Honda ADV750 (2019) Handleiding
Lees hieronder de 📖 handleiding in het Nederlandse voor Honda ADV750 (2019) (181 pagina's) in de categorie Motor. Deze handleiding was nuttig voor 46 personen en werd door 2 gebruikers gemiddeld met 4.5 sterren beoordeeld
Pagina 1/181

INSTRUCTIEBOEKJE
ADV750

Dit instructieboekje moet worden beschouwd als een onderdeel van
de motorfiets en moet bij doorverkoop aan de nieuwe eigenaar
worden overhandigd.
Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie die
beschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd.
behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan te
brengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaan
van enige verplichting.
Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemming
worden gereproduceerd.
Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekje
verschilt van uw voertuig.
© 2017 Honda Motor Co., Ltd.

Welkom
Van harte gefeliciteerd met de aanschaf van
uw nieuwe Honda-motorfiets. Door te kiezen
voor een Honda maakt u deel uit van een
wereldwijde familie van tevreden klanten die
Honda's reputatie voor het leveren van
hoogwaardige producten waarderen.
Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:
●Lees dit instructieboekje aandachtig door.
●Volg alle aanbevelingen op en voer alle
procedures uit die in deze handleiding
zijn vermeld.
●Besteed extra aandacht aan
veiligheidsinformatie in deze handleiding
en op de motorfiets.
●De volgende codes in deze handleiding
duiden de landen aan.
●De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd op
het type ADV750 ED.
Landcodes
Code Land
ADV750
ED, II ED Directe verkoop Europa, Turkije
III ED, IV ED Directe verkoop Europa
*De specificaties kunnen van land tot land
verschillen.

Enkele opmerkingen over veiligheid
Uw veiligheid en de veiligheid van anderen zijn
zeer belangrijk. Het veilig rijden op deze mo-
torfiets is een belangrijke verantwoordelijkheid.
Om u te helpen goed geïnformeerde veilig-
heidsbeslissingen te nemen, hebben wij bedie-
ningsprocedures en andere informatie in deze
handleiding en op veiligheidslabels verstrekt.
Deze informatie maakt u attent op potentiële
gevaren waardoor u of anderen letsel kunnen
oplopen.
Het is vanzelfsprekend niet praktisch en niet
mogelijk om u te waarschuwen voor alle geva-
ren die kunnen optreden bij het rijden op en
onderhouden van een motorfiets. U moet dan
ook uw eigen gezonde verstand gebruiken.
U zult belangrijke veiligheidsinformatie in verschil-
lende vormen tegenkomen, waaronder:
●Veiligheidslabels op de motorfiets
●
Veiligheidsinformatie voorafgegaan door een
waarschuwingssymbool en een van de drie
waarschuwingswoorden:
GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.
Deze signaalwoorden betekenen:
3GEVAAR
U ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSEL
OPLOPEN als u de instructies niet
opvolgt.
3WAARSCHUWING
U KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSEL
OPLOPEN als u de instructies niet
opvolgt.
3LET OP
U KUNT LETSEL OPLOPEN als u de
instructies niet opvolgt.
Andere belangrijke informatie vindt u
onder de volgende koppen:
LET OP Informatie om beschadiging
van uw motorfiets, andere
eigendommen of het milieu te
voorkomen.

Inhoudsopgave
Veiligheid bij het motorrijden BLZ. 2
Bedieningshandleiding BLZ. 20
Onderhoud BLZ. 74
Verhelpen van storingen BLZ. 126
Informatie BLZ. 153
Specificaties BLZ. 168
Index BLZ. 171

Veiligheidsrichtlijnen...........................................BLZ. 3
Waarschuwingslabels ..........................................BLZ. 6
Veiligheidsmaatregelen.................................... BLZ. 11
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden ........ BLZ. 12
Accessoires & aanpassingen............................ BLZ. 17
Beladen.................................................................BLZ. 18
Dit gedeelte bevat belangrijke informatie voor het veilig rijden met uw motorfiets.
Lees dit gedeelte aandachtig door.
Veiligheid bij het motorrijden

Veiligheidsrichtlijnen
Volg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:
●Voer alle routine- en periodieke inspecties uit
die in deze handleiding zijn beschreven.
●Zet de motor uit en houd vonken en vuur uit
de buurt als u tankt.
●Laat de motor niet draaien in afgesloten of
gedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxide
in uitlaatgassen is giftig en kan uw dood
veroorzaken.
Draag altijd een helm
Het is bewezen dat helmen en beschermende
kleding het aantal en de ernst van hoofdletsel en
ander letsel aanzienlijk kunnen verminderen. Draag
dus altijd een goedgekeurde motorfietshelm en
beschermende kleding. BLZ. 112
Voordat u gaat rijden
Zorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditie
bent, geconcentreerd bent en niet onder de in-
vloed van alcohol of drugs verkeert. Zorg ervoor
dat u en uw duopassagier allebei een goedgekeur-
de motorfietshelm en beschermende kleding dra-
gen. Draag duopassagiers op om zich aan de
handgrepen of aan uw middel vast te houden, met
u mee te leunen tijdens het schuinleggen van de
motorfiets in bochten en hun voeten altijd op de
voetsteunen te houden, zelfs wanneer de motor-
fiets stilstaat.
Neem de tijd om te leren en te oefenen
Zelfs als u al op andere motorfietsen hebt gereden,
kunt u het best in een veilige omgeving oefenen
om vertrouwd te raken met de werking en het
stuurgedrag van de motorfiets en om gewend te
raken aan de afmetingen en het gewicht van de
motorfiets.
Rijd defensief
Besteed altijd aandacht aan ander verkeer om u
heen en veronderstel niet dat andere bestuurders
u zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of een
uitwijkmanoeuvre kunt maken.
Veiligheidsrichtlijnen
Veiligheid bij het motorrijden
3
Vervolg

Zorg dat u goed zichtbaar bent
Zorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral 's avonds,
door heldere reflecterende kleding te dragen, te rijden
op plaatsen waar andere bestuurders u kunnen zien, uw
richting aan te geven voordat u afslaat of van rijstrook
verandert en uw claxon te gebruiken indien nodig.
Rijd binnen uw grenzen
Rijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan de
verkeersomstandigheden toestaan. Vermoeidheid
en onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uw
beoordelingsvermogen en het veilig rijden.
Bob, daar kun je mee thuiskomen
Alcohol en verkeer gaan niet samen. Zelfs één
alcoholisch drankje kan uw vermogen om op
wisselende omstandigheden te reageren
verminderen en uw reactiesnelheid wordt minder
na elk aanvullend drankje. Rijd niet onder de
invloed van alcohol en laat uw vrienden ook niet
drinken en rijden.
Houd uw Honda in veilige staat
Het is belangrijk dat u uw motorfiets naar behoren
onderhoudt en in een veilige staat van werking
houdt.
Inspecteer uw motorfiets voor elke rit en voer al
het aanbevolen onderhoud uit. Houd u aan de
beladingslimieten ( BLZ. 18), bouw uw motorfiets2
niet om en installeer geen accessoires die uw
motorfiets onveilig maken ( BLZ. 17).2
Betrokken zijn bij ongevallen
Persoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als u
of iemand anders letsel heeft opgelopen, neem
dan de tijd om de ernst van het letsel te beoorde-
len en te bepalen of het veilig is om door te rijden.
Schakel indien nodig de hulpdiensten in. Volg te-
vens de geldende wet- en regelgeving indien een
andere persoon of een ander voertuig bij het on-
geval is betrokken.
Veiligheidsrichtlijnen
Veiligheid bij het motorrijden
4

Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst de
contactschakelaar in de stand (Off) en
controleer de staat van uw motorfiets. Inspecteer
op vloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren
en bouten goed vastzitten en controleer het stuur,
de bedieningselementen, remmen en wielen. Rijd
langzaam en voorzichtig.
Het kan ook zijn dat uw motorfiets schade heeft
opgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is. Laat
uw motorfiets zo snel mogelijk grondig inspecteren
door een erkend reparatiebedrijf.
Gevaar voor koolmonoxide
Uitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, een
kleurloos, reukloos gas. Het inademen van
koolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzaken
en tot uw dood leiden.
Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijk
afgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die u
inademt een gevaarlijke hoeveelheid koolmonoxi-
de bevatten.
Laat uw motorfiets nooit in een garage of andere
afgesloten ruimte draaien.
3WAARSCHUWING
Het laten draaien van de motor van uw
motorfiets in een afgesloten of zelfs in
een gedeeltelijk afgesloten ruimte, kan
leiden tot een snelle opbouw van het
giftige gas koolmonoxide.
Het inademen van dit kleur- en
geurloze gas kan leiden tot
bewusteloosheid en zelfs tot de dood.
Laat de motor van uw motorfiets alleen
draaien in een goed geventileerde
ruimte buiten.
Veiligheidsrichtlijnen
Veiligheid bij het motorrijden
5

Waarschuwingslabels
Op de volgende pagina's wordt de betekenis
van de labels beschreven. Sommige labels
waarschuwen u voor potentiële gevaren die
ernstig letsel kunnen veroorzaken. Andere
bieden belangrijke veiligheidsinformatie. Lees
deze informatie aandachtig en verwijder de
labels niet.
Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,
neem dan contact op met uw dealer voor een
vervangingslabel.
Elk label is voorzien van een specifiek symbool.
De betekenis van elk symbool en label is als
volgt.
Lees de instructies in het instructieboekje
aandachtig door.
Lees de instructies in de werkplaatshandleiding
aandachtig door. Laat om veiligheidsredenen
het onderhoud aan uw motorfiets alleen
uitvoeren door uw dealer.
GEVAAR (met RODE achtergrond)
U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSEL
oplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.
WAARSCHUWING (met ORANJE
achtergrond)
U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSEL
oplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.
LET OP (met GELE achtergrond)
U KUNT GEWOND RAKEN als u deze
aanwijzingen niet opvolgt.
Waarschuwingslabels
Veiligheid bij het motorrijden
6

ACCULABEL
GEVAAR
•
Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu. Accu's
produceren gas dat een explosie kan veroorzaken.
•Draag een beschermbril en rubberen handschoenen
bij het hanteren van de accu, anders kunt u brand-
wonden oplopen of uw gezichtsvermogen verliezen
door het elektrolyt van de accu.
•Laat kinderen en andere personen geen accu aanra-
ken tenzij ze op de hoogte zijn van de voorschriften
voor het hanteren van accu's en de hieraan verbon-
den gevaren.
•Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren van
de accuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuur
bevat. Contact met uw huid of ogen kan brandwon-
den veroorzaken of leiden tot verlies van uw gezichts-
vermogen.
•Lees deze handleiding aandachtig door en zorg
ervoor dat u de inhoud begrijpt voordat u de accu
hanteert. Het niet opvolgen van de instructies kan
lichamelijk letsel en beschadiging van de motorfiets
veroorzaken.
•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder het
onderste merkstreepje. De accu kan exploderen en
ernstig lichamelijk letsel veroorzaken.
Waarschuwingslabels
Veiligheid bij het motorrijden
7
Vervolg

LABEL RADIATEURDOP
GEVAAR
NOOIT OPENEN BIJ WARME MOTOR.
Hete koelvloeistof veroorzaakt brandwonden.
De overdrukklep opent bij 1,1 kgf/cm2.
WAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADING
WAARSCHUWING
ACCESSOIRES EN BELADING
•De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van deze motorfiets kunnen
nadelig worden beïnvloed door de toevoeging van accessoires en
bagage.
•Lees de instructies in de gebruikers- en montagehandleiding
aandachtig door voordat u een accessoire monteert.
•
Het totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van de
bestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan , oftewel de177 kg
maximale gewichtscapaciteit.
•Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan onder alle10 kg
omstandigheden.
•Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuur wordt
niet aanbevolen.
Waarschuwingslabels
Veiligheid bij het motorrijden
8

LABEL ACHTERSCHOKDEMPER
GEVULD MET GAS
Niet openen. Niet verwarmen.
LABEL BANDENINFORMATIE & AANDRIJFKETTING
Bandenspanning in koude toestand:
[Alleen bestuurder]
Voor 250 kPa (2,50 kgf/cm2)
Achter 280 kPa (2,80 kgf/cm2)
[Bestuurder en passagier]
Voor 250 kPa (2,50 kgf/cm2)
Achter 280 kPa (2,80 kgf/cm2)
Zorg ervoor dat de aandrijfketting juist is afgesteld en gesmeerd.
Speling 40 - 50 mm
LABEL OPENINGSMECHANISME ZADELDEMPER
GEVULD MET GAS
Niet openen. Niet verwarmen.
Waarschuwingslabels
Veiligheid bij het motorrijden
9
Vervolg

VEILIGHEIDSLABEL
Draag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uw
veiligheid.
BRANDSTOFLABEL
Uitsluitend loodvrije benzine
ETHANOL tot 10 volumeprocent
LABEL BELADINGSLIMIET
Niet meer dan .5,0 kg
Waarschuwingslabels
Veiligheid bij het motorrijden
10
of

Veiligheidsmaatregelen
●Rijd voorzichtig met uw beide handen aan het
stuur en uw voeten op de treeplank.
●Passagiers moeten zich aan de handgrepen of
aan uw middel vasthouden, en hun voeten
moeten zich tijdens het rijden op de
voetsteunen bevinden.
●Denk altijd aan de veiligheid van uw passagier
en andere bestuurders en rijders.
Beschermende uitrusting
Zorg ervoor dat u en uw duopassagier een
goedgekeurde motorfietshelm, beschermbril en
duidelijk zichtbare beschermende kleding dragen.
Rijd defensief en houd altijd rekening met de
weers- en wegomstandigheden.
#
Helm
Moet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijk
zichtbaar zijn en de juiste afmetingen voor uw
hoofd hebben
●De motorhelm moet comfortabel passen en
veilig met de kinriem zijn vastgemaakt.
●Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld of
andere goedgekeurde oogbescherming
3WAARSCHUWING
Het niet dragen van een helm verhoogt
het risico op ernstig of dodelijk letsel in
geval van een botsing.
Zorg ervoor dat u en uw duopassagier
altijd een goedgekeurde helm en
beschermende kleding dragen.
#
Handschoenen
Leren handschoenen met volledige vingers en een
hoge slijtweerstand
#
Motorlaarzen of -schoenen
Stevige motorlaarzen met antislipzolen en
enkelbeschermers
#
Motorjas en -broek
Beschermende, duidelijk zichtbare motorjas met
lange mouwen en duurzame broek voor het rijden
(of een beschermend motorpak)
Veiligheidsmaatregelen
Veiligheid bij het motorrijden
11

Voorzorgsmaatregelen
voor het rijden
Inrijperiode
Volg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km om
de toekomstige betrouwbaarheid en prestaties van
uw motorfiets te waarborgen.
●Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.
●
Vermijd sterk afremmen en snel terugschakelen.
●Rijd behoedzaam.
Remmen
Neem de volgende richtlijnen in acht:
●Vermijd bijzonder sterk afremmen en
terugschakelen.
uPlotseling remmen kan de stabiliteit van de
motorfiets verminderen.
uGa waar mogelijk langzamer rijden voor
een bocht; anders bestaat het gevaar dat u
uit de bocht vliegt.
●Wees voorzichtig op oppervlakken met een
lage tractie.
uDe banden slippen sneller op dit soort
oppervlakken en de remweg is langer.
●Vermijd continu remmen.
uDoor herhaaldelijk te remmen, zoals bij
heuvelafwaarts rijden, kunnen de remmen
ernstig oververhit raken waardoor de rem-
werking vermindert. Verminder snelheid
door afwisselend te remmen op de motor
en de remmen te gebruiken.
●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijd
voor de meest efficiënte remwerking.
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Veiligheid bij het motorrijden
12

#
Antiblokkeersysteem (ABS)
Dit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem
(ABS) dat is ontwikkeld om te voorkomen dat de
remmen blokkeren tijdens abrupt remmen.
●De remweg is niet korter met het ABS. In
bepaalde gevallen kan het gebruik van het ABS
een langere remweg tot gevolg hebben.
●ABS werkt niet bij snelheden lager dan 10 km/h.
●
Het kan zijn dat de remhendels licht terugsprin-
gen wanneer u de rem bedient. Dit is normaal.
●Gebruik altijd de aanbevolen voor-/
achterbanden en tandwielen om de werking
van ABS te waarborgen.
#
Remmen op de motor
Remmen op de motor helpt om de snelheid van
uw motorfiets te verminderen wanneer u gas
mindert. Schakel terug naar een lagere versnelling
om meer snelheid te verminderen. Rem op de
motor en gebruik met tussenpozen de rem om
snelheid te minderen wanneer u lange, steile
hellingen afrijdt.
#
Natte of regenachtige omstandigheden
Wegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, en
natte remmen zorgen voor een verminderde
remwerking.
Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen onder
natte omstandigheden.
Als de remmen nat worden, rem dan tijdens het
rijden op lage snelheid om ze te laten drogen.
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Veiligheid bij het motorrijden
13
Vervolg

Parkeren
●Parkeer op een stevige, horizontale
ondergrond.
●Als u op een lichte helling of onverhard terrein
moet parkeren, parkeer de motorfiets dan
zodanig dat deze niet kan wegrollen of
omvallen.
●Zorg ervoor dat hete onderdelen niet in
contact kunnen komen met ontvlambare
materialen.
●Raak de motor, geluiddemper, remmen en
andere hete onderdelen niet aan voordat ze
zijn afgekoeld.
●Om de kans op diefstal te verkleinen, moet u
altijd het stuur en de contactschakelaar
vergrendelen ( BLZ. 52) en de Honda SMART2
Key meenemen als u uw motorfiets achterlaat.
Deactiveer het Honda SMART Key-systeem
indien nodig. BLZ. 472
Het gebruik van een antidiefstalvoorziening
wordt ook aanbevolen.
#
Parkeren op de zijstandaard of de
middenbok
1.
Zet de motor uit.
2.
Haal de parkeerrem aan. BLZ. 562
3.
De zijstandaard gebruiken
Klap de zijstandaard omlaag.
Laat de motorfiets langzaam naar links leunen
totdat het volle gewicht op de zijstandaard
steunt.
De middenbok gebruiken
Ga voor het neerklappen van de middenbok
aan de linkerkant van de motorfiets staan.
Houd de linkerstuurgreep en de
linkerhandgreep vast. Duw met uw rechtervoet
op het uiteinde van de middenbok en trek
tegelijkertijd omhoog en naar achteren.
4.
Draai het stuur volledig naar links.
uHet draaien van het stuur naar rechts
reduceert de stabiliteit en kan tot gevolg
hebben dat de motorfiets omvalt.
5.
Zet de contactschakelaar in de stand (Lock)
( BLZ. 44) en vergrendel de contactschakelaar2
( BLZ. 52).2
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Veiligheid bij het motorrijden
14

Richtlijnen voor tanken en brandstof
Volg deze richtlijnen om de motor, het
brandstofsysteem en de katalysator te
beschermen:
●Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.
●Gebruik benzine met het aanbevolen
octaangetal. Het gebruik van benzine met een
lager octaangetal heeft een verminderde
motorprestatie tot gevolg.
●Gebruik geen brandstof met een hoog
alcoholgehalte. BLZ. 1662
●Gebruik geen oude of verontreinigde benzine
of een olie-benzinemengsel.
●Voorkom het binnendringen van vuil of water
in de brandstoftank.
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Veiligheid bij het motorrijden
15
Vervolg

Honda Selectable Torque Control
Als de Honda Selectable Torque Control (Torque
Control) wielspin van het achterwiel detecteert
tijdens acceleratie, wordt het koppel naar het
achterwiel verlaagd volgens het geselecteerde
Torque Control-niveau.
Torque Control laat enige wielspin tijdens
acceleratie toe bij lage instellingen van het Torque
Control-niveau. Selecteer een niveau dat geschikt
is voor uw vaardigheid en de rijomstandigheden.
Torque Control werkt niet tijdens het vertragen en
voorkomt niet dat het achterwiel wegglijdt tijdens
het remmen op de motor. Sluit de gashendel niet
abrupt, zeker niet wanneer u op gladde
oppervlakken rijdt.
Torque Control biedt mogelijk geen compensatie
voor een ruw wegdek of snelle bediening van de
gashendel. Houd altijd rekening met de weg- en
weersomstandigheden en uw vaardigheden en
conditie als u de gashendel bedient.
Als uw motorfiets is vastgelopen in modder,
sneeuw of zand, kunt u hem mogelijk
gemakkelijker losrijden door Torque Control
tijdelijk uit te schakelen.
Het tijdelijk uitschakelen van Torque Control kan
ook helpen om de controle en het evenwicht te
bewaren wanneer u op terrein rijdt.
Gebruik altijd de aanbevolen banden en
kettingwielen om de juiste werking van Torque
Control te waarborgen.
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Veiligheid bij het motorrijden
16

Accessoires &
aanpassingen
Wij raden u ten sterkste aan om geen accessoires
te monteren die niet specifiek door Honda voor uw
motorfiets zijn ontworpen en geen modificaties
aan het oorspronkelijke ontwerp van uw motorfiets
aan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveilig
worden.
Het ombouwen van uw motorfiets kan tevens uw
garantie doen vervallen en het gebruik van uw mo-
torfiets op de openbare weg illegaal maken. Voor-
dat u besluit om accessoires op uw motorfiets te
monteren, moet u nagaan of dit veilig en legaal is.
3WAARSCHUWING
Ondeugdelijke accessoires of aanpas-
singen kunnen leiden tot een ongeval
waarbij u ernstig of dodelijk letsel kunt
oplopen.
Volg alle aanwijzingen in dit instructie-
boekje betreffende accessoires en aan-
passingen.
Trek geen aanhangwagen met uw motorfiets en
koppel geen zijspan aan uw motorfiets. Uw motor-
fiets is niet ontworpen voor dit toebehoren en het
gebruik hiervan kan het rijgedrag van uw motor-
fiets nadelig beïnvloeden.
Accessoires & aanpassingen
Veiligheid bij het motorrijden
17

Beladen
●Het vervoeren van extra gewicht heeft invloed
op het rijgedrag, het remgedrag en de
stabiliteit van uw motorfiets.
Rijd altijd met een veilige snelheid die is
afgestemd op de belading.
●Vermijd overbeladen en houd u aan de
voorgeschreven beladingslimieten.
Maximale gewichtscapaciteit/Maximaal
bagagegewicht BLZ. 2168
●Maak alle bagage stevig vast, verdeel het
gewicht van de bagage gelijkmatig en plaats
de bagage dicht bij het midden van de
motorfiets.
●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of de
geluiddemper.
3WAARSCHUWING
Overbelasting of verkeerd beladen kan
een ongeval veroorzaken waarbij u
ernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.
Volg alle limieten en richtlijnen voor
belading in deze handleiding.
Beladen
Veiligheid bij het motorrijden
18

Veiligheid bij het motorrijden
19

Locatie van onderdelen
Bedieningshandleiding
20
Voorremhendel (BLZ.118)
Koelvloeistofexpansiereservoir (BLZ.105)
Zadel (BLZ.70)
Motoroliefilter (BLZ.101)
Motorolievuldop/oliepeilstok (BLZ.99 )
Gashendel (BLZ.115)
Bagagecompartiment (BLZ.70)
Koppelingsoliefilter (BLZ.103)
Gereedschapsset (BLZ.72)
Documentzakje
(BLZ.72)
Onderste kap voor (BLZ.95)
Remvloeistofreservoir van voorrem (BLZ.107)
Stopcontact voor accessoires (BLZ.69)
Parkeerrem (BLZ.56)
Stelbout veervoorspanning van
voorvering (BLZ.119)
Versteller voor uitgaande demping
van voorvering (BLZ.120)
Aftapbout voor motorolie (BLZ.100)

Bedieningshandleiding
21
Zekeringkast (BLZ.151)
Aandrijfketting (BLZ. 111)
Zijstandaard (BLZ.110)
Carterontluchting (BLZ. 116)
Remvloeistofreservoir van achterrem (BLZ. 107)
Achterremhendel (BLZ.118)
Stelbout veervoorspanning van
achtervering (BLZ.121)
Middenbok (BLZ.14)
Accu (BLZ.93)
Hoofdzekering (BLZ.152)
Stelbout veervoorspanning van voorvering (BLZ.119)
Datalinkstekker
Windscherm (BLZ.122)
Slipplaat (BLZ. 98)
Brandstofvuldop (BLZ.67)
Stekker EM-modus (BLZ.138)
Linker afdekkap (BLZ.97)

Instrumenten
Bedieningshandleiding
22
SET-toets
Snelheidsmeter
Displaycontrole
Wanneer de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet, worden alle modus- en digitale
segmenten weergegeven. Als een deel van deze displays niet wordt weergegeven zoals het hoort,
laat uw dealer dan controleren op problemen.
SEL-toets
Toerenteller
LET OP
Laat de motor niet draaien met de toe-
renteller in de rode zone. Een te hoog
motortoerental kan de levensduur van de
motor nadelig beïnvloeden.
Rode zone toerenteller
(te hoog motortoerentalbereik)

Bedieningshandleiding
23
Vervolg
Versnellingsstandindicator (BLZ.28)
Brandstof-
niveaumeter
(BLZ.26)
Huidig brandstofverbruik [FUEL CONS.] (BLZ.25) /gemiddeld brandstofverbruik
[AVG. FUEL CONS.] (BLZ.26)/reservebrandstofverbruik (BLZ.27)
Klok instellen: (BLZ.31)
G-indicator
(BLZ.28)
D-indicator
(BLZ.28)
Klok (12-uursweergave)
De huidige datum instellen: (BLZ.31)
Huidige datum
Luchttemperatuurmeter
[AIR TEMP.] (BLZ. 27)
Kilometerteller [TOTAL] (BLZ.25) /
Ritteller [TRIP A/B] (BLZ.25)
S-indicator
(BLZ. 28)
Torque Control-niveau (BLZ.57)

Bedieningshandleiding
24
Instrumenten (Vervolg)
De weergave omschakelen
De SEL-toets schakelt tussen de kilometerteller, ritteller A en ritteller B.
Ook schakelt de SEL-toets tussen het huidige brandstofverbruik, gemiddelde brandstofverbruik en
het reservebrandstofverbruik.
Huidig
brandstof-
verbruik
Gemiddeld
brandstof-
verbruik A
Gemiddeld
brandstof-
verbruik B
Kilometerteller
Ritteller A Ritteller A
Reservebrand-
stofverbruik
Ritteller BRitteller B
Alleen in reserve-
brandstofmodus *
* Reservebrandstofmodus:
Huidig
brandstof-
verbruik
Huidig
brandstof-
verbruik
Druk op de SEL-toets
Als het 1e segment (E) van de brandstofmeter begint te knipperen, schakelt deze
automatisch over naar weergave van het reservebrandstofverbruik.
Wanneer het 1e segment (E) van de brandstofmeter knippert, kan de weergave van
het reservebrandstofverbruik worden geselecteerd.

#
Kilometerteller
Totale afgelegde afstand.
Als "------" wordt weergegeven, ga dan naar
uw dealer voor onderhoud.
#
Ritteller A/B
Afstand gereden na het terugstellen van de
ritteller.
Als "----.-" wordt weergegeven, ga dan naar uw
dealer voor onderhoud.
Om de ritteller terug te stellen: (BLZ.29)
#
Huidig brandstofverbruik
Toont het huidige of momentele brandstofver-
bruik.
Weergavebereik: 0,0 tot 299,9 L/100km (km/L,
mile/gal of mile/L)
Minder dan 0,1 L/100km (km/L, mile/gal of
mile/L): "0.0" wordt weergegeven
Meer dan 299,9 L/100km (km/L, mile/gal of
mile/L): "299.9" wordt weergegeven
●Wanneer uw snelheid lager is dan ongeveer
5 km/h: "--.-" wordt weergegeven.
Als "--.-" wordt weergegeven in andere dan de
bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer
voor onderhoud.
Bedieningshandleiding
25
Vervolg

#
Gemiddeld brandstofverbruik A/B
Toont het gemiddelde brandstofverbruik sinds
het terugstellen van de geselecteerde ritteller.
Het gemiddelde brandstofverbruik wordt bere-
kend op basis van de waarde weergegeven op
de geselecteerde ritteller (A of B). Wanneer een
ritteller wordt teruggesteld, wordt ook het ge-
middelde brandstofverbruik teruggesteld.
Weergavebereik: 0,0 tot 299,9 L/100km (km/L,
mile/gal of mile/L)
Minder dan 0,1 L/100km (km/L, mile/gal of
mile/L): "0.0" wordt weergegeven
Meer dan 299,9 L/100km (km/L, mile/gal of
mile/L): "299.9" wordt weergegeven
●Wanneer ritteller A of B wordt teruggesteld:
"--.-" wordt weergegeven.
Als "--.-" wordt weergegeven in andere dan de
bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer
voor onderhoud.
Het gemiddelde brandstofverbruik
terugstellen: (BLZ.29)
#
Brandstofniveaumeter
Resterende brandstof wanneer alleen het 1e (E)
segment gaat knipperen: ongeveer 1,7 L
Tegelijkertijd wordt het reservebrandstofver-
bruik weergegeven.
Als het controlelampje van de brandstof-
niveaumeter knippert of uitgaat:
(BLZ.134)
Bedieningshandleiding
26
Instrumenten (Vervolg)

#
Reservebrandstofverbruik (alleen in
reservebrandstofmodus)
Geeft het brandstofverbruik weer sinds het 1e
(E) segment van de brandstofmeter is gaan
knipperen.
-FUEL- begint te knipperen in de weergave van
de kilometerteller of ritteller.
-FUEL- knippert sneller wanneer de hoeveelheid
brandstof verder afneemt.
Wanneer de brandstofmeter nabij het 1e
segment (E) is of knippert, vul dan direct
brandstof bij.
Als "--.-" wordt weergegeven, ga dan naar uw
dealer voor onderhoud.
#
Luchttemperatuurmeter
Toont de omgevingstemperatuur.
Weergavebereik: -10 tot 50 °C
●Onder -10 °C: "---" wordt weergegeven
●Boven 50 °C: 50°C knippert
gaat branden wanneer de buitentempera-
tuur lager is dan 3 °C, en gaat uit wanneer een
buitentemperatuur van 5 °C wordt bereikt nadat
aan ging.
De temperatuuraflezing kan onjuist zijn bij lage
snelheden vanwege de reflecterende warmte.
Bedieningshandleiding
27
Vervolg

#
Versnellingsstandindicator
De schakelstand wordt weergegeven door de
versnellingsstandindicator wanneer de D- of S-
modus of de MT-MODUS is geselecteerd.
u"-" verschijnt enkele seconden en gaat uit
wanneer de motor start.
u"-" knippert wanneer de stand van de motor-
stopschakelaar wordt gewijzigd van (Run)
naar (Stop) terwijl de contactschakelaar in
de stand (On) staat.
u"-" knippert wanneer de contactschakelaar in
de stand (On) wordt gezet met de motorstop-
schakelaar in de stand (Stop).
De indicator kan knipperen als:
uHet voorwiel van de grond komt.
uU aan het wiel draait terwijl de motorfiets op
de middenbok staat.
Dit is normaal. Zet de contactschakelaar in de
stand (Off) en weer in de stand (On) om het
systeem opnieuw in te schakelen.
Als de "-"-indicator knippert in het
schakelstandvenster tijdens het rijden:
(BLZ.133)
#
G-indicator
Gaat branden wanneer de G-schakelaar op aan
wordt gezet. (BLZ.45)
#
D-indicator
Gaat branden wanneer de D-modus is
geselecteerd in de AT-MODUS. (BLZ. 63)
#
S-indicator
Gaat branden wanneer de S-modus is
geselecteerd in de AT-MODUS. (BLZ.63)
Bedieningshandleiding
28
Instrumenten (Vervolg)

#
De ritteller en het gemiddelde
brandstofverbruik terugstellen
Om de ritteller A en het gemiddelde brandstof-
verbruik A tegelijk terug te stellen, houdt u de
SET-toets ingedrukt terwijl ritteller A wordt
weergegeven.
Als de ritteller A en het gemiddelde brandstof-
verbruik A worden teruggesteld terwijl het hui-
dige brandstofverbruik wordt weergegeven,
verschijnt de weergave van het gemiddelde
brandstofverbruik tijdelijk op het moment van
terugstellen.
Nadat er meer dan de reservehoeveelheid is
getankt, worden de waarden van ritteller A en
het gemiddelde brandstofverbruik A automa-
tisch teruggesteld wanneer uw motorfiets
0,1 km rijdt. U kunt de automatische resetmodus
bij tanken in- of uitschakelen. (BLZ. 31)
Bedieningshandleiding
29
Vervolg
Ritteller A
Gemiddeld brandstofverbruik A

Om de ritteller B en het gemiddelde brandstof-
verbruik B tegelijk terug te stellen, houdt u de
SET-toets ingedrukt terwijl ritteller B wordt
weergegeven.
Als de ritteller B en het gemiddelde brandstof-
verbruik B worden teruggesteld terwijl het hui-
dige brandstofverbruik wordt weergegeven,
verschijnt de weergave van het gemiddelde
brandstofverbruik tijdelijk op het moment van
terugstellen.
Bedieningshandleiding
30
Instrumenten (Vervolg)
Ritteller B
Gemiddeld brandstofverbruik B

Display instellen
Sequentieel wijzigen van de volgende items.
●Huidige datum instellen
●Klok instellen
●Helderheid achtergrondverlichting instellen
●Automatische resetmodus van ritteller A en
gemiddeld brandstofverbruik A in-/uitscha-
kelen
●Eenheid van snelheid en afgelegde afstand
wijzigen
●Eenheid van brandstofverbruikmeter
wijzigen
Bedieningshandleiding
31
Vervolg
Normale weergave
Huidige datum instellen
Klok instellen
Helderheid achtergrondverlichting instellen
Automatische resetmodus van ritteller
A en gemiddeld brandstofverbruik
A in-/uitschakelen
Eenheid van snelheid en afgelegde afstand wijzigen
Eenheid van brandstofverbruikmeter wijzigen
Houd de SEL-toets en SET-toets ingedrukt
Druk op de SET-toets

Als de contactschakelaar in de stand (Off)
wordt gezet of er ongeveer 30 seconden niet
op de toets wordt gedrukt, wordt de bediening
automatisch omgeschakeld van de instelmodus
naar de normale weergave.
Als er niet op de toets wordt gedrukt geduren-
de ongeveer 30 seconden, worden items waar-
voor de instelling aan de gang is genegeerd en
worden alleen items met voltooide instellingen
toegepast.
Om de instelling van de datum en tijd te vol-
tooien, moet de minuutwaarde in de klokinstel-
ling worden bevestigd.
Pas als de contactschakelaar op (Off) wordt
gezet, worden items waarvoor de instelling aan
de gang is en items met voltooide instellingen
toegepast.
Bedieningshandleiding
32
Instrumenten (Vervolg)

2 Klok instellen:
aDruk op de SEL-toets totdat het gewenste uur
wordt weergegeven.
uWanneer de weergave verandert van 11
naar 12, schakelt AM/PM tegelijkertijd om.
uHoud de SEL-toets ingedrukt om de uren
versneld vooruit te laten gaan.
bDruk op de SET-toets. De minuten beginnen te
knipperen.
cDruk op de SEL-toets totdat de gewenste
minuten worden weergegeven.
uHoud de SEL-toets ingedrukt om de
minuten versneld vooruit te laten gaan.
d
Druk op de SET-toets. De klok is ingesteld en de
weergave schakelt over naar het aanpassen van
de helderheid van de achtergrondverlichting.
3 Helderheid achtergrondverlichting
instellen:
U kunt een van de vijf helderheidsniveaus instellen.
aDruk op de SEL-toets. De helderheid wordt
omgeschakeld.
Bedieningshandleiding
34
Instrumenten (Vervolg)

bDruk op de SET-toets. Het helderheidsniveau is
ingesteld en het display schakelt over naar au-
tomatische resetmodus in-/uitschakelen voor
ritteller A en gemiddeld brandstofverbruik A.
4 Om de automatische resetmodus van rit-
teller A en het gemiddelde brandstofver-
bruik A in-/uit te schakelen:
U kunt de automatische resetmodus bij tanken
in- of uitschakelen wanneer het 1e segment (E)
van de brandstofniveaumeter begint te knippe-
ren. Deze modus is standaard ingeschakeld.
aDruk op de SEL-toets om " " (inschakelen) of
" " (uitschakelen) van de automatische
resetmodus te selecteren.
bDruk op de SET-toets. Het in-/uitschakelen
van de automatische resetmodus is inge-
steld. De weergave schakelt over naar het
wijzigen van de eenheid voor snelheid en
afgelegde afstand.
Bedieningshandleiding
35
Vervolg

5 Eenheid van snelheid en afgelegde
afstand wijzigen:
aDruk op de SEL-toets om "km/h" en "km" of
"mph" en "mile" te selecteren.
bDruk op de SET-toets. De eenheid van snelheid
en afgelegde afstand is ingesteld en het display
schakelt over naar het wijzigen van de eenheid
van de brandstofverbruikmeter.
6 Eenheid van brandstofverbuikmeter
wijzigen:
aDruk op de SEL-toets om "L/100km" of "km/L"
te selecteren.
Als “mph” is geselecteerd voor snelheid en
“mile” voor afgelegde afstand, wordt het
brandstofverbruik weergegeven met “mile/L” of
“mile/gal”.
bDruk op de SET-toets. De brandstofverbruiks-
meter is ingesteld en het display keert terug
naar de normale weergave.
Bedieningshandleiding
36
Instrumenten (Vervolg)

Bedieningshandleiding
37

Bedieningshandleiding
40
Controlelampjes (Vervolg)
Als het gaat branden tijdens het rijden:
(BLZ.130)
Gaat branden om u erop te wijzen dat u de
parkeerremhendel niet hebt vrijgezet.
ABS-controlelampje
(antiblokkeersysteem)
Gaat branden wanneer de contactschakelaar in de
stand (On) wordt gezet. Gaat uit bij een snelheid
van ongeveer 10 km/h.
Gaat branden als de versnellingsbak in de
neutraalstand staat.
Parkeerremcontrolelampje
Controlelampje Honda SMART Key
Controlelampje neutraalstand
Gaat branden wanneer de verificatie van het voertuig en Honda SMART Key is
voltooid en de contactschakelaar kan worden gebruikt. Gaat uit als de
contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet.
Als het controlelampje van de Honda SMART Key knippert:
(BLZ.132)

Bedieningshandleiding
43
Vervolg
Contact schakelaar
Schakelt het elektrische systeem aan/uit, vergrendelt
het stuur en bedient de schakelaar voor het openen
van de brandstoftankklep en het zadel.
(On)
SEAT FUEL
Bedient de schakelaar voor
het openen van de brand-
stoftankklep en het zadel.
(Lock)
Vergrendelt het stuur.
(Off)
Schakelt de motor uit.
Schakelt het elektrische systeem
in voor het starten/rijden.
Contactschakelaar ontgrendelen: (BLZ.51)
Deze knop wordt gebruikt voor het
bedienen van het responssysteem.
Responsknop
Responssysteem: (BLZ.54)
AAN/UIT-knop
Deze knop wordt gebruikt voor het
activeren of deactiveren van het
Honda SMART Key-systeem en om
de activeringsstatus te bevestigen.
(BLZ. 46)

Stuurslot
Vergrendel het stuur wanneer u parkeert om
diefstal te voorkomen.
Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaars
wordt ook aanbevolen.
#
Vergrendelen
aDraai het stuur volledig naar links.
bDuw de contactschakelaar omlaag en zet deze
in de stand (Lock).
uContactschakelaar ontgrendelen
(BLZ. 51)
uDraai het stuur als het stuur moeilijk
vergrendeld kan worden.
cVergrendel de contactschakelaar. (BLZ.52)
#
Ontgrendelen
Druk de contactschakelaar in en zet deze in de
stand (Off).
uContactschakelaar ontgrendelen
(BLZ.51)
Bedieningshandleiding
44
Schakelaars (Vervolg)
a
b
Duwen
Draaien
Contactscha-
kelaar

G-schakelaar
Met de G-schakelaar kunt u de motorkarakteris-
tiek van uw motorfiets aanpassen ter verbete-
ring van de tractie en de machineregeling voor
off-road rijden door de hoeveelheid slip van de
koppeling tijdens gasgeven te verminderen.
uTelkens wanneer de contactschakelaar in de
stand (On) wordt gezet, wordt de G-schake-
laar automatisch ingesteld op uit.
uDe G-schakelaar kan slechte wegomstandighe-
den niet compenseren.
Houd altijd rekening met de weg- en
weersomstandigheden en uw vaardigheden
en conditie als u de gashendel bedient.
G-schakelaar aan of uit
aStop de motorfiets en sluit de gashendel
volledig.
bDruk op de G-schakelaar.
Bedieningshandleiding
45
G-schakelaar
G-schakelaar aanG-schakelaar uit

Honda SMART Key-systeem
Met het Honda SMART Key-systeem kunt u de
hoofdschakelaar bedienen zonder een sleutel in
een sleutelgat te steken.
Het systeem voert een identificatiecontrole uit
tussen de motorfiets en de Honda SMART Key
om na te gaan of het een geregistreerde Honda
SMART Key betreft.
Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruik
van zwakke radiogolven. Deze kunnen
medische apparatuur beïnvloeden, zoals een
pacemaker.
Bedieningshandleiding
46

Het Honda SMART Key-systeem schakelen
#
Het Honda SMART Key-systeem naar
activering of deactivering schakelen
Druk op de AAN/UIT-knop tot de LED-kleur van
de Honda SMART Key verandert.
#
De status van het Honda SMART Key-
systeem controleren
Druk licht op de AAN/UIT-knop. De LED van de
Honda SMART Key toont de status.
Als de LED van de Honda SMART Key de
volgende kleur heeft:
Groen:
(activering)
Verificatie van het Honda
SMART Key-systeem kan
worden uitgevoerd.
Rood:
(deactivering)
Verificatie van het Honda
SMART Key-systeem kan
niet worden uitgevoerd.
Bedieningshandleiding
47
Vervolg
LED
AAN/UIT-knop

#
Als de contactschakelaar vergrendeld is:
U kunt het systeem gebruiken binnen de
gearceerde ruimte getoond in de afbeelding.
Iedereen kan uw contactschakelaar
ontgrendelen en de motor starten als de Honda
SMART Key binnen het werkbereik van uw
motorfiets is, ook al bevindt u zich aan de
andere kant van een muur of raam. Als u bij uw
motorfiets vandaan bent maar de Honda
SMART Key nog wel binnen het werkbereik is,
zet dan het Honda SMART Key-systeem uit.
Het Honda SMART Key-systeem schakelen
(BLZ.47)
Bedieningshandleiding
49
Vervolg
Ongeveer 2 m

Iedereen die in bezit is van de Honda SMART
Key kan de volgende zaken uitvoeren als de
Honda SMART Key binnen het werkbereik is:
• Motor starten
• Contactschakelaar ontgrendelen
• Zadelslot ontgrendelen
• Stuurslot ontgrendelen
U moet de Honda SMART Key altijd bij u
dragen wanneer u op en van de motorfiets
stapt of wanneer u rijdt.
Bewaar de Honda SMART Key niet in het
middencompartiment.
Als de contactschakelaar op (On) is gezet, kan
de motorfiets ook worden bediend door een
persoon die niet beschikt over een geverifieerde
Honda-SMART Key.
Als u uw motorfiets heeft geparkeerd,
vergrendel dan de stuurinrichting en de
contactschakelaar. (BLZ.52)
De contactschakelaarring gaat uit en alle rich-
tingaanwijzers knipperen eenmaal.
Bedieningshandleiding
50
Honda SMART Key-systeem (Vervolg)

Contactschakelaar schakelen
#
Contactschakelaar ontgrendelen
aZorg ervoor dat het Honda SMART Key-
systeem is geactiveerd. (BLZ.47)
bDruk de contactschakelaar in om het Honda
SMART Key-systeem te verifiëren.
uNadat het systeem is geverifieerd, wordt de
contactschakelaar ontgrendeld en gaan het
controlelampje van de Honda SMART Key
en de contactschakelaarring branden.
cZet de contactschakelaar in de stand (On) als
het controlelampje van de Honda SMART Key
gaat branden.
uAls de contactschakelaar niet binnen
20 seconden nadat deze is ingedrukt in de
stand (On) wordt gezet, gaan het
controlelampje van de Honda SMART Key
en de contactschakelaarring uit en wordt
de contactschakelaar vergrendeld.
Als het Honda SMART Key-systeem niet
goed werkt (BLZ.135)
Wanneer iemand zonder Honda SMART Key de
contactschakelaar probeert te verdraaien, zal de
contactschakelaar vrij ronddraaien. Als u merkt
dat de contactschakelaar in een andere stand
staat, zet dan de contactschakelaar in de
oorspronkelijke stand ( (Off) of (Lock)).
Bedieningshandleiding
51
Vervolg
Honda SMART KeyControlelampje
Honda SMART
Key
Ring contact-
schakelaar
Contactschakelaar

Zorg er altijd voor dat de contactschakelaar in
de stand (Off) of (Lock) staat als u de
motorfiets parkeert.
Als de contactschakelaar is vergrendeld in de
stand SEAT FUEL, kan deze slechts eenmaal op
(Off) worden gezet.
Als de contactschakelaar is vergrendeld in de
stand (Off), kan de stuurinrichting niet wor-
den vergrendeld. Ontgrendel de contactschake-
laar om het stuur te vergrendelen.
Bedieningshandleiding
53

Responssysteem
Het responssysteem is een mechanisme om de
locatie van uw motorfiets te bepalen en u te in-
formeren dat de startonderbreker van het Hon-
da SMART Key-systeem is geactiveerd. Wan-
neer u op de responsknop van de Honda
SMART Key drukt met de contactschakelaar in
de stand (Off) of (Lock), informeert uw
motorfiets u over zijn locatie en het activeren
van de startonderbreker door de richtingaanwij-
zers te laten knipperen en de contactschakel-
aarring te verlichten. De contactschakelaarring
brandt ongeveer 1 minuut.
Het responssysteem maakt gebruik van zwakke
radiogolven. Deze kunnen medische apparatuur
beïnvloeden, zoals een pacemaker.
Bedieningshandleiding
54
Ring contact-
schakelaar
Responsknop

#
Werking
Druk op responsknop van de Honda SMART
Key.
uHet responssysteem werkt niet als de contact-
schakelaar in de stand (On) staat
Als de contactschakelaar langer dan 10 dagen in
de stand (Off) of (Lock) staat, werkt het
responssysteem niet meer. Wanneer het
systeem actief is en de motorfiets een signaal
ontvangt door op de responsknop te drukken,
blijft het systeem 10 dagen langer actief.
Om het systeem te resetten, ontgrendelt u de
contactschakelaar en zet u de contactschakelaar
in de stand (On).
uContactschakelaar ontgrendelen. (BLZ.51)
LET OP
Als de accu van de motorfiets bijna leeg is, werkt het
responssysteem mogelijk niet.
Bedieningshandleiding
55

Honda Selectable Torque Control
Het Torque Control-niveau (regeling van
motorvermogen) kan worden geselecteerd of
het systeem kan worden in-/uitgeschakeld.
uBedien de Torque Control-schakelaar niet
tijdens het rijden.
Breng eerst de motorfiets tot stilstand en
schakel vervolgens het systeem in of uit en
selecteer het gewenste niveau.
uDe Torque Control-instelling kan niet worden
gewijzigd of uitgeschakeld wanneer het
systeem actief is (Torque Control-
controlelampje knippert).
uTelkens wanneer u de contactschakelaar op
(On) zet, wordt het Torque Control-niveau
automatisch ingesteld op niveau 2 (max).
uWanneer u Torque Control van de stand uit
naar de stand aan zet, wordt het systeem
automatisch ingesteld op niveau 2 (max).
Instelling van Torque Control-niveau
U kunt het niveau selecteren door op de Torque
Control-schakelaar te drukken.
u
Niveau 2 is het hoogste Torque Control-niveau
uNiveau 1 is het laagste Torque Control-niveau
Torque Control aan en uit
U kunt Torque Control in- en uitschakelen door de
Torque Control-schakelaar ingedrukt te houden.
Bedieningshandleiding
57
Vervolg
Torque Control-
schakelaar

Bedieningshandleiding
58
Honda Selectable Torque Control (Vervolg)
Druk op de Torque Control-schakelaar
Houd de Torque Control-schakelaar ingedrukt
Torque Control-niveau:
maximum
Torque Control-niveau:
minimum
Geen Torque Control
Niveau 2 Niveau 1
Uit

Motor starten
Start de motor volgens de volgende procedure,
ongeacht of de motor koud of warm is.
Deze motorfiets is voorzien van een Honda
SMART Key-systeem. Houd de Honda SMART
Key altijd bij u tijdens het rijden op de
motorfiets. (BLZ.48)
LET OP
•
Als de motor niet binnen 5 seconden start, moet u de
contactschakelaar in de stand (Off) zetten en 10
seconden wachten voordat u de motor opnieuw
probeert te starten om de accuspanning te verhogen.
• Het langdurig versneld stationair draaien en het
verhogen van het toerental kunnen de motor
en het uitlaatsysteem beschadigen.
• Het snel openen van de gashendel of het
langer dan ongeveer 5 minuten versneld
stationair laten draaien van de motor kan
verkleuring van de uitlaatpijp veroorzaken.
aControleer de parkeerrem (het parkeerremcon-
trolelampje moet gaan branden).
bZorg ervoor dat de motorstopschakelaar in de
stand (Run) staat.
cZet de contactschakelaar in de stand (On).
u
Contactschakelaar ontgrendelen.
(BLZ.51)
dZet de transmissie in de neutraalstand (
N
-
controlelampje moet gaan branden).
eDruk op de startknop met een volledig geslo-
ten gashendel.
fControleer of de parkeerremhendel is vrijgezet
voordat u gaat rijden.
Bedieningshandleiding
59
Vervolg

Als u de motor niet kunt starten:
Druk met de gashendel iets open (ongeveer
3 mm, zonder speling) op de startknop.
Als de motor niet start:
aOpen de gashendel volledig en druk geduren-
de 5 seconden op de startknop.
bHerhaal de normale startprocedure.
cAls de motor start en het stationair toerental
instabiel is, moet u de gashendel een klein
beetje openen.
d
Als de motor niet start, wacht dan 10 seconden
voordat u stappen en opnieuw probeert.a b
#
Als de motor niet start (BLZ.127)
Wanneer u de motor afzet
aZet om de motor af te zetten de transmissie in
de neutraalstand (
N
-controlelampje gaat aan).
uAls u de contactschakelaar in de stand
(Off) zet wanneer de motorfiets in versnel-
ling staat, wordt de motor uitgeschakeld
met de koppeling ontkoppeld.
bZet de contactschakelaar in de stand (Off).
cActiveer de parkeerrem wanneer u de
motorfiets parkeert. (BLZ.56)
Bedieningshandleiding
60
Motor starten (Vervolg)
Circa 3 mm, zonder speling
Product specificaties
Merk: | Honda |
Categorie: | Motor |
Model: | ADV750 (2019) |
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Honda ADV750 (2019) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Honda

2 Februari 2025

8 Januari 2025

8 Januari 2025

27 December 2024

14 December 2024

14 December 2024

14 December 2024

14 November 2024

14 November 2024

14 November 2024
Handleiding Motor
- Motor Yamaha
- Motor Aprilia
- Motor Benelli
- Motor BMW
- Motor BodyCraft
- Motor Danfoss
- Motor Derbi
- Motor Ducati
- Motor Elac
- Motor Emco
- Motor Harley Davidson
- Motor Husqvarna
- Motor Kawasaki
- Motor Kettler
- Motor KTM
- Motor Mercedes-Benz
- Motor Metabo
- Motor Milwaukee
- Motor Mitsubishi
- Motor Moto Guzzi
- Motor MV Agusta
- Motor Nautilus
- Motor Piaggio
- Motor Reebok
- Motor SMC
- Motor Suzuki
- Motor Texas
- Motor Victory
- Motor Zero
- Motor Joy-it
- Motor Juki
- Motor Mahindra
- Motor Beta
- Motor Triumph
- Motor Hyosung
- Motor TVS
- Motor GasGas
- Motor Indian
- Motor Bajaj
- Motor Mash
- Motor Hero
- Motor Cagiva
- Motor Chang Jiang
- Motor Ridley
- Motor Sherco
- Motor Royal Enfield
- Motor Anova
- Motor CRRCpro
Nieuwste handleidingen voor Motor

3 December 2024

26 November 2024

16 November 2024

16 November 2024

15 November 2024

15 November 2024

15 November 2024

14 November 2024

5 November 2024

5 November 2024