellingen op de tv aan voordat u de camera aansluit.
• Kies de videomodus van de camera voordat u de camera via een A/V-kabel aansluit.
[Video Out] (Blz. 87)
2
Kies het invoerkanaal van de tv.
• De monitor van de camera wordt uitgeschakeld wanneer de kabel is aangesloten.
• Druk op de knop q als u de verbinding via een AV-kabel uitvoert.
# Let op
• Voor meer informatie over het wijzigen van de ingangsbron van de televisie, raadpleegt
u de handleiding van de televisie.
• Afhankelijk van de instellingen van de televisie kunnen de weergegeven beelden en
informatie bijgesneden zijn.
• Als de camera met zowel een A/V- als HDMI-kabel is aangesloten, wordt voorrang
gegeven aan HDMI.
• Als de camera via een HDMI-minikabel is aangesloten, kunt u het digitale
videosignaaltype selecteren. Kies een formaat dat overeenkomt met het ingangsformaat
dat op de televisie werd geselecteerd. [HDMI] (Blz. 87)
1080i Er wordt voorrang gegeven aan 1080i HDMI-uitvoer.
720p Er wordt voorrang gegeven aan 720p HDMI-uitvoer.
480p/576p 480p/576p HDMI-uitvoer. 576p wordt gebruikt wanneer [PAL]
geselecteerd is voor [Video Out] (Blz. 87).
• U kunt geen foto's of fi lms opnemen als de HDMI-kabel aangesloten is.
• Sluit de camera niet aan op andere HDMI-uitvoerapparaten. Hierdoor zou de camera
beschadigd raken.
• HDMI-uitvoer is niet mogelijk als de camera via USB verbonden is met een computer of
een printer.

75
NL
Weergaveopties
5
De afstandsbediening van de tv gebruiken
De camera kan worden bediend met een afstandsbediening van een tv wanneer deze is
aangesloten op een tv die HDMI-controle ondersteunt.
1
Selecteer [HDMI] op het tabblad U van het c custom-menu (Blz. 87).
2
Selecteer [HDMI Control] en kies [On].
3
Bedien de camera met de afstandsbediening van de tv.
• U kunt de camera bedienen door de bedieningsaanwijzingen te volgen die worden
weergegeven op de tv.
• Tijdens de enkelbeeldweergave kunt u de informatieweergave weergeven of
verbergen door op de “Rode“ knop te drukken, en kunt u de indexweergave
weergeven of verbergen door op de “Groene“ knop te drukken.
• Sommige televisies ondersteunen niet alle functies.

76
NL
Beelden verzenden en ontvangen
6
6
De optionele OLYMPUS PENPAL kan worden gebruikt om foto's te uploaden naar of
te ontvangen van Bluetooth-apparaten of andere camera's die aangesloten zijn op
een OLYMPUS PENPAL. Op de website van OLYMPUS vindt u meer informatie over
Bluetooth-apparaten. Voor u beelden verzendt of ontvangt, selecteert u [On] voor
[c/# Menu Display] > [# Menu Display] om het accessoirepoortmenu toegankelijk
te maken.
Beelden verzenden
Wijzig het formaat en verzend JPEG-beelden naar een ander apparaat. Voor u beelden
verzendt, dient u na te gaan of het ontvangend apparaat ingesteld is om gegevens te
ontvangen.
1
Geef de foto die u wilt verzenden, schermvullend weer en druk op Q.
2
Selecteer [Send A Picture] en druk op Q.
• Selecteer [Search] en druk op Q in het volgende
dialoogvenster. Bluetooth-apparaten binnen bereik, of
in [Address Book] worden weergegeven.
JPEG
Erase
Send A Picture
Back Set
3
Selecteer de bestemming en druk op Q.
• Het beeld wordt naar het ontvangstapparaat
verzonden.
• Als u een PIN-code dient in te geven, voert u 0000
in en drukt u op Q.
Send Picture
Sending
Cancel
Beelden ontvangen/een host toevoegen
Maak verbinding met het zendtoestel en haal de JPEG-beelden binnen.
1
Selecteer [OLYMPUS PENPAL Share] in het
tabblad A van het accessoirepoortmenu (Blz. 95)
2
Selecteer [Please Wait] en druk op Q.
• Voer op het zendtoestel de bewerkingen uit om
beelden te verzenden.
• De verzending start en het dialoogvenster [Receive
Picture Request] verschijnt.
#
2
1
c
OLYMPUS PENPAL Share
OLYMPUS PENPAL Album
Electronic Viewfinder
Back
Accessory Port Menu
Set
3
Selecteer [Accept] en druk op Q.
• Het beeld wordt overgezet naar de camera.
• Als u een PIN-code dient in te geven, voert u 0000 in
en drukt u op Q.
% Tips
Om de grootte aan te passen van beelden die u wilt verzenden
of om te bepalen hoe lang de camera naar een bestemming
zoekt. g [A OLYMPUS PENPAL Share] (Blz. 95)
Receive Picture
Receiving
Cancel
Beelden verzenden en ontvangen

77
NL
Beelden verzenden en ontvangen
6
Het adresboek bewerken
De OLYMPUS PENPAL kan hostinformatie opslaan U kunt namen toewijzen aan hosts
of hostinformatie verwijderen.
1
Selecteer [OLYMPUS PENPAL Share] in het
tabblad A van het accessoirepoortmenu (Blz. 95)
• Druk op I en selecteer [Address Book].
1
Please Wait
Address Book
My OLYMPUS PENPAL
Picture Send Size
Back
A. OLYMPUS PENPAL Share
Set
2
Selecteer [Address List] en druk op Q.
• De naam van de bestaande hosts wordt weergegeven.
3
Selecteer de host die u wilt bewerken en druk op Q.
Hosts verwijderen
Selecteer [Yes] en druk op Q.
Hostinformatie bewerken
Druk op Q om hostinformatie weer te geven. Om de hostnaam te wijzigen, drukt u nogmaals
op Q en past u de huidige naam aan in het daartoe bestemde dialoogvenster.
Albums aanmaken
U kunt de grootte van uw favoriete JPEG-foto's aanpassen en de foto's kopiëren naar
een OLYMPUS PENPAL.
1
Geef de foto die u wilt kopiëren, schermvullend weer en druk op Q.
2
Selecteer [z] en druk op Q.
• Om beelden te kopiëren van een OLYMPUS PENPAL
naar het geheugenkaartje, selecteert u [y] en
drukt u op Q.
JPEG
Erase
Back
Send A Picture
Set
% Tips
De grootte kiezen waarmee beelden worden gekopieerd. [Picture Copy Size] (Blz. 95)/
Alle beelden van de geheugenkaart kopiëren. [Copy All] (Blz. 95)/
Albums verwijderen of formatteren. [Album Mem. Setup] (Blz. 95)/
De beveiliging verwijderen van alle beelden in het album. [Reset Protect] (Blz. 95)/
Albumstatus bekijken (omvang van resterend geheugen). [Album Mem. Usage] (Blz. 95)
# Let op
• De OLYMPUS PENPAL kan alleen worden gebruikt in de regio waar deze werd
aangeschaft. Afhankelijk van de regio kan het gebruik ervan een inbreuk betekenen
op de voorschriften inzake radiogolven en kan het gebruik onderworpen zijn aan boetes.

78
NL
OLYMPUS Viewer 2 gebruiken
7
7
Windows
1
Plaats de bijgeleverde cd in het CD-ROM-station.
Windows XP
• Er verschijnt een “Setup“-dialoogvenster.
Windows Vista/Windows 7
• Er verschijnt een Autorun-dialoogvenster. Klik op
“OLYMPUS Setup“ om het “Setup“-dialoogvenster
weer te geven.
# Let op
• Als het dialoogvenster “Setup“ niet wordt weergegeven, selecteert u “My Computer“
(Windows XP) of “Computer“ (Windows Vista/Windows 7) uit het startmenu.
Dubbelklik op het pictogram CD-ROM (OLYMPUS Setup) om het venster “OLYMPUS
Setup“ te openen, en dubbelklik vervolgens op “LAUNCHER.EXE“.
• Als een dialoogvenster “User Account Control“ verschijnt, klikt u op “Ja“ of “Verder“.
2
Ga te werk volgens de aanwijzingen op het computerscherm.
# Let op
• Als niets wordt weergegeven op het scherm van de camera nadat de camera met de
computer werd verbonden, kan de batterij leeg zijn. Gebruik een volledig opgeladen
batterij.
Multiconnector
Kleiner
contact
USB-kabeltje
Zoek dit teken.
USB-poort
# Let op
• Wanneer de camera via USB aangesloten is op een ander apparaat, verschijnt een
bericht om een verbindingstype te kiezen. Selecteer [Storage].
3
Registreer uw Olympus-product.
• Klik op de knop “Registration“ en volg de instructies op het scherm.
4
Installeer OLYMPUS Viewer 2.
• Controleer de systeemvereisten voor u met de installatie begint.
• Klik op de knop “OLYMPUS Viewer 2“ en volg de instructies op het scherm om de
software te installeren.
OLYMPUS Viewer 2 gebruiken

79
NL
OLYMPUS Viewer 2 gebruiken
7
OLYMPUS Viewer 2
Besturingssysteem Windows XP (Service Pack 2 of een latere versie)/
Windows Vista/Windows 7
Processor Pentium 4 1,3 GHz of beter
(Pentium D 3,0 GHz of beter vereist voor fi lms)
RAM-geheugen 1 GB of meer (2 GB of meer aanbevolen)
Vrije ruimte op de
harde schijf 1 GB of meer
Monitorinstellingen 1024 × 768 pixels of meer
Minstens 65.536 kleuren (16.770.000 kleuren aanbevolen)
• Zie online-help voor informatie over het gebruik van de software.
Macintosh
1
Plaats de bijgeleverde cd in het CD-ROM-station.
• De inhoud van de schijf moet automatisch worden
weergegeven in de Finder. Als dit niet het geval is,
dubbelklikt u op het cd-pictogram op het bureaublad.
• Dubbelklik op het pictogram “Setup“ om het
dialoogvenster “Setup“ weer te geven.
2
Installeer OLYMPUS Viewer 2.
• Controleer de systeemvereisten voor u met de
installatie begint.
• Klik op de knop “OLYMPUS Viewer 2“ en volg de
instructies op het scherm om de software te installeren.
OLYMPUS Viewer 2
Besturingssysteem Mac OS X v10.4.11–v10.7
Processor Intel Core Solo/Duo 1,5 GHz of beter
RAM-geheugen 1 GB of meer (2 GB of meer aanbevolen)
Vrije ruimte op de
harde schijf 1 GB of meer
Monitorinstellingen 1024 × 768 pixels of meer
Minstens 32.000 kleuren (16.770.000 kleuren aanbevolen)
• Andere talen kunnen worden geselecteerd in het taalkeuzevak. Voor meer informatie over
het gebruik van de software, raadpleegt u de online-help.
Foto's naar een computer kopiëren zonder
OLYMPUS Viewer 2
Uw camera voldoet aan de normen voor USB Mass Storage Class. U kunt beelden
overbrengen naar een computer door de camera met het meegeleverde USB-kabeltje
op een computer aan te sluiten. De volgende besturingssystemen ondersteunen de
USB-aansluiting:
Windows: Windows XP Home Edition/
Windows XP Professional/
Windows Vista/Windows 7
Macintosh: Mac OS X versie 10.3 of later

80
NL
OLYMPUS Viewer 2 gebruiken
7
1
Schakel de camera uit en sluit deze aan op de computer.
• De plaats van de USB-poort is afhankelijk van het soort computer. Voor details
raadpleegt u de handleiding van de computer.
2
Schakel de camera in.
• Het scherm voor het selecteren van de USB-verbinding
wordt weergegeven.
3
Druk op FG om [Storage] te selecteren.
Druk op Q.
USB
MTP
Storage
Print
Exit
Set
4
De computer herkent de camera als een nieuw apparaat.
# Let op
• Als u Windows Photo Gallery voor Windows Vista of Windows 7 gebruikt, selecteert
u [MTP] in stap 3.
• In de volgende werkomgevingen is een geslaagde gegevensoverdracht niet
gegarandeerd, ook niet als de computer is uitgerust met een USB-poort.
Computers met nieuw geïnstalleerde USB-poort met uitbreidingskaartje, enzovoort.
Computers zonder een af fabriek geïnstalleerd besturingssysteem en zelfgebouwde
computers
• De bedieningselementen van de camera kunnen niet worden gebruikt terwijl de camera
verbonden is met een computer.
• Als het dialoogvenster uit stap 2 niet wordt weergegeven wanneer de camera wordt
aangesloten, selecteert u [Auto] voor [USB Mode] (Blz. 88) in de custom-menu's van
de camera.

81
NL
Beelden printen
8
8
Printreservering (DPOF*)
U kunt digitale “printorders“ opslaan op het geheugenkaartje die aangeven welke foto's
moeten worden afgedrukt en in welke oplage. U kunt dan de foto's printen in een printshop
die DPOF ondersteunt of u kunt de foto's zelf printen door de camera rechtstreeks op een
DPOF-printer aan te sluiten. Om een printorder aan te maken is een geheugenkaartje vereist.
* DPOF (Digital Print Order Format) is een standaard om de gegevens op te slaan die een
printer of printdienst nodig heeft om automatisch foto's te printen.
Een printorder aanmaken
1
Druk op Q tijdens het afspelen en selecteer [<].
2
Selecteer [<] of [U] en druk op Q.
Individuele foto's
Druk op HI om het beeld te selecteren waarvoor u een
printreservering wilt instellen en druk op FG om het
aantal prints in te stellen.
• Om een printreservering voor meerdere foto's in te
stellen, herhaalt u deze stap. Druk op Q wanneer
alle gewenste foto's geselecteerd zijn.
<
ALL
Print Order Setting
Back Set
Alle foto's
Selecteer [U] en druk op Q.
3
Selecteer de gewenste datumweergave en
druk op Q.
No De foto's worden zonder datum en tijd geprint.
Date De foto's worden geprint met de datum van
fotograferen.
Time De foto's worden geprint met het tijdstip van
fotograferen.
4
Selecteer [Set] en druk op Q.
# Let op
• De camera kan niet worden gebruikt om printorders te wijzigen die met andere apparaten
zijn aangemaakt. Als u een nieuw printorder aanmaakt, wist u eventuele bestaande
printorders die aangemaakt zijn met andere apparaten.
• Een printorder kan geen 3D-foto's, RAW-beelden of fi lms bevatten.
Alle of geselecteerde foto's uit het printorder verwijderen
U kunt alle printreserveringsgegevens annuleren of alleen de gegevens voor
geselecteerde foto's.
1
Druk op Q tijdens het afspelen en selecteer [<].
2
Selecteer [<] en druk op Q.
• Om alle foto's uit het printorder te verwijderen, selecteert u [Reset] en drukt u op Q.
Om af te sluiten zonder alle foto's te verwijderen, selecteert u [Keep] en drukt u op Q.
No
Date
Time
X
Back Set
Beelden printen

82
NL
Beelden printen
8
3
Druk op HI om beelden te selecteren die u uit het printorder wilt
verwijderen.
• Gebruik G om het aantal prints in te stellen op 0. Druk op Q zodra u alle gewenste
foto's uit het printorder heeft verwijderd.
4
Selecteer de gewenste datumweergave en druk op Q.
• Deze instelling wordt op alle beelden met printreserveringsgegevens toegepast.
5
Selecteer [Set] en druk op Q.
Direct printen (PictBridge)
Sluit u de camera met het USB-kabeltje aan op een voor PictBridge geschikte printer,
dan kunt u de opgeslagen beelden rechtstreeks printen.
1
Sluit de camera met de meegeleverde USB-kabel aan op de computer
en schakel de camera in.
USB-poort
Kleiner
contact
USB-kabeltje
Multiconnector
• Gebruik een volledig opgeladen batterij als u afdrukken wenst te maken.
• Als de camera wordt ingeschakeld, moet een dialoogvenster op de monitor
verschijnen om een host te kiezen. Als dit niet het geval is, selecteert u [AUTO] voor
[USB MODE] (Blz. 88) in de custom-menu's van de camera.
2
Gebruik FG om [Print] te selecteren.
• [One Moment] verschijnt, gevolgd door een
dialoogvenster om de printfunctie te selecteren.
• Als het scherm na een paar minuten niet verschijnt,
koppelt u het USB-kabeltje los start u opnieuw vanaf
stap 1.
USB
MTP
Storage
Print
Exit
Set
Ga verder met “Printen volgens de specifi catie van de klant“ (Blz. 83).
# Let op
• 3D-foto's, RAW-beelden en fi lms kunnen niet worden geprint.

83
NL
Beelden printen
8
Eenvoudig printen
Gebruik de camera om de foto die u wilt printen weer te geven voor u de printer via het
USB-kabeltje aansluit.
1
Selecteer met HI de te printen foto's om deze
op de camera weer te geven.
2
Druk op I.
• Het instelmenu voor het selecteren van de foto
verschijnt als het printen is voltooid. Om een andere
foto te printen, selecteert u met HI de gewenste foto
en drukt u op Q.
• Om af te sluiten, koppelt u het USB-kabeltje los van de
camera terwijl het instelmenu voor selecteren van de
foto wordt weergegeven.
PC/Custom Print
Easy Print Start
Printen volgens de specifi catie van de klant
1
Volg de bedieningsaanwijzingen op voor het instellen van een printoptie.
Printfunctie selecteren
Selecteer de manier van printen (printfunctie) De beschikbare printfuncties staan
hieronder vermeld.
Print De geselecteerde foto's worden geprint.
All Print Alle foto's die opgeslagen zijn op het kaartje worden geprint. Elke
foto wordt één keer geprint.
Multi Print Print meerdere kopieën van dezelfde foto als afzonderlijke beelden
op een enkel blad.
All Index Print een index van alle beelden die op het kaartje zijn opgeslagen.
Print Order
Print overeenkomstig de printreservering die u gemaakt heeft. Als er
geen foto met printreservering bestaat, is deze functie niet beschikbaar.
De eigenschappen van het printpapier instellen
Deze instelling varieert afhankelijk van het type printer. Als alleen de STANDAARD-
instelling van de printer beschikbaar is, kunt u de instelling niet wijzigen.
Size Stelt het papierformaat in dat de printer ondersteunt.
Borderless Selecteert of de foto op een volledige pagina wordt geprint of binnen
een blanco kader.
Pics/sheet Selecteert het aantal beelden per blad. Dit verschijnt als u de functie
[Multi Print] hebt geselecteerd.

84
NL
Beelden printen
8
De beelden die u wilt printen selecteren
Selecteer de beelden die u wilt printen De geselecteerde
foto's kunnen later worden geprint (reservering van
een enkel beeld) of het beeld dat u geopend hebt
kan rechtstreeks worden geprint.
Print More
Select Single Print
2012.05.01 12:30 15
123-3456
Print (f)
Print de foto die nu wordt weergegeven. Als er een foto met een
[Single Print]-reservering bestaat, zal alleen deze gereserveerde
foto worden geprint.
Single Print
(t)
Maakt een printreservering voor de foto die nu wordt weergegeven.
Als u na het maken van een [Single Print]-reservering deze
printreservering ook op andere foto's wilt toepassen, selecteert
u met HI de gewenste foto's.
More (u)
Voor het instellen van het aantal prints en andere eigenschappen van
de nu weergegeven foto, en of u deze wilt printen of niet. Hoe u dat
doet, leest u in “Printgegevens instellen“ in de volgende paragraaf.
Printgegevens instellen
Selecteert of u printgegevens zoals de datum en het tijdstip of de bestandsnaam op
de foto wilt afdrukken. Als de printfunctie ingesteld is op [All Print] en [Option Set]
geselecteerd is, verschijnt de volgende optie.
<×Voor het instellen van het aantal prints.
Date Print de datum en het tijdstip die bij de foto zijn opgeslagen.
File Name Print de bestandsnaam die bij het beeld is opgeslagen.
P
Snijdt het beeld uit voor het printen. Gebruik de regelaar om de grootte
van de uitsnede te kiezen en FGHI om de uitsnede te positioneren.
2
Als u de foto's die u wilt printen en de printgegevens hebt ingesteld,
selecteert u [Print] en drukt u op Q.
• Om te stoppen en het printen te annuleren, drukt u op Q. Om het afdrukken te
hervatten, selecteert u [Continue].
Printen annuleren
Om het printen te annuleren, markeert u [Cancel] en drukt u op Q. Merk op dat wijzigingen
aan het printorder verloren gaan; om het printen te annuleren en terug te keren naar de vorige
stap, waar u wijzigingen kunt aanbrengen aan het huidige printorder, drukt u op MENU.

86
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
10
De camera-instellingen kunnen worden aangepast met de custom- en accessoiremenu's.
Het c custom-menu wordt gebruikt om de camera-instellingen fi jn af te stemmen.
Het # accessoirepoortmenu wordt gebruikt om de instellingen voor apparaten op de
accessoirepoort aan te passen.
Voor u de custom-/accessoirepoortmenu's gebruikt
De custom- en accessoirepoortmenu's zijn alleen beschikbaar wanneer de overeenkomstige optie is
geselecteerd voor het item [c/# Menu Display] in het setup-menu. g “Setup Menu“ (Blz. 85).
Custom-menuopties
R AF/MF MENU c R
Optie Beschrijving g
AF Mode Kies de AF-stand. 43
Full-time AF Als [On] is geselecteerd, blijft de camera scherpstellen,
ook als de ontspanknop niet half wordt ingedrukt. —
AEL/AFL Pas de AF- en AE-lock aan. 93
Reset Lens In de stand [On] wordt de scherpstelling van de lens steeds
op oneindig gezet zodra u de camera uitschakelt. —
BULB/TIME
Focusing
Normaal wordt de scherpstelling vergrendeld tijdens de
belichting als handmatig scherpstellen (MF) geselecteerd
is. Selecteer [On] om scherpstellen met de scherpstelring
mogelijk te maken.
—
Focus Ring U kunt kiezen wat voor u de meest logische draairichting
van de scherpstelring is. —
MF Assist Selecteer [On] om automatisch het beeld te vergroten voor
precieze scherpstelling als de scherpstelring naar de stand
handmatig scherpstellen gedraaid is.
—
P Set Home Kies de positie van het AF-kader die zal worden opgeslagen
als de home-positie. p verschijnt op het scherm voor
AF-kaderselectie terwijl u een home-positie kiest.
—
AF Illuminat. Selecteer [Off] om de AF-verlichting uit te schakelen. —
I Face Priority
De camera geeft voorrang aan de gezichten of pupillen
van menselijke onderwerpen tijdens het scherpstellen.
De camera zoomt in op gezichten tijdens vergrote weergave.
46
S Button/Dial MENU c S
Optie Beschrijving g
Button Function
Kies de functie die aan de geselecteerde knop is toegewezen.
—
[U Function], [V Function], [R Function],
[I Function], [G Function] 93
[n Function], [m Function], [n Function],
[l Function] 93, 94
De camera-instellingen aanpassen

88
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
Optie Beschrijving g
Picture Mode
Settings
Geef alleen het geselecteerde beeldeffect weer wanneer live
control of het superbedieningspaneel wordt gebruikt om een
beeldeffect te selecteren.
—
Histogram Settings [Highlight]: Kies de onderste limiet voor de weergave van
lichte partijen.
[Shadow]: Kies de bovenste limiet voor de weergave van
schaduwpartijen.
40
Mode Guide Kies [On] om hulp weer te geven voor de geselecteerde stand
als de functieknop naar een nieuwe instelling wordt gedraaid. 12
Live View Boost Als [On] geselecteerd is, wordt er voorrang aan gegeven
om de beelden duidelijk zichtbaar te maken; de
belichtingscorrectie en andere instellingen van de effecten
zijn niet zichtbaar op de monitor.
—
Art LV Mode [mode1]: Het fi ltereffect wordt altijd weergegeven.
[mode 2]: Filtereffecten zijn niet zichtbaar op de monitor
terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. Kies voor een
vloeiende weergave.
—
LV Close Up Mode [mode1]: Als u de ontspanknop half indrukt, wordt de zoom
geannuleerd.
[mode2]: De zoom wordt niet geannuleerd wanneer u de
ontspanknop half indrukt.
45
Info Off Kies hoelang informatie wordt weergegeven. —
Backlit LCD Als gedurende de geselecteerde tijd geen handelingen
worden uitgevoerd, wordt de achtergrondverlichting gedimd
om de batterij te sparen. De achtergrondverlichting wordt
niet gedimd als [Hold] geselecteerd is.
—
Sleep De camera wordt in de sluimerstand (energiebesparing)
geschakeld als er gedurende de geselecteerde periode geen
handelingen worden uitgevoerd. De camera kan opnieuw
worden geactiveerd door de ontspanknop half in te drukken.
—
Auto Power Off
Kies de tijd voordat de camera automatisch wordt uitgeschakeld.
—
8 (Piepgeluid) U kunt het piepgeluid, dat afgegeven wordt als de
scherpstelling vergrendeld wordt, op [Off] zetten door op de
ontspanknop te drukken.
—
USB Mode Kies een stand om de camera op een computer of printer aan
te sluiten. Kies [Auto] om de opties voor de USB-modus weer
te geven telkens wanneer de camera wordt aangesloten.
—
V Exp/p/ISO MENU c V
Optie Beschrijving g
EV Step Kies de omvang van de stappen die worden gebruikt
bij het selecteren van de sluitertijd, het diafragma, de
belichtingscorrectie en andere belichtingsparameters.
—
Metering Kies een lichtmeetmethode aan de hand van de scène. 48
AEL Metering
Kies de metingsmethode die wordt gebruikt voor AE-lock (Blz. 48).
[Auto]: Gebruik de momenteel geselecteerde metingsmethode.
—
ISO Stel de ISO-gevoeligheid in. 55
ISO Step Selecteer de beschikbare stappen voor het kiezen van de
ISO-gevoeligheid. —
U Disp/8/PC MENU c U

89
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
Optie Beschrijving g
ISO-Auto Set Kies de bovengrens en standaardwaarde die gebruikt wordt
voor de ISO-gevoeligheid als [Auto] geselecteerd is voor [ISO].
[High Limit]: Kies de bovengrens voor de automatische
keuze van ISO-gevoeligheid.
[Default]: Kies de standaardwaarde voor de automatische
keuze van ISO-gevoeligheid.
—
ISO-Auto Kies de opnamestanden waarin de ISO-gevoeligheid [Auto]
beschikbaar is.
[P/A/S]: De automatische keuze van ISO-gevoeligheid is
beschikbaar in alle modi behalve M. De ISO-gevoeligheid is
vastgezet op ISO 200 in stand M.
[All]: De automatische keuze van ISO-gevoeligheid is
beschikbaar in alle modi.
—
BULB/TIME Timer Kies de maximale belichting voor bulb- en tijdfotografi e. —
Live BULB
Kies het weergave-interval tijdens het fotograferen. Er zijn enkele
beperkingen. De frequentie daalt bij een hoge ISO-gevoeligheid.
Kies [Off] om de weergave uit te schakelen. Tik op de monitor of
druk de ontspanknop half in om de weergave te verversen.
—
Live TIME —
Anti-shock zKies de tijd die er is tussen het indrukken van de
ontspanknop en het ontspannen van de sluiter. Dit vermindert
camerabewegingen ten gevolge van trillingen. Deze
functie is handig voor bijvoorbeeld microscoopfotografi e en
astrofotografi e. Dit is ook handig voor repeterende opnamen
(Blz. 56) en fotografi e met de zelfontspanner (Blz. 56).
—
W #Custom MENU c W
Optie Beschrijving g
# X-Sync. Kies de sluitertijd die wordt gebruikt als de fl its afgaat. 109
# Slow Limit Kies de langste sluitertijd die beschikbaar is als er een fl its
wordt gebruikt. 109
w+F
In de stand [On] wordt deze waarde opgeteld bij de waarde van de
belichtingscorrectie en wordt de fl itssterkteregeling geactiveerd.
47, 69
X K/Color/WB MENU c X
Optie Beschrijving g
Noise Reduct. Hiermee reduceert u de ruis die optreedt bij erg lange
sluitertijden.
[Auto]: Ruisonderdrukking wordt alleen uitgevoerd bij lange
sluitertijden.
[On]: Bij elke opname wordt ruisonderdrukking toegepast.
[Off]: Ruisonderdrukking uit.
• Met ruisonderdrukking is er ongeveer twee keer zoveel tijd
nodig om het beeld op te nemen.
• De ruisonderdrukking wordt automatisch uitgeschakeld bij
repeterende opnamen.
• Bij sommige lichtomstandigheden en onderwerpen werkt
deze functie niet optimaal.
59
Noise Filter Kies de mate van ruisonderdrukking die toegepast wordt bij
hoge ISO-gevoeligheden. —
V Exp/p/ISO MENU c V

90
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
Optie Beschrijving g
WB Kies de stand voor witbalans. 50
All >[All Set]: Gebruik dezelfde witbalanscorrectie in alle modi
behalve [CWB].
[All Reset]: Stel de witbalanscorrectie in op 0 voor alle modi
behalve [CWB].
—
W Keep Warm
Color
Selecteer [Off] om “warme“ kleuren te elimineren uit foto's die
bij gloeilamplicht werden genomen. —
#+WB Pas de witbalans aan voor gebruik met een fl itser. —
Color Space Hiermee kunt u selecteren hoe kleuren door de monitor of
printer worden weergegeven. —
Shading Comp. Kies [On] om randverlichting te corrigeren naargelang het
type lens.
• Voor teleconverters of tussenringen is er geen correctie.
• Er kan ruis zichtbaar zijn aan de randen van foto's die met
een hoge ISO-gevoeligheid genomen zijn.
—
K Set
Voor de beeldkwaliteit van JPEG-foto's hebt u keuze uit vier com-
binaties van resolutie en compressiefactor. De camera biedt keuze
uit drie formaten en vier compressiefactoren voor elke combinatie.
JPEG-beeldkwaliteiten aanpassen
1) Gebruik HI om een
combinatie ([K1] –
[K4]) te kiezen en
verander met FG.
2) Druk op Q.F
1
SF
Y
2
F
X
3
N
W
4
SF
W
D
Set
Pixel Count
Back Set
CompressiefactorAantal pixels
54
Pixel Count Kies het aantal pixels voor beelden in [X]- en [W]-formaat.
1) Selecteer [Pixel Count] in het tabblad X van het
c custom-menu.
2) Selecteer [Xiddle] of
[Wmall] en druk op I.
3) Kies een aantal pixels
en druk op Q.
Xiddle
Wmall
2560×1920
1280×960
Pixel Count
Set
Back
54
Y Record/Erase MENU c Y
Optie Beschrijving g
Quick Erase Als u [On] selecteert, wordt het huidige beeld onmiddellijk
verwijderd als u op de D-knop drukt in de afspeelweergave. —
X K/Color/WB MENU c X

91
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
Optie Beschrijving g
RAW+JPEG Erase Kies welke actie wordt uitgevoerd als u in de
enkelbeeldweergave (Blz. 17) een foto verwijdert die
opgenomen is met de instelling RAW+JPEG.
[JPEG]: Alleen de JPEG-kopie wordt verwijderd.
[RAW]: Alleen de RAW-kopie wordt verwijderd.
[RAW+JPEG]: Beide kopieën worden verwijderd.
• Zowel de RAW- als JPEG-kopieën worden gewist wanneer
geselecteerde beelden worden gewist of wanneer
[All Erase] (Blz. 70) is geselecteerd.
54
File Name [Auto]: Zelfs als u een nieuw kaartje plaatst, worden de
bestandsnummers van het vorige kaartje aangehouden.
Het nummeren van bestanden gaat voort vanaf het laatste
nummer dat werd gebruikt of vanaf het hoogste nummer dat
beschikbaar is op het kaartje.
[Reset]: Als u een nieuwe kaartje plaatst, beginnen de
mapnummers met 100 en de bestandsnaam met 0001. Als
u een kaartje plaatst waarop al foto's staan, beginnen de
bestandsnummers met het nummer dat volgt op het hoogste
bestandsnummer dat al op het kaartje stond.
—
Edit Filename Kies hoe een naam aan beeldbestanden wordt gegeven door
het hierna grijs gemarkeerde gedeelte van de bestandsnaam
te bewerken.
sRGB: Pmdd0000.jpg Pmdd
AdobeRGB: _mdd0000.jpg mdd
—
Priority Set Kies de standaardkeuze ([Yes] of [No]) voor dialoogvensters
voor bevestiging. —
dpi Setting Kies de printresolutie.
[Auto]: De printresolutie wordt automatisch geselecteerd aan
de hand van de resolutie.
[Custom]: Druk op I om een printresolutie te kiezen.
—
Copyright Settings Voeg de naam van de fotograaf en de eigenaar van het
auteursrecht toe aan nieuwe foto's. De naam kan tot
63 tekens lang zijn.
[Copyright Info.]: Selecteer [On] om de naam van de
fotograaf en de eigenaar van het auteursrecht op te nemen
in de Exif-gegevens van nieuwe foto's.
[Artist Name]: Voer de naam van de fotograaf in.
[Copyright Name]: Voer de naam in van de eigenaar van
het auteursrecht.
1) Markeer een teken 1 en druk op Q om het
gemarkeerde teken toe te voegen aan de naam 2.
2) Herhaal stap 1 om de
naam te vervolledigen,
markeer vervolgens
[END] en druk op Q.
• Om een teken te
verwijderen, drukt
u op de knop INFO
om de cursor in het
naamvak te plaatsen
2, markeer het
teken en druk op D.
!”#$%& ()*+, - . /
01234567
’
89 : ; <=>?
@
ABCDEFGH I JKLMNO
PQRSTUVWX YZ []_
abcde fgh i j k lmnEND
opq r s t uvwxy z {}
ABCDE
05/70
Delete
Copyright Name
Cancel Set
21
—
• OLYMPUS kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade ten gevolge van geschillen
over het gebruik van [Copyright Settings]. Gebruik deze functie op uw eigen risico.
Y Record/Erase MENU c Y

92
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
Z Movie MENU c Z
Optie Beschrijving g
nMode Kies een stand om videobeelden op te nemen. Deze optie kan
ook worden geselecteerd met live control. 67
Movie+Still Kies [On] om een foto op te nemen als het opnemen van
videobeelden stopt. 96
Movie RKies [Off] om videobeelden zonder geluid op te nemen. Deze
optie kan ook worden geselecteerd met live control. 68
Movie Effect Als u [Off] selecteert, worden fi lmeffecten uitgeschakeld. 67
Wind Noise
Reduction
Vermindert het geluid van de wind tijdens de opname. —
Recording
Volume
Pas de gevoeligheid van de microfoon aan volgens de afstand
tot uw onderwerp. —
b Ingebouwde EVF MENU c b
Optie Beschrijving g
Built-in EVF Style
Kies de weergavestijl van de zoeker. —
V Info Settings
Net als de monitor kunt u de zoeker gebruiken om histogrammen
en overbelichte en onderbelichte delen weer te geven.
—
V Displayed
Grid
Geef een compositieraster weer in de zoeker. Kies uit [w],
[x], [y], [X] en [x]. —
EVF Auto Switch Als [Off] is geselecteerd, zal de monitor niet worden
ingeschakeld wanneer u uw oog tegen de zoeker houdt.
Druk op de knop u om de weergave te kiezen.
—
Frame Rate
Kies de verversingsfrequentie van de zoeker. Selecteer [High] om
de weergavevertraging te reduceren. De weergavekwaliteit kan
zakken bij sommige types verlichting, waaronder fl uorescerende
lampen.
20
EVF Adjust Pas de helderheid en kleurschakering van de zoeker aan. —
k K Utility MENU c k
Optie Beschrijving g
Pixel Mapping Met de functie Pixel Mapping kan de camera het beeldopneem-
element en de beeldbewerkingfuncties controleren en bijstellen. 102
Exposure Shift
Pas de optimale belichting afzonderlijk aan voor elke meetmethode.
• Dit beperkt het aantal opties voor de belichtingscorrectie in de
geselecteerde richting.
• De effecten zijn niet zichtbaar op de monitor. Voor
normale aanpassingen aan de belichting gebruikt
u de belichtingscorrectie (Blz. 47).
—
8 Warning
Level
Kies het batterijniveau waarop de waarschuwing 8 wordt
weergegeven. 30, 31
8 Battery
Priority
Kies de belangrijkste voedingsbron wanneer u een
reservebatterijhouder gebruikt. 107
Level Adjust Pas de hoek van de virtuele horizon aan.
[Reset]: Herstel de standaardhoek.
[Adjust]: Stel de virtuele horizon in op de huidige hoek van
de camera.
—

93
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
Optie Beschrijving g
Touch Screen
Settings
Activeer het aanraakscherm. Kies [Off] om het aanraakscherm
uit te schakelen. 27
Eye-Fi* Schakel het uploaden in of uit wanneer een Eye-Fi-kaartje
wordt gebruikt. 103
* Gebruik overeenkomstig de lokale voorschriften. In een vliegtuig en op andere plaatsen
waar het gebruik van draadloze apparaten verboden is, dient u het Eye-Fi-kaartje uit de
camera te verwijderen of [Off] te selecteren voor [Eye-Fi]. De camera ondersteunt de
“eindeloze“ Eye-Fi-stand niet.
AEL/AFL
MENU c R [AEL/AFL]
De autofocus en de meting kunnen worden uitgevoerd
door op de knop te drukken waaraan AEL/AFL is
toegewezen. Kies een stand voor elke scherpstelstand.
AEL/S-AF
AEL
AEL
AFL
mode1
S-AF AEL/AFL
ExposureFully
Half Way
Back Set
AEL/AFL
Stand
Ontspanknopfunctie Knopfunctie
Half indrukken Helemaal indrukken Als u de AEL-/AFL-knop
ingedrukt houdt
Scherp stellen
Belichting
Scherp stellen
Belichting
Scherp stellen
Belichting
S-AF
modus1 S-AF Vast-
gehouden –––
Vast-
gehouden
modus2 S-AF – – Vast-
gehouden –Vast-
gehouden
modus3 –Vast-
gehouden – – S-AF –
C-AF
modus1 C-AF start Vast-
gehouden
Vast-
gehouden ––
Vast-
gehouden
modus2 C-AF start – Vast-
gehouden
Vast-
gehouden –Vast-
gehouden
modus3 –Vast-
gehouden
Vast-
gehouden – C-AF start –
modus4 ––
Vast-
gehouden
Vast-
gehouden C-AF start –
MF
modus1 –Vast-
gehouden –––
Vast-
gehouden
modus2 –––
Vast-
gehouden –Vast-
gehouden
modus3 –Vast-
gehouden – – S-AF –
Button Function
MENU c S [Button Function] [U Function]/[V Function]/[R Function]/
[
m
Function]/[
n
Function]/[
l
Function]
De functies die u aan de knoppen kunt toewijzen worden hieronder vermeld. De beschikbare
opties zijn afhankelijk van de specifi eke knop.
m, nKies de functie die aan de knoppen op de batterijhouder is toegewezen.
lKies de functie die aan de knop op sommige lenzen is toegewezen.
Multi Function Hiermee heeft u snel toegang tot de geselecteerde functie.
Kies uit [Highlight&Shadow Control], [WB], [Magnify]
en [Image Aspect].
ISO Pas de ISO-gevoeligheid aan.

94
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
WB Pas de witbalans aan.
FPas de belichtingscorrectie aan.
AEL/AFL Druk op de knop om de scherpstelling en belichting te
vergrendelen.
R REC Druk op de knop om een fi lm op te nemen. Als het opnemen
van fi lms momenteel niet aan een knop is toegewezen, kunnen
fi lms worden opgenomen door de functieknop naar n te
draaien en op de ontspanknop te drukken.
Preview (elektronisch) Het diafragma wordt verlaagd naar de geselecteerde waarde
terwijl de knop wordt ingedrukt (Blz. 58).
PKies het AF-kader.
P Home Door op de knop te drukken, wordt de positie van het AF-kader
geselecteerd die is opgeslagen met [P Set Home] (Blz. 86).
De home-positie van het AF-kader wordt aangeduid met een
p-pictogram. Druk nogmaals op de knop om naar de AF-
kaderstand terug te keren. Als de camera wordt uitgeschakeld
terwijl de home-positie geselecteerd is, wordt de home-positie
teruggesteld.
kDe camera meet de witbalans wanneer de knop wordt
ingedrukt (Blz. 51).
MF Druk op de knop om de handmatige scherpstelstand te
selecteren. Druk nogmaals op de knop om de voordien
geselecteerde AF-stand te herstellen.
RAW KDruk op de knop om te schakelen tussen de opnamestanden
JPEG en RAW+JPEG.
Test Picture Foto's die zijn genomen wanneer de knop is ingedrukt
worden op de monitor weergegeven maar worden niet op het
geheugenkaartje opgeslagen.
Myset1 – Myset4 Foto's die genomen zijn met de knop ingedrukt, worden
opgenomen met de instellingen die geselecteerd zijn voor
[Reset/Myset] (Blz. 42).
I/HU kunt de knop gebruiken om te kiezen tussen I en H
wanneer de onderwatertas is bevestigd. Houd de knop
ingedrukt op terug te keren naar de vorige modus. Als deze
optie is geselecteerd, zal de FL-LM2 ontsteken, zelfs als hij niet
omhoog staat.
Live Guide Druk op de knop om de livegidsen weer te geven.
b (digitale teleconverter) Druk op de knop om de digitale zoom in of uit te schakelen.
a (vergroten) Druk eenmaal op de knop om het zoomkader weer te geven,
opnieuw om in te zoomen. Houd de knop ingedrukt om de
zoom te annuleren.
AF Stop Stop automatische scherpstelling.
j/YKies een optie voor repeterende opnamen of zelfontspanner.
#Kies een fl itserfunctie.
Off Er is geen functie toegekend aan de knop.
n Function
De standaardfuncties voor F en H zoals toegewezen met de optie [Direct Function],
zijn respectievelijk [F] en [P].

95
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
Opties van het accessoirepoortmenu
A OLYMPUS PENPAL Share MENU # A
Optie Beschrijving g
Please Wait Ontvang beelden en voeg hosts toe aan het adresboek. 76
Address Book [Address List]: Bekijk de hosts die in het adresboek zijn
opgeslagen.
[New Pairing]: Voeg een host toe aan het adresboek.
[Search Timer]: Kies hoelang de camera naar een host zoekt.
77
My OLYMPUS
PENPAL
Geef informatie weer voor uw OLYMPUS PENPAL, zoals de
naam, het adres en ondersteunde diensten. Druk op Q om
de naam van het apparaat te bewerken.
77
Picture Send Size Kies het formaat waarin beelden worden verzonden.
[Size 1: Small]: Beelden worden verzonden in een formaat
dat overeenkomt met 640 × 480.
[Size 2: Large]: Beelden worden verzonden in een formaat
dat overeenkomt met 1920 × 1440.
[Size 3: Medium]: Beelden worden verzonden in een formaat
dat overeenkomt met 1280 × 960.
76
B OLYMPUS PENPAL Album MENU # B
Optie Beschrijving g
Copy All
Alle beeld- en geluidsbestanden worden gekopieerd tussen
het geheugenkaartje en OLYMPUS PENPAL. Van gekopieerde
beelden wordt de grootte aangepast overeenkomstig de optie
die werd geselecteerd voor de grootte van de beeldkopie.
77
Reset Protect Verwijder de bescherming van alle foto's in het OLYMPUS
PENPAL-album. 77
Album Mem. Usage Toon het aantal foto's dat zich momenteel in het album
bevindt, en het aantal bijkomende foto's dat kan worden
opgeslagen met [Size 2: Medium].
77
Album Mem. Setup [All Erase]: Verwijder alle foto's in het album.
[Format Album]: Formatteer het album. 77
Picture Copy Size Kies de grootte waarmee beelden worden gekopieerd.
[Size 1: Large]: De grootte van gekopieerde beelden wordt
niet aangepast.
[Size 2: Medium]: Beelden worden gekopieerd met een
grootte die overeenkomt met 1920 × 1440.
77
C Electronic Viewfi nder MENU # C
Optie Beschrijving g
EVF Adjust
Pas de helderheid en
kleurtemperatuur van
optionele externe zoekers
aan. De geselecteerde
kleurtemperatuur wordt ook
gebruikt tijdens de weergave
op de monitor. Gebruik HI om
de kleurtemperatuur (j) of de
helderheid (k) te selecteren, en
gebruik FG om een waarde te
kiezen tussen [+7] en [-7].
-
5
j
+2
k
EVF Adjust
Back Set
—

96
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
Films opnemen met de ontspanknop
Als het opnemen van fi lms niet aan een knop is toegewezen (inclusief knop R), kunt
u de ontspanknop gebruiken om fi lms op te nemen.
1
Stel de functieknop in op n.
2
Druk de ontspanknop half in en stel scherp
op hetgeen u wenst op te nemen.
• Wanneer op het onderwerp scherpgesteld is,
licht het AF-bevestigingsteken op.
250250 F5.6 00:21:38
n
HD
AF-teken
n-weergavestand Beschikbare
opnametijd
3
Druk de ontspanknop half in om de
opname te starten.
• ●REC licht op wanneer fi lm en geluid tegelijk
worden opgenomen.
00:02:18
n
Wordt rood weergegeven
tijdens de opname
Totale
opnametijd
4
Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te beëindigen.
Een foto nemen als de fi lmopname eindigt
Selecteer [On] bij [Movie+Still] om een stilstaand beeld te nemen wanneer de
fi lmopname beëindigd is. Deze functie is handig als u zowel een stilstaand beeld als de
fi lm wenst op te nemen.
1
Selecteer [Movie+Still] (Blz. 92) op het tabblad
Z van het c Custom-menu.
2
Selecteer [On] en druk op Q.
P
n
Mode
Movie+Still
Movie
R
On
Movie Effect On
Wind Noise Reduction Off
Recording Volume Standard
Off
I. Movie
Back Set
# Let op
• Deze optie is alleen beschikbaar als de ontspanknop wordt gebruikt om fi lms op te nemen.

97
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
Flitserfotografi e met draadloze afstandsbediening
U kunt een externe fl itser die beschikt over een afstandsbedieningsstand en bestemd
is voor gebruik met deze camera gebruiken voor draadloze fl itserfotografi e. De camera
kan onafhankelijk een op de camera gemonteerde fl itser en externe fl itsers in maximaal
3 groepen aansturen. Raadpleeg de documentatie die geleverd is bij de externe fl itser
voor meer informatie.
1
Zet de externe fl itsers in de RC-stand en plaats ze zoals u wenst.
• Schakel elke fl itser in, druk op de knop MODE en selecteer de RC-stand.
• Selecteer een kanaal en groep voor elke fl itser.
2
Selecteer [On] voor [# RC Mode] in X Fotografeermenu 2 (Blz. 111).
• Het superbedieningspaneel schakelt over naar de RC-fl itsstand
• U kunt een weergave van het superbedieningspaneel kiezen door herhaaldelijk op de
knop INFO te drukken.
• Selecteer een fl itsstand (merk op dat rode ogen onderdrukken niet beschikbaar is in
de RC-stand).
3
Pas de instellingen voor elke groep aan in het superbedieningspaneel.
Flitssterkte
250250 F5.6 0.0
0.0
P3838
A Mode
TTL
M
Off
+5.0
TTL +3.0
1/8
–
LO
1
Ch
Groep
• Selecteer de fl itserfunctie
en pas de fl itssterkte
afzonderlijk aan voor elke
groep. Voor MANUAL
selecteert u de fl itssterkte.
Normale fl itser/Super
FP-fl itser
• Selecteer Normaal fl itsen
of Super FP-fl itsen.
Communicatie-lichtniveau
• Zet de lichtsterkte van
het communicatiesignaal
op [HI] (hoog), [MID]
(medium) of [LO] (laag).
Kanaal
• Zet het communicatie-
kanaal op hetzelfde kanaal
dat u op de fl itser gebruikt.
FlitssterkteFlitsregeling
Kies de rol van de fl itser van
de camera.
4
Bevestig de meegeleverde fl itser en klap de fl itserkop omhoog.
• Nadat u heeft gecontroleerd of de ingebouwde en externe fl itsers opgeladen zijn,
maakt u een proefopname.
Bedieningsbereik van
de draadloze fl itser
Plaats de draadloze fl itsers met de
afstandsbedieningssensor gericht naar de
camera. Op de afbeelding hiernaast wordt
het bereik (bij benadering) weergegeven
waarbinnen de fl itsers kunnen worden geplaatst.
Het werkelijke bedieningsbereik varieert
afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden.
7
m
5m
100°100°
50°
50°
50°
50°
60°
60°
30°30°
30°
30°
# Let op
• Het is aan te bevelen één groep van maximaal drie externe fl itsers te gebruiken.
• Externe fl itsers kunnen niet langer dan 4 seconden worden gebruikt voor trage
synchronisatie met tweede sluitergordijn of voor anti-shock-belichtingen.
• Als het onderwerp zich te dicht bij de camera bevindt, kunnen de stuurfl itsen van de
ingebouwde fl itser de belichting beïnvloeden (dit effect kan worden gematigd door de
intensiteit van de fl itser van de camera te verminderen met bijvoorbeeld een diffuser of
andere gelijkaardige technieken).

98
NL
Informatie
11
11
Fotografeertips en -informatie
De camera schakelt niet in, zelfs niet als batterijen zijn geplaatst
De batterij is niet volledig opgeladen
• Laad de batterij op met het laadapparaat.
De batterijen werken tijdelijk niet vanwege een te lage temperatuur.
• De batterijprestaties dalen bij lage temperaturen. Verwijder de batterij en warm deze op
door hem een tijdje in uw zak te houden.
Er wordt geen opname gemaakt als de ontspanknop wordt ingedrukt.
De camera is automatisch uitgeschakeld
• De camera wordt automatisch in de sluimerstand geschakeld om de batterij minder te
belasten als er geen handelingen worden uitgevoerd gedurende de opgegeven tijd.
g [Sleep] (Blz. 88)
Als er gedurende een ingestelde tijd (4 uur) geen handelingen worden uitgevoerd nadat de
camera overgeschakeld is naar de sluimerstand, wordt de camera automatisch uitgeschakeld.
De fl itser wordt opgeladen.
• Op de monitor knippert het symbool # als de batterij wordt opgeladen. Wacht tot het
knipperen stopt en druk dan op de ontspanknop.
Kan niet scherpstellen
• De camera kan niet scherpstellen op onderwerpen die zich te dicht bij de camera
bevinden of die niet geschikt zijn voor automatisch scherpstellen (het AF-teken knippert
op de monitor). Vergroot de afstand tot het onderwerp of stel scherp op een onderwerp
met veel contrast op dezelfde afstand van de camera als het gewenste onderwerp,
kadreer de foto en maak de opname.
Onderwerpen waarop de camera moeilijk kan scherpstellen
Het kan moeilijk zijn om met autofocus in de volgende situaties scherp te stellen.
AF-teken knippert
Deze onderwerpen
worden niet
scherpgesteld.
Object met weinig
contrast
Extreem fel licht in
het midden van het
beeld
Onderwerp zonder
verticale lijnen
AF-teken gaat
branden maar het
onderwerp is niet
scherpgesteld.
Onderwerpen
op verschillende
afstanden
Snel bewegende
objecten
Het onderwerp valt
niet binnen het
AF-gebied
Informatie

99
NL
Informatie
11
Ruisonderdrukking is geactiveerd
• Met name bij nachtelijke opnamen gebruikt u lange sluitertijden en kan in de opnamen
beeldruis verschijnen. De camera activeert de ruisonderdrukking na het fotograferen met
lange sluitertijden. Tijdens dit proces niet fotograferen. U kunt [Noise Reduct.] (Blz. 89) op
[Off] zetten.
Het aantal AF-kaders is gereduceerd.
Het aantal en de grootte van de AF-kaders is afhankelijk van de breedte-hoogteverhouding,
de instelling voor groepsdoelen en de optie die werd geselecteerd voor [Digital Tele-converter].
De datum en tijd zijn niet ingesteld
De camera wordt gebruikt met de instellingen van het moment van aanschaf
• De datum en tijd van de camera is niet ingesteld bij aanschaf. Stel de datum en tijd in
voordat u de camera gebruikt. g “Datum en tijd instellen“ (Blz. 9)
De batterij is uit de camera verwijderd
• De datum en tijd worden naar de standaardinstellingen af fabriek hersteld als ongeveer
1 dag geen batterij in de camera zit. Deze instellingen kunnen eerder verloren gaan als
de batterij maar gedurende een korte tijd in de camera heeft gezeten. Controleer, voordat
u belangrijke foto's gaat maken, of de juiste datum en tijd zijn ingesteld.
De ingestelde functies worden weer op de standaard
fabrieksinstellingen gezet.
Als u de functieknop verdraait of de camera uitschakelt in een andere fotografeerstand dan
P, A, S of M, worden functies waaraan wijzigingen werden aangebracht, hersteld naar de
standaard fabrieksinstellingen.
Gemaakte foto's zien er witachtig uit
Dit kan gebeuren als de foto met tegenlicht of semitegenlicht gemaakt is. Dit wordt veroorzaakt
door het verschijnsel dat lichtverstrooiing of lichtspiegeling wordt genoemd. Bedenk zoveel
mogelijk een compositie waarbij een sterke lichtbron niet in het beeld wordt opgenomen.
Een lichtvlek kan zelfs optreden als een lichtbron niet in het beeld aanwezig is. Gebruik een
zonnekap om de lens tegen de lichtbron af te schermen. Als een zonnekap niet helpt, gebruikt
u uw hand om de lens tegen het licht af te schermen. g “Verwisselbare lenzen“ (Blz. 104)
Onbekende heldere puntjes verschijnen op het onderwerp van
de gemaakte foto
Dit kan worden veroorzaakt door vastgeraakte pixel(s) op het beeldopneemelement. Voer
[Pixel Mapping] uit. Als het probleem niet is opgelost, herhaalt u Pixel Mapping een paar keer.
g “Pixel mapping - Controleren van de beeldbewerkingsfuncties“ (Blz. 102)
Functies die niet vanuit menu's geselecteerd kunnen worden
Het is mogelijk dat sommige functies niet geselecteerd kunnen worden vanuit de menu's als
de pendelknop gebruikt wordt.
• Functies die niet ingesteld kunnen worden met de huidige stand Fotograferen
• Functies die niet ingesteld kunnen worden vanwege een functie die al is ingesteld:
Combinatie van [j] en [Noise Reduct.], enz.

100
NL
Informatie
11
Foutcodes
Aanduiding op
monitor Mogelijke oorzaak Oplossing
No Card
U hebt geen kaartje in de camera
geplaatst of het kaartje wordt niet
herkend.
Steek een kaartje erin of steek een
ander kaartje erin.
Card Error
Er is een probleem met het
kaartje.
Plaats het kaartje opnieuw in de
camera. Blijft het probleem bestaan,
dan moet u het kaartje formatteren.
Als het kaartje niet geformatteerd
kan worden, kan dit niet gebruikt
worden.
Write Protect
Opslaan op dit kaartje is niet
toegestaan.
De schrijfbeveiligingsschakelaar
van het kaartje staat aan de
“LOCK“-kant. Verschuif de
schakelaar. (Blz. 103)
Card Full
• Het kaartje is vol. Er kunnen
geen foto's meer worden
genomen of er kan geen
informatie, zoals printreservering,
meer worden opgeslagen.
• Er is geen plaats op het kaartje en
printreservering of nieuwe beelden
kunnen niet opgeslagen worden.
Vervang het kaartje door een ander
of wis overbodige beelden.
Breng belangrijke beelden over
naar een computer voordat
u beelden gaat wissen.
Clean the contact area of
the card with a dry cloth.
Clean Card
Format
Card Setup
Set
Het kaartje kan niet worden
gelezen. Het kaartje is eventueel
niet geformatteerd.
• Selecteer [Clean Card], druk op
Q en schakel de camera uit.
Verwijder het kaartje en veeg
het metalen contactvlak met een
zachte, droge doek schoon.
• Selecteer [Format][Yes] en
druk vervolgens op Q om
het kaartje te formatteren. Bij
het formatteren worden alle
gegevens op het kaartje gewist.
No Picture
Er zijn geen foto's op het kaartje
opgeslagen.
Het kaartje bevat geen foto's.
Foto's opslaan en weergeven.
Picture Error
Er heeft zich een probleem met de
geselecteerde foto voorgedaan,
waardoor dit beeld met de camera
niet kan worden weergegeven. Of
het beeld kan met deze camera
niet worden weergegeven.
Gebruik de
beeldbewerkingssoftware om het
beeld op een PC te bekijken.
Lukt dat niet, dan is het
beeldbestand beschadigd.
The Image Cannot
Be Edited
Foto's die met een andere camera
zijn genomen kunnen niet met
deze camera bewerkt worden.
Gebruik beeldbewerkingssoftware
om de foto te bewerken.
Picture Error
Beelden kunnen niet worden
overgezet tussen apparaten die
momenteel gegevens ontvangen
of verzenden.
Verhoog de beschikbare hoeveelheid
geheugen op het kaartje door
bijvoorbeeld ongewenste beelden
te verwijderen, of kies een kleinere
bestandsgrootte voor de beelden die
u wilt verzenden.

101
NL
Informatie
11
Aanduiding op
monitor Mogelijke oorzaak Oplossing
m
De interne temperatuur van
de camera is toegenomen
ten gevolge van repeterende
opnamen.
Schakel de camera uit en wacht tot
de interne temperatuur gedaald is.
Interne camera-
temperatuur is te
hoog.
Wacht even totdat
de camera is
afgekoeld, voordat
u deze gebruikt.
Wacht even totdat de camera
automatisch wordt uitgeschakeld.
Laat de interne temperatuur van
de camera afkoelen, voordat u de
camera weer in gebruik neemt.
Battery Empty
De batterij is uitgeput. Laad de batterij op.
No Connection
De camera is niet op de juiste
wijze op de computer of printer
aangesloten.
Koppel de camera los en sluit hem
opnieuw, maar nu goed, aan.
No Paper
De papiervoorraad van de
printer is op.
Leg een nieuwe voorraad papier
in de printer.
No Ink
De inktvoorraad van de printer
is op.
Vervang de inktcassette in de
printer.
Jammed
Het papier in de printer is
vastgelopen.
Haal het papier dat de printer
blokkeert uit de printer.
Settings Changed
De papiercassette van de printer
is verwijderd of de printer werd
bediend terwijl er instellingen op
de camera ingevoerd werden.
Bedien de printer niet, terwijl
u instellingen op de camera maakt.
Print Error
Er heeft zich een probleem
met de printer en/of de camera
voorgedaan.
Schakel camera en printer uit.
Controleer de printer en hef
eventuele storingen op voordat
u beide apparaten weer inschakelt.
Cannot Print
Het is mogelijk dat foto's die met
andere camera's gemaakt zijn,
niet vanuit deze camera geprint
kunnen worden.
Gebruik een computer om de foto's
te printen.
De lens is
vergrendeld. Laat
de lens naar buiten
komen.
De lens van de intrekbare lens
blijft ingeschoven.
Laat de lens naar buiten komen.
(Blz.6)
Controleer de
status van de lens.
Er heeft zich een afwijking
voorgedaan tussen de camera en
de lens.
Schakel de camera uit, controleer
de verbinding met de lens en
schakel de stroomtoevoer weer in.

102
NL
Informatie
11
Reinigen en opbergen van de camera
Reinigen van de camera
Schakel de camera uit en verwijder de batterij alvorens de camera te reinigen.
Camerahuis:
• Wrijf deze voorzichtig schoon met een zachte doek. Is de camera erg vuil, dan dompelt u de
doek in een mild sopje en wringt de doek goed uit. Wrijf de camera met de vochtige doek goed
af en droog hem vervolgens met een droge doek. Heeft u de camera op het strand gebruikt,
dan wrijft u hem schoon met een met schoon water bevochtigde en goed uitgewrongen doek.
Monitor en zoeker:
• Wrijf deze voorzichtig schoon met een zachte doek.
Lens:
• Verwijder stof van de lens met een in de handel verkrijgbaar blaaskwastje. Wrijf de lens
met een lensreinigingsdoekje voorzichtig schoon.
Opslag
• Haal de batterij en het kaartje uit de camera als u denkt de camera langere tijd niet te
gebruiken. Berg de camera op op een koele, droge, goed geventileerde plaats.
• Plaats van tijd tot tijd de batterijen in de camera en controleer de functies van de camera.
• Verwijder stof en andere vreemde voorwerpen van het huis en de achterkappen voor u ze
bevestigt.
• Als er geen lens op de camera zit, kunt u het beste de beschermkap op de camera
bevestigen om te voorkomen dat er stof kan binnendringen. Vergeet niet de lenskapjes
vooraan en achteraan terug te zetten voor u de lens opbergt.
• Maak de camera na gebruik schoon.
• Niet opslaan bij insectenwerende middelen.
Reinigen en controleren van het beeldopneemelement
Deze camera beschikt over een stofreductiefunctie om ervoor te zorgen dat er geen
stof op het beeldopneemelement komt en om stof of vuil van het oppervlak van het
beeldopneemelement te verwijderen met ultrasone trillingen. De stofreductie werkt
als de camera wordt ingeschakeld.
De stofreductiefunctie werkt op hetzelfde moment als Pixel mapping, dat het
beeldopneemelement en het beeldbewerkingscircuit controleert. Omdat de stofreductie
elke keer dat de camera aangezet wordt, geactiveerd wordt, moet de camera rechtop
gehouden worden voor een effectieve stofreductie.
# Let op
• Gebruik geen sterke oplosmiddelen zoals benzine of alcohol of een met chemicaliën
behandeld reinigingsdoekje.
• Berg de camera niet op in ruimtes waar met chemicaliën gewerkt wordt, om de camera te
beschermen tegen roest.
• Laat u de camera met een vuile lens liggen, dan kan schimmelvorming op de lens optreden.
• Controleer alle onderdelen van de camera als u hem langere tijd niet heeft gebruikt.
Maak een proefopname om te controleren dat de camera naar behoren werkt, voordat
u belangrijke foto's maakt.
Pixel mapping - Controleren van de beeldbewerkingsfuncties
Met de functie Pixel Mapping kan de camera het beeldopneemelement en de
beeldbewerkingfuncties controleren en bijstellen. Als u de monitor heeft gebruikt of
continu foto's gemaakt heeft, wacht dan minstens één minuut voordat u de functie pixel
mapping gebruikt om er zeker van te zijn dat de functie correct werkt.

103
NL
Informatie
11
1
Selecteer [Pixel Mapping] (Blz. 92) op het tabblad k van het
c Custom-menu.
2
Druk op I en druk vervolgens op Q.
• Tijdens het controleren van de beeldbewerkingfuncties geeft de [Busy]-balk in het
monitorbeeld de voortgang weer. Als het controleren van de beeldbewerkingsfuncties
afgesloten is, verschijnt het menu weer.
# Let op
• Als u tijdens het controleren van de beeldbewerkingsfuncties de camera uitschakelt,
begint u opnieuw vanaf stap 1.
Info over het kaartje
Toepasbare geheugenkaartjes
In deze handleiding worden alle opslagapparaten “kaartjes“ genoemd.
De volgende soorten SD-geheugenkaartjes (in de handel verkrijgbaar)
kunnen met deze camera worden gebruikt: SD, SDHC, SDXC en
Eye-Fi. Kijk voor de meest actuele informatie op de Olympus-website.
Schrijfbeveiligingsschakelaar van SD-kaartje
Het SD-kaartje is voorzien van een schrijfbeveiligingsschakelaar. Als u de
schakelaar naar “LOCK“ zet, kunt u niet schrijven naar het kaartje, gegevens
van het kaartje verwijderen of het kaartje formatteren. Zet de schakelaar
weer in de ontgrendelpositie om naar het kaartje te kunnen schrijven.
LOCK
# Let op
• De gegevens op het kaartje zullen niet compleet worden gewist, zelfs niet na het
formatteren van het kaartje of het wissen van de gegevens. Indien u het kaartje verwijdert,
dient u het te vernietigen om verspreiding van persoonlijke informatie te voorkomen.
• Gebruik het Eye-Fi-kaartje overeenkomstig de wetten en voorschriften van het land waar
de camera wordt gebruikt.
• Op plaatsen zoals een vliegtuig, waar Eye-Fi-communicatie verboden is, dient u het
Eye-Fi-kaartje uit de camera te verwijderen of [Eye-Fi] (Blz. 93) in te stellen op [Off].
• Het Eye-Fi-kaartje kan heet worden tijdens het gebruik.
• Wanneer een Eye-Fi-kaartje wordt gebruikt, kan de batterij sneller leeglopen.
• Wanneer een Eye-Fi-kaartje wordt gebruikt, werkt de camera mogelijk trager.
Het geheugenkaartje formatteren
Kaartjes die op een computer of een andere camera zijn geformatteerd, moet u eerst
met deze camera formatteren voor u ze kunt gebruiken.
Bij het formatteren worden alle gegevens gewist die op het kaartje staan, ook
eventuele beveiligde opnamen. Gaat u een gebruikt kaartje formatteren, controleer
dan eerst of dit kaartje geen opnamen bevat die u wilt bewaren.
1
Selecteer [Card Setup] in het
fotografeermenu W (Blz. 111).
2
Selecteer [Format].
3
Selecteer [Yes] en druk op Q.
• Het kaartje wordt dan geformatteerd.
All Erase
Format
Card Setup
Back Set

104
NL
Informatie
11
Batterij en laadapparaat
• Gebruik één enkele Olympus lithium-ionbatterij. Gebruik alleen originele oplaadbare
batterijen van OLYMPUS.
• Het verbruik van de camera varieert aanzienlijk, afhankelijk van het gebruik en andere
omstandigheden.
• Aangezien de volgende functies veel energie verbruiken, zelfs zonder fotograferen, zal de
batterij snel leeg zijn.
• Het vaak half indrukken van de ontspanknop in de stand Fotograferen waardoor de
autofocus herhaaldelijk wordt ingeschakeld.
• Langdurig weergeven van beelden op de monitor.
• Als de camera op een computer of printer aangesloten is.
• Als u een lege batterij gebruikt, kan de camera eventueel uitschakelen zonder dat de
waarschuwing 'batterij bijna leeg' verschijnt.
• Op het moment van aanschaf is deze batterij niet volledig opgeladen. Laad de batterij
voor gebruik op met het meegeleverde laadapparaat.
• De normaal laadtijd met het meegeleverde laadapparaat bedraagt ongeveer 4 uur (schatting).
• Gebruik geen laadapparaten die niet speciaal bedoeld zijn voor gebruik met de meegeleverde
batterij, en gebruik geen batterijen die niet speciaal bedoeld zijn voor gebruik met het
meegeleverde laadapparaat.
# Let op
• Er bestaat ontploffi ngsgevaar als de batterij wordt vervangen door een batterij
van het verkeerde type. Doe gebruikte batterijen weg volgens de instructies.
“Voorzorgsmaatregelen bij de omgang met batterijen“ (Blz. 119)
Een optionele lichtnetadapter gebruiken
De camera kan worden aangesloten op een optionele AC-3 lichtnetadapter via een
reservebatterijhouder (HLD-6). Andere adapters kunnen niet worden gebruikt. De met de
lichtnetadapter meegeleverde stroomkabel kan niet voor andere producten worden gebruikt.
Uw laadapparaat in het buitenland gebruiken
• Het laadapparaat kan in de meeste elektrische bronnen thuis worden gebruikt binnen
het bereik van 100 V tot 240 V AC (50/60 Hz), over de hele wereld. Afhankelijk van uw
land of regio kan het stopcontact echter anders gevormd zijn waardoor het laadapparaat
een verloopstuk nodig heeft. Vraag naar de details bij uw plaatselijke elektriciteitszaak of
reisagentschap.
• Gebruik geen in de handel verkrijgbare reisadapters omdat het laadapparaat dan
eventueel niet goed functioneert.
Verwisselbare lenzen
Kies een lens volgens het motief en uw creatieve bedoeling. Gebruik
lenzen die uitsluitend bedoeld zijn voor het Micro Four Thirds-systeem en
voorzien zijn van het label M. ZUIKO of het rechts weergegeven symbool.
Met een adapter kunt u ook Four Thirds- en OM-lenzen gebruiken.
# Let op
• Bij het bevestigen of verwijderen van het de beschermkap of de lens kunt u de lensvatting
het beste naar beneden laten wijzen. Hiermee voorkomt u dat er stofjes en dergelijke in
de camera terecht kunnen komen.
• Op stoffi ge plaatsen kunt u beter nooit de beschermkap verwijderen of de lens verwisselen.

105
NL
Informatie
11
• Richt met de lens op de camera, de lens nooit op de zon. Dit kan camerastoringen en zelfs
brand veroorzaken omdat het zonlicht door de lens gebundeld wordt zoals bij een vergrootglas.
• Zorg dat u de beschermkap van de camera en de achterkap van de lens niet kwijtraakt.
M.ZUIKO DIGITAL lensspecifi caties
Namen van onderdelen
1 Filtervatting
2 Zoomring (alleen zoomlenzen)
3 Scherpstelring
4 Index lensvatting
5 Elektrische contacten
6 Voorkap van de lens
7 Achterkap van de lens
Als de kap bevestigd
is op een lens met een
decoratieve ring, draait
u de ring naar links.
Krachtige zoomlenzen met macrofuncties gebruiken
De lensactivering wordt bepaald door de positie van de zoomring.
MACRO +
Zoomring
MACRO-knop
E-ZOOM (elektrische zoom) Draai de zoomring voor een krachtige zoom. Hoe ver
u draait bepaalt de zoomsnelheid.
M-ZOOM (handmatige zoom) Draai de zoomring om in- en uit te zoomen.
MACRO (macrofotografi e)
Om foto's te maken van onderwerpen op een afstand van
0,2 tot 0,5 m, drukt u op de knop MACRO en schuift u de
zoomring vooruit. Zoom is niet beschikbaar.
• De rol van de L-Fn-knop kan worden geselecteerd in het custom-menu van de camera.
Lens- en cameracombinaties
Lens Camera Koppeling AF Lichtmeting
Micro Four Thirds-lens
Micro Four Thirds-
camera
Ja Ja Ja
Four Thirds-lens Koppeling mogelijk
met lensvattings-
adapter
Ja*1 Ja
OM-lenzen Nee Ja*2
Micro Four Thirds-lens Four Thirds-camera Nee Nee Nee
*1 [C-AF] en [C-AF+TR] van [AF Mode] kunnen niet worden gebruikt.
*2 Een nauwkeurige lichtmeting is niet mogelijk.

106
NL
Informatie
11
Belangrijkste technische gegevens
Functies
14 – 42 mm II R
40 – 150 mm R
12 – 50 mm
Lensvatting Micro Four Thirds-lensvatting
Brandpuntsafstand 14 – 42 mm 40 – 150 mm 12 – 50 mm
Max. diafragma f/3.5 – 5.6 f/4.0 – 5.6 f/3.5 – 6.3
Beeldhoek 75° – 29° 30,3° – 8,2° 84° – 24°
Confi guratie van de lens
7 groepen,
8 lenzen
10 groepen,
13 lenzen
9 groepen,
10 lenzen
Meerlaags-coating
Irisinstelling f/3.5 – 22 f/4.0 – 22 f/3.5 – 22
Scherpstelbereik
(Brandpuntsafstand)
0,25 m – )
(14 – 19 mm)
0,3 m – )
(20 – 42 mm)
0,9 m – )
0,35 m – )
0,2 m –0,5 m
(macrostand)
Scherpstelinstelling AF/MF wisseling
Gewicht (exclusief kapjes) 113 g 190 g 212 g
Afmetingen
(Max. diameter × lengte) l56,5×50 mm l63,5×83 mm l57×83 mm
Diameter fi ltervatting 37 mm 58 mm 52 mm
# Let op
• De randen van foto's zouden afgesneden kunnen worden als er meer dan één fi lter
gebruikt wordt of als er een dik fi lter wordt gebruikt.
Belangrijkste accessoires
Lensvattingsadapter
Met de lensvattingsadapter kan de camera worden gebruikt met lenzen die niet
voldoen aan de Micro Four Thirds-systeemnorm.
Four Thirds-lensadapter (MMF–3)
De camera heeft een MMF-3 Four Thirds-lensadapter nodig om Four Thirds-lenzen
te bevestigen. Bepaalde functies, zoals automatisch scherpstellen, zijn mogelijk niet
beschikbaar.
OM-adapter (MF–2)
Gebruik deze adapter met bestaande OLYMPUS OM-lenzen. De scherpstelling en
het diafragma moeten handmatig worden aangepast. Beeldstabilisatie kan worden
gebruikt. Voer de brandpuntsafstand van de gebruikte lens in bij de instellingen voor de
beeldstabilisatie van de camera.
Afstandsbedieningskabel (RM-UC1)
Gebruik deze om de beweging van de camera te reduceren die door de ontspanknop
wordt veroorzaakt tijdens macro- of bulbfotografi e. De afstandsbedieningskabel wordt
aangesloten op de USB-connector van de camera.
Voorzetlenzen
Voorzetlenzen worden op de cameralens bevestigd om snel en eenvoudig over te
schakelen naar fi sh-eye- of macrofotografi e. Op de website van OLYMPUS vindt
u meer informatie over de lenzen die u kunt gebruiken.
• Gebruik de geschikte lenskoppeling voor de stand SCN (f, w of m).

107
NL
Informatie
11
Macro-armlamp (MAL–1)
Gebruik deze lamp om onderwerpen voor macrofotografi e te verlichten, zelfs op
afstanden waar met de fl itser vignettering zou optreden.
Microfoonset (SEMA–1)
De microfoon kan op een afstand van de camera worden geplaatst om
omgevingsgeluiden of geluid van de wind te vermijden. In de handel verkrijgbare
microfoons van andere fabrikanten kunnen ook worden gebruikt met het oog op uw
creatieve bedoelingen. Het is aan te bevelen het meegeleverde verlengsnoer te
gebruiken. (voeding via l3,5 mm stereo-ministekker)
Reservebatterijhouder (HLD-6)
De reservebatterijhouder omvat greep- en vermogencomponenten. De vermogen-
component is een supplement voor de batterij van de camera. Hij is uitgerust met een
ontspanknop, een regelaar en functieknoppen die worden gebruikt wanneer de camera
is gedraaid om foto's te nemen in portretoriëntatie. Hij kan ook worden gebruikt met
een speciale lichtnetadapter (AC-3).
Waarschuwingsindicatie belichting
Als de camera de juiste belichting niet kan instellen als u de ontspanknop half indrukt,
knippert de indicatie op de monitor.
Stand
Foto-
graferen
Waarschuwings-
indicatie Status Actie
P
60"
60"
F2.8
F2.8
Het onderwerp
is te donker.
• Verhoog de ISO-waarde.
• Gebruik de fl itser.
4000
4000
F22
F22
Het onderwerp
is te helder.
• Verlaag de ISO-waarde.
• Gebruik een in de handel verkrijgbaar
grijsfi lter (ND-fi lter) om de hoeveelheid
licht te beperken.
A
30"
30"
F5.6
F5.6
Het onderwerp
is onderbelicht.
• Verlaag de diafragmawaarde.
• Verhoog de ISO-waarde.
4000
4000
F5.6
F5.6
Het onderwerp
is overbelicht.
• Verhoog de diafragmawaarde.
• Verlaag de ISO-waarde of gebruik een in
de handel verkrijgbaar grijsfi lter (ND-fi lter)
om de hoeveelheid licht te beperken.
S
2000
2000
F2.8
F2.8
Het onderwerp
is onderbelicht.
• Kies in dit geval een langere sluitertijd.
• Verhoog de ISO-waarde.
125
125
F22
F22
Het onderwerp
is overbelicht.
• Kies een snellere sluitertijd.
• Verlaag de ISO-waarde of gebruik een in
de handel verkrijgbaar grijsfi lter (ND-fi lter)
om de hoeveelheid licht te beperken.
• Welke diafragmawaarde hierbij gaat knipperen, hangt af van het type lens en de
brandpuntsafstand van de lens.

108
NL
Informatie
11
Beschikbare fl itsstanden in de diverse fotografeerstanden
Stand
Foto-
graferen
Super-
bedienings-
paneel
Flitserfunctie Flitsmo-
ment
Voorwaarden om
de fl itser te laten
fl itsen
Grens van
sluitertijd
P/A
#AUTO Autofl itsen
1e sluiter-
gordijn
Ontsteekt
automatisch in
het donker en bij
tegenlicht *
1/30 sec. –
1/250 sec.
!
Autofl itsen
(rode ogen
onderdrukken)
#Invulfl itsen Ontsteekt altijd 30 sec. –
1/250 sec.
$Flitser uit kk k
!
SLOW
Trage synchronisatie
(rode ogen
onderdrukken) 1e sluiter-
gordijn Ontsteekt
automatisch in
het donker en bij
tegenlicht *
60 sec. –
1/250 sec.
#SLOW Trage synchronisatie
(1e sluitergordijn)
#
SLOW2
Trage synchronisatie
(2e sluitergordijn)
2e sluiter-
gordijn
S/M
#Invulfl itsen
1e sluiter-
gordijn Ontsteekt altijd 60 sec. –
1/250 sec.
#!
Invulfl itsen
(rode ogen
onderdrukken)
$Flitser uit kk k
#
2nd-C
Invulfl its/trage
synchronisatie
(2e sluitergordijn)
2e sluiter-
gordijn Ontsteekt altijd 60 sec. –
1/250 sec.
* Met de fl itser in de stand Super FP detecteert de fl itser het tegenlicht en ontsteekt langer
dan voor een normale fl its alvorens licht uit te stralen.
• #AUTO, $ kan worden ingesteld in de modus A.
Minimumbereik (FL-LM2)
De lens kan schaduwen werpen over
onderwerpen die zich dicht bij de camera
bevinden, wat vignettering veroorzaakt, of de
onderwerpen kunnen te helder zijn, zelfs bij
minimale fl itssterkte.
Lens
Afstand bij benadering
waarop vignettering
optreedt
14 – 42 mm 0,2 m
17 mm 0,2 m
40 – 150 mm 0,65 m
12 – 50 mm 0,5 m
• Gebruik optionele externe fl itsers om vignettering te voorkomen. Om overbelichte foto's te
voorkomen, selecteert u de stand A of M en kiest u een hoge f-waarde, of u vermindert
de ISO-gevoeligheid.

109
NL
Informatie
11
Flitsersynchronisatie en sluitertijd
Stand
Foto-
graferen
Flitsmoment Bovenste limiet van
synchronisatiemoment*1
Vast moment als
fl itser fl itst*2
P1/(brandpuntsafstand
van lens × 2) of
synchronisatiemoment,
waarbij de traagste waarde
voorrang heeft 1/250
1/60
A
SDe ingestelde sluitertijd ―
M
*1 Kan worden gewijzigd met het menu: 1/60 – 1/250 g [# X-Sync.] (Blz. 89)
*2 Kan worden gewijzigd met het menu: 30 – 1/250 g [# Slow Limit] (Blz. 89)
Fotograferen met een externe fl itser
Bij deze camera kunt u een van de afzonderlijk verkochte externe fl itsers gebruiken
om een fl itser te verkrijgen die aangepast is aan uw wensen. De externe fl itsers
communiceren met de camera, zodat u de fl itserfuncties van de camera kunt uitbreiden
met andere fl itserfuncties zoals TTL-AUTO en Super FP.
Monteer een voor deze camera geschikte externe fl itser op de fl itsschoen van de
camera. U kunt de fl itser ook bevestigen op de bevestigingspunt op de camera met
behulp van de fl itskabel (optioneel). Raadpleeg hiervoor ook de documentatie die
geleverd is bij de externe fl itser.
Beschikbare functies bij gebruik van externe fl itsers
Optionele fl itser Flitsregeling RG (richtgetal) (ISO100) RC-
functie
FL-600R TTL-AUTO, AUTO, MANUAL,
FP TTL AUTO, FP MANUAL GN36 (85 mm*) GN20 (24 mm*)
FL-300R TTL-AUTO, MANUAL GN20 (28 mm*)
FL-14 TTL-AUTO, AUTO, MANUAL GN14 (28 mm*) –
RF-11 TTL-AUTO, MANUAL GN11 –
TF-22 GN22 –
* De brandpuntsafstand van de lens die gebruikt kan worden (35-mm equivalent).

110
NL
Informatie
11
Beeldkwaliteit en bestandsgrootte/het aantal foto's dat
kan worden opgeslagen
De in de tabel aangegeven bestandsgrootte geldt bij benadering voor bestanden met
een breedte-hoogteverhouding van 4:3.
Beeld-
kwaliteit
Aantal pixels
(Pixel Count) Compressiefactor Bestands-
formaat
Bestands-
grootte (MB)
Aantal stilstaande
beelden dat kan
worden opgeslagen*1
RAW
4608×3456
Verliesvrije
compressie ORF Ca. 17 41
YSF 1/2,7
JPEG
Ca. 11 79
YF1/4 Ca. 7,5 114
YN1/8 Ca. 3,5 248
YB1/12 Ca. 2,4 369
XSF
3200×2400
1/2,7 Ca. 5,6 155
XF1/4 Ca. 3,4 257
XN1/8 Ca. 1,7 508
XB1/12 Ca. 1,2 753
XSF
2560×1920
1/2,7 Ca. 3,2 271
XF1/4 Ca. 2,2 398
XN1/8 Ca. 1,1 782
XB1/12 Ca. 0,8 1.151
XSF
1920×1440
1/2,7 Ca. 1,8 476
XF1/4 Ca. 1,3 701
XN1/8 Ca. 0,7 1.356
XB1/12 Ca. 0,5 1.968
XSF
1600×1200
1/2,7 Ca. 1,3 678
XF1/4 Ca. 0,9 984
XN1/8 Ca. 0,5 1.906
XB1/12 Ca. 0,4 2.653
WSF
1280×960
1/2,7 Ca. 0,9 1.034
WF1/4 Ca. 0,6 1.488
WN1/8 Ca. 0,4 2.773
WB1/12 Ca. 0,3 3.813
WSF
1024×768
1/2,7 Ca. 0,6 1.564
WF1/4 Ca. 0,4 2.260
WN1/8 Ca. 0,3 4.068
WB1/12 Ca. 0,2 5.547
WSF
640×480
1/2,7 Ca. 0,3 3.589
WF1/4 Ca. 0,2 5.085
WN1/8 Ca. 0,2 7.627
WB1/12 Ca. 0,1 10.170
*1 Bij een SD-kaartje van 1GB.
# Let op
• Het aantal beelden dat nog kan worden opgeslagen, is afhankelijk van het onderwerp,
eventueel opgegeven printreserveringen en andere factoren. In bepaalde gevallen
verandert het aantal resterende beelden op de monitor niet, ook niet als u nieuwe foto's
maakt of opgeslagen beelden wist.
• De werkelijke bestandsgrootte is afhankelijk van het onderwerp.
• Het maximale weergegeven aantal stilstaande beelden dat kan worden opgeslagen is 9999.
• Voor de beschikbare opnametijden voor fi lms raadpleegt u de Olympus-website.

111
NL
Informatie
11
Menulijst
*1: Kan worden toegevoegd aan [Myset].
*2: Standaard kan worden hersteld door [Full] voor [Reset] te selecteren.
*3: Standaard kan worden hersteld door [Basic] voor [Reset] te selecteren.
K Fotografeermenu
Tabblad Functie Standaard *1 *2 *3 g
WCard Setup ―70, 103
Reset/Myset ―42
Beeldeffect jNatural 52
KStill Picture YN 54
Movie X
Image Aspect 4:3 55
Digital Tele-converter Off 64
Xj/Yo 56
Beeldstabilisator e 49
Bracketing
AE BKT Off
63
WB BKT A – B Off 63
G – M
FL BKT Off 63
ISO BKT Off 64
ART BKT Off 64
Multiple Exposure
Frame Off
62Auto Gain Off
Overlay Off
w±0,0 66
#RC Mode Off 97
q Weergavemenu
Tabblad Functie Standaard *1 *2 *3 g
q
m
Start ―
71
BGM Melancholy
Effect Fade
Slide All
Slide Interval 3 sec.
Movie Interval Short
ROn 70
Edit Sel. Image
RAW Data Edit ―72
JPEG Edit ―72
R―73
Image Overlay ―73
<―81
Reset Protect ―70

112
NL
Informatie
11
d Setup-menu
Tabblad Functie Standaard *1 *2 *3 g
dX―9
W *―85
ij ±0, k ±0, Natural 85
Rec View 0,5 sec 85
c/# Menu Display
c Menu Display
Off 85
# Menu Display
Off
Firmware ―85
* Instellingen verschillen afhankelijk van het land waar de camera is gekocht.
c Custom-menu
Tabblad Functie Standaard *1 *2 *3 g
cR
AF/MF
AF Mode Still Picture S-AF
86
Movie C-AF
Full-time AF Off
AEL/AFL
S-AF modus1
C-AF modus2
MF modus1
Reset Lens On
BULB/TIME Focusing On
Focus Ring b
MF Assist Off
P Set Home o
AF Illuminat. On
I Face Priority K
SButton/dial
Button
Function
U Function AEL/AFL
86
V Function Multifunctie
(Highlight&Shadow Control)
R Function R REC
I Function #
G Function j/Y
n Function P
m Function AEL/AFL
n Function P
l Function AF Stop
Dial
Function
PPs, F
87
A
FNo.,
F
SShutter, F
M Shutter, FNo.
Menu A, B
qGU,
Prev/Next
Dial Direction Dial1

113
NL
Informatie
11
Tabblad Functie Standaard *1 *2 *3 g
cT
Release/j
Rls Priority S Off
87
Rls Priority C On
j L fps 3,5 fps
j H fps 9 fps
j + IS Off On
Half Way Rls With IS Off
UDisp/8/PC
HDMI HDMI Out 1080i
87
HDMI Control Off
Video Out * ―
KControl
Settings
iAUTO Live Guide
P/A/S/M Live Control
ART Art Menu
SCN Scene Menu
G/Info
Settings
q Info Image Only, Overall
LV-Info
Image Only, u, Level Gauge
G Settings O, Calendar
Displayed Grid Off
Picture Mode Settings On
88
Histogram
Settings
Highlight 255
Shadow 0
Mode Guide On
Live View Boost Off
Art LV Mode modus1
LV Close Up Mode modus1
Info Off 10 sec.
Backlit LCD 8 sec.
Sleep 1 min.
Auto Power Off 4u
8On
USB Mode Auto
VExp/p/ISO
EV Step 1/3EV
88
Metering p
AEL Metering Auto
ISO Auto
ISO Step 1/3EV
ISO-Auto Set High Limit: 1600
Default: 200
ISO-Auto P/A/S
89
BULB/TIME Timer 8 min.
Live BULB Off
Live TIME 0,5 sec.
Anti-Shock zOff
* Instellingen verschillen afhankelijk van het land waar de camera is gekocht.

114
NL
Informatie
11
Tabblad Functie Standaard *1 *2 *3 g
cW
# Custom
#X-Sync. 1/250
89
#Slow Limit 1/60
w+FOff
XK/Color/WB
Noise Reduct. Auto
89
Noise Filter Standard
WB Auto A : 0, G : 0
All >All Set —
All Reset —
W Keep Warm Color On
90
#+WB W
Color Space sRGB
Shading Comp. Off
K Set —
Pixel
Count
Xiddle 2560×1920
Wmall 1280×960
YRecord/Erase
Quick Erase Off 90
RAW+JPEG Erase RAW+JPEG
File Name Reset
91
Edit Filename Off
Priority Set No
dpi Setting 350 dpi
Copyright
Settings
Copyright Info. Off
Artist Name —
Copyright Name —
ZMovie
nMode P
92
Movie+Still Off
Movie ROn
Movie Effect On
Wind Noise Reduction Off
Recording Volume Standard
bBuilt-In EVF
Built-in EVF Style Style 1
92
V Info Settings
Image Only, u, Level Gauge
V Displayed Grid Off
EVF Auto Switch On
Frame Rate Normal
EVF Adjust j ±0, k ±0
kK Utility
Pixel Mapping —
92
Exposure
Shift
p
±0
J
5

115
NL
Informatie
11
Tabblad Functie Standaard *1 *2 *3 g
c8 Warning Level ±0
92
8 Battery Priority PBH Battery
Level Adjust —
Touch Screen Settings On 93
Eye-Fi On
# Accessoirepoortmenu
Tabblad Functie Standaard *1 *2 *3 g
#A
OLYMPUS PENPAL Share
Please Wait — 76, 95
Address
Book
Address List —
95
Search Timer 30 sec.
New Pairing —
My OLYMPUS PENPAL —
Picture Send Size Size 1: Small
BOLYMPUS PENPAL Album
Copy All —
95
Reset Protect —
Album Mem. Usage —
Album Mem. Setup —
Picture Copy Size Size 2: Medium
CElectronic Viewfi nder
EVF Adjust j ±0, k ±0 95
Technische gegevens
Camera
Producttype
Producttype Digitale camera met verwisselbaar lenssysteem
Lens M.Zuiko Digital, Micro Four Thirds-lens
Lensvatting Micro Four Thirds-lensvatting
Equivalente
brandpuntsafstand op
een kleinbeeldcamera
Ca. tweemaal de brandpuntsafstand van de lens
Beeldopneemelement
Producttype 4/3" Live MOS-sensor
Totaal aantal pixels Ca. 17.200.000 pixels
Aantal effectieve pixels Ca. 16.050.000 pixels
Schermgrootte 17,3 mm (H) × 13,0 mm (V)
Breedte-hoogteverhouding 1,33 (4:3)
Zoeker
Type Elektronische zoeker met oogsensor
Aantal pixels 1.440.000 pixels
Vergroting 100%
Oogpunt Ongeveer 18 mm (–1 m-1)
Monitor
Producttype
3,0" organisch elektro-luminescent display, variërende hoek, aanraakscherm
Totaal aantal pixels Ca. 610.000 punten (breedte-hoogteverhouding 3:2)

116
NL
Informatie
11
Sluiter
Producttype Automatische spleetsluiter
Sluiter 1/4.000 – 60 sec., bulbfotografi e, tijdfotografi e
Autofocus
Producttype Detectiesysteem beeldcontrast
Autofocuspunten 35 punten
Selectie van
scherpstelpunt
Auto, Optioneel
Belichtingsregeling
Lichtmeetsysteem TTL-lichtmeetsysteem (imager-lichtmeting)
Digitale ESP-meting/Lichtmeting met nadruk op het centrum/Spotmeting
Lichtmeetbereik EV 0 – 20 (Digitale ESP-meting/Lichtmeting met nadruk op het centrum/
Spotmeting)
Fotofuncties A: iAUTO/P: Programma AE (programma-aanpassing mogelijk)/
A: Diafragmavoorkeuze AE/S: Sluitertijdvoorkeuze AE/M: Handmatig/
ART: Kunstfi lter/SCN: Motief/n: Film
ISO-gevoeligheid 200 - 12800 (1/3, 1 EV-stap)
Belichtingscorrectie ±3 EV (1/3, 1/2, 1 EV-stap)
Witbalans
Functie-instelling Auto/Vooraf ingestelde WB (7 instellingen)/Voorkeursinstelling WB/WB
met één knop
Opnemen
Opslagmedium SD/SDHC/SDXC/Eye-Fi-kaartje (ondersteunt UHS-I)
Opslagsysteem Digitaal opslagsysteem, JPEG (in overeenstemming met Design Rule for
Camera File system (DCF)), RAW-gegevens, MP-formaat
Compatibel met normen Exif 2.2, Digital Print Order Format (DPOF), PRINT Image Matching III,
PictBridge
Geluid bij stilstaande
beelden
Wave-indeling
Film MPEG-4 AVC/H.264/Motion JPEG
Audio PCM 48 kHz
Weergave
Weergaveformaat Enkelbeeldweergave/Gezoomd weergeven/Indexweergave/
Kalenderweergave
Sluiterfunctie
Sluiterfunctie Enkelbeeldopnamen/Repeterende opnamen/Zelfontspanner
Repeterende opnamen Tot 9 fps (T)
Zelfontspanner Vertragingstijd: 12 sec., 2 sec.
Flits
Richtgetal 10 (ISO200)
Flitsregeling TTL-AUTO (TTL-voorfl itsfunctie)/MANUAL
Synchronisatiesnelheid 1/250 sec. of trager
Externe connector
Multiconnector (USB-connector, AV-connector) / HDMI-microconnector (type D) / accessoirepoort
Stroomvoorziening
Batterij Li-ionbatterij ×1
Afmetingen/gewicht
Afmetingen 121,0 mm (B) × 89,6 mm (H) × 41,9 mm (D) (exclusief uitstekende delen)
Gewicht Ca. 425 g (met batterij en kaartje)
Bedrijfscondities
Temperatuur 0 – 40 °C (tijdens bedrijf)/-20 – 60 °C (tijdens opslag)
Relatieve vochtigheid 30 – 90% (tijdens bedrijf)/10 – 90% (tijdens opslag)
Spatweerstand
Type Equivalent met IEC Standard-uitgave 529 IPX1
(in OLYMPUS-testvoorwaarden)

117
NL
Informatie
11
Flits
FL-LM2
Richtgetal 10 (ISO200)
Flitshoek Dekt de beeldhoek van een 14 mm lens (28 mm in een kleinbeeldcamera)
Afmetingen Ca. 44,3 mm (B) × 33,5 mm (H) × 52,5 mm (D)
Gewicht Ca. 31 g
Batterij/laadapparaat
Lithium-ionbatterij
MODELNR. BLN-1
Producttype Herlaadbare lithium-ionbatterij
Nominale spanning DC 7,6V
Nominale capaciteit 1.220 mAh
Aantal keren laden en ontladen Ca. 500 keer (afhankelijk van de gebruiksomstandigheden)
Omgevingstemperatuur 0 – 40 °C (tijdens laden)
Afmetingen Ca. 36,0 mm (B) × 15,4 mm (H) × 50,2 mm (D)
Gewicht Ca. 52 g
Lithium-ionlaadapparaat
MODELNR. BCN-1
Nominaal ingangsvermogen AC 100 V - 240 V (50/60 Hz)
Nominaal uitgangsvermogen DC8,7V/600 mA
Laadtijd Ca 4 uur (kamertemperatuur)
Omgevingstemperatuur
0 – 40 °C (tijdens bedrijf)/
-20 – 60 °C (tijdens opslag)
Afmetingen Ca. 67 mm (B) × 26 mm (H) × 95,5 mm (D)
Gewicht (zonder AC-kabeltje) Ca. 77 g
• De meegeleverde lichtnetadapter mag enkel met deze camera worden gebruikt. Gebruik
deze niet voor andere apparaten. Gebruik dit toestel niet met lichtnetkabels voor andere
producten.
WIJZIGINGEN IN TECHNISCHE GEGEVENS ZIJN VOORBEHOUDEN ZONDER
VOORAFGAANDE KENNISGEVING OF VERPLICHTING VAN DE ZIJDE VAN DE
FABRIKANT.
HDMI, het HDMI-logo en High-Defi nition
Multimedia Interface zijn handelsmerken of
gedeponeerde handelsmerken van HDMI
Licensing LLC.

118
NL
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
12
12
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
LET OP
GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOK
NIET OPENEN
LET OP: OM HET GEVAAR VOOR EEN ELEKTRISCHE SCHOK TE VOORKOMEN,
MAG DE BEHUIZING (OF ACHTERKANT) NIET VERWIJDERD WORDEN. IN DE
CAMERA BEVINDEN ZICH GEEN ONDERDELEN WAARAAN U ONDERHOUD KUNT
VERRICHTEN. LAAT DAT OVER AAN ERKENDE SERVICETECHNICI VAN OLYMPUS.
Een driehoek met daarin een uitroepteken vestigt uw aandacht op belangrijke
aanwijzingen in de bij deze camera geleverde documentatie ten aanzien van
de bediening en het onderhoud ervan.
GEVAAR Gebruikt u deze camera zonder acht te slaan op de onder dit symbool
verstrekte informatie, dan kan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
WAAR-
SCHUWING
Gebruikt u deze camera zonder acht te slaan op de onder dit symbool
verstrekte informatie, dan kan dat letsel of de dood tot gevolg hebben.
LET OP
Gebruikt u deze camera zonder acht te slaan op de onder dit symbool
verstrekte informatie, dan kan dat licht persoonlijk letsel, schade aan
apparatuur, of het verlies van waardevolle gegevens tot gevolg hebben.
WAARSCHUWING !
STEL DE CAMERA, OM GEVAAR VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOK TE
VOORKOMEN, NOOIT BLOOT AAN WATER, GEBRUIK DE CAMERA OOK NIET IN
OMGEVINGEN MET ZEER HOGE VOCHTIGHEID EN DEMONTEER HEM NIET.
Algemene voorzorgsmaatregelen
Lees alle gebruiksaanwijzingen – Lees,
voordat u het apparaat gaat gebruiken, alle
gebruiksaanwijzingen. Bewaar alle handleidingen
en documentatie om deze later nog eens te
kunnen raadplegen.
Reinigen – Trek voordat u het apparaat gaat
reinigen altijd eerst de stekker uit het stopcontact.
Gebruik uitsluitend een vochtige doek om het
apparaat te reinigen. Gebruik nooit vloeibare of
aërosole reinigingsmiddelen, of welk soort organische
oplosmiddelen dan ook, om het apparaat te reinigen.
Accessoires – Gebruik voor uw veiligheid en
om beschadigingen aan dit product te voorkomen,
uitsluitend de door Olympus aanbevolen accessoires.
Water en vocht – Voor de voorzorgsmaatregelen
bij het gebruik van weerbestendig uitgevoerde
producten raadpleegt u de desbetreffende
paragrafen over de weerbestendigheid.
Plaats van opstelling – Bevestig het
product op een statief, standaard of beugel om
beschadigingen te voorkomen.
Elektrische voedingsbron – Sluit de
camera uitsluitend aan op de in de technische
gegevens beschreven elektrische voedingsbron.
Vreemde voorwerpen – Steek om
persoonlijke letsel te voorkomen, nooit een
metalen voorwerp in de camera.
Hitte – Gebruik of berg de camera nooit op in
de buurt van een warmtebron zoals een radiator,
verwarmingsrooster, kachel of enig ander
apparaat of toestel dat warmte ontwikkelt, met
inbegrip van stereo-versterkers.
Voorzorgsmaatregelen bij
de omgang met het product
WAARSCHUWING
• Gebruik de camera niet in de buurt van
brandbare of explosieve gassen.
• Gebruik de fl itser en LED nooit bij
personen (zuigelingen, kleine kinderen,
enz.) die zich dichtbij bevinden.
U moet zich minimaal op 1 m afstand
van de gezichten van de te fotograferen
personen bevinden. Het te dicht bij de ogen
van de te fotograferen personen fl itsen kan
tijdelijk gezichtsverlies veroorzaken.
• Houd de camera uit de buurt van kleine
kinderen en zuigelingen.
Gebruik en berg de camera altijd op
buiten het bereik van kleine kinderen en
zuigelingen omdat anders de volgende
gevaarlijke situaties kunnen ontstaan die
ernstig letsel kunnen veroorzaken:
• Verward raken in de riem van de camera,
wat verstikking tot gevolg kan hebben.
VEILIGHEIDSMAATREGELEN

119
NL
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
12
• Per ongeluk inslikken van de batterijen,
kaartjes of andere kleine onderdelen.
• Per ongeluk ontsteken van de fl itser
terwijl ze in de fl itser kijken of vlak voor de
ogen van andere kinderen.
• Per ongeluk letsel oplopen door
bewegende delen van de camera.
• Kijk met de camera niet recht in de zon of
in het licht van sterke lichtbronnen.
• Gebruik en berg de camera niet op in
stoffi ge of vochtige ruimten.
• Dek de fl itser, op het moment dat die
ontsteekt, niet af met uw hand.
LET OP
• Bespeurt u in de buurt van de camera
ongewone geuren, vreemde geluiden of
rook, gebruik de camera dan onmiddellijk
niet meer.
Haal de batterijen nooit met blote handen uit
de camera omdat u zich dan kunt branden.
• Gebruik de camera niet met natte handen.
• Laat de camera nooit achter op plaatsen
waar deze aan extreem hoge temperaturen
kan worden blootgesteld.
Doet u dat toch, dan kan daardoor de
kwaliteit van bepaalde onderdelen achteruit
gaan en in sommige gevallen zelfs brand
worden veroorzaakt.
Gebruik het laadapparaat niet als dit is
bedekt (bijvoorbeeld een deken). Hierdoor
kan oververhitting en uiteindelijk zelfs brand
ontstaan.
• Behandel de camera met zorg om te
voorkomen dat u verbrandingen oploopt.
Omdat de camera metalen onderdelen
bevat, kan oververhitting ontstaan en kunt
u zich branden. Let daarom op het volgende:
• Gebruikt u de camera lang achtereen,
dan kan hij heet worden. Hanteert u de
camera in deze toestand, dan kan dat een
verbranding veroorzaken.
• Op plaatsen waar extreem lage
temperaturen kunnen optreden, kan de
temperatuur van het camerahuis lager
worden dan de omgevingstemperatuur.
Draag waar mogelijk handschoenen als
u de camera bij lage temperaturen hanteert.
• Wees voorzichtig met de camerariem.
Let op de camerariem terwijl u de camera
met u meedraagt. De riem kan achter een
vreemd voorwerp blijven haken en zo
ernstige schade veroorzaken.
Voorzorgsmaatregelen bij de
omgang met batterijen
Volg onderstaande belangrijke richtlijnen op om te
voorkomen dat batterijen gaan lekken, oververhit
raken, ontbranden, exploderen of elektrische
schokken of verbrandingen veroorzaken.
GEVAAR
• De camera gebruikt een door Olympus
voorgeschreven lithium-ionbatterij. Laad de
batterij op met het voorgeschreven laadapparaat.
Gebruik geen andere laadapparaten.
• Probeer nooit batterijen te verhitten en gooi
ze ook niet in het vuur.
• Tref voorzorgsmaatregelen bij het vervoeren of
opbergen van batterijen om te voorkomen dat
ze in aanraking komen met metalen objecten,
zoals sieraden, pennen, paperclips, enzovoort.
• Berg batterijen nooit op op plaatsen waar
ze blootgesteld kunnen worden aan direct
zonlicht of aan hoge temperaturen, zoals in
een afgesloten auto in de zon, in de buurt
van warmtebronnen, enzovoort.
• Volg altijd alle aanwijzingen met betrekking tot
het gebruik van batterijen zorgvuldig op, om te
voorkomen dat de batterijen gaan lekken of de
contacten ervan beschadigd raken. Probeer
nooit batterijen uit elkaar te halen of op een
of andere manier aan te passen, bijvoorbeeld
door er aan te solderen, enzovoort.
• Is batterijvloeistof in uw ogen terecht
gekomen, spoel uw ogen dan onmiddellijk
overvloedig met schoon, stromend water en
raadpleeg onmiddellijk een arts.
• Berg batterijen altijd op buiten het bereik van
kleine kinderen. Als een kind per ongeluk
een batterij heeft doorgeslikt, raadpleeg dan
onmiddellijk een arts.
• Als u vaststelt dat het laadapparaat rook,
warmte, een ongewoon geluid of een ongewone
geur afgeeft, dient u het gebruik onmiddellijk
te stoppen en de stekker uit het stopcontact
te halen, waarna u contact opneemt met een
geautoriseerde verdeler of servicedienst.
WAARSCHUWING
• Houd batterijen altijd droog.
• Gebruik om te voorkomen dat batterijen gaan
lekken, oververhit raken, brand veroorzaken
of exploderen, uitsluitend het voor dit product
aanbevolen type batterijen.
• Plaats de batterijen voorzichtig, zoals beschreven
in de gebruiksaanwijzing, in de camera.
• Indien de oplaadbare batterijen niet binnen de
vastgestelde tijd opgeladen zijn, laad de batterijen
dan niet verder op en gebruik ze niet meer.
• Gebruik geen batterij die gebarsten of
gebroken is.
• Is een batterij gaan lekken, verkleurd of
vervormd, of gedraagt de batterij zich op
een of andere manier afwijkend, gebruik de
camera dan niet meer.
• Als er batterijvloeistof op uw kleding terecht
is gekomen, trek het kledingstuk dan uit en
spoel het onmiddellijk met schoon, stromend,
koud water. Raadpleeg onmiddellijk een arts
wanneer de vloeistof met uw huid in aanraking
is gekomen.
• Stel batterijen nooit bloot aan zware
schokken of ononderbroken trillingen.
LET OP
• Controleer de batterij voor het opladen altijd
op lekkage, verkleuringen, vervormingen of
andere afwijkingen.

120
NL
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
12
• Tijdens langdurig gebruik kunnen de
batterijen heet worden. Verwijder de batterij
nooit onmiddellijk na gebruik van de camera
om kleine brandwonden te voorkomen.
• Denkt u de camera langere tijd achtereen niet
te gebruiken, haal de batterijen er dan uit.
• Deze camera gebruikt een door Olympus
voorgeschreven lithium-ionbatterij. Gebruik
geen ander type batterij. Lees de handleiding
voor de batterij zorgvuldig door voor een
veilig en juist gebruik.
• Er kan een storing in het contact optreden
als de polen van de batterij nat of vettig zijn.
Droog de batterij voor gebruik goed met een
droge doek.
• Laad de batterij altijd op als deze voor het
eerst wordt gebruikt of als deze langere tijd
niet gebruikt is.
• Probeer de camera en de reservebatterij zo
warm mogelijk te houden, indien de camera
wordt gebruikt met batterijvoeding bij een lage
temperatuur. Het is mogelijk dat een batterij die is
leeggeraakt bij lage temperaturen, weer herstelt
als deze de kamertemperatuur aanneemt.
• Het aantal foto's dat u kunt maken, is afhankelijk
van de lichtomstandigheden of van de batterij.
• Schaf voldoende reservebatterijen aan,
voordat u een lange reis maakt, met name
als u naar het buitenland gaat. Het is mogelijk
dat het aanbevolen type batterij in het
buitenland niet verkrijgbaar is.
• Wanneer de camera gedurende lange tijd
niet zal worden gebruikt, dient u deze op een
koele plaats op te bergen.
• Zorg ervoor dat de batterijen gerecycled worden
om de natuurlijke hulpbronnen te ontzien.
Zorg er bij de afvoer van lege batterijen voor,
dat de polen zijn afgedekt en neem altijd de
plaatselijke voorschriften en regelgeving in acht.
Let op de werkomgeving
• Laat de camera, ter bescherming van de hoge-
precisietechnologie die er aan ten grondslag ligt,
nooit achter op de hieronder genoemde plaatsen,
niet tijdens gebruik en niet tijdens opslag:
• Plaatsen met hoge temperaturen en/of
relatieve vochtigheid of plaatsen waar
extreme fl uctuaties in de temperatuur
optreden. Direct zonlicht, aan het strand,
in een afgesloten auto, of in de buurt van
warmtebronnen (kachels, radiatoren,
enzovoort) of luchtbevochtigers.
• In zanderige of stoffi ge omgevingen.
• In de buurt van brandbare stoffen of
explosieven.
• In natte ruimten, zoals in de badkamer
of in de regen. Lees, ook als u een
weerbestendig product gebruikt, de
handleiding aandachtig door.
• In ruimten waar sterke trillingen kunnen
optreden.
• Laat de camera niet vallen en stel hem niet
bloot aan zware schokken of trillingen.
• Als de camera op een statief bevestigd is,
stelt u de positie van de camera met de
statiefkop in. Verdraai de camera niet.
• Laat de camera niet achter met de lens op de zon
gericht. Daardoor kan de lens of het sluitergordijn
beschadigd raken en kunnen kleurvervalsing
of nevenbeelden op het beeldopneemelement
optreden en kan zelfs brand ontstaan.
• Laat geen direct zonlicht in de zoeker toe. Als
u deze voorzorgsmaatregel niet naleeft, kan
dit leiden tot inbranden van het beeld.
• Laat de elektrische contacten van de camera en
verwisselbare lenzen ongemoeid. Denk eraan
het kapje erop te doen als u de lens verwijdert.
• Haal de batterijen uit de camera als u denkt
de camera langere tijd achtereen niet te
gebruiken. Kies een koele, droge plaats om de
camera op te bergen om condensvorming of
schimmelvorming in de camera te voorkomen.
Is de camera langere tijd opgeborgen geweest,
dan schakelt u deze in en controleert u de juiste
werking door de ontspanknop in te drukken.
• De camera kan een storing vertonen als hij wordt
gebruikt op een plaats die blootstaat aan een
magnetisch/elektromagnetisch veld, radiogolven
of hoogspanning, zoals in de buurt van een
televisie, magnetron, videospel, luidsprekers,
grote monitor, TV-/radiomast of zendmasten. In
dergelijke gevallen schakelt u de camera uit en
weer aan voor u hem verder gebruikt.
• Houd u altijd aan de beperkingen die gesteld
zijn aan de omgevingscondities zoals die zijn
beschreven in de handleiding van de camera.
• Raak het beeldopneemelement van de
camera niet aan en wrijf er niet over.
Monitor
Aan de achterzijde van de camera wordt een
organisch elektro-luminescent display gebruikt.
• Als hetzelfde beeld gedurende lange tijd
wordt weergegeven, kan het beeld in het
display inbranden, waardoor bepaalde
delen van de monitor minder helder zijn of
marmering vertonen. In sommige gevallen
kan dit effect permanent zijn. Dit heeft geen
invloed op de beeldgegevens.
• In het onwaarschijnlijke geval dat de monitor
breekt, mag u het organisch materiaal niet in
uw mond steken. Materiaal dat zich vasthecht
op uw handen, voeten of kleding moet
onmiddellijk worden afgespoeld.
• Langs onder- en bovenrand van het
monitorbeeld kan een heldere band
verschijnen, maar dat wijst niet op een defect.
• Kijkt u met de camera schuin naar een object,
dan kunnen de contouren van het beeld er
op de monitor gerafeld uitzien, maar dat wijst
niet op een defect. Met de camera in de stand
Weergeven is dit verschijnsel minder opvallend.
• Op plaatsen waar lage temperaturen kunnen
optreden kan het enkele momenten duren
voordat de monitor oplicht of kunnen tijdelijke
kleurverschuivingen optreden.
Gebruikt u de camera op extreem koude
plaatsen, dan is het goed om de camera
tussen de opnamen op een warme plaats op
te bergen. Een monitor die slecht presteert
als gevolg van lage temperaturen herstelt
zich weer zodra de temperatuur weer
normale waarden aanneemt.

124
NL
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
12
Wanneer u producten voor service terugstuurt,
moet uw pakket het volgende omvatten:
1 Aankoopbewijs met vermelding van datum
en plaats van aankoop.
2 Een kopie van deze beperkte garantie met
vermelding van het serienummer van
het product dat overeenkomt met het
serienummer op het product (tenzij het
om een model gaat waarop Olympus geen
serienummers plaatst en registreert).
3 Een gedetailleerde beschrijving van het
probleem.
4 Voorbeelden van afdrukken, negatieven,
digitale afdrukken (of bestanden op schijf)
indien beschikbaar en wanneer deze
betrekking hebben op het probleem.
Wanneer de service voltooid is, wordt het
product vooruitbetaald naar u teruggestuurd.
WAAR STUURT U HET PRODUCT VOOR
SERVICE NAARTOE
Zie “WERELDWIJDE GARANTIE“ voor het
servicecentrum in uw buurt.
INTERNATIONALE GARANTIESERVICE
In het kader van deze garantie is een
internationale garantieservice beschikbaar.
Voor klanten in Europa
Het waarmerk “CE“ garandeert dat
dit product voldoet aan de richtlijnen
van de EU (Europese Unie) wat
betreft veiligheid, gezondheid,
milieu-aspecten en bescherming
van de gebruiker. Apparaten met
het waarmerk “CE“ zijn bedoeld
voor de Europese markt.
Dit symbool [doorgekruiste
verrijdbare afvalbak volgens WEEE
Annex IV] geeft de gescheiden
inzameling van afgedankte
elektrische en elektronische
apparatuur in de landen van
de EU aan.
Gooi het apparaat a.u.b. niet bij
het gewone huisvuil.
Maak a.u.b. gebruik van het
inzamelsysteem dat in uw land
beschikbaar is voor de afvoer
van dit product.
Dit symbool [doorgekruiste
verrijdbare afvalbak volgens
richtlijn 2006/66/EG Bijlage II] geeft
de gescheiden inzameling van
afgedankte batterijen in de landen
van de EU aan.
Gooi de batterijen a.u.b. niet bij
het gewone huisvuil.
Maak a.u.b. gebruik van het
inzamelsysteem dat in uw land
beschikbaar is voor de afvoer
van lege batterijen.
Waarborgbepalingen
1 Indien dit product gebreken vertoont, hoewel
het op de juiste wijze gebruikt wordt (in
overeenstemming met de meegeleverde
documentatie Voorzichtig gebruik en
gebruiksaanwijzingen), tijdens de geldende
nationale garantieperiode en als het werd
aangeschaft bij een geautoriseerde Olympus-
dealer binnen het zakengebied van Olympus
Europa Holding GmbH zoals bepaald op de
website: http://www.olympus.com, wordt dit
product gerepareerd of, naar Olympus’ keuze,
kosteloos vervangen. Voor aanspraak op
deze garantie dient de klant, voor het einde
van de geldende nationale garantieperiode,
het product binnen te brengen bij de dealer
waar het product aangeschaft is of iedere
andere servicedienst van Olympus binnen
het zakengebied van Olympus Europa
Holding GmbH zoals bepaald op de website:
http://www.olympus.com. Tijdens de
wereldwijde garantieperiode van één jaar kan
de klant het product terugbrengen naar iedere
servicedienst van Olympus. Let erop dat niet
in alle landen een dergelijke servicedienst
van Olympus gevestigd is.
2 De klant dient het product op eigen risico naar
de dealer of de geautoriseerde servicedienst
van Olympus te brengen en hij draagt zelf de
kosten die ontstaan bij het transport van het
product.
Garantiebepalingen
1 “OLYMPUS IMAGING CORP., Shinjuku
Monolith, 2-3-1 Nishi-Shinjuku, Shinjuku-
ku, Tokyo 163-0914, Japan verleent
een wereldwijde garantie van één jaar.
Deze wereldwijde garantie moet worden
aangeboden bij een geautoriseerde
servicedienst van Olympus voor een
herstelling onder deze garantievoorwaarden
kan worden uitgevoerd. Deze garantie is
enkel geldig als het Garantiecertifi caat en
het aankoopbewijs worden aangeboden aan
de servicedienst van Olympus. Merk op dat
deze garantie een aanvulling vormt op en
geen invloed heeft op de hierboven vermelde
wettelijke rechten van de klant.“
2 Deze garantie geldt niet in onderstaande
gevallen. De klant is zelf verantwoordelijk
voor de reparatiekosten, zelfs indien deze
gebreken optreden tijdens de hierboven
vermelde garantieperiode.
(a) Elk gebrek dat optreedt wegens
onoordeelkundig gebruik (zoals
handelingen die niet worden genoemd in
Voorzichtig gebruik of andere delen van
de gebruiksaanwijzing, etc.)
(b) Elk gebrek dat optreedt wegens een
reparatie, wijziging, reiniging, etc. die
niet is uitgevoerd door Olympus of een
geautoriseerde servicedienst van Olympus.
(c) Gebreken of beschadigingen die ontstaan
bij het transporteren, door vallen, stoten,
etc. na aankoop van het product.
Product specificaties
Merk: | Olympus |
Categorie: | Digitale camera |
Model: | E-M5 |
Kleur van het product: | Zwart |
Gewicht: | 373 g |
Breedte: | 121 mm |
Diepte: | 41.9 mm |
Hoogte: | 89.6 mm |
Bluetooth: | Ja |
Beeldscherm: | OLED |
Beeldschermdiagonaal: | 3 " |
Touchscreen: | Ja |
Ondersteund audioformaat: | PCM |
Ondersteunde videoformaten: | AVI, H.264, M-JPEG, MOV, MPEG4 |
Video recording: | Ja |
Totaal aantal megapixels: | 17.2 MP |
Type stroombron: | Batterij/Accu |
Compatibele geheugenkaarten: | SD, SDHC, SDXC |
Aantal HDMI-poorten: | 1 |
Brandpuntbereik: | - mm |
Ondersteunde beeldverhoudingen: | 3:2, 3:4, 4:3, 16:9 |
Formaat analoog signaal: | NTSC, PAL |
USB-versie: | 2.0 |
Beeldstabilisator: | Ja |
Zelfontspanner: | 2, 12 s |
Megapixels: | 16.1 MP |
Maximale beeldresolutie: | 4608 x 3456 Pixels |
Type beeldsensor: | Live MOS |
Beeldsensorformaat: | 4/3 " |
Cameratype: | MILC body |
Digitale zoom: | - x |
Optische zoom: | - x |
Ingebouwde flitser: | Ja |
Auto focusing (AF) modes: | Continuous Auto Focus, Contrast Detection Auto Focus, Single Auto Focus, Tracking Auto Focus |
ISO-gevoeligheid: | 200,400,800,1600,3200,6400,12800,25600 |
Lichtmeting: | Centre-weighted, Evaluative (Multi-pattern), Spot |
Flitser-modi: | Fill-in, Flash off, Red-eye reduction, Slow synchronization |
Maximale videoresolutie: | 1920 x 1080 Pixels |
Framerate Motion JPEG: | 30 fps |
HD type: | Full HD |
Ingebouwde microfoon: | Ja |
Stemopname: | Ja |
Beeldschermresolutie (numeriek): | 610000 Pixels |
Intern geheugen: | - MB |
Witbalans: | Auto, Flash, Fluorescent, Manual, Shade, Sunny, Tungsten, Underwater |
Type camerasluiter: | Elektronisch |
Videoresoluties: | 640 x 480,1280 x 720,1920 x 1080 Pixels |
Ondersteund beeldformaat: | JPG |
Beeldverhouding: | 3:2 |
On Screen Display (OSD)-talen: | CZE, DAN, DEU, DUT, ENG, ESP, EST, FIN, FRE, GRE, HUN, ITA, LIT, NOR, POL, POR, RUS, SER, SLK, SLV, SWE, TUR, UKR |
Batterij-indicator: | Ja |
Fotoresolutie(s): | 1024 x 768,2560 x 1920,4608 x 3456 |
Scene modes: | Beach, Candlelight, Children, Close-up (macro), Documents, Fireworks, Night, Panorama, Portrait, Snow, Sports, Sunset, Underwater, Landscape (scenery) |
Foto-effecten: | Black&White, Sepia |
Inclusief acculader: | Ja |
Temperatuur bij opslag: | -20 - 60 °C |
Ondersteuning voor statiefmontage: | Ja |
Luchtvochtigheid bij opslag: | 10 - 90 procent |
Minimum brandpunt lengte (35mm film equiv): | - mm |
Maximale brandpuntafstand (35mm film equiv): | - mm |
Snelste camera sluiter snelheid: | 1/4000 s |
Langzaamste camera sluiter snelheid: | 60 s |
Scherpstellen: | Automatisch/handmatig |
Beeldbewerking: | Resizing, Trimming |
Camera afspelen: | Movie, Single image, Slide show |
Blootstelling type: | Aperture priority AE, Auto, Manual, Shutter priority AE |
Gewicht (inclusief batterij): | 425 g |
Helderheidsregeling: | Ja |
ISO gevoeligheid (min): | 200 |
ISO gevoeligheid (max): | 25600 |
Camera-bestandssysteem: | Exif 2.2 |
Beeldzoeker: | Elektronisch |
Batterij leeftijd (CIPA standaard): | 330 opnames |
Bedrijfstemperatuur (T-T): | 0 - 40 °C |
Relatieve vochtigheid in bedrijf (V-V): | 30 - 90 procent |
Batterijen inbegrepen: | Ja |
Batterijtechnologie: | Lithium-Ion (Li-Ion) |
Opnamemodi: | Auto, Manual, Movie, Program |
Contrastaanpassing: | Ja |
Belichtingscorrectie: | ± 3EV (1/3EV step) |
Auto Focus (AF) slot: | Ja |
Windfilter: | Ja |
Grootte van de beeldsensor ( B x H ): | 17.3 x 13 mm |
Live view: | Ja |
Vari-angle LCD display: | Ja |
Externe flits aansluiting: | Ja |
Histogram: | Ja |
Field of view: | 100 procent |
Richtgetal flitser: | 10 m |
Flits blootstellingscompensatie: | Ja |
Flits blottstellingscorrectie: | ±3EV (1/2, 1/3, 1 EV step) |
Auto Focus (AF) punten: | 35 |
Intensiteitsaanpassing: | Ja |
Auto Focus (AF) punten selectie: | Auto, Manual |
Auto Exposure (AE)slot: | Ja |
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Olympus E-M5 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Digitale camera Olympus

16 Februari 2022

17 Augustus 2022

16 Augustus 2022

8 Februari 2022

16 Augustus 2022

7 Februari 2022

17 Augustus 2022

16 Februari 2022

9 Februari 2022

17 Augustus 2022
Handleiding Digitale camera
- Digitale camera Braun
- Digitale camera Bosch
- Digitale camera HP
- Digitale camera Sony
- Digitale camera Samsung
- Digitale camera Xiaomi
- Digitale camera Casio
- Digitale camera Panasonic
- Digitale camera Nikon
- Digitale camera Epson
- Digitale camera Canon
- Digitale camera JVC
- Digitale camera Motorola
- Digitale camera Medion
- Digitale camera Quintezz
- Digitale camera Toshiba
- Digitale camera VTech
- Digitale camera A-Rival
- Digitale camera AEE
- Digitale camera Agfa
- Digitale camera Agfaphoto
- Digitale camera Aiptek
- Digitale camera Albrecht
- Digitale camera Apeman
- Digitale camera Argus
- Digitale camera Beha-Amprobe
- Digitale camera BenQ
- Digitale camera BlackVue
- Digitale camera BML
- Digitale camera Bolyguard
- Digitale camera Brinno
- Digitale camera Bushnell
- Digitale camera Denver
- Digitale camera Digital Blue
- Digitale camera Dnt
- Digitale camera Drift
- Digitale camera Easypix
- Digitale camera Ematic
- Digitale camera Envivo
- Digitale camera Fisher Price
- Digitale camera Flir
- Digitale camera Fuji
- Digitale camera Fujifilm
- Digitale camera GE
- Digitale camera Gembird
- Digitale camera General Electric
- Digitale camera Genius
- Digitale camera Geonaute
- Digitale camera Goclever
- Digitale camera GoPro
- Digitale camera Guardo
- Digitale camera HTC
- Digitale camera Ingo
- Digitale camera Insta360
- Digitale camera Ion
- Digitale camera Kodak
- Digitale camera Kompernass - Lidl
- Digitale camera Konica
- Digitale camera Konig Electronic
- Digitale camera Kyocera
- Digitale camera Lamax
- Digitale camera Leica
- Digitale camera Lexibook
- Digitale camera Liquid Image
- Digitale camera Maginon
- Digitale camera Magpix
- Digitale camera Minolta
- Digitale camera Minox
- Digitale camera Mustek
- Digitale camera Nytech
- Digitale camera Pentax
- Digitale camera Plawa
- Digitale camera Polaroid
- Digitale camera Powerfix
- Digitale camera Praktica
- Digitale camera Pulsar
- Digitale camera Qware
- Digitale camera RadioShack
- Digitale camera Red
- Digitale camera Renkforce
- Digitale camera Revue
- Digitale camera Ricoh
- Digitale camera Rollei
- Digitale camera Sakar
- Digitale camera SeaLife
- Digitale camera Sigma
- Digitale camera Silvercrest
- Digitale camera Sipix
- Digitale camera Somikon
- Digitale camera Spypoint
- Digitale camera Storex
- Digitale camera Targa
- Digitale camera Technaxx
- Digitale camera Tevion
- Digitale camera TomTom
- Digitale camera Traveler
- Digitale camera Trust
- Digitale camera Umax
- Digitale camera Veho
- Digitale camera Vivitar
- Digitale camera Voigtlaender
- Digitale camera Wanscam
- Digitale camera WASPcam
- Digitale camera Yakumo
- Digitale camera Jobo
- Digitale camera Odys
- Digitale camera Oregon Scientific
- Digitale camera Duramaxx
- Digitale camera Guide
Nieuwste handleidingen voor Digitale camera

22 Oktober 2024

1 September 2024

14 Februari 2024

4 Februari 2024

25 December 2023

25 December 2023

16 Oktober 2023

16 Oktober 2023

16 Oktober 2023

16 Oktober 2023