Miele KM 5943 Handleiding
Miele
Kookplaten en fornuizen
KM 5943
Lees hieronder de 📖 handleiding in het Nederlandse voor Miele KM 5943 (80 pagina's) in de categorie Kookplaten en fornuizen. Deze handleiding was nuttig voor 55 personen en werd door 2 gebruikers gemiddeld met 4.5 sterren beoordeeld
Pagina 1/80

Gebruiks- en montagehandleiding
Inductiekookplaten
KM 5942 / 5943 / 5944 / 5945
KM 5948 / 5951 / 5953 / 5955
KM 5956 / 5957 / 5958 / 5959
KM 5975 / 5985 / 5986
Lees beslist de gebruiks- en montage-
handleiding voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
schade aan uw apparaat. M.-Nr. 07 267 440
nl-NL

Algemeen ........................................................4
KM 5942 / KM 5943 / KM 5944 ........................................4
KM 5945..........................................................5
KM 5948..........................................................6
KM 5951 / KM 5953 .................................................7
KM 5955 / KM 5956 / KM 5959 / KM 5986 ...............................8
KM 5957..........................................................9
KM 5958.........................................................10
KM 5975 / KM 5985 ................................................11
Sensortoetsen kookzones en info-displays ..............................12
Timertoetsen en display.............................................13
Kookzones .......................................................14
Speciale uitvoering ................................................17
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen............................18
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu.......................24
Vóór het eerste gebruik............................................25
Eerste reiniging ...................................................25
Vóór gebruik .....................................................25
Inductie .........................................................26
Principe .........................................................26
Inductiegeluiden ..................................................27
De juiste pannen ..................................................28
Bediening .......................................................29
Sensortoetsen ....................................................29
Inschakelen ......................................................29
Tabel vermogensstanden ...........................................30
Aankookautomaat .................................................31
Boosterfunctie ....................................................32
Warmhouden .....................................................34
Uitschakelen en restwarmte-indicatie ..................................35
Inhoud
2

Timer ...........................................................36
Kookwekker ......................................................36
Automatisch uitschakelen van een kookzone ............................37
Timerfuncties tegelijk gebruiken ......................................38
Beveiligingen ....................................................39
Vergrendeling instellingen / apparaat ..................................39
Stop&Go .......................................................40
Veiligheidsuitschakeling ............................................41
Oververhittingsbeveiliging ...........................................42
Reiniging en onderhoud ...........................................43
Programmering ..................................................45
Nuttige tips ......................................................48
Bij te bestellen accessoires ........................................50
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen.............................52
Kookplaten met randlijst / facetrand .................................57
Inbouwmaten .....................................................57
Inbouwen ........................................................66
Algemene inbouwaanwijzing .........................................67
Kookplaten zonder randlijst ........................................68
Inbouwmaten .....................................................68
Inbouwen ........................................................72
Elektrische aansluiting ............................................75
Aansluitkabel .....................................................76
Aansluitschema ...................................................77
Klantcontacten / typeplaatje ........................................78
Inhoud
3

KM 5942 / KM 5943 / KM 5944
abd Kookzones met enkele booster
cKookzone met TwinBooster
eSensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
fTimertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
gControlelampje vergrendeling
hVergrendelingstoets
iKookplaat AAN/UIT
Algemeen
4

KM 5945
ac Kookzones met TwinBooster
bd Kookzones met enkele booster
eSensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
fTimertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
gControlelampje vergrendeling
hVergrendelingstoets
iKookplaat AAN/UIT
Algemeen
5

KM 5948
aKookzone met TwinBooster
bc Kookzones met enkele booster
dSensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
eTimertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
fControlelampje vergrendeling
gVergrendelingstoets
hKookplaat AAN/UIT
Algemeen
6

KM 5951 / KM 5953
aKookzone met TwinBooster
bcd Kookzones met enkele booster
eSensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
fTimertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
gControlelampje vergrendeling
hVergrendelingstoets
iKookplaat AAN/UIT
Algemeen
7

KM 5955 / KM 5956 / KM 5959 / KM 5986
ac Kookzones met TwinBooster
bd Kookzones met enkele booster
eSensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
fTimertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
gControlelampje vergrendeling
hVergrendelingstoets
iKookplaat AAN/UIT
Algemeen
8

KM 5957
ac Kookzones met TwinBooster
bd Kookzones met enkele booster
eSensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
fTimertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
gControlelampje vergrendeling
hVergrendelingstoets
iKookplaat AAN/UIT
Algemeen
9

KM 5958
ac Kookzones met TwinBooster
bKookzone met enkele booster
dSensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
eTimertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
fControlelampje vergrendeling
gVergrendelingstoets
hKookplaat AAN/UIT
Algemeen
10

KM 5975 / KM 5985
aKookzone met TwinBooster
bcd Kookzones met enkele booster
eSensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
fTimertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
gControlelampje vergrendeling
hVergrendelingstoets
iKookplaat AAN/UIT
Algemeen
11

Sensortoetsen kookzones en info-displays
(voorbeeld)
aWeergave:
0= kookzone klaar voor gebruik
^= warmhoudstand
1t/m 9= vermogensstand
I= booster I
II = booster II
#= restwarmte
ß= geen pan of een ongeschikte pan (zie "Inductie")
F= foutmelding (zie "Veiligheidsuitschakeling")
A= aankookautomaat bij instelling extra vermogensstanden
P0 etc. = programma (zie "Programmering")
S0 etc. = status (zie "Programmering")
bControlelampje aankookautomaat of weergave extra vermogensstanden (zie
"Programmering"), bijvoorbeeld voor kookzone links voor
cControlelampje booster
dSensortoets booster
eSensortoetsen voor het instellen van de vermogensstand
Algemeen
12

Timertoetsen en display
aSensortoets voor het inschakelen, voor het wisselen tussen de timerfuncties en
het kiezen van een kookzone die automatisch moet worden uitgeschakeld
bSensortoetsen voor het instellen van de tijd
cTijdweergave
dControlelampje voor het automatisch uitschakelen, bijvoorbeeld van de kookzo-
ne rechts achter
eControlelampje kookwekker
fControlelampje voor halve uren bij een kookwekkertijd van meer dan 99 minu-
ten
Algemeen
13

Kookzones
Kookzone KM 5942 / KM 5943 / KM 5944
Minimale tot maximale
Cin cm*
Vermogen in Watt bij 230 V**
y14 - 20 normaal:
met booster:
1850
2900
w10 - 16 normaal:
met booster:
1400
1800
x16 - 23 normaal:
met booster I:
met booster II:
2300
3000
3700
z10 - 16 normaal:
met booster:
1400
1800
Totaal: 7400
Kookzone KM 5948
Minimale tot maximale
Cin cm*
Vermogen in Watt bij 230 V**
f18 - 28 normaal:
met booster I:
met booster II:
2400
3000
3700
x14 - 20 normaal:
met booster:
1850
2900
z10 - 16 normaal:
met booster:
1400
1800
Totaal: 7400
* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdia-
meter gebruiken.
** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het mate-
riaal van de gebruikte pannen.
Algemeen
14

Kookzone KM 5945 / KM 5955 / KM 5956 / KM 5959 / KM 5986
Minimale tot maximale
Cin cm*
Vermogen in Watt bij 230 V**
y16 - 23 normaal:
met booster I:
met booster II:
2300
3000
3700
w10 - 16 normaal:
met booster:
1400
1800
x14-20/
20x30
normaal:
met booster I/II:
normaal:
met booster I:
met booster II:
1850
2300
2400
3000
3700
z14 - 20 normaal:
met booster:
1850
2900
Totaal: 7400
Kookzone KM 5951 / KM 5953
Minimale tot maximale
Cin cm*
Vermogen in Watt bij 230 V**
y16 - 23 normaal:
met booster I:
met booster II:
2300
3000
3700
w10 - 16 normaal:
met booster:
1400
1800
x14 - 20 normaal:
met booster:
1850
2900
z14 - 20 normaal:
met booster:
1850
2900
Totaal: 7400
* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdia-
meter gebruiken.
** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het mate-
riaal van de gebruikte pannen.
Algemeen
15

Kookzone KM 5957
Minimale tot maximale
Cin cm*
Vermogen in Watt bij 230 V**
y18 - 28 normaal:
met booster I:
met booster II:
2400
3000
3700
w10 - 16 normaal:
met booster:
1400
1800
x14-20/
20x30
normaal:
met booster I/II:
normaal:
met booster I:
met booster II:
1850
2300
2400
3000
3700
z14 - 20 normaal:
met booster:
1850
2900
Totaal: 7400
Kookzone KM 5958
Minimale tot maximale
Cin cm*
Vermogen in Watt bij 230 V**
f18 - 28 normaal:
met booster I:
met booster II:
2400
3000
3700
x10 - 16 normaal:
met booster:
1400
1800
z14-20/
20x30
normaal:
met booster I/II:
normaal:
met booster I:
met booster II:
1850
2300
2400
3000
3700
Totaal: 7400
* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdia-
meter gebruiken.
** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het mate-
riaal van de gebruikte pannen.
Algemeen
16

Kookzone KM 5975 / KM 5985
Minimale tot maximale
Cin cm*
Vermogen in Watt bij 230 V**
links 16 - 23 normaal:
met booster I:
met booster II:
2300
3000
3700
midden links 10 - 16 normaal:
met booster:
1400
1800
midden rechts 14 - 20 normaal:
met booster:
1850
2900
rechts 14 - 20 normaal:
met booster:
1850
2900
Totaal: 7400
* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige
bodemdiameter gebruiken.
** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het
materiaal van de gebruikte pannen.
Speciale uitvoering
Kookplaten met het symbool <in de linker bovenhoek zijn voorbereid op
Miele|home (zie ook "Bij te bestellen accessoires").
Algemeen
17

Dit apparaat voldoet aan de gelden-
de veiligheidsvoorschriften. Onjuist
gebruik echter kan persoonlijk letsel
of beschadiging van het apparaat
tot gevolg hebben.
Lees daarom de gebruiks- en mon-
tagehandleiding aandachtig door,
voordat u het apparaat in gebruik
neemt. In de handleiding vindt u be-
langrijke instructies met betrekking
tot inbouw, veiligheid, gebruik en
onderhoud.
Bewaar de gebruiks- en montage-
handleiding en geef deze door aan
een eventuele volgende eigenaar.
Verantwoord gebruik
~Het apparaat is uitsluitend voor huis-
houdelijk gebruik. Gebruik het alleen
voor de toepassingen die in deze ge-
bruiksaanwijzing worden beschreven.
Gebruik voor andere doeleinden is niet
toegestaan en kan gevaarlijk zijn. De
fabrikant kan niet aansprakelijk worden
gesteld voor schade die wordt veroor-
zaakt door gebruik voor andere doel-
einden dan hier aangegeven of door
foutieve bediening.
~Dit apparaat mag alleen worden ge-
bruikt door personen die in staat zijn
het apparaat veilig te bedienen en die
volledig op de hoogte zijn van de in-
houd van de gebruiksaanwijzing!
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
18

Kinderen
~Maak gebruik van de vergrendeling,
zodat kinderen het apparaat niet onbe-
doeld kunnen inschakelen of instel-
lingen kunnen wijzigen.
~Houd kinderen in de gaten wanneer
zij zich in de buurt van het apparaat be-
vinden. Laat kinderen nooit met het ap-
paraat spelen.
~Kinderen mogen het apparaat alleen
zonder toezicht gebruiken als ze weten
hoe ze het apparaat veilig moeten be-
dienen. De kinderen moeten zich be-
wust zijn van de gevaren van een fou-
tieve bediening.
~Het apparaat wordt tijdens het ge-
bruik heet en blijft dat ook nog enige
tijd nadat het is uitgeschakeld. Houd
kinderen op een afstand, totdat het ap-
paraat voldoende is afgekoeld en er
geen verbrandingsgevaar meer be-
staat.
~Bewaar geen voorwerpen die voor
kinderen interessant zijn in kastjes bo-
ven of achter het apparaat. De kinderen
klimmen anders misschien op het ap-
paraat en kunnen zich er dan aan
branden.
~Kinderen kunnen ook verbrandingen
oplopen als zij pannen van het appa-
raat trekken. Draai de grepen daarom
zo dat ze zich boven het werkblad be-
vinden. Bij de vakhandelaar is een spe-
ciaal rek verkrijgbaar dat ervoor zorgt
dat kinderen niet meer bij het apparaat
kunnen komen.
~Verpakkingsmateriaal (zoals folies
en piepschuim) kan gevaarlijk zijn voor
kinderen. Verstikkingsgevaar! Bewaar
het verpakkingsmateriaal dan ook bui-
ten het bereik van kinderen en zorg dat
het zo snel mogelijk wordt afgevoerd.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
19

Technische veiligheid
~Controleer het apparaat voor de in-
bouw op zichtbare schade. Neem een
beschadigd apparaat nooit in gebruik.
Een beschadigd apparaat kan uw vei-
ligheid in gevaar brengen.
~De elektrische veiligheid van het ap-
paraat is uitsluitend gegarandeerd, als
het wordt aangesloten op een aar-
dingssysteem dat volgens de geldende
veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.
Het is zeer belangrijk dat wordt nage-
gaan of aan deze fundamentele veilig-
heidsvoorwaarde is voldaan. Laat bij
twijfel de huisinstallatie door een vak-
man inspecteren. De fabrikant kan niet
aansprakelijk worden gesteld voor
schade die wordt veroorzaakt door een
ontbrekende of beschadigde aard-
draad (bijvoorbeeld een elektrische
schok).
~Voordat u het apparaat aansluit,
dient u de aansluitgegevens (spanning
en frequentie) op het typeplaatje te ver-
gelijken met de waarden van het elektri-
citeitsnet. Deze gegevens moeten be-
slist overeenkomen om beschadiging
van het apparaat te voorkomen. Raad-
pleeg bij twijfel een elektricien.
~Gebruik het apparaat alleen als het
is ingebouwd, zodat de veiligheid ge-
waarborgd is.
~Open in geen geval de ommanteling
van het apparaat.
Wanneer onderdelen worden aange-
raakt die onder spanning staan of wan-
neer elektrische of mechanische onder-
delen worden veranderd, levert dit ge-
vaar op voor de gebruiker. Het kan er
tevens toe leiden dat het apparaat niet
meer goed functioneert.
~Laat installatie-, onderhouds- en re-
paratiewerkzaamheden uitsluitend door
vakmensen uitvoeren die door de fabri-
kant zijn geautoriseerd. Ondeskundig
uitgevoerde werkzaamheden leveren
grote risico's op voor de gebruiker. De
fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk
worden gesteld.
~Bij installatie-, onderhouds- en repa-
ratiewerkzaamheden dient het apparaat
spanningsvrij te worden gemaakt. Het
apparaat is alleen dan spanningsvrij als
aan één van de volgende voorwaarden
is voldaan:
– als de hoofdschakelaar van de huis-
installatie is uitgeschakeld.
–als de zekering van de huisinstallatie
er geheel is uitgedraaid.
–als de stekker uit het stopcontact is
getrokken. Trek daarbij aan de stek-
ker en niet aan de aansluitkabel.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
20

~Als dit apparaat binnen de garantie-
periode defect raakt, mag het alleen
door Miele worden gerepareerd, an-
ders vervalt de garantie.
~Defecte onderdelen mogen alleen
door originele Miele-onderdelen wor-
den vervangen. Alleen van die onder-
delen kan Miele garanderen dat zij aan
de veiligheidseisen voldoen.
~Als de aansluitkabel beschadigd is,
moet deze door een speciale kabel van
het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) wor-
den vervangen. Een dergelijke kabel is
verkrijgbaar bij Miele. De kabel mag al-
leen door een vakman worden ver-
vangen.
~Het apparaat mag niet via een stek-
kerdoos of verlengsnoer op het elektri-
citeitsnet worden aangesloten. Hiermee
kan een veilig gebruik van het apparaat
niet worden gewaarborgd. Er kan bij-
voorbeeld oververhitting ontstaan.
~Neem de kookplaat niet in gebruik
bij een defect of bij breuken, scheuren
en barsten in de keramische plaat c.q.
schakel het apparaat meteen uit. Maak
de kookplaat spanningsvrij. U kunt an-
ders een elektrische schok krijgen!
Veilig gebruik
~Alleen voor personen met een pace-
maker:
Houdt u er rekening mee dat in de di-
recte omgeving van het ingeschakelde
apparaat een elektromagnetisch veld
ontstaat. Het is niet waarschijnlijk dat
dit veld de werking van de pacemaker
nadelig beïnvloedt. Neem bij twijfel
contact op met de fabrikant van de
pacemaker of met uw arts.
~Houd magnetiseerbare voorwerpen,
zoals creditcards, diskettes en reken-
machines, uit de buurt van de inge-
schakelde kookplaat, anders kan de
werking van deze voorwerpen worden
beïnvloed.
~Wanneer u de kookzones gebruikt,
worden deze zeer heet. Ook na het uit-
schakelen blijven ze dat nog enige tijd.
De restwarmte-indicator geeft aan of
een kookzone nog heet is.
~Houd toezicht op de kookplaat als u
het apparaat gebruikt!
Door drooggekookte pannen kan de
keramische plaat beschadigd raken.
De fabrikant kan hiervoor niet aanspra-
kelijk worden gesteld.
Oververhit vet en oververhitte olie kun-
nen vlam vatten en brand veroorzaken.
~Mocht het vet of de olie vlam vatten,
gebruik dan nooit water voor het blus-
sen! Doof de vlammen met een ge-
schikte deksel, een vochtige doek of
iets dergelijks.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
21

~Trek altijd ovenwanten aan of ge-
bruik pannenlappen als u met het hete
apparaat werkt. De ovenwanten of pan-
nenlappen mogen niet nat of vochtig
zijn, omdat ze de warmte dan beter ge-
leiden. U kunt zich branden!
~Flambeer nooit onder een afzuig-
kap. Door de vlammen kan de afzuig-
kap in brand vliegen.
~Gebruik het apparaat niet als werk-
blad. Leg er geen messen, vorken, le-
pels of andere metalen voorwerpen op.
Als het apparaat ingeschakeld is, onbe-
doeld wordt ingeschakeld of bij rest-
warmte kunnen metalen voorwerpen
heet worden (verbrandingsgevaar).
Andere voorwerpen kunnen - afhanke-
lijk van het materiaal - smelten of vlam
vatten.
Vochtige pandeksels kunnen zich
vastzuigen.
Schakel de kookzones na gebruik uit!
~Dek het apparaat nooit af met een
doek of iets dergelijks. Als het apparaat
nog heet is, bestaat er brandgevaar.
~Gebruik geen serviesgoed van
kunststof of aluminiumfolie, want dat
smelt bij hoge temperaturen. Brandge-
vaar!
~Verwarm geen dichte blikken en
dergelijke op de kookzones. Er ontstaat
anders overdruk waardoor de blikken
uiteenspatten en u zich kunt verwon-
den.
~Gebruik alleen pannen met een
gladde bodem. Een ruwe bodem kan
krassen op de keramische plaat veroor-
zaken.
~Verhit kookgerei nooit leeg, tenzij de
fabrikant van het kookgerei een derge-
lijk gebruik uitdrukkelijk toestaat. Van-
wege de snelle reactietijd van inductie
kan de temperatuur in de panbodem in
zeer korte tijd de
zelfontbrandingstemperatuur van olie
en vet bereiken.
~Houd de kookplaat schoon. Zout,
suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van
groente) kunnen krassen veroorzaken.
~Zet geen hete pannen of schalen op
of in de buurt van het bedieningspa-
neel. Hierdoor kunnen de elektronische
onderdelen onder het paneel bescha-
digd raken.
~Laat geen voorwerpen op de kera-
mische plaat vallen. Zelfs een licht
voorwerp, zoals een zoutvaatje, kan
scheuren of barsten veroorzaken als
het verkeerd terechtkomt.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
22

~Komt suiker, suikerhoudend voed-
sel, kunststof of aluminiumfolie op een
hete kookzone terecht, vermeng de sui-
kerhoudende stoffen dan onmiddellijk
met water. Schakel vervolgens de kook-
zone uit en verwijder de resten met een
schraper, zolang de plaat nog heet is.
Als de stoffen afkoelen kan de kera-
mische plaat beschadigd raken. Let op
dat u uw handen niet brandt.
Reinig de plaat verder als deze is afge-
koeld.
~Als u een stopcontact in de buurt
van het apparaat gebruikt, mogen de
aansluitkabels van de betreffende ap-
paraten niet in aanraking komen met
het hete apparaat. De isolatie van de
kabels kan beschadigd raken, waar-
door u een elektrische schok kunt krij-
gen.
~Het apparaat is voorzien van een
ventilator. Als zich onder het
ingebouwde apparaat een lade be-
vindt, moet de afstand tussen de in-
houd van de lade en de onderkant van
het apparaat voldoende zijn om de ven-
tilatie te waarborgen. Bewaar geen spit-
se en kleine voorwerpen of papier in de
lade. Deze voorwerpen kunnen via de
ventilatieopeningen in de behuizing te-
rechtkomen of aangezogen worden. De
ventilator kan dan beschadigd raken of
de koeling kan worden beïnvloed.
~Wanneer zich onder het apparaat
een schuiflade bevindt, zonder tussen-
bodem, mogen daarin geen licht ont-
vlambare stoffen of brandbare voor-
werpen zoals spuitbussen worden be-
waard. Een eventuele bestekbak moet
van hittebestendig materiaal zijn.
~Metalen voorwerpen die in een lade
onder de kookplaat worden bewaard,
kunnen heet worden als u het apparaat
lang en intensief gebruikt.
~Zorg ervoor dat gerechten altijd vol-
doende worden verhit. Eventuele bac-
teriën in het eten worden alleen ge-
dood, wanneer de temperatuur hoog
genoeg is (> 70 °C) en lang genoeg
wordt aangehouden (> 10 min.).
~Schakel de kookplaat niet in als
deze boven een pyrolyse-oven of -for-
nuis is ingebouwd en de pyrolysefunc-
tie actief is, omdat de oververhittings-
beveiliging van de kookplaat zou kun-
nen reageren (zie de betreffende ru-
briek).
Als de "Veiligheidsinstructies en
waarschuwingen" niet worden opge-
volgd, kan de fabrikant niet aanspra-
kelijk worden gesteld voor schade
die daarvan het gevolg is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
23

Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat
tegen transportschade. Het verpak-
kingsmateriaal is uitgekozen met het
oog op een zo gering mogelijke belas-
ting van het milieu en de mogelijkheden
voor recycling.
Hergebruik van het verpakkingsmateri-
aal remt de afvalproductie en het ge-
bruik van grondstoffen. Vaak neemt de
leverancier de verpakking terug. Als u
de verpakking zelf wegdoet, informeer
dan bij de reinigingsdienst van uw ge-
meente waar u die kunt afgeven.
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische ap-
paraten bevatten meestal nog waarde-
volle materialen. Ze bevatten echter
ook schadelijke stoffen die nodig zijn
geweest om de apparaten goed en vei-
lig te laten functioneren. Wanneer u uw
oude apparaat bij het gewone afval
doet of er op een andere manier niet
goed mee omgaat, kunnen deze stoffen
schadelijk zijn voor de gezondheid en
het milieu.
Verwijder uw oude apparaat dan ook
nooit samen met het gewone afval,
maar lever het in bij een gemeentelijk
inzameldepot voor elektrische en elek-
tronische apparatuur. Vraag uw hande-
laar indien nodig om inlichtingen.
Het afgedankte apparaat moet tot die
tijd buiten het bereik van kinderen wor-
den opgeslagen.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu
24

Bij het apparaat wordt een tweede ty-
peplaatje geleverd. Plak dit typeplaatje
op de aangegeven plaats achter in uw
gebruiksaanwijzing.
Eerste reiniging
Verwijder eventueel aanwezige
beschermfolies en stickers.
Reinig het apparaat voor het eerste ge-
bruik met een vochtige doek en wrijf het
apparaat daarna weer droog.
Gebruik voor het reinigen van de
keramische plaat geen afwasmiddel,
omdat daardoor blijvende blauwe
vlekken kunnen ontstaan.
Vóór gebruik
Alleen voor kookplaten met facetrand
(geslepen rand):
Na het inbouwen kan de eerste da-
gen een spleet zichtbaar zijn tussen
de kookplaat en het werkblad. Deze
spleet zal door het gebruik kleiner
worden. De elektrische veiligheid van
het apparaat is echter altijd gewaar-
borgd.
Als u het apparaat voor het eerst in ge-
bruik neemt, komen er geurtjes en
eventueel damp vrij. Bij elk volgend ge-
bruik komen er minder geurtjes vrij. Uit-
eindelijk zult u niets meer ruiken.
Wanneer er geurtjes en damp vrijko-
men, betekent dat niet dat het apparaat
verkeerd is aangesloten of defect is. De
geurtjes en de damp zijn niet schadelijk
voor de gezondheid.
Vóór het eerste gebruik
25

Principe
Onder elke kookzone bevindt zich een
inductiespoel. Als u een kookzone in-
schakelt, genereert deze spoel een
magneetveld waardoor de bodem van
de pan heet wordt. De kookzone zelf
wordt alleen indirect verwarmd door de
stralingswarmte van de pan.
Een inductiekookzone reageert alleen
op pannen met een magnetiseerbare
bodem (zie de rubriek "De juiste pan-
nen"). Andere pannen worden niet heet.
Bij inductie wordt automatisch rekening
gehouden met de grootte van de ge-
bruikte pan. Het inductiesysteem werkt
alleen op het gedeelte dat door de pan-
bodem wordt bedekt.
De kookzone functioneert niet,
– als u deze zonder pan of met een
ongeschikte pan (met niet magneti-
seerbare bodem) inschakelt.
– als de bodemdiameter van de pan te
klein is.
–als u de pan van een ingeschakelde
kookzone haalt.
In dat geval verschijnen in het display
van de betreffende kookzone afwisse-
lend het symbool ßen een 0dan wel
de ingestelde vermogensstand.
Als u binnen 3 minuten een geschikte
pan op de kookzone zet, verdwijnt het
symbool ßen kunt u gewoon doorgaan.
Als u geen (geschikte) pan op de kook-
zone zet, wordt de kookzone c.q. de
kookplaat na 3 minuten automatisch uit-
geschakeld.
Gebruik het apparaat niet als werk-
blad voor messen, vorken, lepels of
andere metalen voorwerpen. Als het
apparaat ingeschakeld is, onbe-
doeld wordt ingeschakeld of als er
sprake is van restwarmte kunnen
dergelijke voorwerpen heet worden
(verbrandingsgevaar).
Schakel de kookzones na gebruik
uit!
Inductie
26

Inductiegeluiden
Bij gebruik van een inductiekookplaat
kunnen in het kookgerei allerlei ge-
luiden ontstaan. De geluiden zijn afhan-
kelijk van het materiaal en de construc-
tie van de bodem van het kookgerei.
–Op een hoge vermogensstand kan
het apparaat een bromgeluid veroor-
zaken. Dit geluid neemt af of ver-
dwijnt, wanneer een lagere vermo-
gensstand wordt ingesteld.
–Bij pannen met een bodem die uit
verschillende materialen bestaat (bij-
voorbeeld een sandwichbodem) kan
een knetterend geluid optreden.
– Er kan een fluitend geluid ontstaan
als de met elkaar verbonden kookzo-
nes (zie de rubriek "Boosterfunctie")
tegelijk zijn ingeschakeld en op de
kookzones pannen staan met een
bodem die uit verschillende materia-
len bestaat (bijvoorbeeld een
sandwichbodem).
–Vooral bij lage vermogensstanden
kunnen bij elektronische
schakelingen klikgeluiden optreden.
Om de levensduur van de elektronica
te vergroten, is het apparaat voorzien
van een ventilator. Als u het apparaat
intensief gebruikt, wordt de ventilator
ingeschakeld en hoort u een zoemend
geluid. Ook nadat u het apparaat heeft
uitgeschakeld, kan de ventilator nog
doorlopen.
Inductie
27

De juiste pannen
Let op!
Geschikt zijn pannen van:
–roestvrij staal met een magnetiseer-
bare bodem
–geëmailleerd staal
–gietijzer
Niet geschikt zijn pannen van:
–roestvrij staal met een niet magneti-
seerbare bodem
– aluminium of koper
– glas/keramiek, aardewerk
Als u niet zeker weet of een pan ge-
schikt is voor inductie, kunt u een mag-
neet tegen de panbodem houden. Blijft
de magneet hangen, dan is de pan ge-
schikt.
Houdt u er rekening mee dat de eigen-
schappen van de panbodem het berei-
dingsresultaat beïnvloeden.
Om optimaal gebruik te maken van een
kookzone moet u het formaat van de
pan zo kiezen dat de pan tussen de
binnenste en de buitenste markering
van de kookzone past. Als de pan
kleiner is dan de binnenste markering,
kan het voorkomen dat de inductie-
spoel niet reageert. De kookzone rea-
geert dan alsof er geen pan op staat.
Houdt u er rekening mee dat pannenfa-
brikanten vaak de diameter aan de bo-
venkant vermelden. Van belang is ech-
ter alleen de (meestal kleinere) bodem-
diameter.
Plaats pannen altijd midden op een
kook- of braadzone. Als een pan
slechts gedeeltelijk op een kook- of
braadzone staat, kunnen de grepen
zeer heet worden.
Tip om energie te besparen
Kook bij voorkeur met een deksel op de
pan. Op die manier voorkomt u dat er
onnodig warmte ontsnapt.
zonder deksel met deksel
Inductie
28

Sensortoetsen
Het bedieningspaneel van de kookplaat
is voorzien van elektronische sensor-
toetsen. Deze reageren op vingercon-
tact. U kunt de kookzones bedienen
door met uw vinger de juiste toetsen
aan te tippen. De kookplaat reageert
daarop telkens met een akoestisch sig-
naal.
Bedien alleen de gewenste toetsen.
Druk daarbij van boven op het mid-
den van de toets. Houd het bedie-
ningspaneel altijd vrij en schoon, an-
ders reageren de toetsen niet of u
activeert onbedoeld functies. Ook
kan de kookplaat dan automatisch
worden uitgeschakeld (zie de ru-
briek "Veiligheidsuitschakeling"). Zet
nooit hete pannen op het bedie-
ningspaneel om beschadiging van
de elektronische onderdelen te voor-
komen.
Inschakelen
Om de kookzones te kunnen gebruiken,
moet u eerst de kookplaat inschakelen.
Houd toezicht op het apparaat als
het in gebruik is!
Kookplaat inschakelen
^Druk op de Aan/Uit-toets s.
In de displays van alle kookzones ver-
schijnt een 0. Voert u daarna geen
waarden in, dan wordt de kookplaat om
veiligheidsredenen na enkele seconden
weer uitgeschakeld.
Kookzone inschakelen
^U schakelt een kookzone in door de
betreffende toets -of +aan te tippen.
Kies een vermogensstand tussen 1
en 9of de warmhoudstand.
Als u daarbij met -begint, kiest u koken
met aankookautomaat. Als u met +be-
gint, kiest u koken zonder aan-
kookautomaat (zie de rubriek "Aankook-
automaat").
Wilt u nog een kookzone inschakelen,
waarvan de 0al uit het display is ver-
dwenen, raak dan één keer kort de bij-
behorende toets -of +aan. De 0ver-
schijnt en u kunt een vermogensstand
kiezen, met of zonder aankookauto-
maat.
Bediening
29

Tabel vermogensstanden
Bereidingsproces Vermogensstand*
instelling
af fabriek
(9 vermogens-
standen)
gewijzigde
instelling**
(17 vermogens-
standen)
Warmhouden h h
Boter smelten
Gelatine oplossen
1-2 1-2.
Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmen
Rijst wellen
Groente ontdooien (in een blok)
3 3-3.
Gerechten verwarmen die veel vocht bevatten
Gebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsaus of
sauce hollandaise
Rijstepap, havermoutpap maken
Omelet, eieren zonder korstje bakken
Fruit blancheren
4 4-4.
Diepvriesproducten ontdooien
Groente, vis stoven
Graan wellen
55
Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechten
Deegwaren wellen
6 5.-6
Vis, schnitzel, braadworst, eieren behoedzaam bakken (zon-
der oververhitting van het vet)
7 6.-7.
Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 8 8 - 8.
Grote hoeveelheden water koken
Aankoken
99
* De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen. Ze hebben betrekking op normale
porties voor 4 personen. Als u extra hoge pannen gebruikt, zonder deksel kookt of grotere
hoeveelheden bereidt, moet een hogere stand worden ingesteld. Kies een lagere stand, als u
kleinere hoeveelheden bereidt.
** Als u fijner afgestemde vermogensstanden wenst, kunt u het aantal standen vergroten (zie het
hoofdstuk "Programmering"). Bij de tussenstanden verschijnt een punt achter het getal.
Bediening
30

Aankookautomaat
Doorkookstand* Aankooktijd in
minuten en
seconden (ca.)
1 0:15
1. 0:15
2 0:15
2. 0:15
3 0:25
3. 0:25
4 0:50
4. 0:50
5 2:00
5. 5:50
6 5:50
6. 2:50
7 2:50
7. 2:50
8 2:50
8. 2:50
9-
* De doorkookstanden met punt zijn
alleen beschikbaar als u het aantal
vermogensstanden heeft vergroot
(zie het hoofdstuk "Programmering").
Als de aankookautomaat geactiveerd
is, wordt de betreffende kookzone een
bepaalde tijd op het hoogste vermogen
ingeschakeld. Daarna wordt naar de
doorkookstand teruggeschakeld. De
aankooktijd hangt af van de ingestelde
doorkookstand (zie tabel).
Wordt tijdens de aankooktijd de pan
van de kookzone gehaald, dan wordt
de aankookautomaat uitgeschakeld. De
functie wordt weer geactiveerd als u de
pan binnen 3 minuten terugzet.
Aankookautomaat activeren
^Kies met de toets -de gewenste
doorkookstand, bijvoorbeeld 6.
Gedurende de aankooktijd brandt er
een controlelampje (een punt) rechts
naast de doorkookstand. Daarna dooft
dit lampje.
Gedurende de aankooktijd kunt u de
doorkookstand met de toets -of +ver-
lagen of verhogen. De aankooktijd ver-
andert dan.
Als u het aantal vermogensstanden
heeft vergroot (zie het hoofdstuk "Pro-
grammering"), knipperen in het display
afwisselend een Aen de doorkookstand
(tot het einde van de aankooktijd).
Bediening
31

Boosterfunctie
De kookzones hebben een enkele
booster (I) of een TwinBooster (I/II), zie
het hoofdstuk "Algemeen".
Met de boosterfunctie wordt een extra
hoog vermogen geleverd, waarmee u
bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden
water kunt verhitten. Met booster I wer-
ken de kookzones gedurende 10 minu-
ten met een verhoogd vermogen, met
booster II gedurende 15 minuten.
U kunt de boosterfunctie bij twee kook-
zones tegelijk gebruiken, dat wil zeg-
gen bij een kookzone links en bij een
kookzone rechts.
Als u de booster inschakelt, terwijl
– geen vermogensstand is ingesteld,
wordt na afloop van de boostertijd of
bij het eerder uitschakelen van de
functie automatisch teruggeschakeld
naar vermogensstand 9.
– wel een vermogensstand is inge-
steld, wordt na afloop van de boos-
tertijd of bij het eerder uitschakelen
van de functie automatisch terugge-
schakeld naar de ingestelde vermo-
gensstand.
Wordt tijdens de boostertijd de pan van
de kookzone gehaald, dan wordt de
boosterfunctie uitgeschakeld. De func-
tie wordt weer geactiveerd als u de pan
binnen 3 minuten terugzet.
Om het vermogen voor de booster te
kunnen leveren, moet het systeem ge-
durende de boostertijd aan een andere
kookzone een deel van het vermogen
onttrekken. Hiervoor zijn steeds twee
kookzones met elkaar verbonden zoals
op de afbeelding is aangegeven:
Het inschakelen van de booster heeft
tot gevolg dat:
– een eventueel ingestelde aankook-
automaat bij de verbonden kookzo-
nes wordt uitgeschakeld.
– bij de verbonden kookzone eventu-
eel de vermogensstand wordt ver-
laagd.
Als u booster II activeert, wordt de ver-
bonden kookzone uitgeschakeld.
Bediening
32

Booster I inschakelen
^Schakel eventueel de gewenste
kookzone in.
^Druk op de toets Bvan de betreffen-
de kookzone.
In het display van de kookzone ver-
schijnt I. Bovendien licht het controle-
lampje voor de boosterfunctie op.
Booster II inschakelen
^Schakel eventueel de gewenste
kookzone in.
^Druk op de toets Bvan de betreffen-
de kookzone.
In het display van de kookzone ver-
schijnt I. Bovendien licht het controle-
lampje voor de boosterfunctie op.
^Druk opnieuw op de toets Bvan de
betreffende kookzone.
In het display van de kookzone ver-
schijnt II.
Booster uitschakelen
U kunt de booster ook eerder uitscha-
kelen.
^Druk zo vaak op de toets Bvan de
betreffende kookzone totdat in het
display het controlelampje voor de
booster dooft en er een vermogens-
stand verschijnt of druk op de toets -
van de betreffende kookzone.
Bediening
33

Warmhouden
Alle kookzones hebben een
warmhoudstand.
Als u de warmhoudstand instelt, wordt
de kookzone na maximaal 2 uur uitge-
schakeld.
De warmhoudstand is voor het
warmhouden van gerechten meteen
na de bereiding (dus als deze nog
warm zijn). De warmhoudstand is
niet bedoeld voor het opwarmen van
reeds afgekoelde gerechten!
Tips
Houd gerechten alleen in de pan warm.
Dek de pan met een deksel af.
U hoeft de gerechten tijdens het warm-
houden niet te roeren.
De voedingswaarde van een gerecht
neemt gedurende de bereiding af. Tij-
dens het warmhouden neemt de voe-
dingswaarde verder af. Houd de
warmhoudtijd dan ook zo kort mogelijk.
Bediening
34

Uitschakelen en
restwarmte-indicatie
Het uitschakelen van een kookzone
^Druk tegelijk op de toetsen -en +
van de betreffende kookzone.
In het display verschijnt gedurende eni-
ge seconden een 0. Is de kookzone
nog heet, dan wordt daarna de rest-
warmte aangegeven.
Het uitschakelen van de kookplaat
^Druk op de Aan/Uit-toets s.
Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld.
In de displays van de kookzones die
nog heet zijn, wordt de restwarmte aan-
gegeven.
De streepjes van de
restwarmte-indicatie verdwijnen één
voor één als de kookzone afkoelt. Het
laatste streepje verdwijnt als de kook-
zone zover is afgekoeld dat u deze
zonder gevaar kunt aanraken.
De restwarmte-indicatoren reageren
ook als u heet kookgerei op een uit-
geschakelde kookzone zet.
Raak de kookzones niet aan zolang
de restwarmte-indicatoren branden.
Leg er ook geen hittegevoelige voor-
werpen op. U kunt zich branden en
er bestaat brandgevaar!
Houdt u er rekening mee dat de
restwarmte-indicatoren bij een fout-
melding niet branden, zelfs niet als
de kookzones nog heet zijn.
Bediening
35

U kunt de timer voor twee functies ge-
bruiken:
–voor het instellen van een kookwek-
kertijd.
–voor het automatisch uitschakelen
van een kookzone.
U kunt een tijd instellen van 1 minuut
(01) tot 91/2(9.^) uur. Bij tijden boven 99
minuten (99) vindt de instelling plaats in
stappen van een half uur. Een half uur
wordt aangegeven door een punt ach-
ter het cijfer.
Met de toets -verlaagt u de tijd van 9.^
tot 00. Met de toets +verhoogt u de tijd
van 00 tot 9^. Bij 2h en 99 volgt een
stop. Om door te gaan, haalt u kort uw
vinger van de toets en tipt u de toets
daarna weer aan.
Na afloop van de ingestelde tijd ver-
schijnt gedurende enkele seconden de
waarde 00 in het display. Tegelijk hoort
u enkele seconden een akoestisch sig-
naal. Tip de toets maan, als u het sig-
naal voortijdig wilt uitzetten.
Kookwekker
Instellen
U kunt de kookwekker inschakelen als
de kookplaat in gebruik is, maar ook als
de kookplaat uit is.
^Tip de sensortoets m,-of +aan.
In het tijddisplay verschijnt 00 en het
controlelampje van de kookwekker
knippert.
^Druk zo lang op de toets -of +tot de
gewenste tijd wordt weergegeven,
bijvoorbeeld 15 minuten. Doe dat
zolang het controlelampje knippert.
De ingestelde tijd loopt in stappen van
een minuut af. U kunt de resterende tijd
(resttijd) in het tijddisplay aflezen en op
elk moment veranderen met de toets -
of +.
Wissen
^Druk tegelijk op de toetsen -en +.
Timer
36

Automatisch uitschakelen van
een kookzone
U kunt een kookzone alleen automa-
tisch laten uitschakelen als u voor die
kookzone een vermogensstand heeft
ingesteld. Alle kookzones kunnen tege-
lijk worden geprogrammeerd.
Als de geprogrammeerde tijd langer
is dan de maximaal toegestane be-
drijfsduur wordt de kookzone na die
maximale tijd door de
veiligheidsuitschakeling uitgescha-
keld (zie de betreffende rubriek).
^Stel voor de betreffende kookzone,
bijvoorbeeld rechts achter, op de ge-
bruikelijke manier een vermogens-
stand in.
^Tip de sensortoets maan.
In het tijddisplay verschijnt 00 en het
controlelampje van de kookwekker
knippert.
^Tip de sensortoets mopnieuw aan.
In het tijddisplay dooft het controle-
lampje van de kookwekker en er knip-
pert een controlelampje voor het auto-
matisch uitschakelen van een kookzo-
ne.
^Zijn meerdere kookzones ingescha-
keld, druk dan zo lang op toets mtot
het controlelampje van de gewenste
kookzone knippert, bijvoorbeeld
rechts achter.
De controlelampjes van de ingescha-
kelde kookzones verschijnen met de
wijzers van de klok mee, beginnend bij
links voor.
^Druk zo lang op de toets -of +tot de
gewenste tijd wordt weergegeven,
bijvoorbeeld 15 minuten.
De ingestelde tijd loopt in stappen van
een minuut af. U kunt de resterende tijd
(resttijd) in het tijddisplay aflezen en op
elk moment veranderen met de toets -
of +.
Als u nog een kookzone automatisch
wilt laten uitschakelen, voert u de be-
schreven handelingen nog eens uit.
Als u meerdere uitschakeltijden heeft
geprogrammeerd, wordt de kortste
resttijd weergegeven. Het controle-
lampje van de betreffende kookzone
knippert. De andere controlelampjes
branden continu. Als u die resttijden
wilt laten weergeven, tip dan de sensor-
toets mzo vaak aan totdat het ge-
wenste controlelampje begint te knip-
peren.
Timer
37

Timerfuncties tegelijk
gebruiken
U kunt de functies "kookwekker" en "au-
tomatisch uitschakelen" tegelijk ge-
bruiken.
U heeft een of meer uitschakeltijden ge-
programmeerd en wilt ook de kook-
wekker instellen:
Tip de sensortoets mzo vaak aan tot-
dat het controlelampje van de kookwek-
ker knippert.
U heeft de kookwekker ingesteld en wilt
ook een of meer uitschakeltijden pro-
grammeren:
Tip de sensortoets mzo vaak aan tot-
dat het controlelampje van de ge-
wenste kookzone knippert.
Kort na de laatste invoer schakelt het
tijddisplay over naar de kortste resttijd.
Wilt u de resttijden laten weergeven die
op de achtergrond aflopen, tip dan de
sensortoets mzo vaak aan totdat het
gewenste controlelampje knippert.
Uitgaande van de kortste resttijd wor-
den nu met de wijzers van de klok mee
alle ingeschakelde kookzones en de
kookwekker geselecteerd.
Timer
38

Vergrendeling instellingen /
apparaat
Om te voorkomen dat de kookplaat of
kookzones per ongeluk worden inge-
schakeld of instellingen worden gewij-
zigd, is dit apparaat voorzien van een
vergrendeling.
De vergrendeling van de instellingen
activeert u als de kookplaat in gebruik
is. Als de vergrendeling actief is, kan
het apparaat alleen nog beperkt wor-
den bediend:
–De vermogensstanden van de kook-
zones en de instellingen van de timer
kunnen niet worden gewijzigd.
– De kookzones en de kookplaat kun-
nen wel worden uitgeschakeld, maar
daarna niet weer worden ingescha-
keld.
De vergrendeling van het apparaat
activeert u als de kookplaat uitgescha-
keld is. Als de vergrendeling actief is,
kan het apparaat niet worden ingescha-
keld en kan de timer niet worden
bediend.
Het apparaat is zo geprogrammeerd
dat u deze vergrendeling handmatig
moet activeren. U kunt de instelling zo
wijzigen dat de vergrendeling van het
apparaat 5 minuten na het uitschakelen
van de kookplaat automatisch
plaatsvindt (zie ook "Programmering").
Als de vergrendeling van de instel-
lingen of het apparaat geactiveerd is,
verschijnt het controlelampje als u een
toets aanraakt.
Beide vergrendelingen zijn na een
stroomonderbreking uitgeschakeld.
Activeren
^Druk zo lang op de sensortoets $tot
het betreffende controlelampje ver-
schijnt.
Na korte tijd gaat het controlelampje
automatisch uit.
U kunt de vergrendeling wijzigen van
1-vinger-bediening in
3-vinger-bediening (zie het hoofdstuk
"Programmering"). Kinderen kunnen
dan minder gemakkelijk functies active-
ren.
Deactiveren
^Druk zo lang op de sensortoets $tot
het controlelampje uitgaat.
Beveiligingen
39

Stop & Go
Uw apparaat heeft een functie waar-
mee u het vermogen van alle ingescha-
kelde kookzones tot 1kunt verlagen. Als
u de functie weer uitzet, worden de
laatst ingestelde vermogensstanden
weer ingeschakeld.
Als u de functie niet uitzet, wordt de
kookplaat na 1 uur automatisch uitge-
schakeld.
Als u gebruik wilt maken van deze func-
tie moet u eerst eenmalig de stan-
daardinstelling wijzigen (zie het hoofd-
stuk "Programmering").
Als u een kookzone automatisch wilt la-
ten uitschakelen, dan wordt bij active-
ring van de "Stop & Go"-functie de tijd
onderbroken. Als u de functie weer uit-
schakelt, loopt de tijd door.
De kookwekker loopt bij activering van
de "Stop & Go"-functie zonder onder-
breking door.
Activeren
^Druk zo lang op de sensortoets $tot
u twee korte akoestische signalen
hoort.
Druk niet te lang op de toets $.Uac
-
tiveert anders de vergrendeling.
Het controlelampje voor de vergrende-
ling begint te knipperen. De vermo-
gensstand van de ingeschakelde kook-
zones wordt verlaagd tot 1. In de be-
treffende displays verschijnt een 1.
Deactiveren
^Druk zo lang op de sensortoets $tot
het controlelampje uitgaat.
De laatst ingestelde vermogensstanden
zijn nu weer actief.
Beveiligingen
40

Veiligheidsuitschakeling
Het apparaat is voorzien van een bevei-
liging die de kookplaat automatisch uit-
schakelt als u vergeet deze uit te zet-
ten.
... als een kookzone te lang aanstaat
Is een kookzone langdurig ingescha-
keld geweest (zie tabel), zonder dat de
vermogensstand is gewijzigd, dan
wordt de kookzone automatisch uitge-
schakeld. In het display verschijnt de
restwarmte-indicator.
Als u een kookzone weer wilt inschake-
len, doet u dat zoals gebruikelijk.
Vermogens-
stand*
Maximale
bedrijfsduur in
uren
h2
1/1. 10
2/2. 5
3/3. 5
4/4. 4
5/5. 3
6/6. 2
7/7. 2
8/8. 2
91
* De vermogensstanden met punt zijn
alleen beschikbaar als u het aantal
vermogensstanden heeft vergroot
(zie het hoofdstuk "Programmering").
... als er iets op het bedieningspaneel
ligt
De kookplaat wordt automatisch uitge-
schakeld als één of meer sensortoetsen
langer dan 10 seconden bedekt zijn,
bijvoorbeeld als u uw hand erop legt,
een gerecht overkookt of als er voor-
werpen op liggen.
Tegelijk hoort u om de 30 seconden
een akoestisch signaal (maximaal 10
minuten) en knippert in de displays van
de bedekte sensortoetsen een F:
^Reinig het bedieningspaneel c.q. ver-
wijder de voorwerpen.
Het signaal gaat uit en de Fverdwijnt
uit het display.
^Schakel de kookplaat weer in met de
Aan/Uit-toets s. U kunt het apparaat
daarna weer in gebruik nemen.
Beveiligingen
41

Oververhittingsbeveiliging
Alle inductiespoelen en de
koellichamen van de elektronica zijn
voorzien van een oververhittingsbeveili-
ging. Voordat de inductiespoelen of de
koellichamen oververhit raken, zorgt de
oververhittingsbeveiliging bij de betref-
fende kookzone of de kookplaat voor
een van de volgende reacties:
–Een ingeschakelde booster wordt uit-
geschakeld.
–De ingestelde vermogensstand
wordt verlaagd.
– Betreft het een inductiespoel, dan
verschijnt de foutmelding FE99 en
wordt de kookplaat uitgeschakeld
De foutmelding verdwijnt en in de dis-
plays van nog hete kookzones wordt de
restwarmte weergegeven.
Pas als de inductiespoel voldoende is
afgekoeld, kan de kookplaat weer ge-
woon in gebruik worden genomen.
–Als het een koellichaam betreft,
wordt de energietoevoer naar de
kookzones verlaagd. De ingestelde
vermogensstand wordt nog wel
weergegeven.
Zodra het koellichaam voldoende is af-
gekoeld, gaan de kookzones automa-
tisch weer aan op de oorspronkelijk in-
gestelde vermogensstand.
De oververhittingsbeveiliging reageert,
wanneer
–leeg kookgerei verhit wordt.
–vet of olie op een hoge vermogens-
stand verhit wordt.
–de onderkant van het apparaat niet
voldoende geventileerd wordt.
Reageert de oververhittingsbeveiliging
opnieuw nadat de oorzaak is
weggenomen, neem dan contact op
met Miele.
Beveiligingen
42

,Gebruik voor het reinigen van
het apparaat nooit een stoomreini-
ger. Stoom kan in aanraking komen
met delen die onder spanning staan
en zo kortsluiting veroorzaken.
Reinig het hele apparaat na elk ge-
bruik. Laat het apparaat eerst afkoelen.
Wrijf het apparaat na elke vochtige rei-
niging droog. U voorkomt zo kalkafzet-
ting.
Om beschadigingen aan de opper-
vlakken te voorkomen, mogen de vol-
gende middelen niet worden ge-
bruikt:
–soda-, alkali-, ammoniak-, zuur-, of
chloridehoudende reinigingsmidde-
len.
–kalkoplossende reinigingsmiddelen.
–vlekken- en roestverwijderaars.
–schurende reinigingsmiddelen, zoals
schuurpoeder, vloeibaar schuurmid-
del en reinigingssteen.
– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-
delen.
– reinigingsmiddelen voor afwasauto-
maten.
– grill- en ovensprays.
– glasreinigers.
– schurende harde borstels en spons-
jes (zoals pannensponsjes) en ge-
bruikte sponsjes die nog resten
schuurmiddel bevatten.
–puntige voorwerpen
(zodat de dichtingen tussen de kera-
mische plaat en de lijst dan wel tus-
sen lijst en werkblad niet beschadigd
raken).
Reiniging en onderhoud
43

Keramische plaat
Verwijder alle grove verontreinigingen
met een vochtige doek. Vastgekoekte
verontreinigingen verwijdert u met een
glasschraper.
Reinig de kookplaat vervolgens met
een speciaal reinigingsmiddel voor
keramische platen en roestvrij staal (zie
ook "Bij te bestellen accessoires") en
met keukenpapier of een schone doek.
Gebruik het reinigingsmiddel niet op
een hete kookplaat, omdat daardoor
vlekken kunnen ontstaan. Houdt u zich
aan de aanwijzingen van de fabrikant
van het reinigingsmiddel.
Wis de kookplaat ten slotte met een
vochtige doek af en wrijf de plaat weer
droog. Verwijder alle reinigingsmiddel-
resten. De resten kunnen anders in-
branden en de keramische plaat aan-
tasten.
Vlekken van kalkresten, water en alu-
minium kunt u met het reinigingsmiddel
voor keramische platen en roestvrij
staal verwijderen.
Komt suiker, suikerhoudend voedsel,
kunststof of aluminiumfolie op een
hete kookzone terecht, vermeng de sui-
kerhoudende stoffen dan onmiddellijk
met water. Schakel vervolgens de kook-
zone uit en verwijder de resten met een
schraper, zolang de plaat nog heet is.
Let op dat u daarbij uw handen niet
brandt.
Reinig de plaat verder als deze is afge-
koeld. Ga daarbij te werk zoals in het
voorgaande is beschreven.
Reiniging en onderhoud
44

U kunt de programmering van uw ap-
paraat eventueel veranderen (zie ta-
bel).
^De kookplaat moet zijn uitgescha-
keld. Druk nu tegelijk op de
Aan/Uit-toets sen de vergrende-
lingstoets $. Houd deze toetsen in-
gedrukt totdat het controlelampje van
de vergrendeling begint te knippe-
ren.
In het kookzonedisplay verschijnen een
P(programma), een S(status) en een
cijfer dat de huidige instelling aangeeft.
^Stel eerst het gewenste programma
in met de toets +of -van de kookzo-
ne links voor. Kies vervolgens de
gewenste status met de toets +of -
van de kookzone rechts voor (zie ta-
bel). Op deze manier kunt u meerde-
re programma's na elkaar wijzigen.
Om de nieuwe instellingen op te
slaan, drukt u op de Aan/Uit-toets s
totdat de weergaven verdwijnen.
Wilt u de veranderingen niet opslaan,
houd de vergrendelingstoets $dan in-
gedrukt totdat de weergaven verdwij-
nen.
Programmering
45

Programma* Status** Instelling
P0Demo-stand en fabrieksin-
stellingen
S 0 Demo-stand aan
S1 Demo-stand uit
S 9 Fabrieksinstellingen herstellen
P1Stop & Go S0 Uit
S 1 Aan
P2Aantal vermogensstanden S0 9 vermogensstanden
(1, 2, 3 ... tot 9)
S 1 17 vermogensstanden
(1, 1., 2, 2., 3 ... tot 9)
Let op!
De aankookfunctie is nu te her-
kennen aan een Adie afwisselend
met de doorkookstand verschijnt.
P3Akoestisch signaal als
geen pan of een onge-
schikte pan is geplaatst
S 0 Uit
S 1 Zacht
S2 Gemiddeld
S 3 Hard
P4Akoestisch signaal bij be-
diening sensortoetsen
S 0 Uit
S 1 Zacht
S2 Gemiddeld
S 3 Hard
P5Akoestisch signaal timer S 0 Uit
S 1 Zacht, 10 seconden continu
S2 Gemiddeld, 10 seconden continu
S 3 Hard, 10 seconden continu
* Een niet genoemd programma (een niet genoemde status) wordt niet gebruikt.
** De fabrieksinstellingen zijn vet gedrukt.
Programmering
46

Programma* Status** Instelling
P6Vergrendeling instellingen S0 Vergrendeling met toets $
S 1 Vergrendeling met toets $en de
toetsen +van de beide rechter
kookzones
P7Vergrendeling apparaat S0 Handmatige activering van de
vergrendeling
S 1 Automatische activering van de
vergrendeling
P8Aankookautomaat S 0 Uit
S1 Aan
P0.Miele|home
- alleen bij apparaten met
communicatiemodule -
S0 Niet actueel
S 1 Afgemeld
S 2 Aangemeld
§Aanmelding c.q. afmelding actief
P6.Reactiesnelheid sensor-
toetsen
S 0 Langzaam
S1 Normaal (300 ms)
S 2 Snel
* De niet genoemde programma's worden niet gebruikt.
** De fabrieksinstellingen zijn vet gedrukt.
Programmering
47

,Reparaties aan elektrische ap-
paraten mogen alleen door vakmen-
sen worden uitgevoerd. Ondeskun-
dig uitgevoerde reparaties leveren
gevaar op voor de gebruiker.
Wat moet u doen als...
... de kookplaat respectievelijk de
kookzones niet kunnen worden inge-
schakeld?
Controleer of
– de pannen geschikt zijn.
– de vergrendeling geactiveerd is. Is
dat het geval, hef deze dan op (zie
de rubriek "Vergrendeling").
– de zekering van de huisinstallatie
doorgeslagen is.
Is het probleem daarmee nog niet op-
gelost, haal dan ca. 1 minuut de span-
ning van het apparaat en wel als volgt:
–Schakel de hoofdschakelaar van de
huisinstallatie uit c.q. draai de des-
betreffende stop eruit of
–schakel de aardlekschakelaar uit.
Nadat de zekering, de hoofd- of de
aardlekschakelaar weer is ingescha-
keld, kunt u het apparaat weer normaal
gebruiken. Waarschuw een elektricien
of Miele als u de storing niet zelf kunt
verhelpen.
... bij een nieuwe kookplaat geurtjes
en damp vrijkomen?
Wanneer er geurtjes en damp vrijko-
men, betekent dat niet dat het apparaat
verkeerd is aangesloten of defect is. De
geurtjes en de damp zijn niet schadelijk
voor de gezondheid.
... de kookplaat kan worden inge-
schakeld en instellingen mogelijk
zijn, maar de kookzones niet heet
worden?
Controleer of het apparaat in de
demo-stand staat (zie het hoofdstuk
"Programmering").
... in het display van een kookzone
een ßverschijnt?
Controleer of
– een lege kookzone per ongeluk is in-
geschakeld.
–op de betreffende kookzone een pan
staat die geschikt is voor inductie en
die voldoende groot is (zie de rubriek
"De juiste pannen").
... een kookzone of de hele kookplaat
tijdens het gebruik automatisch
wordt uitgeschakeld?
De veiligheidsuitschakeling of de over-
verhittingsbeveiliging is geactiveerd
(zie de rubrieken
"Veiligheidsuitschakeling" en "Overver-
hittingsbeveiliging").
Nuttige tips
48

... een van de volgende storingen op-
treedt:
–De boosterfunctie wordt te vroeg uit-
geschakeld.
–De ingestelde vermogensstand
wordt verlaagd.
–De kookzone werkt niet zoals u ge-
wend bent op de ingestelde vermo-
gensstand.
De oververhittingsbeveiliging is geacti-
veerd (zie de rubriek "Oververhittings-
beveiliging").
... de inhoud van een pan niet of nau-
welijks begint te koken, hoewel u de
aankookautomaat heeft ingescha-
keld?
De oorzaak kan zijn dat
– grote hoeveelheden worden verhit.
– de pan de warmte niet goed geleidt.
Kies de volgende keer een hogere
doorkookstand of stel eerst de hoogste
vermogensstand in en schakel daarna
handmatig terug naar een lagere stand.
... de ventilator na het uitschakelen
doorwerkt?
Dit is geen storing! De ventilator draait
door totdat het apparaat is afgekoeld
en wordt dan automatisch uitgescha-
keld.
... in het display van de achterste
kookzones een F, in de voorste een E
en in het display van de timer cijfers
verschijnen?
FE99:
De oververhittingsbeveiliging van de in-
ductiespoel heeft gereageerd. Zodra
een kookzone voldoende is afgekoeld,
kunt u de kookzone gewoon weer in ge-
bruik nemen.
Andere foutmeldingen:
Onderbreek de stroomvoorziening van
de kookplaat gedurende ca. 1 minuut.
Mocht het probleem zich na het herstel-
len van de stroomvoorziening weer
voordoen, neem dan contact op met
Miele.
Nuttige tips
49

Miele|home
Voor communicatie geschikte apparaten maken voor de com-
municatie met de Miele|home-weergave-apparaten
(SuperVision-apparaat, InfoControl) gebruik van het stroom-
net (230 V) in huis (Powerline-techniek). Zo kunt u op elk mo-
ment informatie over uw apparaat op het weergave-apparaat
aflezen, bijvoorbeeld de programmafase, een foutmelding,
etc.
Met Miele|home kunt u ook een verbinding maken tussen
bepaalde afzuigkappen en kookplaten (Con{ctivity).
De afzuigkap reageert dan automatisch op de instellingen
van de kookplaat, waarbij de afzuigstand en de verlichting
worden geregeld.
Om deze mogelijkheden te kunnen benutten, moet uw appa-
raat van een communicatiemodule worden voorzien.
Meer informatie over Miele|home vindt u op internet onder
www.miele.nl.
XKM 2000 KM
Communicatiemodule met inbouwmaterialen.
InfoControl
Weergave-apparaat met basisstation en mobiele unit.
Bij te bestellen accessoires
51

Om te voorkomen dat het apparaat
beschadigd raakt, moet het pas na
de montage van de bovenkastjes en
de afzuigkap worden ingebouwd.
~De lijsten en randen van het werk-
blad moeten met een hittebestendige
lijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat ze
niet loslaten of vervormen. Ook de
wandafdichtstrip moet hittebestendig
zijn.
~Dit apparaat mag uitsluitend door
een vakman op een niet-stationaire lo-
catie (bijvoorbeeld een boot of camper)
worden ingebouwd en aangesloten.
Hierbij moet aan alle voorwaarden voor
een veilig gebruik worden voldaan.
~Het is niet toegestaan de kookplaat
boven koelapparatuur, afwas-, was- en
droogautomaten in te bouwen.
~Deze kookplaat mag alleen boven
fornuizen en ovens met wasemkoeling
worden ingebouwd.
~De aansluitkabel van de kookplaat
mag na het inbouwen niet in aanraking
komen met de bodemplaat van het ap-
paraat en niet worden blootgesteld aan
mechanische belastingen.
~De op de volgende bladzijden aan-
gegeven veiligheidsafstanden dienen
nauwkeurig te worden aangehouden.
~Gebruik geen voegenkit en
soortgelijke producten, tenzij dat uit-
drukkelijk vermeld staat. De dichting
van het apparaat is toereikend als af-
dichting tussen plaat en werkblad (zie
ook de rubriek "Algemene inbouwaan-
wijzing").
Alle maten zijn in mm aangegeven.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen
52

Veiligheidsafstand boven het appa-
raat
Tussen het apparaat en een erboven
gemonteerde afzuigkap dient u de vei-
ligheidsafstand aan te houden die door
de fabrikant is aangegeven.
Is de betreffende informatie niet be-
schikbaar (bijvoorbeeld bij een keuken-
plank), dan moet de afstand bij licht
ontvlambare materialen ten minste
760 mm bedragen.
Als in de gebruiksaanwijzing of monta-
gehandleiding van verschillende appa-
raten (bijvoorbeeld een wokbrander of
een elektrische kookplaat) verschillen-
de veiligheidsafstanden worden ge-
noemd voor plaatsing onder een af-
zuigkap, kies dan de grootste afstand.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen
53

Zijkant
De apparaten mogen slechts aan één
zijkant en aan de achterkant aansluiten
op meubels of wanden die hoger zijn
dan de apparaten zelf (zie de afbeel-
dingen).
Houd minimaal de volgende veilig-
heidsafstanden aan:
–50 mm rechts of links van de uitspa-
ring ten opzichte van een ernaast
geplaatst meubelstuk (bijvoorbeeld
een hoge kast).
– 50 mm tussen de uitsparing en de
achterwand.
Niet toegestaan!
Aan te bevelen!
Toegestaan maar niet aan te bevelen!
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen
54

Veiligheidsafstand onder het appa-
raat
Om de ventilatie van het apparaat te
kunnen waarborgen, moet onder het
apparaat een minimale afstand worden
aangehouden ten opzichte van een
oven, tussenbodem of lade.
De minimale afstand vanaf de onder-
kant van de kookplaat tot de
–bovenkant van de oven moet 15 mm
zijn.
–bovenkant van de tussenbodem
moet 15 mm zijn.
In het achterste gedeelte moet voor
de doorvoer van de aansluitkabel
een ventilatieopening van 10 mm
worden gerealiseerd.
– bodem van de lade moet 75 mm
zijn.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen
55

Veiligheidsafstand bij een beklede nis
Tussen de nisbekleding en de rand van de uitsparing in het werkblad dient een
minimale afstand te worden aangehouden van 50 mm.
Deze afstand is alleen nodig als het materiaal van de nisbekleding van hout of an-
der brandbaar materiaal is. Bij onbrandbaar materiaal (metaal, keramische tegels
en dergelijke) kan de afstand worden verkleind met de dikte van de nisbekleding
(voor zover praktisch realiseerbaar). Bij te hoge temperaturen kunnen materialen
beschadigd raken.
Kookplaten zonder randlijst Kookplaten met randlijst/facetrand
aWand
bNisbekleding
cWandafdichtstrip
dWerkblad
eUitsparing in het werkblad
fMinimale afstand 50 mm
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen
56

Inbouwmaten
KM 5942
aVoorkant
bInbouwhoogte
cAansluitkabel, L = 1440 mm
Kookplaten met randlijst / facetrand
57
030
a
b
560
48
3
504
490
+
3
+
3
50
0
R4
ß
a
c
574
422
48
209
250
b
475

KM 5943
aVoorkant
bInbouwhoogte
cAansluitkabel, L = 1440 mm
Kookplaten met randlijst / facetrand
58

KM 5945
aVoorkant
bInbouwhoogte
cAansluitkabel, L = 1440 mm
Kookplaten met randlijst / facetrand
59
030
a
b
600
48
3
514
500
+
3
+
3
50
0
R4
ß
a
c
614
422
48
209
b
475
230

KM 5951
aVoorkant
bInbouwhoogte
cAansluitkabel, L = 1440 mm
dAansluiting voor Miele|home
Kookplaten met randlijst / facetrand
60

KM 5955
aVoorkant
bInbouwhoogte
cAansluitkabel, L = 1440 mm
dAansluiting voor Miele|home
Kookplaten met randlijst / facetrand
61
030
3
504
b
050
ßR4
490
750
a
+
3
+
3
48
764
225
b
a
48
c
422
209
250
149
b
15
b
15
d
328
65
32
24

KM 5957
aVoorkant
bInbouwhoogte
cAansluitkabel, L = 1440 mm
dAansluiting voor Miele|home
Kookplaten met randlijst / facetrand
62
030
3
514
b
050
ßR4
500
780
a
+
3
+
3
48
794
b
a
48
c
422
209
250
164
62
b
15
b
15
225
328
d
69
32
20

KM 5958
aVoorkant
bInbouwhoogte
cAansluitkabel, L = 1440 mm
dAansluiting voor Miele|home
Kookplaten met randlijst / facetrand
63
030
3
504
b
050
ßR4
490
750
a
+
3
+
3
48
764
225
b
48
c
209
250
149
b
15
a
422
b
15
d
354
32
220

KM 5975
aVoorkant
bInbouwhoogte
cInbouwhoogte aansluitkabel
dAansluitkabel, L = 1440 mm
eAansluiting voor Miele|home
(inbouwhoogte met aansluitkabel Miele|home = 57,5 mm)
Kookplaten met randlijst / facetrand
64
a
b
47,5
d
74
74
c
56,5
886
386
+
3
+
3
416
916
050
ßR4
47,5
4
b
a
030
154
230
e
52,5 (57,5)
177

KM 5985
aVoorkant
bInbouwhoogte
cInbouwhoogte aansluitkabel
dAansluitkabel, L = 1440 mm
Kookplaten met randlijst / facetrand
65
a
b
47,5
d
177
74
74
c
56,5
886
386
+
3
+
3
416
916
050
ßR4
47,5
4
b
a
030

Inbouwen
Voorbereiding werkblad
^Maak de uitsparing in het werkblad
volgens de maatschets.
Neem de minimale afstand tot de
achterwand in acht en tot een even-
tueel aanwezige zijwand (rechts of
links). Zie ook het hoofdstuk "Veilig-
heidsinstructies voor het inbouwen".
^De snijvlakken van houten werk-
bladen moeten met speciale lak, sili-
conenkit of giethars worden afge-
werkt om te voorkomen dat het werk-
blad door vocht wordt aangetast. De
gebruikte materialen moeten hittebe-
stendig zijn.
Wordt bij het inbouwen geconsta-
teerd dat de randafdichting bij de
hoeken niet goed op het werkblad
aansluit, dan kan de hoekradius
(ßR4) voorzichtig met een decou-
peerzaag worden nabewerkt.
Voor de inbouw zijn geen klemveren
nodig. De speciale afdichttape zorgt
ervoor dat de kookplaat stevig in de
uitsparing ligt en niet verschuift.
De spleet tussen de rand en het
werkblad zal na verloop van tijd
kleiner worden.
Kookplaat positioneren
Bij installatie van Miele{home /
Con{ctivity moet de kookplaat
voor het inbouwen worden aange-
past en de communicatiemodule
worden aangesloten! Zie de
montage- en installatiehandleiding
Miele|home / Con|ctivity
XKM 2000 KM.
^Leid de aansluitkabel van de kook-
plaat door de uitsparing naar bene-
den.
^Leg de kookplaat midden in de uit-
sparing. De dichting van de kook-
plaat moet goed op het werkblad
aansluiten. Alleen dan is een correcte
afdichting gewaarborgd. Gebruik
geen voegenkit.
^Sluit de kookplaat aan.
^Controleer of het apparaat goed
functioneert.
Kookplaten met randlijst / facetrand
66

Algemene inbouwaanwijzing
Gebruik geen voegenkit, tenzij dat uit-
drukkelijk vermeld staat. De dichting
onder de rand van het apparaat is toe-
reikend als afdichting tussen plaat en
werkblad.
Gebruik nooit kit tussen de lijst van
het apparaat en het werkblad!
Anders kan het apparaat later - voor
servicedoeleinden - alleen nog met
moeite uit het werkblad worden ge-
haald. Lijst en werkblad kunnen
daarbij beschadigd raken.
Werkblad met tegels
De voegen aen het gearceerde ge-
deelte onder de rand moeten glad en
vlak zijn, zodat de lijst gelijkmatig aan-
sluit en de dichting onder de rand van
het apparaat voldoende afdicht.
Kookplaten met randlijst / facetrand
67

Inbouwmaten
KM 5944 / KM 5948
aVoorkant
bInbouwhoogte
cAansluitkabel, L = 1440 mm
dGetrapte freesrand voor natuurste-
nen werkbladen
Zie beslist de detailtekeningen voor
de afmetingen van de uitsparing voor
een natuurstenen werkblad.
Kookplaten zonder randlijst
68
R4
ß
-1
-1
596
570
496
-1
-1
470
13
d
030
+
-
1
-
1
596
492
592
496
+
-
-
1
1
+
-
1
R4
050
ß
-
1
570
470
-
1
7
13
d
a
b
475
c
422
51
209
250
51
a
b
475

KM 5956
aVoorkant
bInbouwhoogte
cAansluitkabel, L = 1440 mm
dGetrapte freesrand voor natuurste-
nen werkbladen
eAansluiting voor Miele|home
Zie beslist de detailtekeningen voor
de afmetingen van de uitsparing voor
een natuurstenen werkblad.
Kookplaten zonder randlijst
69
492
752
51
a
b
R4
ß
730
496
470
1
756
50
0
1
-
-
1
-
+
-
1
+
-
11
030
c
a
51
475
422
250
209
7
13
1
-
d
b
17
b
24
b
24
138
b
b
17
115
R4
-1
-1
756
730
-1
470
13
ß
d
496
-1
e

KM 5953 / KM 5986
aVoorkant
bInbouwhoogte
cAansluitkabel, L = 1440 mm
dGetrapte freesrand voor natuurste-
nen werkbladen
Zie beslist de detailtekeningen voor
de afmetingen van de uitsparing voor
een natuurstenen werkblad.
Kookplaten zonder randlijst
70
492
752
51
a
b
R4
ß
730
496
470
1
756
50
0
1
-
-
1
-
+
-
1
+
-
11
030
c
a
51
475
422
250
209
7
13
1
-
d
b
17
b
24
b
24
138
b
b
17
115
R4
-1
-1
756
730
-1
470
13
ß
d
496
-1

KM 5959
- geschikt voor inbouw in glazen werkbladen -
aVoorkant
bInbouwhoogte
cAansluitkabel, L = 1440 mm
dGetrapte freesrand voor natuurste-
nen werkbladen
eAansluiting voor Miele|home
Zie beslist de detailtekeningen voor
de afmetingen van de uitsparing voor
een natuurstenen werkblad.
Kookplaten zonder randlijst
71

Inbouwen
Een kookplaat zonder randlijst is al-
leen geschikt voor inbouw in natuur-
stenen (graniet, marmer) en bete-
gelde werkbladen, alsmede in
massief hout. Andere materialen, zo-
als corian en askilan, zijn niet ge-
schikt. Het apparaat moet worden
ingebouwd in een 1000 mm brede
onderkast.
Bij installatie van Miele{home /
Con{ctivity moet de kookplaat
voor het inbouwen worden aange-
past en de communicatiemodule
worden aangesloten! Zie de
montage- en installatiehandleiding
Miele|home / Con|ctivity
XKM 2000 KM.
Voor onderhoudswerkzaamheden
moet de kookplaat van onderaf toe-
gankelijk blijven, zodat de voegenkit
niet hoeft te worden verwijderd.
Deze kookplaat
–kan rechtstreeks in een correct voor-
bereid natuurstenen werkblad wor-
den geplaatst.
–moet in een massief-houten/betegeld
werkblad met houten lijsten worden
bevestigd. De lijsten worden niet bij
het apparaat geleverd.
Kookplaten zonder randlijst
72

Werkblad voorbereiden en kookplaat
bevestigen
Werkblad van natuursteen
aWerkblad
bKookplaat
cVoegbreedte
Omdat voor de keramische plaat en
de uitsparing in het werkblad een ze-
kere tolerantie geldt, kan de voeg-
breedte cvariëren (minimaal 1 mm).
^Maak de uitsparing in het werkblad
volgens de afbeeldingen.
^Leid de aansluitkabel van de kook-
plaat door de uitsparing naar bene-
den.
^Plaats en centreer de kookplaat bin
de uitsparing.
^Sluit de kookplaat aan.
^Controleer of het apparaat goed
functioneert.
^Vul de voeg cmet een geschikte,
temperatuurbestendige
siliconen-voegenkit (minimaal
160 °C).
Gebruik uitsluitend een voor natuur-
steen geschikte siliconen-voegenkit.
Neem de aanwijzingen van de
kitfabrikant in acht.
Kookplaten zonder randlijst
73

Massief-houten/betegeld werkblad
aWerkblad
bKookplaat
cVoegbreedte
dHouten lijsten 13 mm
(niet bijgeleverd)
Omdat voor de keramische plaat en
de uitsparing in het werkblad een ze-
kere tolerantie geldt, kan de voeg-
breedte cvariëren (minimaal 1 mm).
^Maak de uitsparing in het werkblad
volgens de afbeeldingen.
^Bevestig de houten lijsten d7mm
onder de bovenkant van het werk-
blad (zie afbeelding).
^Leid de aansluitkabel van de kook-
plaat door de uitsparing naar bene-
den.
^Plaats en centreer de kookplaat bin
de uitsparing.
^Sluit de kookplaat aan.
^Controleer of het apparaat goed
functioneert.
^Vul de voeg cmet een geschikte,
temperatuurbestendige
siliconen-voegenkit (minimaal
160 °C).
Neem de aanwijzingen van de
kitfabrikant in acht.
Gebruik bij natuurstenen tegels uit-
sluitend een voor natuursteen ge-
schikte siliconen-voegenkit.
Kookplaten zonder randlijst
74

Alleen een erkend elektricien mag het
apparaat op het elektriciteitsnet aan-
sluiten en (indien nodig) de aansluitka-
bel vervangen. Een erkend elektricien
is op de hoogte van de landelijke voor-
schriften en de voorschriften van het
plaatselijke energiebedrijf en neemt
deze zorgvuldig in acht.
De fabrikant kan niet aansprakelijk
worden gesteld voor directe of indi-
recte schade als gevolg van ondes-
kundig inbouwen of door een ver-
keerde aansluiting.
De fabrikant kan bovendien niet
aansprakelijk worden gesteld voor
schade die is veroorzaakt door een
ontbrekende of beschadigde aard-
draad (bijvoorbeeld een elektrische
schok).
Na inbouw moet zijn gewaarborgd
dat onder spanning staande delen
niet kunnen worden aangeraakt.
Aansluitwaarde
zie typeplaatje
Aansluiting
Voordat u het apparaat aansluit, dient u
de aansluitgegevens (spanning en fre-
quentie) op het typeplaatje te verge-
lijken met de waarden van het elektrici-
teitsnet. Deze gegevens moeten beslist
overeenkomen.
Spanning AC 230V/50Hz
Zekering 16 A (type B of C)
Voor de aansluitmogelijkheden zie het
aansluitschema.
Aardlekschakelaar
Om extra veiligheid te kunnen garande-
ren, wordt in de EU-voorschriften en
-richtlijnen voor Nederland geadviseerd
de huisinstallatie van een aardlekscha-
kelaar (30 mA) te voorzien.
Bij een beveiliging ß100 mA kan de
aardlekschakelaar reageren, als het ap-
paraat wordt ingeschakeld, nadat het
enige tijd niet gebruikt is.
Elektrische aansluiting
75
Product specificaties
Merk: | Miele |
Categorie: | Kookplaten en fornuizen |
Model: | KM 5943 |
Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
Soort bediening: | Touch |
Kleur van het product: | Zwart |
Breedte: | 670 mm |
Diepte: | 510 mm |
Hoogte: | 46.5 mm |
Vermogen brander/kookzone 2: | 1850 W |
Vermogen brander/kookzone 3: | 2300 W |
Vermogen brander/kookzone 1: | 1850 W |
Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
Type brander/kookzone 1: | Regulier |
Type brander/kookzone 2: | Regulier |
Type brander/kookzone 3: | Groot |
Makkelijk schoon te maken: | Ja |
Aantal gaspitten: | 0 zone(s) |
Aantal elektronische kook zones: | 4 zone(s) |
Vermogen: | 7400 W |
Type brander/kookzone 4: | Sudderen |
Vermogen brander/kookzone 4: | 1400 W |
Voedingsbron brander/kookzone 1: | Electrisch |
Voedingsbron brander/kookzone 2: | Electrisch |
Voedingsbron brander/kookzone 3: | Electrisch |
Voedingsbron brander/kookzone 4: | Electrisch |
Kookzone 1 boost: | 2500 W |
Kookzone 2 boost: | 2500 W |
Kookzone 3 boost: | 3200 W |
Kookzone 4 boost: | 1800 W |
Positie brander/kookzone 1: | Links achter |
Diameter brander/kookzone 1: | 200 mm |
Positie brander/kookzone 2: | Links voor |
Diameter brander/kookzone 2: | 200 mm |
Positie brander/kookzone 3: | Rechts achter |
Diameter brander/kookzone 3: | 230 mm |
Positie brander/kookzone 4: | Rechts voor |
Diameter brander/kookzone 4: | 160 mm |
Kookzone 1 vorm: | Rond |
Kookzone 2 vorm: | Rond |
Kookzone 3 vorm: | Rond |
Kookzone 4 vorm: | Rond |
AC-ingangsspanning: | 230 - 240 V |
AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KM 5943 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Kookplaten en fornuizen Miele

21 Mei 2022

23 Juli 2022

18 Juli 2022

13 Juli 2022

10 Juli 2022

16 Augustus 2022

13 Juli 2022

16 Juli 2022

9 Mei 2022

27 Juli 2022
Handleiding Kookplaten en fornuizen
- Kookplaten en fornuizen Electrolux
- Kookplaten en fornuizen Bosch
- Kookplaten en fornuizen Candy
- Kookplaten en fornuizen Samsung
- Kookplaten en fornuizen Indesit
- Kookplaten en fornuizen Panasonic
- Kookplaten en fornuizen AEG
- Kookplaten en fornuizen ATAG
- Kookplaten en fornuizen AEG Electrolux
- Kookplaten en fornuizen Bauknecht
- Kookplaten en fornuizen BEKO
- Kookplaten en fornuizen Etna
- Kookplaten en fornuizen Grundig
- Kookplaten en fornuizen Inventum
- Kookplaten en fornuizen Siemens
- Kookplaten en fornuizen Tefal
- Kookplaten en fornuizen Unold
- Kookplaten en fornuizen Whirlpool
- Kookplaten en fornuizen Zanussi
- Kookplaten en fornuizen Zanker
- Kookplaten en fornuizen Ariston
- Kookplaten en fornuizen Baumatic
- Kookplaten en fornuizen Bompani
- Kookplaten en fornuizen Boretti
- Kookplaten en fornuizen Brandt
- Kookplaten en fornuizen Domo
- Kookplaten en fornuizen Emax
- Kookplaten en fornuizen Everglades
- Kookplaten en fornuizen Exquisit
- Kookplaten en fornuizen Fagor
- Kookplaten en fornuizen Fagor Brandt
- Kookplaten en fornuizen Falcon
- Kookplaten en fornuizen Ignis
- Kookplaten en fornuizen Koenic
- Kookplaten en fornuizen Kuppersbusch
- Kookplaten en fornuizen Neff
- Kookplaten en fornuizen Novy
- Kookplaten en fornuizen Rosieres
- Kookplaten en fornuizen Smeg
- Kookplaten en fornuizen Steelmatic
- Kookplaten en fornuizen Tecnolux
- Kookplaten en fornuizen Therma
- Kookplaten en fornuizen Thetford
- Kookplaten en fornuizen Juno
- Kookplaten en fornuizen OK
- Kookplaten en fornuizen Oranier
Nieuwste handleidingen voor Kookplaten en fornuizen

22 Januari 2025

22 Januari 2025

26 September 2024

26 September 2024

6 Augustus 2024

5 Juli 2024

4 Maart 2024

4 Maart 2024

4 Maart 2024

26 Februari 2024